Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2026-04-23
ECLI:NL:RBOBR:2026:2557
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,094 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:2557 text/xml public 2026-04-30T10:00:47 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-04-23 SHE 25/1050 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:2557 text/html public 2026-04-30T09:55:58 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:2557 Rechtbank Oost-Brabant , 23-04-2026 / SHE 25/1050 Laattijdige Wajong-aanvraag. Bewijslast en bewijsrisico bij aanvrager. Er is geen informatie beschikbaar uit de periode dat eiser 18 werd. Daardoor is niet vast te stellen of eiser op zijn 18e arbeidsmogelijkheden had. RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 25/1050 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. P.L.O. van de Waarsenburg), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV (gemachtigde: mr. A.P.J. Mijs). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een Wajong-uitkering. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het besluit van 12 maart 2024 heeft het UWV geweigerd eiser een uitkering op grond van de Wajong toe te kennen. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. 2.1. Met het besluit van 8 april 2025 (het bestreden besluit) is het UWV bij de weigering van de Wajong-uitkering gebleven. 2.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. Het UWV heeft een verweerschrift ingediend. 2.4. De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde, eisers bewindvoerder [naam] en de gemachtigde van het UWV. Beoordeling door de rechtbank Relevante feiten en omstandigheden 3. Eiser is op [geboortedatum] 2019 achttien jaar oud geworden. Hij heeft op 24 oktober 2023 een formulier beoordeling arbeidsvermogen bij het UWV ingediend, met daarin een aanvraag voor een Wajong-uitkering. Het UWV heeft vervolgens een verzekeringsgeneeskundig onderzoek verricht. Dat onderzoek heeft geleid tot de besluiten vermeld onder het kopje ‘Procesverloop’. De standpunten van partijen 4. Het UWV stelt zich op het standpunt dat de belastbaarheid van eiser op zijn achttiende verjaardag niet kan worden vastgesteld omdat medische informatie over die periode ontbreekt. 4.1. Eiser is het met het bestreden besluit niet eens. Hij vindt dat hij recht heeft op een Wajong-uitkering. De stoornissen die later zijn vastgesteld, waren volgens eiser ook al aanwezig toen hij achttien was. De redenen voor de beslissing van de rechtbank 5. In deze beroepsprocedure moet de rechtbank boordelen wat de arbeidsmogelijkheden van eiser waren op [geboortedatum] 2019, zijn achttiende verjaardag. Eiser heeft niet op of rond zijn achttiende verjaardag een Wajong-uitkering aangevraagd, maar pas op latere leeftijd (namelijk toen hij 22 jaar was). Het is dus een laattijdige aanvraag, waardoor bij de beoordeling moet worden teruggekeken in de tijd. Dat eiser als gevolg van zijn laattijdige aanvraag niet beschikt over medische informatie die gaat over zijn situatie op zijn achttiende verjaardag komt naar vaste rechtspraak van de hoger beroepsrechter voor zijn risico. Zorgvuldigheid van het onderzoek 5.1. Eiser heeft in beroep niets aangevoerd over de zorgvuldigheid van het onderzoek. Gelet op de onderzoeksactiviteiten die door de verzekeringsartsen zijn verricht, is de rechtbank van oordeel dat de medische rapporten zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De primaire verzekeringsarts heeft de dossiergegevens bestudeerd en eiser gezien op het spreekuur. Hij heeft eiser psychisch onderzocht en hij heeft met eiser gesproken over onder andere zijn dagbesteding. In bezwaar heeft de verzekeringsarts Bezwaar & Beroep (B&B) het dossier bestudeerd. Verder was hij aanwezig bij de hoorzitting en heeft hij informatie opgevraagd bij de huisarts. Op verzoek van de verzekeringsarts B&B heeft de arbeidsdeskundige B&B informatie opgevraagd bij de scholen waaraan eiser onderwijs heeft gevolgd. De verzekeringsartsen hebben duidelijk, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden uitgelegd hoe zij tot hun beoordeling zijn gekomen. Ook vloeien hun conclusies logisch voort uit de onderzoeksbevindingen. Inhoudelijke beoordeling 5.2. De verzekeringsarts B&B heeft in zijn rapport van 1 april 2025 toegelicht dat de beperkingen van eiser op zijn achttiende verjaardag niet meer zijn vast te stellen door het tijdsverloop en omdat objectieve informatie ontbreekt. De huisarts heeft in een brief van 20 maart 2025 laten weten dat hij niet beschikt over medische gegevens van eiser die zien op die periode. Dat komt overeen met de verklaring van eiser dat hij in die periode geen contact heeft gezocht met een huisarts of een andere behandelaar. De scholen waaraan eiser onderwijs heeft gevolgd, hebben laten weten dat zij niet meer over gegevens van eiser beschikken, omdat de bewaartermijn is verstreken. 5.3. Uit de informatie die eiser heeft ingebracht van de GGZ blijkt dat eiser in juni 2021 een psychose heeft doorgemaakt en dat hij toen drie maanden opgenomen is geweest. In het psychologisch onderzoeksrapport van 20 september 2021 en de medische verklaring van 3 december 2021 staat dat eiser een schizofreniespectrumstoornis en een verlaagd IQ heeft. Volgens de verzekeringsarts B&B betekent dit niet dat die aandoeningen ook aanwezig waren op eisers achttiende verjaardag. Een schizofreniespectrumstoornis en een verlaagd IQ kunnen volgens de verzekeringsarts B&B op latere leeftijd ontstaan, bijvoorbeeld als gevolg van een psychose. Een psychose kan direct effect hebben op het cognitief functioneren. Eiser heeft in juni 2021 een psychose doorgemaakt en dit maakt dat de uitslagen van de onderzoeken die daarna hebben plaatsgevonden niet automatisch ook van toepassing zijn op eisers achttiende levensjaar. 5.4. De verklaring van eiser dat hij vóór zijn achttiende levensjaar al stemmen hoorde, is volgens de verzekeringsarts B&B onvoldoende om arbeidsbeperkingen vast te stellen, omdat dat niet wordt bevestigd met objectieve medische gegevens. Ook uit de verklaring van eiser dat er sprake was van probleemgedrag in zijn tienerjaren, kan zonder medische gegevens niet worden opgemaakt dat het gaat om een uiting van ziekte of gebrek. De verzekeringsarts B&B ziet geen aanleiding om een expertiseonderzoek te laten verrichten, omdat daarmee alleen de huidige situatie kan worden beoordeeld en dus niet de situatie op het achttiende levensjaar. 5.6. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan deze conclusies van de verzekeringsarts B&B. De beschikbare medische gegevens gaan inderdaad over de situatie van eiser ná zijn achttiende verjaardag. De medische stukken over eisers psychische aandoeningen gaan allemaal over de situatie van eiser op 1 juni 2021 en later. Hoe vervelend voor eiser ook, het is – zoals hierboven uiteengezet – nu eenmaal zo dat iemand die een laattijdige aanvraag doet, de bewijslast en het bewijsrisico daarvoor draagt. Als aan die bewijslast niet kan worden voldaan, dan komt dat voor risico van de aanvrager en kan er geen Wajong-uitkering worden toegekend. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag van een Wajong-uitkering in stand kan blijven. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Lie, rechter, in aanwezigheid van mr. F.C. Meulemans, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:2557 text/xml public 2026-04-30T10:00:47 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-04-23 SHE 25/1050 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:2557 text/html public 2026-04-30T09:55:58 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:2557 Rechtbank Oost-Brabant , 23-04-2026 / SHE 25/1050 Laattijdige Wajong-aanvraag. Bewijslast en bewijsrisico bij aanvrager. Er is geen informatie beschikbaar uit de periode dat eiser 18 werd. Daardoor is niet vast te stellen of eiser op zijn 18e arbeidsmogelijkheden had. RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 25/1050 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. P.L.O. van de Waarsenburg), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV (gemachtigde: mr. A.P.J. Mijs). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een Wajong-uitkering. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het besluit van 12 maart 2024 heeft het UWV geweigerd eiser een uitkering op grond van de Wajong toe te kennen. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. 2.1. Met het besluit van 8 april 2025 (het bestreden besluit) is het UWV bij de weigering van de Wajong-uitkering gebleven. 2.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. Het UWV heeft een verweerschrift ingediend. 2.4. De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde, eisers bewindvoerder [naam] en de gemachtigde van het UWV. Beoordeling door de rechtbank Relevante feiten en omstandigheden 3. Eiser is op [geboortedatum] 2019 achttien jaar oud geworden. Hij heeft op 24 oktober 2023 een formulier beoordeling arbeidsvermogen bij het UWV ingediend, met daarin een aanvraag voor een Wajong-uitkering. Het UWV heeft vervolgens een verzekeringsgeneeskundig onderzoek verricht. Dat onderzoek heeft geleid tot de besluiten vermeld onder het kopje ‘Procesverloop’. De standpunten van partijen 4. Het UWV stelt zich op het standpunt dat de belastbaarheid van eiser op zijn achttiende verjaardag niet kan worden vastgesteld omdat medische informatie over die periode ontbreekt. 4.1. Eiser is het met het bestreden besluit niet eens. Hij vindt dat hij recht heeft op een Wajong-uitkering. De stoornissen die later zijn vastgesteld, waren volgens eiser ook al aanwezig toen hij achttien was. De redenen voor de beslissing van de rechtbank 5. In deze beroepsprocedure moet de rechtbank boordelen wat de arbeidsmogelijkheden van eiser waren op [geboortedatum] 2019, zijn achttiende verjaardag. Eiser heeft niet op of rond zijn achttiende verjaardag een Wajong-uitkering aangevraagd, maar pas op latere leeftijd (namelijk toen hij 22 jaar was). Het is dus een laattijdige aanvraag, waardoor bij de beoordeling moet worden teruggekeken in de tijd. Dat eiser als gevolg van zijn laattijdige aanvraag niet beschikt over medische informatie die gaat over zijn situatie op zijn achttiende verjaardag komt naar vaste rechtspraak van de hoger beroepsrechter voor zijn risico. Zorgvuldigheid van het onderzoek 5.1. Eiser heeft in beroep niets aangevoerd over de zorgvuldigheid van het onderzoek. Gelet op de onderzoeksactiviteiten die door de verzekeringsartsen zijn verricht, is de rechtbank van oordeel dat de medische rapporten zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De primaire verzekeringsarts heeft de dossiergegevens bestudeerd en eiser gezien op het spreekuur. Hij heeft eiser psychisch onderzocht en hij heeft met eiser gesproken over onder andere zijn dagbesteding. In bezwaar heeft de verzekeringsarts Bezwaar & Beroep (B&B) het dossier bestudeerd. Verder was hij aanwezig bij de hoorzitting en heeft hij informatie opgevraagd bij de huisarts. Op verzoek van de verzekeringsarts B&B heeft de arbeidsdeskundige B&B informatie opgevraagd bij de scholen waaraan eiser onderwijs heeft gevolgd. De verzekeringsartsen hebben duidelijk, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden uitgelegd hoe zij tot hun beoordeling zijn gekomen. Ook vloeien hun conclusies logisch voort uit de onderzoeksbevindingen. Inhoudelijke beoordeling 5.2. De verzekeringsarts B&B heeft in zijn rapport van 1 april 2025 toegelicht dat de beperkingen van eiser op zijn achttiende verjaardag niet meer zijn vast te stellen door het tijdsverloop en omdat objectieve informatie ontbreekt. De huisarts heeft in een brief van 20 maart 2025 laten weten dat hij niet beschikt over medische gegevens van eiser die zien op die periode. Dat komt overeen met de verklaring van eiser dat hij in die periode geen contact heeft gezocht met een huisarts of een andere behandelaar. De scholen waaraan eiser onderwijs heeft gevolgd, hebben laten weten dat zij niet meer over gegevens van eiser beschikken, omdat de bewaartermijn is verstreken. 5.3. Uit de informatie die eiser heeft ingebracht van de GGZ blijkt dat eiser in juni 2021 een psychose heeft doorgemaakt en dat hij toen drie maanden opgenomen is geweest. In het psychologisch onderzoeksrapport van 20 september 2021 en de medische verklaring van 3 december 2021 staat dat eiser een schizofreniespectrumstoornis en een verlaagd IQ heeft. Volgens de verzekeringsarts B&B betekent dit niet dat die aandoeningen ook aanwezig waren op eisers achttiende verjaardag. Een schizofreniespectrumstoornis en een verlaagd IQ kunnen volgens de verzekeringsarts B&B op latere leeftijd ontstaan, bijvoorbeeld als gevolg van een psychose. Een psychose kan direct effect hebben op het cognitief functioneren. Eiser heeft in juni 2021 een psychose doorgemaakt en dit maakt dat de uitslagen van de onderzoeken die daarna hebben plaatsgevonden niet automatisch ook van toepassing zijn op eisers achttiende levensjaar. 5.4. De verklaring van eiser dat hij vóór zijn achttiende levensjaar al stemmen hoorde, is volgens de verzekeringsarts B&B onvoldoende om arbeidsbeperkingen vast te stellen, omdat dat niet wordt bevestigd met objectieve medische gegevens. Ook uit de verklaring van eiser dat er sprake was van probleemgedrag in zijn tienerjaren, kan zonder medische gegevens niet worden opgemaakt dat het gaat om een uiting van ziekte of gebrek. De verzekeringsarts B&B ziet geen aanleiding om een expertiseonderzoek te laten verrichten, omdat daarmee alleen de huidige situatie kan worden beoordeeld en dus niet de situatie op het achttiende levensjaar. 5.6. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan deze conclusies van de verzekeringsarts B&B. De beschikbare medische gegevens gaan inderdaad over de situatie van eiser ná zijn achttiende verjaardag. De medische stukken over eisers psychische aandoeningen gaan allemaal over de situatie van eiser op 1 juni 2021 en later. Hoe vervelend voor eiser ook, het is – zoals hierboven uiteengezet – nu eenmaal zo dat iemand die een laattijdige aanvraag doet, de bewijslast en het bewijsrisico daarvoor draagt. Als aan die bewijslast niet kan worden voldaan, dan komt dat voor risico van de aanvrager en kan er geen Wajong-uitkering worden toegekend. Conclusie en gevolgen 6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de aanvraag van een Wajong-uitkering in stand kan blijven. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Lie, rechter, in aanwezigheid van mr. F.C. Meulemans, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 april 2026.