Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant 2026-02-04
ECLI:NL:RBOBR:2026:881
RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 26/348 uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 februari 2026 in de zaak tussen [verzoekers] [verzoekers] , beide uit [vestigingsplaats] (hierna: verzoekers) (gemachtigde: [naam] ) en de burgemeester van de gemeente Helmond (hierna: de burgemeester) (gemachtigden: mr. Y.A.M. Willems en [naam] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het besluit van de burgemeester om drie aanvullende voorschriften te verbinden aan de eerder aan de Stichting Helmond Sport uit Helmond (hierna: Helmond Sport) verleende voetbalvergunning. Als gevolg van die voorwaarden mogen de supporters van FC Den Bosch de wedstrijd tussen hun club en Helmond Sport, die op 6 februari 2026 in Helmond wordt gespeeld, niet bijwonen. Verzoekers zijn het niet met dat besluit eens en voeren daartegen een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt aan de hand van die gronden de rechtmatigheid van het besluit. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een (eventuele) beroepszaak. 1.1. De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het voorlopig oordeel dat de burgemeester een juist besluit heeft genomen. Verzoekers krijgen dus geen gelijk en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De voorzieningenrechter legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit heeft. 1.2. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staat wat er voorafging aan dit verzoek om een voorlopige voorziening. De beoordeling door de voorzieningenrechter volgt vanaf 4. Aan het eind staat de beslissing van de voorzieningenrechter en de gevolgen daarvan. Procesverloop 2. Met het bestreden besluit van 27 januari 2026 heeft de burgemeester besloten om drie aanvullende voorschriften te verbinden aan de eerder aan Helmond Sport verleende voetbalvergunning. 2.1. Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt bij de burgemeester en bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank dit verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. 2.2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 3 februari 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens FC Den Bosch haar veiligheidscoördinator [naam] , namens de supportsvereniging [naam] , de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van de burgemeester. Helmond Sport is uitgenodigd om als derde-belanghebbende deel te nemen aan de procedure, maar heeft van die uitnodiging geen gebruik gemaakt. Wat ging er vooraf aan het verzoek om een voorlopige voorziening? 3. Op 1 juli 2025 heeft Helmond Sport aan de burgemeester gevraagd om haar een voetbalvergunning te verlenen voor het organiseren van voetbalwedstrijden in het GS Staalwerken Stadion in Helmond. 3.1. Met het besluit van 29 juli 2025 heeft de burgemeester Helmond Sport de gevraagde voetbalvergunning verleend en daaraan de volgende voorschriften en beperkingen verbonden: Algemeen 1. U beschikt over een veiligheidscoördinator conform de licentie-eisen en verplichtingen uit het Licentiereglement van de KNVB; 2. Minimaal één uur voorafgaande, tijdens en één uur na afloop van een voetbalwedstrijd is de veiligheidscoördinator fysiek aanwezig in het stadion en telefonisch bereikbaar; 3. Deze vergunning is fysiek in het stadion aanwezig en wordt op verzoek van daartoe aangewezen en bevoegde toezichthouders getoond; 4. In het belang van de openbare orde, de veiligheid en/of de volksgezondheid kunnen per wedstrijd nadere voorschriften aan deze vergunning worden verbonden; 5. Alle bevelen, gegeven door of namens mij en in het belang van de openbare orde, de veiligheid en/of de volksgezondheid, worden direct opgevolgd; 6. U neemt actief deel aan de operationele voorbereiding op iedere voetbalwedstrijd; 7. U maakt onverwijld melding van het feit dat u naar verwachting niet kan voldoen aan één van de bovengenoemde voorschriften. Stadion 8. Het stadion is voor De voorzieningenrechter beoordeelt eerst of het verzoek om een voorlopige voorziening overduidelijk geen spoedeisend belang heeft, dan wel of de belangen van de verzoekende partij overduidelijk zo weinig worden aangetast door de uitvoering van het besluit, dat het treffen van een voorlopige voorziening niet passend zou zijn. Met andere woorden: als iemand geen (spoedeisend of ander) belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening, moet het verzoek alleen daarom al worden afgewezen en beoordeelt de voorzieningenrechter verder niet of het besluit wel of niet rechtmatig is. 4.2. In het andere geval, dus als niet vaststaat dat de verzoekende partij geen (spoedeisend) belang heeft bij het treffen van de voorlopige voorziening, zal de voorzieningenrechter kijken of een voorlopig oordeel is te geven over de rechtmatigheid van het besluit. Daarbij geldt dat er geen reden is om een voorlopige voorziening te treffen als het besluit overduidelijk rechtmatig is. Andersom geldt dat die reden er wel is als het besluit overduidelijk on rechtmatig is. Dat zijn de twee uitersten. Meestal gaat het echter om een tussencategorie. Bijvoorbeeld als op het besluit wel wat valt af te dingen, als de rechtmatigheid of onrechtmatigheid van het besluit niet klip en klaar is, of als de rechtmatigheid niet zonder diepgravend onderzoek kan worden beoordeeld. Bij zo’n tussencategorie moet de voorzieningenrechter een belangenafweging maken. Een belangenafweging kan ook nodig zijn als de voorzieningenrechter erg snel een uitspraak moet doen. 4.4. De voorzieningenrechter betrekt bij die belangenafweging met name: in hoeverre duidelijk is dat (en in hoeverre valt te beoordelen of) aan het besluit een gebrek kleeft; in hoeverre dat gebrek naar verwachting te herstellen valt in de beslissing op bezwaar; of er een onomkeerbare situatie ontstaat als de gevraagde voorlopige voorziening wel of niet getroffen wordt; hoe groot de mate van spoedeisendheid is. 4.5. Bij zo’n belangenafweging moeten alle belangen – voor én tegen – worden afgewogen. Daarbij geldt dat als de belangen aan de ene kant groot zijn, de belangen aan de andere kant ook groot moeten zijn om daar tegenop te kunnen wegen. 4.6. Tot zover het toetsingskader. De beoordeling 5. De voorzieningenrechter vindt het duidelijk dat verzoekers een spoedeisend belang hebben, omdat de supporters van FC Den Bosch op vrijdag 6 februari 2026 niet bij de wedstrijd tegen Helmond Sport aanwezig mogen zijn als het besluit (voorlopig) rechtmatig wordt gevonden. Daarom zal de voorzieningenrechter nu de rechtmatigheid van het bestreden besluit beoordelen. 6. De burgemeester heeft erop gewezen dat er vanaf het seizoen 2021-2022, telkens als er supporters van FC Den Bosch aanwezig waren bij een wedstrijd tegen Helmond Sport, ongeregeldheden waren. Ook gelet op (het patroon van) openbare ordeverstoringen door supporters van FC Den Bosch in de afgelopen twee voetbalseizoenen, vindt de burgemeester het een reëel scenario dat de openbare orde en veiligheid in het stadion en/of in de onmiddellijke nabijheid daarvan ook nu weer zal worden verstoord. Daarom vindt de burgemeester het nodig om de drie aanvullende voorschriften aan de voetbalvergunning van Helmond Sport te verbinden. 6.1. Verzoekers zijn het daar niet mee eens. Zij wijzen erop dat het besluit pas zeer kort geleden – 10 dagen voor de wedstrijd – bekend is gemaakt, waardoor zij geen zienswijze meer konden indienen. De burgemeester had het besluit veel eerder bekend kunnen maken, omdat bij het besluit feiten en omstandigheden vanaf 2021 zijn betrokken en er kortgeleden ook nog een winterstop is geweest. Verzoekers werden nu verrast door het besluit en de burgemeester frustreert op deze manier de bezwaarprocedure. Verder is het niet duidelijk waarom het besluit is genomen, omdat de daarin opgenomen stellingen niet zijn toegelicht of onderbouwd. Ook blijkt niet waarom het besluit noodzakelijk, proportioneel en evenredig zou zijn. Tot slot blijkt niet of en, zo ja, Op 16 mei 2025 de wedstrijd SC Cambuur - FC Den Bosch Bij de uitstroom provocaties vanuit de supporters van FC Den Bosch. Er werd onder andere een hekwerk vernield en er werd met voorwerpen gegooid. Op 23 mei 2025 de wedstrijd Telstar - FC Den Bosch Na een veldbestorming door supporters van Telstar vond er een confrontatie plaats tussen de supporters van Telstar en FC Den Bosch. Er werd door supporters van FC Den Bosch geweld gebruikt dat bestond uit trappen en slaan met broekriemen. Ook de supporters van FC Den Bosch hebben vanuit het uitvak het veld betreden. Op 1 september 2025 de wedstrijd FC Emmen - FC Den Bosch Supporters van FC Den Bosch op de thuisvakken van FC Emmen Op 6 oktober 2025 de wedstrijd Vitesse - FC Den Bosch Veel provocaties tussen uit- en thuispubliek. Er werden voorwerpen over de lexaanwand gegooid. Op 25 oktober 2025 de wedstrijd ADO Den Haag - FC Den Bosch Vernielingen in het uitvak door supporters van FC Den Bosch. Veel provocaties onderling. Inzet ME om supporters van ADO Den Haag weg te krijgen bij de bussluis. Op 24 november 2025 Jong FC Utrecht - FC Den Bosch Vernielingen in het uitvak door supporters van FC Den Bosch. Ook bij thuiswedstrijden van FC Den Bosch hebben zich verschillende incidenten voorgedaan: Op 12 september 2025 werd door supporters van FC Den Bosch in de wedstrijd tegen FC Dordrecht vuurwerk in het uitvak gegooid. Op 3 oktober 2025 hebben supporters van FC Den Bosch bij de wedstrijd tegen RKC Waalwijk vuurwerk afgestoken waarbij gezicht bedekkende kleding gedragen werd. Op 28 oktober 2025 hebben supporters van FC Den Bosch in de bekerwedstrijd tegen ADO Den Haag het veld betreden, kennelijk met het doel om de confrontatie met supporters van ADO Den Haag aan te gaan. Hierbij droegen de supporters van FC Den Bosch gezicht bedekende kleding. De Mobiele Eenheid van de politie heeft in het stadion moeten optreden om de openbare orde te herstellen. Naar aanleiding van de ongeregeldheden tussen supporters van ADO Den Haag en FC Den Bosch is de situatie besproken in de lokale Vierhoek waarbij de gemeenten Den Bosch en Den Haag, beide voetbalclubs, de politie en het Openbaar Ministerie vertegenwoordigd waren. Op basis van deze evaluatie hebben beide clubs besloten de wedstrijden tussen ADO Den Haag en FC Den Bosch in het huidige seizoen en de twee daaropvolgende seizoenen zonder uitpubliek te spelen. Feitelijk ontstonden in Helmond telkenmale bij aanwezigheid van supporters van FC Den Bosch vanaf het seizoen 2021-2022 ongeregeldheden, welke straf hier ook aan vooraf ging in voorgaande edities. Gezien deze openbare ordeverstoringen in het verleden gepleegd door supporters van FC Den Bosch en het patroon van verstoren van de openbare orde door supporters van FC Den Bosch in het huidige voetbalseizoen verzoeken wij de gezagsdriehoek ook de komende wedstrijd tussen Helmond Sport en FC Den Bosch, gepland op 6 februari 2026, zonder uitpubliek te laten plaatsvinden. ” Mocht de burgemeester het besluit baseren op de bestuurlijke rapportage? 7. De voorzieningenrechter wijst er allereerst op dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat de burgemeester in beginsel van de juistheid van een bestuurlijke rapportage mag uitgaan. Uit die rapportage moet dan wel op objectieve, onpartijdige en inzichtelijke wijze blijken welke feiten en omstandigheden aan de conclusie in de bestuurlijke rapportage ten grondslag zijn gelegd, en deze conclusie mag – zonder nadere toelichting – niet onbegrijpelijk zijn. Als de betrokkene concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van de bestuurlijke rapportage naar voren heeft gebracht, dan mag de burgemeester niet meer van de juistheid van de rapportage uitgaan. 7.1. Verzoekers hebben tijdens de zitting gezegd dat zij vinden dat er aanknopingspunten zijn om aan de bestuurlijke rapportage te twijfelen. Volgens hen kunnen alle daarin vermelde incidenten worden genuanceerd. Ze hebben De veiligheidscoördinator van FC Den Bosch heeft vervolgens contact opgenomen met Helmond Sport, maar kreeg daar geen gehoor om een overleg in te plannen. Uiteindelijk heeft het “6 wekenoverleg” pas op 14 januari 2026 plaatsgevonden. 8.3. De voorzieningenrechter stelt vast dat niet in geschil is dat niet uiterlijk 6 weken voorafgaand aan de wedstrijd Helmond Sport – FC Den Bosch van 6 februari 2026 overleg heeft plaatsgevonden tussen de betrokken BVO’s, politie, SLO en eventueel supporters-verenigingen. Volgens het Handelingskader ligt de regie bij de gemeente. Maar gelet op de toelichting van de veiligheidscoördinator tijdens de zitting over de gebruikelijke gang van zaken bij het plannen van een 6 wekenoverleg, hebben naast de gemeente Helmond ook anderen daarbij een verantwoordelijkheid. Dus moet worden geconcludeerd dat naast de gemeente ook anderen er de hand in hebben gehad dat het overleg pas (veel) later dan 6 weken voor de betreffende wedstrijd heeft plaatsgevonden. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter in dit geval geen aanleiding om het bestreden besluit vanwege overschrijding van de – niet fatale – 6 wekentermijn, onrechtmatig te achten. Daarbij wijst de voorzieningenrechter erop dat een voorlopige voorzieningprocedure juist is bedoeld voor een geval als dit, waarin er maar weinig tijd is om een bezwaarprocedure in zijn geheel te doorlopen. In deze voorlopige voorzieningsprocedure hebben verzoekers tot op de zitting de gelegenheid gehad om hun standpunt naar voren te brengen en dat zo mogelijk te onderbouwen met stukken of anderszins, bijvoorbeeld door overleggen van camerabeelden waar verzoekers over stellen te beschikken. Hiervan hebben verzoekers geen gebruik gemaakt. Verzoekers hebben veel dingen gesteld, maar deze niet onderbouwd. Er zijn wel twee stukken overgelegd waarmee verzoekers hebben onderbouwd dat de aanklager de zaken over de incidenten op 6 december 2024 en 28 oktober 2025 heeft geseponeerd. Hierover merkt de voorzieningenrechter echter op dat niet bekend is waarom de zaken zijn geseponeerd. Bovendien wil een seponering niet zeggen dat de voorzieningenrechter aan de feiten en omstandigheden die aan die incidenten ten grondslag hebben gelegen geen enkele waarde mag hechten. De grond slaagt niet. Heeft de burgemeester de aanvullende voorschriften mogen stellen? 9. In het Handelingskader staat in paragraaf 4 “collectieve misdragingen supporters” onder het kopje “Relatie met openbare orde” staat het volgende: “ De burgemeester die de maatregel neemt moet kunnen onderbouwen dat de eerdere (openbare) ordeverstoring risico geeft op een herhaalde verstoring van de openbare orde in de eigen gemeente. Dit zal makkelijker zijn voor de eerstvolgende wedstrijd tegen dezelfde tegenstander dan voor een volgende wedstrijd tegen een andere club met een andere aanhang. Tenzij aangetoond kan worden dat er een patroon is van ordeverstoringen door de desbetreffende supportersaanhang die los staat van tegen welke tegenstander wordt gespeeld. ” 9.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester met verwijzing naar de bestuurlijke rapportage voldoende heeft aangetoond dat er sprake is van een patroon van ordeverstoringen dat losstaat van tegen welke tegenstander wordt gespeeld. Daarom heeft de burgemeester in het belang van de openbare orde, de veiligheid en/of de volksgezondheid voor de wedstrijd op 6 februari 2026 tussen Helmond Sport en FC Den Bosch, de bij punt 3.3 vermelde nadere voorschriften aan de voetbalvergunning van Helmond Sport mogen verbinden. Deze grond slaagt ook niet. Belangenafweging 10. De voorzieningenrechter vindt dat de besluitvorming van de zijde van de burgemeester in deze zaak niet de schoonheidsprijs verdient. De gemeente Helmond zal in het vervolg meer de regie moeten nemen, zodat er op tijd een overleg wordt gepland om zo te voorkomen dat (supporters van) voetbalclubs voor het blok worden gezet. Daarentegen kan, zoals hiervoor ook is uitgelegd, niet worden gezegd dat de gang va