Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2026-01-23
ECLI:NL:RBOBR:2026:341
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,976 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBOBR:2026:341 text/xml public 2026-01-29T10:41:56 2026-01-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-01-23 23/1456PKV Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Tussenuitspraak: ECLI:NL:RBOBR:2024:1316 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:341 text/html public 2026-01-29T10:37:06 2026-01-29 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:341 Rechtbank Oost-Brabant , 23-01-2026 / 23/1456PKV WAO. Eiseres overlegt na burgerlus (tussenuitspraak) een onderbouwing van haar geclaimde beperkingen. Rechtbank benoemt deskundigen (psychiater en verzekeringsarts) die aanvullende beperkingen objectiveren. UWV besluit mate van AO van eiseres te wijzigen (van 37,16% naar 80-100%) en de hoogte van haar uitkering dienovereenkomstig aan te passen. Eiseres trekt beroep in en verzoekt om vergoeding van haar proceskosten. Vergoeding wordt toegekend (conform Besluit proceskosten bestuursrecht). RECHTBANK OOST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: SHE 23/1456PKV uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 in de zaak tussen [verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster (gemachtigde: mr. T.H.M.M. Kusters), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV (gemachtigde: mr. A.P.J. Mijs). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Dit verzoek is gedaan bij de intrekking van het beroep tegen het besluit van 28 april 2023. Het beroep is ingetrokken omdat het UWV een gewijzigde beslissing op het bezwaar heeft genomen op 21 november 2025 waarbij de hoogte van het arbeidsongeschiktheidspercentage met betrekking tot de WAO -uitkering van verzoekster is gewijzigd. 1.1. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft hierop niet gereageerd. 1.2. Omdat het verzoek kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld? 3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen? 4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen. 4.1. Op 2 juni 2023 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoekster ongegrond is verklaard en de beslissing dat verzoekster 35 tot 45% arbeidsongeschikt is met ingang van 2 mei 2022, is gehandhaafd. 4.2. De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2024 behandeld en vervolgens met de tussenuitspraak van 5 april 2024 verzoekster in de gelegenheid gesteld haar standpunten (verder) te onderbouwen. Verzoekster heeft vervolgens een rapport van de door haar ingeschakelde verzekeringsarts S. Lok van 17 juli 2024 ingebracht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (B&B) van het UWV heeft hierop gereageerd waarop verzoekster heeft gereageerd met een nadere rapportage van verzekeringsarts Lok. 4.3. De rechtbank heeft op 23 oktober 2024 besloten om psychiater J.A. Bouwens en verzekeringsarts M. Vervoort als deskundigen te benoemen. Psychiater Bouwens heeft op 28 mei 2025 gerapporteerd. Verzekeringsarts Vervoort heeft op 12 juni 2025 gerapporteerd. De rechtbank heeft verzoekster en het UWV in de gelegenheid gesteld om op deze rapporten te reageren. Het UWV heeft van deze mogelijkheid gebruikgemaakt en de beslissing op bezwaar gewijzigd met het besluit van 21 november 2025. Daarbij heeft het UWV besloten dat verzoekster met ingang van 2 mei 2022 recht heeft op doorbetaling van haar WAO-uitkering waarbij zij 80 tot 100% arbeidsongeschikt wordt geacht. Hiermee is het UWV volledig tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster. Verzoekster heeft daarop haar beroep ingetrokken en verzocht om het UWV te veroordelen in haar proceskosten. Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden? 5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet die vergoeding betalen. 5.1. De rechtbank ziet aanleiding om het UWV te veroordelen in de kosten die verzoekster in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt de rechtbank met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1). Daarbij is in aanmerking genomen dat het UWV in het besluit van 21 november 2025 verzoekster al een vergoeding heeft toegekend voor de kosten in bezwaar. 5.2. Verder heeft verzoekster verzocht om reiskosten in verband met deelnemen aan de zitting bij de rechtbank op 5 maart 2024. In totaal verzoekt zij aan reiskosten om een bedrag van € 2,80 te vergoeden. Dit wordt toegewezen. 5.3. Met betrekking tot het verzoek van verzoekster om vergoeding van de door haar gemaakte kosten voor de inschakeling van verzekeringsarts Lok van Lechnerconsult overweegt de rechtbank het volgende. Gelet op het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bpb wordt de vergoeding van kosten van een deskundige vastgesteld overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken (Wts) en het daarop gebaseerde Besluit tarieven in strafzaken (Bts). Uit artikel 6 van het Bts volgt dat de kosten van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht, vergoed worden tot het maximum tarief van € 154,20 per uur (in 2024). Dit geeft een vergoeding van 10,25 uur x € 154,20 = € 1.580,55. 5.4. In artikel 15 van het Bts is bepaald dat de daarin genoemde bedragen worden verhoogd met de omzetbelasting (btw) die daarover is verschuldigd. Dit brengt met zich dat de voor vergoeding in aanmerking komende kosten van € 1.580,55 dienen te worden verhoogd met de omzetbelasting ad 21%. De totale vergoeding voor deskundigenkosten inclusief btw bedraagt € 1.912,47. 5.5. Aan verzoekster wordt in totaal een bedrag toegekend van € 3.783,27 aan proceskosten. Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht? 6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 50,– te vergoeden. Verzoekster moet zich hiervoor tot het UWV wenden. Beslissing De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 3.783,27 aan proceskosten aan verzoekster. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M.C. van Og, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Rechtbank Oost-Brabant 5 april 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:1316. Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.