Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2026-05-13
ECLI:NL:RBOBR:2026:3241
Civiel recht
Bodemzaak
2,395 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:3241 text/xml public 2026-05-20T09:00:22 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-05-13 C/01/422885 / HA ZA 26-63 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:3241 text/html public 2026-05-13T16:51:24 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:3241 Rechtbank Oost-Brabant , 13-05-2026 / C/01/422885 / HA ZA 26-63 Niet verschenen gedaagden zijn gevestigd in Litouwen en Polen. Het eerder verleende verstek is vervallen verklaard. De betekeningsstukken die op grond van de Verordening (EU) 2020/1784 vereist zijn, ontbreken. RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/422885 / HA ZA 26-63 Vonnis van 13 mei 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: eiser, advocaat: mr. M.A. Hupkes, tegen 1. de rechtspersoon naar buitenlands recht SAFE GLORY UAB , te Vilnius (Litouwen), 2. de rechtspersoon naar buitenlands recht CRYSOL SP. Z O.O. , te Warschau (Polen), gedaagde partijen, hierna samen te noemen: gedaagden, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het tegen gedaagden verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De beoordeling 2.1. Er moet worden beoordeeld of aan gedaagden verstek kan worden verleend. Gedaagde sub 1 is gevestigd in Litouwen en gedaagde sub 2 is gevestigd in Polen. In dit geval is van toepassing de Verordening (EU) 2020/1784 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken) (hierna: de betekeningsverordening). 2.2. Eiser heeft de dagvaarding per koerier aan gedaagden toegezonden. Een bewijs van ontvangst is evenwel niet overgelegd. 2.3. Eiser heeft de dagvaarding door de deurwaarder – zijnde de verzendende instantie ex artikel 3 lid 1 van de betekeningsverordening – laten toezenden aan de ontvangende instanties uit artikel 3 lid 1 van de betekeningsverordening. 2.4. Op grond van artikel 10 van de betekeningsverordening dienen de ontvangende instanties een ontvangstbevestiging te sturen aan de verzendende instantie. Deze zijn niet overgelegd. 2.5. Op grond van artikel 11 lid 2 van de betekeningsverordening, dient de ontvangende instantie zo spoedig mogelijk tot kennisgeving of betekening over te gaan. Op grond van artikel 14 van de betekeningsverordening, dient van een betekening of kennisgeving een certificaat te worden opgesteld en afgegeven aan de verzendende instantie. Deze certificaten zijn niet overgelegd. 2.6. Op grond van artikel 22 van de betekeningsverordening is de rechtbank – heel kort samengevat – gehouden om – indien gedaagden niet zijn verschenen – na te gaan of de dagvaarding met in achtneming van de vereiste formaliteiten aan gedaagden is bezorgd. Om dit na te gaan, is het uitgangspunt dat de rechtbank kennisneemt van de certificaten van betekening, kennisgeving of afgifte en deze certificaten controleert. De rechtbank zal eiser dan ook in de gelegenheid stellen om bij akte de onder 2.4 en 2.5 bedoelde stukken over te leggen. De rechtbank zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen. 2.7. Volledigheidshalve wijst de rechtbank erop dat het onder voorwaarden ook mogelijk is om een veroordeling uit te spreken zonder certificaat van betekening, kennisgeving of afgifte en verwijst daartoe naar artikel 7 van de Uitvoeringswet betekeningsverordening. Een van de voorwaarden is dat er na toezending een termijn van ten minste zes maanden is verstreken. Toezending vond plaats op 30 oktober 2025, dus deze termijn is verstreken. Mocht de rechtbank toekomen aan het beoordelen of een artikel 7 van de Uitvoeringswet betekeningsverordening-situatie zich voordoet, dan is het van belang dat eiser a) het onder 2.2 bedoelde ontvangstbewijs van de koeriersdiensten in het geding brengt en b) de rechtbank voorlicht over de inspanningen die bij de bevoegde autoriteiten of organen van de aangezochte staat zijn aangewend om bewijs te verkrijgen. Ook hiervoor zal de rechtbank de zaak naar de rol verwijzen. 2.8. Omdat nog niet kan worden vastgesteld of aan alle formaliteiten is voldaan, is het verstek ten onrechte verleend. De rechtbank verklaart dit verstek vervallen. 2.9. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3 De beslissing De rechtbank 3.1. verklaart het tegen gedaagden verleende verstek vervallen, 3.2. verwijst de zaak naar de rol van 10 juni 2026 voor het nemen van een akte door eiser zoals bepaald in overweging 2.6 en 2.7, 3.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:3241 text/xml public 2026-05-20T09:00:22 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-05-13 C/01/422885 / HA ZA 26-63 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:3241 text/html public 2026-05-13T16:51:24 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:3241 Rechtbank Oost-Brabant , 13-05-2026 / C/01/422885 / HA ZA 26-63 Niet verschenen gedaagden zijn gevestigd in Litouwen en Polen. Het eerder verleende verstek is vervallen verklaard. De betekeningsstukken die op grond van de Verordening (EU) 2020/1784 vereist zijn, ontbreken. RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/422885 / HA ZA 26-63 Vonnis van 13 mei 2026 in de zaak van [eiser] , te [plaats] , eisende partij, hierna te noemen: eiser, advocaat: mr. M.A. Hupkes, tegen 1. de rechtspersoon naar buitenlands recht SAFE GLORY UAB , te Vilnius (Litouwen), 2. de rechtspersoon naar buitenlands recht CRYSOL SP. Z O.O. , te Warschau (Polen), gedaagde partijen, hierna samen te noemen: gedaagden, niet verschenen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - het tegen gedaagden verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De beoordeling 2.1. Er moet worden beoordeeld of aan gedaagden verstek kan worden verleend. Gedaagde sub 1 is gevestigd in Litouwen en gedaagde sub 2 is gevestigd in Polen. In dit geval is van toepassing de Verordening (EU) 2020/1784 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken) (hierna: de betekeningsverordening). 2.2. Eiser heeft de dagvaarding per koerier aan gedaagden toegezonden. Een bewijs van ontvangst is evenwel niet overgelegd. 2.3. Eiser heeft de dagvaarding door de deurwaarder – zijnde de verzendende instantie ex artikel 3 lid 1 van de betekeningsverordening – laten toezenden aan de ontvangende instanties uit artikel 3 lid 1 van de betekeningsverordening. 2.4. Op grond van artikel 10 van de betekeningsverordening dienen de ontvangende instanties een ontvangstbevestiging te sturen aan de verzendende instantie. Deze zijn niet overgelegd. 2.5. Op grond van artikel 11 lid 2 van de betekeningsverordening, dient de ontvangende instantie zo spoedig mogelijk tot kennisgeving of betekening over te gaan. Op grond van artikel 14 van de betekeningsverordening, dient van een betekening of kennisgeving een certificaat te worden opgesteld en afgegeven aan de verzendende instantie. Deze certificaten zijn niet overgelegd. 2.6. Op grond van artikel 22 van de betekeningsverordening is de rechtbank – heel kort samengevat – gehouden om – indien gedaagden niet zijn verschenen – na te gaan of de dagvaarding met in achtneming van de vereiste formaliteiten aan gedaagden is bezorgd. Om dit na te gaan, is het uitgangspunt dat de rechtbank kennisneemt van de certificaten van betekening, kennisgeving of afgifte en deze certificaten controleert. De rechtbank zal eiser dan ook in de gelegenheid stellen om bij akte de onder 2.4 en 2.5 bedoelde stukken over te leggen. De rechtbank zal de zaak daartoe naar de rol verwijzen. 2.7. Volledigheidshalve wijst de rechtbank erop dat het onder voorwaarden ook mogelijk is om een veroordeling uit te spreken zonder certificaat van betekening, kennisgeving of afgifte en verwijst daartoe naar artikel 7 van de Uitvoeringswet betekeningsverordening. Een van de voorwaarden is dat er na toezending een termijn van ten minste zes maanden is verstreken. Toezending vond plaats op 30 oktober 2025, dus deze termijn is verstreken. Mocht de rechtbank toekomen aan het beoordelen of een artikel 7 van de Uitvoeringswet betekeningsverordening-situatie zich voordoet, dan is het van belang dat eiser a) het onder 2.2 bedoelde ontvangstbewijs van de koeriersdiensten in het geding brengt en b) de rechtbank voorlicht over de inspanningen die bij de bevoegde autoriteiten of organen van de aangezochte staat zijn aangewend om bewijs te verkrijgen. Ook hiervoor zal de rechtbank de zaak naar de rol verwijzen. 2.8. Omdat nog niet kan worden vastgesteld of aan alle formaliteiten is voldaan, is het verstek ten onrechte verleend. De rechtbank verklaart dit verstek vervallen. 2.9. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3 De beslissing De rechtbank 3.1. verklaart het tegen gedaagden verleende verstek vervallen, 3.2. verwijst de zaak naar de rol van 10 juni 2026 voor het nemen van een akte door eiser zoals bepaald in overweging 2.6 en 2.7, 3.3. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.