Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant 2026-02-03
ECLI:NL:RBOBR:2026:685
vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Team strafrecht Parketnummer: 82.294034.22 Datum uitspraak: 3 februari 2026. Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1974] , wonende te [adres] . Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 januari 2026, 7 januari 2026 en 27 januari 2026 (sluiting). De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. 1 De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 24 juni 2024. Ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis is de tekst van de tenlastelegging hieronder samengevat. De gehele tekst is opgenomen in Bijlage I bij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd. Aan verdachte is – kort samengevat – ten laste gelegd dat hij: Ten aanzien van feit 1 (primair): feitelijk leiding heeft gegeven aan het opzettelijk opmaken van valse geschriften door [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ); Ten aanzien van feit 1 (subsidiair): zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk opmaken van valse geschriften; Ten aanzien van feit 2 (primair): feitelijk leiding heeft gegeven aan het opzettelijk vervalsen van de bedrijfsadministratie van [medeverdachte 1] door de in feit 1 bedoelde valse geschriften door [medeverdachte 1] op te laten nemen in die bedrijfsadministratie; Ten aanzien van feit 2 (subsidiair): zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk vervalsen van de bedrijfsadministratie van [medeverdachte 1] door de in feit 1 bedoelde valse geschriften door [medeverdachte 1] op te laten nemen in die bedrijfsadministratie; Ten aanzien van feit 3 (primair): feitelijk leiding heeft gegeven aan het opzettelijk gebruik maken van het valse geschriften door [medeverdachte 1] ; Ten aanzien van feit 3 (subsidiair): zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk gebruik maken van het valse geschriften. 2 De formele voorvragen. 2.1. De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging van feit 3. De rechtbank overweegt dat e-AD’s en CMR’s documenten zijn die zeer specifieke informatie bevatten. De documenten hebben namelijk uitsluitend het doel om de Europese douane-instanties te informeren over vervoersbewegingen van accijnsgoederen binnen de Europese Unie. De rechtbank ziet, mede gelet op hetgeen hierna onder 3.3.2. wordt overwogen, geen ander doel dat [medeverdachte 1] redelijkerwijs kon hebben om valse e-AD’s en CMR’s voorhanden te hebben dan het (eventueel als medepleger) misleiden van (Europese) Douane-instanties en eventueel, bij controles, de Belastingdienst. Dergelijk handelen is strafbaar gesteld in artikel 10:5 lid 1 sub b van de Algemene Douanewet waar het de Douane betreft, en artikel 69 lid 1 van de AWR waar het de Belastingdienst betreft. In de situatie dat een verdachte kan worden vervolgd voor deze feiten en voor het commune strafbare feit van het voorhanden hebben van valse documenten (225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) is vervolging voor het commune strafbare feit uitgesloten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de artikelen 69 lid 4 van de AWR en 10:5, zesde lid, van de Algemene Douanewet van toepassing zijn. Het Openbaar Ministerie wordt ten aanzien van onderdelen a) en b) van feit 3 op de tenlastelegging dan ook niet-ontvankelijk verklaard. 2.2. De overige formele voorvragen Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging van feiten 1, 2 en onderdeel c) van feit 3 worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. 3 De bewijsbeslissing. 3.1 Het standpunt van de officier van justitie. Op de in het schriftelijk requisitoir genoemde gronden en de t Een e-AD is een document dat op grond van Nederlandse wetgeving en/of op grond van wetgeving van een andere lidstaat van de Europese Unie moet worden opgemaakt ten behoeve van het onder een accijnsschorsingsregeling overbrengen van accijnsgoederen. Het e-AD heeft door middel van de gelogde handelingen in EMCS voortdurend een actuele status. Op deze manier kunnen de Europese Douane-instanties zien of accijnsgoederen binnen de EU zijn vervoerd, afgeleverd, en/of zijn uitgevoerd. Naast het e-AD dienen verzenders, transporteurs en ontvangers van de goederen bijbehorende CMR-documenten te tekenen en te bewaren. Een CMR is een vrachtbrief die tijdens het transport van goederen aanwezig moet zijn als begeleiding van het transport. Een CMR bestaat uit 4 exemplaren. In het geval van een legitiem transport van accijnsgoederen worden deze 4 exemplaren als volgt verdeeld. Exemplaar 1 blijft bij de afzender van de goederen. Exemplaar 2 is bestemd voor de ontvanger van de goederen. Exemplaren 3 en 4 zijn bestemd voor de vervoerder en worden door de ontvanger van de goederen ondertekend. De fictieve invoer en uitvoer van accijnsgoederen bij [medeverdachte 1] . Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank zonder meer dat [medeverdachte 1] administratieve handelingen heeft verricht in EMCS die niet overeenkwamen met de werkelijkheid. [medeverdachte 1] heeft samen met andere bedrijven in Europa een valse papieren werkelijkheid gecreëerd ten behoeve van het plegen van accijnsfraude. [medeverdachte 1] heeft als ontvanger en/of verzender van de goederen administratief doen voorkomen in EMCS dat accijnsgoederen zouden zijn ontvangen door [medeverdachte 1] en/of zouden zijn vertrokken vanaf de loods van [medeverdachte 1] in Rucphen terwijl dit in werkelijkheid niet het geval was. Ten behoeve van deze zendingen zijn ook vervoersdocumenten, CMR’s, opgemaakt en uitgewisseld tussen de verschillende bedrijven in Europa. Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkt daarnaast zonder meer dat [medeverdachte 1] , zoals hierna per feit wordt beschreven, steeds als medepleger nauw en bewust heeft samengewerkt met andere bedrijven om de valse documenten op te maken. De bijdrage van [medeverdachte 1] aan de strafbare feiten, zoals blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen, is steeds van voldoende gewicht om te spreken van het medeplegen van die feiten. De beoordeling van feit 1: het opzettelijk opmaken van valse stukken. Onderdeel a) Heeft [medeverdachte 1] valse e-AD’s opgemaakt? De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat alle onder a) ten laste gelegde e-AD’s opzettelijk valselijk zijn opgemaakt. De beschreven vervoersbewegingen van accijnsgoederen hebben nooit daadwerkelijk plaatsgevonden. [medeverdachte 1] heeft (telkens) als ontvanger en/of verzender van de goederen administratieve handelingen verricht in EMCS waarvan zij wist dat deze niet overeenkwamen met de werkelijkheid. Door deze handelingen te verrichten zijn de bijbehorende e-AD’s telkens opzettelijk door [medeverdachte 1] valselijk opgemaakt. Onderdeel b) Heeft [medeverdachte 1] valse CMR’s opgemaakt? Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de ten laste gelegde CMR’s (mede) door [medeverdachte 1] opzettelijk valselijk zijn opgemaakt. Ten aanzien van de CMR’s die ten laste zijn gelegd onder de eerste zes gedachtestreepjes geldt dat exemplaren 2, 3 en 4 in het geval van legitieme transporten niet in het bezit van [medeverdachte 1] hadden kunnen zijn maar bij de vervoerder en/of ontvanger in bezit hadden moeten zijn. Zij zijn echter door de FIOD aangetroffen in een doos in de loods van [medeverdachte 1] in Rucphen en in de auto van medeverdachte [verdachte] . De omstandigheid dat deze exemplaren daar überhaupt zijn aangetroffen is voldoende om, gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen, aan te nemen dat de onderliggende transporten nooit hebben plaatsgevonden. Een andere uitleg is door de v Tussenconclusie feit 2: ten aanzien van de e-AD’s en de facturen. De rechtbank is van oordeel dat [medeverdachte 1] de overige stukken, zoals deze hierna onder het kopje “De bewezenverklaring” onder feit 2 nader zullen worden omschreven, heeft opgenomen in haar bedrijfsadministratie. Door deze stukken op te nemen heeft [medeverdachte 1] haar bedrijfsadministratie over de gehele periode vervalst. Nu deze bedrijfsadministratie meerdere kwartalen en/of boekjaren betreft komt de rechtbank tot het oordeel dat de bedrijfsadministratie meermalen is vervalst. Beoordeling feit 3: het opzettelijk gebruiken van valse geschriften. Zoals hiervoor is overwogen is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de valse geschriften zoals ten laste gelegd onder onderdelen a) (e-AD’s) en b) (CMR’s). Ten aanzien van onderdeel c) (facturen) is de rechtbank van oordeel dat, zoals hiervoor is overwogen, alleen de factuur van [medeverdachte 1] gericht aan [naam 3] als vals is aan te merken. De rechtbank acht ten aanzien van de overige facturen niet bewezen dat deze vals of vervalst waren. Dit betekent dat verdachte ook ten aanzien van dit feit partieel wordt vrijgesproken, namelijk waar het gaat om de facturen zoals ten laste gelegd onder het eerste en tweede gedachtestreepje. Van de valse factuur aan [naam 3] heeft [medeverdachte 1] opzettelijk gebruik gemaakt door deze (na het opmaken daarvan) daadwerkelijk te versturen aan [naam 3] . Om die reden komt de rechtbank ten aanzien van deze factuur wel tot een bewezenverklaring. Kunnen de strafbare feiten worden toegerekend aan [medeverdachte 1] ? Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang met wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de bewezenverklaarde gedragingen plaatsvonden in de sfeer van [medeverdachte 1] . De gedragingen pasten ook in de normale bedrijfsvoering van [medeverdachte 1] . Dankzij de vergunning als AGP van [medeverdachte 1] konden zendingen van en naar [medeverdachte 1] in EMCS werden ingevoerd, zowel feitelijke als fictieve. De enige werknemer van [medeverdachte 1] en de feitelijk leidinggevers waren actief betrokken bij de fraude. De frauduleuze gedragingen zijn dienstig geweest aan het door [medeverdachte 1] uitgeoefende bedrijf: de inkomsten van de fraude kwamen op de bankrekening van [medeverdachte 1] binnen. De strafbare feiten kunnen dan ook aan [medeverdachte 1] worden toegerekend. Heeft verdachte feitelijk leiding gegeven aan de verboden gedragingen van [medeverdachte 1] ? Gelet op de hiervoor gegeven conclusies komt de rechtbank toe aan de vraag of verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan dan wel medepleger is van de verboden gedragingen van [medeverdachte 1] als rechtspersoon. De rol van verdachte binnen [medeverdachte 1] . Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Verdachte heeft samen met [medeverdachte 2] de rechtspersoon [medeverdachte 1] opgericht op 8 december 2017. Verdachte en [medeverdachte 2] waren tot 25 november 2019 ieder (via een eigen holding) voor 50% aandeelhouder en bestuurder van [medeverdachte 1] . Op 25 november 2019 is verdachte als (indirect) bestuurder uitgeschreven. Verdachte is de gehele ten laste gelegde periode één van de twee aandeelhouders (50%) geweest van [medeverdachte 1] , samen met [medeverdachte 2] . Niet ter discussie staat dat verdachte in “de beginperiode” van [medeverdachte 1] , een actieve rol als bestuurder en leidinggever heeft vervuld. Zo heeft verdachte zelf verklaard dat hij [getuige] als werknemer heeft aangenomen. [getuige] verklaart dat hij verdachte in deze beginperiode ook als zijn baas zag. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte in deze beginperiode ook degene was die de administratieve handelingen binnen [medeverdachte 1] beheerste en voor zijn rekening nam. Hoewel hij dat zelf ontkent, hebben zowel medeverdachte [medeverdachte 2] als getuige [g Wanneer [medeverdachte 1] van “ [bedrijf 1] ” een mailbericht ontvangt waarin zij herinnerd worden aan het maximaal nog te sturen “documenten” die week - het mogen maximaal 15 ladingen per week zijn en er zijn er al 13 gestuurd – stuurt verdachte deze mail door naar [medeverdachte 2] en plaatst daar een opmerking bij: “ Wat een jankert zeg week is net begonnen en was 20 toch .” De rechtbank is van oordeel dat de mailwisseling en de afsluitende opmerking van verdachte niet anders begrepen kunnen worden dan dat verdachte op de hoogte is van de afspraken tussen [medeverdachte 1] en “ [bedrijf 1] ” én dat die afspraken zagen op “documenten” en niet op het daadwerkelijke transport van accijnsgoederen. “ [bedrijf 1] ” is door verdachte en [medeverdachte 2] ook fysiek bezocht, zo heeft ook verdachte zelf erkend. Reden voor het bezoek was, aldus de verklaring van [medeverdachte 2] , het bespreken van het administratieve proces rondom de fictieve transportbewegingen tussen “ [bedrijf 1] ” en [medeverdachte 1] . Bij die besprekingen is verdachte, zo heeft [medeverdachte 2] verklaard, aanwezig geweest. Dat verdachte alleen is meegereisd voor de gezelligheid en niet heeft geweten dat er fictieve zendingen naar [bedrijf 1] plaatsvonden, zoals hij zelf heeft verklaard, acht de rechtbank mede in het licht van de hiervoor aangehaalde correspondentie volstrekt ongeloofwaardig. Naast deze belastende berichten zijn er meer bewijsmiddelen die duiden op wetenschap van, en betrokkenheid bij, de fictieve zendingen en bijbehorende valsheid in geschrifte. Er zijn CMR’s delen 2, 3 en 4 van uitgaande zendingen aangetroffen in de auto van verdachte: zoals hiervoor reeds overwogen hadden die nooit meer in het bezit van [medeverdachte 1] kunnen zijn bij feitelijke verzending van de goederen. Er zijn uitdraaien uit het EMCS-systeem bij verdachte thuis aangetroffen. Er zijn e-mailberichten over de fictieve zendingen die behoren bij de tenlastegelegde valse documenten, verstuurd van en naar het mailadres dat specifiek aan verdachte toebehoorde, [e-mailadres] . Ook is er een opdrachtgever van een fictieve zending die hoort bij een tenlastegelegd vals document, die in zijn e-mailbericht refereert aan een telefoongesprek over de (fictieve) zendingen met “ [verdachte] ”. Daarnaast is er sprake geweest van omstandigheden binnen het bedrijf die maken dat het niet anders kan dan dat verdachte op de hoogte is geweest van de binnen het bedrijf steeds groter groeiende stroom van fictieve zendingen. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] zich zeer structureel en in toenemende mate heeft beziggehouden met het faciliteren van accijnsfraude. Het opmaken van de ten laste gelegde valse documenten heeft daar telkens in besloten gelegen. Op enig punt heeft het frauduleuze proces binnen [medeverdachte 1] zelfs de overhand genomen ten opzichte van de legitieme werkzaamheden, gelet op de verhouding tussen de waargenomen en niet waargenomen vervoersbewegingen binnen de observatieperiode. Terwijl de omzet gigantisch steeg, is de loods of het personeelsbestand niet in (vergelijkbare mate) uitgebreid. Dit moet verdachte, nu hij zicht had op de bankrekeningen van [medeverdachte 1] en hij, zoals hiervoor is overwogen, nog steeds feitelijk als bestuurder en leidinggevende actief was binnen het bedrijf, bekend zijn geweest. Verdachte heeft ook verklaard dat de aflossingen van de leningen van [medeverdachte 2] aan hem meegroeiden met de door [medeverdachte 1] gerealiseerde omzet. Er vloeide dus ook steeds meer geld naar verdachte toe vanuit [medeverdachte 1] . Daarbij komt nog dat verdachte degene was die wist hoe EMCS werkte en geregeld achter de computer in de loods zat. Tijdens de geobserveerde periode van 15 september 2020 tot en met 11 november 2020 is verdachte twaalf keer met zijn auto het terrein van de loods in Rucphen opgereden. Verdachte moet ook toen zijn geconfronteerd met het feit dat de loods vrijwel leeg moet hebben gestaan in weerwil van de grote activiteit in EMCS a) een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code • 20FRG0074000586946417 en/of, • 20NL97680492674587535 en/of, • 20FRG0074000584843087 en/of, • 20NL12919392410772110 en/of, • 20NL26717309076647020 en/of, • 20NL56390831700445370 en/of, • 20NL83300117543365183 en/of, • 20FRG0074000588074252 en/of, • 18FRG0074000369099998 en/of, • 18FRG0074000384357482 en/of, • 19FRG0074000439673440 en/of, • 19FRG0074000440684400 en/of, b) een of meerdere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven, bestaande uit exemplaar/deel 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 met • als outtake nummer 2697 en ontvanger [bedrijf 3] en/of • als outtake nummer 2699 en ontvanger [bedrijf 3] en/of • als outtake nummer 2799 en ontvanger [bedrijf 1] SL en/of • als outtake nummer 2800 en ontvanger [bedrijf 1] SL, en/of • als outtake nummer 2991 en ontvanger [bedrijf 1] SL, en/of • CMR’s/(internationale) vrachtbrieven met als outtake nummer 2989 en/of 3002 en/of 3003 en ontvanger [bedrijf 4] en/of • CMR’s/(internationale) vrachtbrieven bestemd voor [medeverdachte 1] , gestuurd door [bedrijf 5] en/of c) een factuur, te weten • een factuur van [medeverdachte 1] aan [naam 3] , valselijk hebben opgemaakt en/of doen opmaken, immers hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk — immers opzettelijk in strijd met de waarheid —) ad a) deze geschriften opgemaakt/doen opmaken terwijl deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of ad b) de transporten niet hebben plaatsgevonden en/of ad c) op deze factuur warehouse handling fees in rekening gebracht zulks telkens met het oogmerk om voormeld geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken, aan welke verboden gedragingen verdachte (telkens) leiding heeft gegeven. ten aanzien van feit 2: [medeverdachte 1] , op tijdstippen in de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de bedrijfsadministratie van [medeverdachte 1] valselijk heeft opgemaakt door een of meerdere valse elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) en een factuur hier in op te nemen, te weten: a. a) een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code • 20FRG0074000586946417 en/of, • 20NL97680492674587535 en/of, • 20FRG0074000584843087 en/of, • 20NL12919392410772110 en/of, • 20NL26717309076647020 en/of, • 20NL56390831700445370 en/of, • 20NL83300117543365183 en/of, • 20FRG0074000588074252 en/of, • 18FRG0074000369099998 en/of, • 18FRG0074000384357482 en/of, • 19FRG0074000439673440 en/of, • 19FRG0074000440684400 en/of, c) een factuur, te weten • een factuur van [medeverdachte 1] aan [naam 3] , immers hebben verdachte en haar mededaders (telkens) valselijk — immers opzettelijk in strijd met de waarheid — ad a) deze geschriften opgemaakt/doen opmaken terwijl deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of ad c) op deze factuur warehouse handling fees in rekening gebracht zulks (telkens) met het oogmerk om voormeld geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken, aan welke verboden gedragingen verdachte (telkens) leiding heeft gegeven. ten aanzien van feit 3: [medeverdachte 1] in de periode van 26 oktober 2018 tot en met 10 maart 2021 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware deze echt en onvervalst, te weten een factuur van [medeverdachte 1] aan [naa Ook zijn bonafide bedrijven, die wel steeds het juiste accijnstarief betaalden, door het handelen van verdachte steeds ten onrechte gedwongen om met de prijzen van een frauduleuze partij te concurreren. In totaal heeft de Belastingdienst voor € 1.101.806,24 naheffingsaanslagen opgelegd aan [medeverdachte 1] . De verdediging heeft aangevoerd dat het uiteindelijk te betalen bedrag wellicht lager zou kunnen uitvallen, omdat er nog procedures lopen. Anderzijds merkt de rechtbank op dat het totale bedrag aan onterecht niet-betaalde accijnzen binnen de Europese Unie (wat door [medeverdachte 1] mede mogelijk is gemaakt) zich moeilijk laat schatten maar logischerwijs veel hoger zal moeten liggen. Gelet op de aard, ernst en duur van de bewezenverklaarde feiten alsmede de mate waarin (internationaal) intensief is samengewerkt kan daarop naar het oordeel van de rechtbank, anders dan door de officier van justitie en de verdediging is bepleit, niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een straf. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte geen kleine rol heeft gespeeld in het geheel van de verboden gedragingen van [medeverdachte 1] . Zoals hiervoor uiteen is gezet zijn er vele indicaties dat verdachte, ook na zijn formele uitschrijving als bestuurder, zich volop heeft bemoeid met de bedrijfsvoering van [medeverdachte 1] . Dit betekent ook dat [medeverdachte 1] zich, mede onder leiding van verdachte, steeds meer heeft beziggehouden met het faciliteren van accijnsfraude. Verdachte heeft kennelijk alleen oog gehad voor financieel gewin. De rechtbank rekent het verdachte dan ook aan dat hij in toenemende mate fraude heeft gefaciliteerd maar hiervoor ter terechtzitting op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen. De samenloop van de feiten. De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot feit 1, feit 2 en feit 3 zoals deze bewezen zijn verklaard, sprake is van een voortgezette handeling in de zin van artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht. De verschillende bewezen verklaarde, elkaar in de tijd opvolgende gedragingen hangen (ook met betrekking tot de desbetreffende wilsbesluiten) zo nauw met elkaar samen dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt (het vervalsen, bewaren en gebruiken van documenten ten behoeve van het faciliteren van accijnsfraude). De strekking van de desbetreffende strafbepalingen loopt bovendien niet uiteen. De overschrijding van de redelijke termijn. Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het recht van elke verdachte op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM, is geschonden. De rechtbank stelt vast dat de bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd in de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die maken dat het tijdsverloop tot aan dit vonnis geheel of gedeeltelijk aan de verdediging is toe te rekenen. Ook is er geen sprake van feiten of omstandigheden die ertoe dienen te leiden dat afgeweken wordt van het uitgangspunt dat de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg twee jaren bedraagt. De rechtbank neemt de doorzoekingen op 10 maart 2021 als aanvangsmoment voor de redelijke termijn. Een en ander maakt dat bij het doen van uitspraak door deze rechtbank de redelijke termijn met 2 jaar, 10 maanden en 25 dagen. De rechtbank zal in strafmatigende zin rekening houden met deze forse termijnoverschrijding. De persoon van verdachte. De rechtbank heeft voor wat betreft de persoon van de verdachte acht geslagen op een uittreksel justitiële documentatie van 10 december 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de ter terechtzitting door verdachte toegelichte persoonlijke omstandigheden. De strafmodaliteit. De rechtbank is van oordeel dat in verband met de ernst van de BIJLAGE I: DE TENLASTELEGGING ten aanzien van feit 1: [medeverdachte 1] , op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021 te Rucphen en/of Brielle en/of Tinte en/of Oostvoorne, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten: a) een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code 20FRG0074000586946417 (DOC-015-01) en/of 20NL97680492674587535 (DOC-026-03) en/of 20FRG0074000584843087 (DOC-027-04) en/of 20NL12919392410772110 (DOC-018-02) en/of 20NL26717309076647020 (DOC-022-02) en/of 20NL56390831700445370 (DOC-021-02) en/of 20NL83300117543365183 (DOC-017-02) en/of 20FRG0074000588074252 (DOC-016-01) en/of 18FRG0074000369099998 (DOC-034-01) en/of 18FRG0074000384357482 (DOC-036-01) en/of 19FRG0074000439673440 (DOC-037-01) en/of 19FRG0074000440684400 (DOC-038-01) en/of een of meer andere elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) (zoals beschreven in ZD-001-1) b) een of meerdere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven, bestaande uit exemplaar/deel 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 met • als outtake nummer 2697 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-060-01, DOC-060-02) en/of • als outtake nummer 2699 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-062-01, DOC-062-02) en/of • als outtake nummer 2799 en ontvanger [bedrijf 1] SL (DOC-064-01, DOC-064- 02), en/of • als outtake nummer 2800 en ontvanger [bedrijf 1] SL (DOC-065-01, DOC-065-02), en/of • als outtake nummer 2991 en ontvanger [bedrijf 1] SL (DOC-069-01, DOC-069-02) en/of • CMR’s/(internationale) vrachtbrieven met als outtake nummer 2989 en/of 3002 en/of 3003 en ontvanger [bedrijf 4] (DOC-058-01) en/of • CMR’s/(internationale) vrachtbrieven bestemd voor [medeverdachte 1] , gestuurd door [bedrijf 5] (DOC-038-16) en/of • een of meer andere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven (zoals beschreven in ZD-001-01 en AMB-031-01) c) een (of meerdere) factu(u)r(en) te weten • een (of meerdere( factu(u)r(en) van [naam 1] , te weten DOC-060-03 en/of DOC-061-03 en/of DOC-062-03) en/of • een (of meerdere) factu(u)r(en) van [bedrijf 1] SL, te weten DOC-063-03 en/of DOC-064-03 en/of DOC-065-03 en/of DOC-066-03 en/of DOC-067-03 en/of DOC- 068-03 en/of DOC-069-03 en/of • een (of meerdere) factu(u)r(en) van [medeverdachte 1] aan [naam 3] , te weten DOC-035-08 • een (of meerdere) andere factu(u)r(en) (zoals beschreven in ZD-001-01 en/of AMB-031-01) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben doen opmaken en/of heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben doen vervalsen immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk — immers opzettelijk in strijd met de waarheid — ad a) deze geschriften opgemaakt/doen opmaken terwijl deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of niet zijn aangekomen/ontvangen op de in het document aangegeven plaats van bestemming en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of ad b) dat deze geschriften niet voor ontvangst zijn ondertekend door de ontvanger van de goederen en/of het transport niet hebben begeleid en/of de transporten niet hebben plaatsgevonden en/of ad c) dat op deze factu(u)r(en) taxes en/of servicekosten en/of beheerskosten en/of warehouse handling fees en/of importkosten en/of leveringskosten in rekening zijn gebracht zulks (telkens) met het oogmerk om voormeld(e) geschrift (en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit (en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke verboden vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de (bedrijfs)administratie van [medeverdachte 1] valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken door een of meerdere valse en/of vervalste elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) en/of CMR's/(internationale) vrachtbrieven en/of factu(u)r(en) hier in op te nemen en/of doen opnemen, te weten: a) een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code • 20FRG0074000586946417 (DOC-015-01) en/of • 20NL97680492674587535 (DOC-026-03) en/of • 20FRG0074000584843087 (DOC-027-04) en/of • 20NL12919392410772110 (DOC-018-02) en/of • 20NL26717309076647020 (DOC-022-02) en/of • 20NL56390831700445370 (DOC-021-02) en/of • 20NL83300117543365183 (DOC-017-02) en/of • 20FRG0074000588074252 (DOC-016-01) en/of • 18FRG0074000369099998 (DOC-034-01) en/of • 18FRG0074000384357482 (DOC-036-01) en/of • 19FRG0074000439673440 (DOC-037-01) en/of • 19FRG0074000440684400 (DOC-038-01) en/of • een of meer andere elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) (zoals beschreven in ZD-001-1) b) een of meerdere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven, bestaande uit exemplaar/deel 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 met • als outtake nummer 2697 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-060-01, DOC-060-02) en/of • als outtake nummer 2699 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-062-01, DOC-062-02) en/of • als outtake nummer 2799 en ontvanger [bedrijf 1] SL (DOC-064-01, DOC-064-02), en/of • als outtake nummer 2800 en ontvanger [bedrijf 1] SL (DOC-065-01, DOC-065-02), en/of • als outtake nummer 2991 en ontvanger [bedrijf 1] SL (DOC-069-01, DOC-069-02) en/of • CMR’s/(internationale) vrachtbrieven met als outtake nummer 2989 en/of 3002 en/of 3003 en ontvanger [bedrijf 4] (DOC-058-01) en/of • CMR’s/(internationale) vrachtbrieven bestemd voor [medeverdachte 1] , gestuurd door [bedrijf 5] (DOC-038-16) en/of • een of meer andere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven (zoals beschreven in ZD-001-01 en AMB-031-01) c) een (of meerdere) factu(u)r(en) te weten • een (of meerdere( factu(u)r(en) van [naam 1] , te weten DOC-060-03 en/of DOC-061-03 en/of DOC-062-03) en/of • een (of meerdere) factu(u)r(en) van [bedrijf 1] SL, te weten DOC-063-03 en/of DOC-064-03 en/of DOC-065-03 en/of DOC-066-03 en/of DOC-067-03 en/of DOC-068-03 en/of DOC-069-03 en/of • een (of meerdere) factu(u)r(en) van [medeverdachte 1] aan [naam 3] , te weten DOC-035-08 • een (of meerdere) andere factu(u)r(en) (zoals beschreven in ZD-001-01 en/of AMB-031-01) immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk — immers opzettelijk in strijd met de waarheid — ad a) deze geschriften opgemaakt/doen opmaken terwijl deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of niet zijn aangekomen/ontvangen op de in het document aangegeven plaats van bestemming en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of ad b) dat deze geschriften niet voor ontvangst zijn ondertekend door de ontvanger van de goederen en/of het transport niet hebben begeleid en/of de transporten niet hebben plaatsgevonden en/of ad c) dat op deze factu(u)r(en) taxes en/of servicekosten en/of beheerskosten en/of warehouse handling fees en/of importkosten en/of leveringskosten in rekening zijn gebracht zulks (telkens) met het oogmerk om voormeld(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke verboden gedraging(en) verdachte (telkens) leiding heeft gege ) in of omstreeks de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021 te Rucphen en/of Brielle en/of Tinte en/of Oostvoorne, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) en/of vervalst(e) geschrift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware deze echt en onvervalst door a) een of meerdere elektronisch(e) administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) met e-AD/ARC nummer/code • 20FRG0074000586946417 (DOC-015-01) en/of • 20NL97680492674587535 (DOC-026-03) en/of • 20FRG0074000584843087 (DOC-027-04) en/of • 20NL12919392410772110 (DOC-018-02) en/of • 20NL26717309076647020 (DOC-022-02) en/of • 20NL56390831700445370 (DOC-021-02) en/of • 20NL83300117543365183 (DOC-017-02) en/of • 20FRG0074000588074252 (DOC-016-01) en/of • 18FRG0074000369099998 (DOC-034-01) en/of • 18FRG0074000384357482 (DOC-036-01) en/of • 19FRG0074000439673440 (DOC-037-01) en/of • 19FRG0074000440684400 (DOC-038-01) en/of • een of meer andere elektronische administratieve document(en) (e-AD) en/of elektronisch(e) accijns geleide document(en) (zoals beschreven in ZD-001-1) b) een of meerdere Convention Relative an Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven, bestaande uit exemplaar/deel 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 met • als outtake nummer 2697 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-060-01, DOC-060-02) en/of • als outtake nummer 2699 en ontvanger [bedrijf 3] (DOC-062-01, DOC-062-02) en/of • als outtake nummer 2799 en ontvanger [bedrijf 1] SL (DOC-064-01, DOC-064- 02), en/of • als outtake nummer 2800 en ontvanger [bedrijf 1] SL (DOC-065-01, DOC-065- 02), en/of • als outtake nummer 2991 en ontvanger [bedrijf 1] SL (DOC-069-01, DOC-069-02) en/of • CMR’s/(internationale) vrachtbrieven met als outtake nummer 2989 en/of 3002 en/of 3003 en ontvanger [bedrijf 4] (DOC-058-01) en/of • CMR’s/(internationale) vrachtbrieven bestemd voor [medeverdachte 1] , gestuurd door [bedrijf 5] (DOC-038-16) en/of • een of meer andere Convention Relative au Contrat de Transport International de Merchandises par Route (CMR) (internationale) vrachtbrieven (zoals beschreven in ZD-001-01 en AMB-031-01) c) een (of meerdere) factu(u)r(en) te weten • een (of meerdere( factu(u)r(en) van [naam 1] , te weten DOC-060-03 en/of DOC-061-03 en/of DOC-062-03) en/of • een (of meerdere) factu(u)r(en) van [bedrijf 1] SL, te weten DOC-063-03 en/of DOC-064-03 en/of DOC-065-03 en/of DOC-066-03 en/of DOC-067-03 en/of DOC- 068-03 en/of DOC-069-03 en/of • een (of meerdere) factu(u)r(en) van [medeverdachte 1] aan [naam 3] , te weten DOC-035-08 • een (of meerdere) andere factu(u)r(en) (zoals beschreven in ZD-001-01 en/of AMB-031-01) heeft/hebben afgeleverd aan de Douane en/of Belastingdienst en/of voorhanden, heeft/hebben gehad bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens) hierin dat in strijd met de waarheid ad a) deze transporten niet hebben plaatsgevonden en/of niet zijn aangekomen/ontvangen op de in het document aangegeven plaats van bestemming en/of het transport niet door de aangegeven transporteur is uitgevoerd en/of ad b) dat deze geschriften niet voor ontvangst zijn ondertekend door de ontvanger van de goederen en/of het transport niet hebben begeleid en/of de transporten niet hebben plaatsgevonden en/of ad c) dat op deze factu(u)r(en) taxes en/of servicekosten en/of beheerskosten en/of warehouse handling fees en/of importkosten en/of leveringskosten in rekening zijn gebracht tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke verboden gedraging(en) verdachte (telkens) leiding heeft gegeven subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: Hij, op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 september 2018 tot en met 10 maart 2021