Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2026-05-06
ECLI:NL:RBOBR:2026:3024
Civiel recht
Bodemzaak
6,654 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:3024 text/xml public 2026-05-14T17:27:31 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-05-06 C-01-412783 - HA ZA 25-123 Uitspraak Bodemzaak Tussenuitspraak NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:3024 text/html public 2026-05-14T17:26:53 2026-05-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:3024 Rechtbank Oost-Brabant , 06-05-2026 / C-01-412783 - HA ZA 25-123 Aanhouding zaak wegens connexiteit. Artikel 34 Brussel I-bis. RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/412783 / HA ZA 25-123 Vonnis in incident van 6 mei 2026 in de zaak van 1. de rechtspersoon naar buitenlands recht HKM METAL LIMITED , te Hong Kong, 2. [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident, hierna samen te noemen: HKM c.s. (meervoud) en afzonderlijk: HKM (vrouwelijk, enkelvoud) en [eiser 2] (mannelijk, enkelvoud), advocaat: mr. L. Rietveld, tegen DELCO PARTICIPATION B.V. , te Oisterwijk, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, hierna te noemen: Delco (vrouwelijk, enkelvoud), advocaat: mr. D.J.F.F.M. Duynstee. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis in het eerste incident van 6 augustus 2025 en de daarin genoemde processtukken, de akte van eiswijziging van HKM c.s., de akte (een e-mail) van 20 oktober 2025 van Delco, de instructie van de rechtbank van 27 oktober 2025 aan Delco om een akte te nemen, de akte (van 29 oktober 2025) houdende verzoek beëindiging procedure van Delco, de antwoordakte (van 26 november 2025) inzake verzoek beëindiging procedure van HKM c.s., de antwoordakte (van 31 december 2025) van Delco, de antwoordakte (van 11 februari 2026) van HKM c.s. 1.2. Vervolgens is bepaald dat vonnis in dit incident zal worden gewezen. 2 Het geschil en de beoordeling daarvan 2.1. HKM c.s. vorderen in de hoofdzaak betaling van diverse bedragen, omdat Delco, volgens HKM c.s., de bedragen heeft geleend althans Delco de verschuldigdheid daarvan heeft erkend, en niet heeft (terug)betaald. 2.2. In dit incident vordert Delco primair de procedure te beëindigen, subsidiair de procedure aan te houden totdat er een onherroepelijke uitspraak is door de rechterlijke instantie in Hong Kong. De “High Court of the Hong Kong Special Administration of First Instance” (hierna: de rechtbank in Hong Kong) heeft namelijk op 15 oktober 2025 een vonnis gewezen in drie procedures en deze procedures gaan (onder meer) over hetzelfde als wat in deze procedure aan de orde is. Inmiddels is tegen dat vonnis hoger beroep aangetekend. 2.3. De rechtbank wijst de vordering toe, in de zin dat de hoofdzaak wordt aangehouden, op grond van het volgende. 2.4. De Nederlandse rechter is bevoegd en het Nederlandse procesrecht is van toepassing, zoals al in het (eerste) vonnis in incident van 6 augustus 2025 is overwogen. Zoals ook in genoemd vonnis is overwogen, is de Verordening Brussel I-bis van toepassing. De vraag of de procedure moet worden aangehouden wordt daarom beantwoord aan de hand van artikel 33 en 34 Verordening Brussel I-bis. 2.5. De rechtbank is van oordeel dat is voldaan aan de voorwaarden uit artikel 34 lid 1 Verordening Brussel I-bis. 2.6. Er is namelijk voldaan aan de voorwaarde van connexiteit, in de zin dat er sprake is van connexiteit tussen de procedure in Nederland en de lopende hoger beroep procedures in Hong Kong. 2.6.1. De procedure in Nederland gaat over drie vorderingen van HKM c.s., door hen aangeduid als HKM Vordering 1 (een vordering van HKD 72.345.000 en USD 6.275.000), [eiser 2] Vordering 1 (een vordering van HKD 31.772.969,19) en [eiser 2] Vordering 2 (een vordering van HKD 65.730,897,18). 2.6.2. Delco heeft betoogd dat deze vorderingen al onderwerp zijn van de procedures in eerste aanleg in Hong Kong en dat hebben HKM c.s. ook erkend. In de dagvaarding hebben zij immers geschreven: "HKM heeft de HKM Vordering 1 opgeëist via de ingestelde tegenvorderingen in de in Hong Kong aanhangige geschillen." (randnummer 37 dagvaarding) " [eiser 2] heeft [eiser 2] Vordering 1 opgeëist via de ingestelde tegenvorderingen in de in Hong Kong aanhangige geschillen." (randnummer 53 dagvaarding) " [eiser 2] heeft de [eiser 2] Vordering 2 opgeëist via de ingestelde tegenvorderingen in de Hong Kong aanhangige geschillen." (randnummer 65 dagvaarding) 2.6.3. Naar de rechtbank begrijpt gaan de procedures in hoger beroep ook over deze vorderingen. 2.6.4. Weliswaar zijn de partijen in de onderhavige procedure en die in de Hong Kong procedures niet exact dezelfde, maar voor toepasselijkheid van artikel 34 Verordening Brussel I-bis is dat niet nodig. In feite gaan het geschil in Nederland en de geschillen in Hong Kong om min of meer dezelfde partijen, namelijk Delco aan de ene kant en [eiser 2] en vennootschappen waar hij (mede) bestuurder van is, aan de andere kant. 2.6.5. Er is dus voldaan aan het vereiste van connexiteit in de zin van artikel 34 lid 1 aanhef Verordening Brussel I-bis, omdat de vorderingen in de procedure in Nederland ook onderwerp zijn van de procedures in Hong Kong en de procedures, kortweg, min of meer dezelfde partijen betreffen. 2.7. Verder is de rechtbank van oordeel dat voldaan is aan de voorwaarden uit artikel 34 lid 1 sub a, b en c Verordening Brussel I-bis. 2.8. Gesteld en niet is betwist dat een beslissing in deze procedure (van een Nederlandse rechtbank) een risico op onverenigbare beslissingen (met die van een rechterlijke instantie in Hong Kong) met zich meebrengt (artikel 34 lid 1 sub a Verordening Brussel I-bis). Anders dan HKM c.s. hebben betoogd is de rechtbank van oordeel dat een beslissing van een rechterlijke instantie in Hong Kong ook kwalificeert als een beslissing in de zin van artikel 34 lid 1 sub a Verordening Brussel I-bis – dit artikel geldt niet alleen voor beslissingen uit lidstaten. 2.9. Het is daarnaast te verwachten dat het gerecht van Hong Kong een beslissing zal geven die kan worden erkend en, in voorkomend geval, ten uitvoer gelegd in Nederland (artikel 34 lid 1 sub b Verordening Brussel I-bis). 2.9.1. De vraag of een beslissing van een gerecht in een derde land kan worden erkend in Nederland wordt beantwoord aan de hand van de criteria uit het Gazprombank-arrest . Tussen partijen is in geschil of aan twee van die criteria is voldaan (de twee andere criteria behoeven geen behandeling). De rechtbank is van oordeel dat ook aan de tussen partijen in geschil zijnde criteria is voldaan. 2.9.2. Het eerste tussen partijen in geschil zijnde criterium uit het Gazprombank-arrest is of de buitenlandse beslissing tot stand is gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan “de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging” . De rechtbank heeft vooralsnog geen aanleiding om aan te nemen dat hieraan niet zal zijn voldaan. Delco heeft toegelicht dat het vonnis in eerste aanleg het resultaat is (geweest) van een met voldoende waarborgen omkleed proces en dat is, afgezien van het volgende, niet betwist. HKM c.s. hebben weliswaar aangevoerd dat de procedures in Hong Kong tot nu toe lang hebben geduurd en dat het de verwachting is dat de hoger beroep procedures ook lang zullen duren, maar dat is naar het oordeel niet voldoende om aan te nemen dat niet zal zijn voldaan aan de vereisten van een behoorlijke rechtspleging. Het is weliswaar waar dat de procedures in Hong Kong in eerste aanleg lang hebben geduurd (naar de rechtbank begrijpt, ongeveer negen jaar, waarvan ongeveer vier jaar is gewacht op het vonnis). Getuige het vonnis (van 203 pagina’s) waren het echter ook omvangrijke procedures, met veel complicaties. Het enkele feit dat een procedure lang zal duren is nog geen reden om aan te nemen dat de procedure niet voldoet aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging . Dat is ook afhankelijk van andere omstandigheden. In dit geval verklaren de omstandigheden (de ingewikkeldheid van de geschillen) de lange duur van de procedures.
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:3024 text/xml public 2026-05-14T17:27:31 2026-05-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-05-06 C-01-412783 - HA ZA 25-123 Uitspraak Bodemzaak Tussenuitspraak NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:3024 text/html public 2026-05-14T17:26:53 2026-05-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:3024 Rechtbank Oost-Brabant , 06-05-2026 / C-01-412783 - HA ZA 25-123 Aanhouding zaak wegens connexiteit. Artikel 34 Brussel I-bis. RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/412783 / HA ZA 25-123 Vonnis in incident van 6 mei 2026 in de zaak van 1. de rechtspersoon naar buitenlands recht HKM METAL LIMITED , te Hong Kong, 2. [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers in de hoofdzaak, verweerders in het incident, hierna samen te noemen: HKM c.s. (meervoud) en afzonderlijk: HKM (vrouwelijk, enkelvoud) en [eiser 2] (mannelijk, enkelvoud), advocaat: mr. L. Rietveld, tegen DELCO PARTICIPATION B.V. , te Oisterwijk, gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, hierna te noemen: Delco (vrouwelijk, enkelvoud), advocaat: mr. D.J.F.F.M. Duynstee. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis in het eerste incident van 6 augustus 2025 en de daarin genoemde processtukken, de akte van eiswijziging van HKM c.s., de akte (een e-mail) van 20 oktober 2025 van Delco, de instructie van de rechtbank van 27 oktober 2025 aan Delco om een akte te nemen, de akte (van 29 oktober 2025) houdende verzoek beëindiging procedure van Delco, de antwoordakte (van 26 november 2025) inzake verzoek beëindiging procedure van HKM c.s., de antwoordakte (van 31 december 2025) van Delco, de antwoordakte (van 11 februari 2026) van HKM c.s. 1.2. Vervolgens is bepaald dat vonnis in dit incident zal worden gewezen. 2 Het geschil en de beoordeling daarvan 2.1. HKM c.s. vorderen in de hoofdzaak betaling van diverse bedragen, omdat Delco, volgens HKM c.s., de bedragen heeft geleend althans Delco de verschuldigdheid daarvan heeft erkend, en niet heeft (terug)betaald. 2.2. In dit incident vordert Delco primair de procedure te beëindigen, subsidiair de procedure aan te houden totdat er een onherroepelijke uitspraak is door de rechterlijke instantie in Hong Kong. De “High Court of the Hong Kong Special Administration of First Instance” (hierna: de rechtbank in Hong Kong) heeft namelijk op 15 oktober 2025 een vonnis gewezen in drie procedures en deze procedures gaan (onder meer) over hetzelfde als wat in deze procedure aan de orde is. Inmiddels is tegen dat vonnis hoger beroep aangetekend. 2.3. De rechtbank wijst de vordering toe, in de zin dat de hoofdzaak wordt aangehouden, op grond van het volgende. 2.4. De Nederlandse rechter is bevoegd en het Nederlandse procesrecht is van toepassing, zoals al in het (eerste) vonnis in incident van 6 augustus 2025 is overwogen. Zoals ook in genoemd vonnis is overwogen, is de Verordening Brussel I-bis van toepassing. De vraag of de procedure moet worden aangehouden wordt daarom beantwoord aan de hand van artikel 33 en 34 Verordening Brussel I-bis. 2.5. De rechtbank is van oordeel dat is voldaan aan de voorwaarden uit artikel 34 lid 1 Verordening Brussel I-bis. 2.6. Er is namelijk voldaan aan de voorwaarde van connexiteit, in de zin dat er sprake is van connexiteit tussen de procedure in Nederland en de lopende hoger beroep procedures in Hong Kong. 2.6.1. De procedure in Nederland gaat over drie vorderingen van HKM c.s., door hen aangeduid als HKM Vordering 1 (een vordering van HKD 72.345.000 en USD 6.275.000), [eiser 2] Vordering 1 (een vordering van HKD 31.772.969,19) en [eiser 2] Vordering 2 (een vordering van HKD 65.730,897,18). 2.6.2. Delco heeft betoogd dat deze vorderingen al onderwerp zijn van de procedures in eerste aanleg in Hong Kong en dat hebben HKM c.s. ook erkend. In de dagvaarding hebben zij immers geschreven: "HKM heeft de HKM Vordering 1 opgeëist via de ingestelde tegenvorderingen in de in Hong Kong aanhangige geschillen." (randnummer 37 dagvaarding) " [eiser 2] heeft [eiser 2] Vordering 1 opgeëist via de ingestelde tegenvorderingen in de in Hong Kong aanhangige geschillen." (randnummer 53 dagvaarding) " [eiser 2] heeft de [eiser 2] Vordering 2 opgeëist via de ingestelde tegenvorderingen in de Hong Kong aanhangige geschillen." (randnummer 65 dagvaarding) 2.6.3. Naar de rechtbank begrijpt gaan de procedures in hoger beroep ook over deze vorderingen. 2.6.4. Weliswaar zijn de partijen in de onderhavige procedure en die in de Hong Kong procedures niet exact dezelfde, maar voor toepasselijkheid van artikel 34 Verordening Brussel I-bis is dat niet nodig. In feite gaan het geschil in Nederland en de geschillen in Hong Kong om min of meer dezelfde partijen, namelijk Delco aan de ene kant en [eiser 2] en vennootschappen waar hij (mede) bestuurder van is, aan de andere kant. 2.6.5. Er is dus voldaan aan het vereiste van connexiteit in de zin van artikel 34 lid 1 aanhef Verordening Brussel I-bis, omdat de vorderingen in de procedure in Nederland ook onderwerp zijn van de procedures in Hong Kong en de procedures, kortweg, min of meer dezelfde partijen betreffen. 2.7. Verder is de rechtbank van oordeel dat voldaan is aan de voorwaarden uit artikel 34 lid 1 sub a, b en c Verordening Brussel I-bis. 2.8. Gesteld en niet is betwist dat een beslissing in deze procedure (van een Nederlandse rechtbank) een risico op onverenigbare beslissingen (met die van een rechterlijke instantie in Hong Kong) met zich meebrengt (artikel 34 lid 1 sub a Verordening Brussel I-bis). Anders dan HKM c.s. hebben betoogd is de rechtbank van oordeel dat een beslissing van een rechterlijke instantie in Hong Kong ook kwalificeert als een beslissing in de zin van artikel 34 lid 1 sub a Verordening Brussel I-bis – dit artikel geldt niet alleen voor beslissingen uit lidstaten. 2.9. Het is daarnaast te verwachten dat het gerecht van Hong Kong een beslissing zal geven die kan worden erkend en, in voorkomend geval, ten uitvoer gelegd in Nederland (artikel 34 lid 1 sub b Verordening Brussel I-bis). 2.9.1. De vraag of een beslissing van een gerecht in een derde land kan worden erkend in Nederland wordt beantwoord aan de hand van de criteria uit het Gazprombank-arrest . Tussen partijen is in geschil of aan twee van die criteria is voldaan (de twee andere criteria behoeven geen behandeling). De rechtbank is van oordeel dat ook aan de tussen partijen in geschil zijnde criteria is voldaan. 2.9.2. Het eerste tussen partijen in geschil zijnde criterium uit het Gazprombank-arrest is of de buitenlandse beslissing tot stand is gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan “de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging” . De rechtbank heeft vooralsnog geen aanleiding om aan te nemen dat hieraan niet zal zijn voldaan. Delco heeft toegelicht dat het vonnis in eerste aanleg het resultaat is (geweest) van een met voldoende waarborgen omkleed proces en dat is, afgezien van het volgende, niet betwist. HKM c.s. hebben weliswaar aangevoerd dat de procedures in Hong Kong tot nu toe lang hebben geduurd en dat het de verwachting is dat de hoger beroep procedures ook lang zullen duren, maar dat is naar het oordeel niet voldoende om aan te nemen dat niet zal zijn voldaan aan de vereisten van een behoorlijke rechtspleging. Het is weliswaar waar dat de procedures in Hong Kong in eerste aanleg lang hebben geduurd (naar de rechtbank begrijpt, ongeveer negen jaar, waarvan ongeveer vier jaar is gewacht op het vonnis). Getuige het vonnis (van 203 pagina’s) waren het echter ook omvangrijke procedures, met veel complicaties. Het enkele feit dat een procedure lang zal duren is nog geen reden om aan te nemen dat de procedure niet voldoet aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging . Dat is ook afhankelijk van andere omstandigheden. In dit geval verklaren de omstandigheden (de ingewikkeldheid van de geschillen) de lange duur van de procedures.
Volledig
Overigens betekent het enkele feit dat de procedures in eerste aanleg lang hebben geduurd, nog niet dat de hoger beroep procedures lang zullen duren. 2.9.3. Het tweede tussen partijen in geschil zijnde criterium uit het Gazprombank-arrest is of de erkenning van een buitenlandse beslissing (in dit geval van een vonnis uit Hong Kong) niet in strijd is met de Nederlandse openbare orde . De rechtbank heeft geen aanleiding om aan te nemen dat hieraan niet zal zijn voldaan. HKM c.s. hebben aangevoerd dat het vonnis in eerste aanleg in strijd is met de Nederlandse openbare orde, maar de rechtbank volgt HKM c.s. daarin niet. HKM c.s. hebben, naar het oordeel van de rechtbank, hun standpunten wat dit betreft onvoldoende onderbouwd en toegelicht. HKM c.s. hebben aangevoerd dat het vonnis (van de rechtbank in Hong Kong) “leunt” op een door Delco erkende illegale fiscale constructie; volgens HKM c.s. zou het erkennen van het vonnis in eerste aanleg de illegale fiscale constructie “legitimeren”. Dit betoog is echter geen reden om aan te nemen dat een beslissing in hoger beroep in strijd zal zijn met de Nederlandse openbare orde. Het is weliswaar juist dat de rechtbank in Hong Kong signaleert dat er (mogelijk) een illegale fiscale constructie is, maar, zonder duidelijke toelichting die niet is gegeven, betekent dat nog niet dat dat vonnis in strijd is met de Nederlandse openbare orde. De rechtbank volgt HKM c.s. niet in hun stelling dat het vonnis een illegale constructie “legitimeert”, en het is onduidelijk wat precies wordt bedoeld met het standpunt dat het vonnis op een illegale constructie “leunt”. Bovendien kan het vonnis in hoger beroep afwijken van het vonnis in eerste aanleg. 2.9.4. De vraag of het in hoger beroep te wijzen vonnis ten uitvoer kan worden gelegd hebben partijen niet beantwoord, maar de rechtbank heeft geen aanleiding om aan te nemen dat dit niet het geval zal zijn. Tussen partijen is weliswaar in geschil of het vonnis in eerste aanleg in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd (mede vanwege het hoger beroep en de (al dan niet) schorsende werking), maar dat geschil is niet relevant voor het antwoord op de vraag of de procedure in Nederland vanwege de lopende hoger beroep procedures moet worden aangehouden. Het gaat erom of het in hoger beroep te wijzen vonnis ten uitvoer kan worden gelegd en de rechtbank heeft vooralsnog geen reden om aan te nemen dat dit niet het geval zal zijn. 2.10. De rechtbank is bovendien van oordeel dat het aanhouden nodig is voor een goede rechtsbedeling (artikel 34 lid 1 sub c Verordening Brussel I-bis). Het eerder hiertegen ingebrachte argument, dat in de procedures in eerste aanleg in Hong Kong na vier jaar nog geen vonnis was gewezen, is achterhaald, nu inmiddels een vonnis is gewezen. 2.11. De conclusie is (dus) dat de rechtbank de zaak aanhoudt, omdat is voldaan aan de voorwaarden uit artikel 34 lid 1 Verordening Brussel I-bis. 2.12. De vordering tot beëindiging van de procedure in Nederland wordt in dit stadium niet toegewezen. Volgens artikel 34 lid 3 Verordening Brussel I-bis kan het geding worden beëindigd als de procedure in het derde land (in dit geval: Hong Kong) is afgerond. De rechtbank ziet echter vooralsnog geen aanleiding om de procedure op de voet van artikel 34 lid 3 Verordening Brussel I-bis te beëindigen. Hoewel in Hong Kong een vonnis is gewezen, staat vast dat de hoger beroepsprocedures aldaar nog lopen en de uitkomst hiervan ongewis is. Gelet op deze onzekerheid is op dit moment niet vast te stellen of de rechtsgang in Hong Kong zal resulteren in een onherroepelijke beslissing die in Nederland voor erkenning en tenuitvoerlegging vatbaar is. Beëindiging van de Nederlandse procedure in dit stadium zou eisers derhalve verstoken kunnen houden van effectieve rechtsbescherming, aangezien de toegang tot de Nederlandse rechter dan definitief wordt afgesloten zonder de zekerheid van een afdwingbaar alternatief. Anders dan Delco heeft betoogd hebben HKM c.s. daarom ook belang bij aanhouding (en niet beëindiging van de zaak). 2.13. De rechtbank compenseert de proceskosten tussen partijen, in de zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt, omdat de primaire vordering (beëindiging van de procedure) wordt afgewezen en de toegewezen subsidiaire vordering (aanhouding van de procedure) pas met de tweede akte in dit incident is ingesteld. 3 De beslissing De rechtbank in het incident 3.1. wijst de subsidiaire vordering (aanhouding van de hoofdzaak) toe, 3.2. compenseert de proceskosten, in de zin dat ieder partij de eigen proceskosten draagt, in de hoofdzaak 3.3. houdt de behandeling van de zaak aan totdat er een onherroepelijke uitspraak is van de rechterlijke instantie in Hong Kong, 3.4. verwijst de zaak naar de parkeerrol van 7 oktober 2026 . Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026. procedure 1: Delco enerzijds en HWH Holdings Limited anderzijds; procedure 2: Delco enerzijds en Chiho Environmental Group Limited en [eiser 2] anderzijds; procedure 3: Delco enerzijds en Chiho Environmental Group Limited, HWH Holding Limited en [eiser 2] anderzijds. HKM en [eiser 2] enerzijds, Delco anderzijds. Zie voetnoot 1. Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838, r.o. 3.6.4.
Volledig
Overigens betekent het enkele feit dat de procedures in eerste aanleg lang hebben geduurd, nog niet dat de hoger beroep procedures lang zullen duren. 2.9.3. Het tweede tussen partijen in geschil zijnde criterium uit het Gazprombank-arrest is of de erkenning van een buitenlandse beslissing (in dit geval van een vonnis uit Hong Kong) niet in strijd is met de Nederlandse openbare orde . De rechtbank heeft geen aanleiding om aan te nemen dat hieraan niet zal zijn voldaan. HKM c.s. hebben aangevoerd dat het vonnis in eerste aanleg in strijd is met de Nederlandse openbare orde, maar de rechtbank volgt HKM c.s. daarin niet. HKM c.s. hebben, naar het oordeel van de rechtbank, hun standpunten wat dit betreft onvoldoende onderbouwd en toegelicht. HKM c.s. hebben aangevoerd dat het vonnis (van de rechtbank in Hong Kong) “leunt” op een door Delco erkende illegale fiscale constructie; volgens HKM c.s. zou het erkennen van het vonnis in eerste aanleg de illegale fiscale constructie “legitimeren”. Dit betoog is echter geen reden om aan te nemen dat een beslissing in hoger beroep in strijd zal zijn met de Nederlandse openbare orde. Het is weliswaar juist dat de rechtbank in Hong Kong signaleert dat er (mogelijk) een illegale fiscale constructie is, maar, zonder duidelijke toelichting die niet is gegeven, betekent dat nog niet dat dat vonnis in strijd is met de Nederlandse openbare orde. De rechtbank volgt HKM c.s. niet in hun stelling dat het vonnis een illegale constructie “legitimeert”, en het is onduidelijk wat precies wordt bedoeld met het standpunt dat het vonnis op een illegale constructie “leunt”. Bovendien kan het vonnis in hoger beroep afwijken van het vonnis in eerste aanleg. 2.9.4. De vraag of het in hoger beroep te wijzen vonnis ten uitvoer kan worden gelegd hebben partijen niet beantwoord, maar de rechtbank heeft geen aanleiding om aan te nemen dat dit niet het geval zal zijn. Tussen partijen is weliswaar in geschil of het vonnis in eerste aanleg in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd (mede vanwege het hoger beroep en de (al dan niet) schorsende werking), maar dat geschil is niet relevant voor het antwoord op de vraag of de procedure in Nederland vanwege de lopende hoger beroep procedures moet worden aangehouden. Het gaat erom of het in hoger beroep te wijzen vonnis ten uitvoer kan worden gelegd en de rechtbank heeft vooralsnog geen reden om aan te nemen dat dit niet het geval zal zijn. 2.10. De rechtbank is bovendien van oordeel dat het aanhouden nodig is voor een goede rechtsbedeling (artikel 34 lid 1 sub c Verordening Brussel I-bis). Het eerder hiertegen ingebrachte argument, dat in de procedures in eerste aanleg in Hong Kong na vier jaar nog geen vonnis was gewezen, is achterhaald, nu inmiddels een vonnis is gewezen. 2.11. De conclusie is (dus) dat de rechtbank de zaak aanhoudt, omdat is voldaan aan de voorwaarden uit artikel 34 lid 1 Verordening Brussel I-bis. 2.12. De vordering tot beëindiging van de procedure in Nederland wordt in dit stadium niet toegewezen. Volgens artikel 34 lid 3 Verordening Brussel I-bis kan het geding worden beëindigd als de procedure in het derde land (in dit geval: Hong Kong) is afgerond. De rechtbank ziet echter vooralsnog geen aanleiding om de procedure op de voet van artikel 34 lid 3 Verordening Brussel I-bis te beëindigen. Hoewel in Hong Kong een vonnis is gewezen, staat vast dat de hoger beroepsprocedures aldaar nog lopen en de uitkomst hiervan ongewis is. Gelet op deze onzekerheid is op dit moment niet vast te stellen of de rechtsgang in Hong Kong zal resulteren in een onherroepelijke beslissing die in Nederland voor erkenning en tenuitvoerlegging vatbaar is. Beëindiging van de Nederlandse procedure in dit stadium zou eisers derhalve verstoken kunnen houden van effectieve rechtsbescherming, aangezien de toegang tot de Nederlandse rechter dan definitief wordt afgesloten zonder de zekerheid van een afdwingbaar alternatief. Anders dan Delco heeft betoogd hebben HKM c.s. daarom ook belang bij aanhouding (en niet beëindiging van de zaak). 2.13. De rechtbank compenseert de proceskosten tussen partijen, in de zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt, omdat de primaire vordering (beëindiging van de procedure) wordt afgewezen en de toegewezen subsidiaire vordering (aanhouding van de procedure) pas met de tweede akte in dit incident is ingesteld. 3 De beslissing De rechtbank in het incident 3.1. wijst de subsidiaire vordering (aanhouding van de hoofdzaak) toe, 3.2. compenseert de proceskosten, in de zin dat ieder partij de eigen proceskosten draagt, in de hoofdzaak 3.3. houdt de behandeling van de zaak aan totdat er een onherroepelijke uitspraak is van de rechterlijke instantie in Hong Kong, 3.4. verwijst de zaak naar de parkeerrol van 7 oktober 2026 . Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2026. procedure 1: Delco enerzijds en HWH Holdings Limited anderzijds; procedure 2: Delco enerzijds en Chiho Environmental Group Limited en [eiser 2] anderzijds; procedure 3: Delco enerzijds en Chiho Environmental Group Limited, HWH Holding Limited en [eiser 2] anderzijds. HKM en [eiser 2] enerzijds, Delco anderzijds. Zie voetnoot 1. Hoge Raad 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838, r.o. 3.6.4.