Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2026-02-12
ECLI:NL:RBOBR:2026:884
Civiel recht
Beschikking
1,495 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBOBR:2026:884 text/xml public 2026-03-05T19:48:51 2026-02-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-02-12 12076824 CV EXPL 26-883 Uitspraak Beschikking NL Eindhoven Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:884 text/html public 2026-03-05T19:48:25 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:884 Rechtbank Oost-Brabant , 12-02-2026 / 12076824 CV EXPL 26-883 Luchtvaart. Verordening 861/2007, Verordening 261/2004. Ambtshalve beoordeling rechtsmacht. Artikel 7 Brussel I bis-Verordening. Nederlandse rechter bevoegd; relatieve bevoegdheid ontbreekt. Verwijzing. RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Eindhoven Zaaknummer / rekestnummer: 12076824 \ CV EXPL 26-883 Beschikking van 12 februari 2026 in de zaak van 1 [verzoeker 1] , 2. [verzoeker 2] , beiden wonend in [woonplaats] ( [land] ), 3. [verzoeker 3] , wonend in [woonplaats] ( [land] ), verzoekende partijen, hierna samen te noemen: Passagiers, gemachtigde: B.W. Floris, verbonden aan Yource B.V., tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht RYANAIR DAC, statutair gevestigd te Swords, Co. Dublin (Ierland), verwerende partij, hierna te noemen: Ryanair, gemachtigde: mr. J.J. Croon. 1 De procedure 1.1. De kantonrechter heeft kennis genomen van het vorderingsformulier A bij Verordening 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen, met 5 producties, ter griffie ingekomen op 26 januari 2026. 1.2. De kantonrechter heeft vervolgens bepaald dat een beschikking zal worden gewezen. 2 De beoordeling 2.1. Passagiers vorderen, uitvoerbaar bij voorraad, Ryanair te veroordelen tot: - betaling van een bedrag van € 750,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juli 2025; - betaling van een bedrag van € 136,12 aan buitengerechtelijke incassokosten en - betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. 2.2. Passagiers stellen dat zij op grond van Verordening EG nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie recht hebben op een financiële compensatie van € 750,00 (= 3x € 250,00) vanwege een door hen ondervonden langdurige vertraging bij aankomst op de luchthaven van hun eindbestemming. 2.3. De zaak heeft een internationaal karakter, omdat Passagiers in [land] wonen, Ryanair haar statutaire zetel in Ierland heeft en het gaat om een vervoersovereenkomst op grond waarvan Ryanair de Passagiers moest vervoeren vanaf de luchthaven Schiphol naar de luchthaven Dublin, Ierland. 2.4. Voordat de kantonrechter (onder meer) de door Passagiers opgeworpen rechtsvragen kan beantwoorden, moet de kantonrechter eerst ambtshalve beoordelen of hij rechtsmacht heeft en bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen. Deze vragen moeten, gelet op het internationale karakter, worden beantwoord aan de hand van de herschikte Verordening nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I bis-Vo). 2.5. Het uitgangspunt van Brussel I bis-Vo is dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, worden opgeroepen voor het gerecht van die lidstaat. In artikel 63 Brussel I bis-Vo is bepaald dat rechtspersonen voor de toepassing van Brussel I bis-Vo woonplaats hebben op de plaats van hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging. Ryanair heeft haar statutaire zetel in Ierland. Daarmee is de Nederlandse rechter niet bevoegd. 2.6. In de artikelen 7 tot en met 9 van Brussel I bis-Vo staan enkele bijzondere bevoegdheidsregels. Zo kan een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat op grond van artikel 7 Brussel I bis-Vo ook voor de gerechten van andere lidstaten worden opgeroepen. Meer specifiek kan een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst in een andere lidstaat worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt. 2.7. In deze zaak gaat het om een vlucht van Schiphol naar Dublin (Ierland). In het arrest van 9 juli 2009 (C-204/08, ECLI:EU:C:2009:439, Rehder) heeft het Europese Hof van Justitie geoordeeld dat bij een vliegreis zowel de plaats van vertrek als de plaats van bestemming van de vlucht gelden als de plaats waar de dienst werd verstrekt of verstrekt had moeten worden. Passagiers beroepen zich in deze zaak op een (lucht)vervoersovereenkomst met Schiphol als plaats van vertrek. Daaraan kan de Nederlandse rechter rechtsmacht ontlenen. 2.8. De kantonrechter stelt vast dat de relatieve bevoegdheid ontbreekt. Schiphol is namelijk gelegen in de gemeente Haarlemmermeer en maakt geen onderdeel uit van het arrondissement van de rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven. Dit betekent dat niet de kantonrechter te Eindhoven, maar de kantonrechter te Noord-Holland, locatie Haarlem bevoegd is om kennis te nemen van de vordering voor zover deze is gegrond op de Verordening. De kantonrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren kennis te nemen van het geschil en de zaak in de stand van het geding verwijzen naar de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem. 2.9. De kantonrechter wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de overige partij(en) bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum (artikel 74 lid 1 Rv). 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen; 3.2. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, sector kanton; 3.3. wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de overige partij(en) bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum. Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026.