Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant 2026-06-19
ECLI:NL:RBOBR:2026:5165
RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Eindhoven Zaaknummer / rekestnummer: 12129104 \ EJ VERZ 26-155 Beschikking van 19 juni 2026 in de zaak van [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, hierna te noemen: de bewindvoerder, procederend in persoon, in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van, [rechthebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende, hierna te noemen: [rechthebbende] , inzake de nalatenschap van: [erflater] , geboren te [plaats] op [geboortedatum 1] 1934, overleden [plaats] op [overlijdensdag] 2024, laatst gewoond hebbende te [plaats] , hierna te noemen: erflater. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de aanvullende stukken van de bewindvoerder van 4 mei 2026. 1.2. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Op [overlijdensdag] 2024 is erflater overleden. 2.2. Erflater was ten tijde van zijn overlijden gehuwd mevrouw [A] . Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren, te weten: [verzoekster] (de bewindvoerder); [B] , geboren te [plaats] op [geboortedatum 2] 1962; [rechthebbende] , geboren te [plaats] op [geboortedatum 3] 1964 (de rechthebbende); 2.3. Erflater heeft voor het laatst bij testament van 28 juli 2004 over zijn nalatenschap beschikt. Op grond van het testament heeft hij voor een/vierde gedeelte zijn echtgenote benoemd tot zijn erfgename benoemd, voor vijf/zestiende aandeel zijn zoon [B] en zijn dochter [verzoekster] (de bewindvoerder) voor het restant van de nalatenschap, onder de verplichting om een gelijk deel aan de legitieme portie van zijn zoon [rechthebbende] (de rechthebbende) ten behoeve van hem af te zonderen in een zogenoemd “fonds”. 2.4. Erflater heeft in zijn testament de wettelijke verdeling van toepassing verklaard op zijn nalatenschap. Voorts heeft erflater in zijn testament opgenomen dat de vorderingen van zijn kinderen (onder andere) opeisbaar zijn indien zijn echtgenote zich definitief metterwoon vestigt in een verzorgingstehuis of een soortgelijke (verzorgings-)instelling en zij door uitbetaling van de vorderingen dan wel een gedeelte daarvan en/of de daarover verschuldigde rente niet meer in aanmerking zou komen voor een vermogensafhankelijke eigen bijdrage dan wel in aanmerking komt voor een verlaagde vermogensafhankelijke eigen bijdrage. 3 Het verzoek 3.1. Het verzoek strekt, kort gezegd, tot het verlenen van goedkeuring voor de verdeling van de nalatenschap van erflater. 3.2. Als onderbouwing van het verzoek heeft de bewindvoerder verwezen naar de cijfermatige weergave van de omvang van de nalatenschap en de wijze van verdeling. Daarbij heeft de bewindvoerder opgemerkt dat [rechthebbende] al een bedrag van € 32.495,00 ontvangen heeft op zijn eigen rekening en dat zij hiertoe geen aparte (fondsen)rekening zal openen zoals erflater in het testament bepaald heeft. [rechthebbende] heeft nu – na de verkoop van het huis – nog recht op een bedrag van € 5.602,00, welk bedrag tevens op de eigen rekening van [rechthebbende] gestort zal worden. Bij dit bedrag is nog geen rekening gehouden met de eventueel verschuldigde erfbelasting. 4 De beoordeling 4.1. Op grond van artikel 3:183 BW moet de verdeling van een nalatenschap door de kantonrechter goedgekeurd wordt indien er bij de verdeling personen zijn betrokken die niet het vrije beheer over hun goederen hebben. Indien de kantonrechter hiervoor een machtiging verleent, kan de verdeling op grond van artikel 3:183 BW geschieden op de wijze en vorm die partijen goeddunkt. 4.2. Uit het verzoekschrift en de overgelegde onderbouwende stukken leidt de kantonrechter af dat de belangen van [rechthebbende] zich niet tegen inwilliging van het verzoek verzetten. 4.3. In het testament van erflater is opgenomen dat de legitieme portie van [rechthebbende] door de bewindvoerder moet worden afgezonderd in een zogenoemd fonds. De kantonrechter is van oordeel dat niet kan worden geoordeeld dat het belang van [rechthebbende] ermee is ge