Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant 2026-04-17
ECLI:NL:RBOBR:2026:2382
RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 24/3427 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. G.J.B.C. Maton), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen , het UWV (gemachtigde: mr. A.P.J. Mijs). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wajong . Het UWV heeft vastgesteld dat eiseres weliswaar geen arbeidsvermogen heeft, maar stelt zich ook op het standpunt dat dit (nog) niet duurzaam is. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal argumenten (beroepsgronden) aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag in stand kan blijven. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 1.2. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. De rechtbank benoemt daar de feiten, de standpunten van partijen, het toetsingskader en de redenen voor haar beslissing. Aan het eind staat de conclusie, de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. 1.3. De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Procesverloop 2. Het UWV heeft de aanvraag om een Wajong-uitkering met het besluit van 11 juli 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 16 augustus 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.2. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. Partijen hebben nadere stukken ingediend. 2.4. De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door haar gemachtigde en door [naam] , haar begeleider, en de gemachtigde van het UWV. Beoordeling door de rechtbank Feiten 3. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1996. Zij is bekend met ernstige psychische en lichamelijke klachten. Zij heeft op 6 april 2023 een aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend. Het UWV heeft vervolgens een medisch en arbeidskundig onderzoek verricht. Dat heeft geleid tot de besluiten vermeld onder het kopje ‘Procesverloop’. Standpunten van partijen 4. Het UWV stelt zich op het standpunt dat eiseres vanaf 1 oktober 2022 op medische gronden niet over arbeidsvermogen beschikt, maar dat het ontbreken van arbeidsvermogen (nog) niet duurzaam is, omdat eiseres dat in de toekomst nog kan ontwikkelen. Aan dit standpunt van het UWV liggen de rapportages van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen ten grondslag. 5. Eiseres vindt dat het ontbreken van arbeidsvermogen wel duurzaam is vanwege haar fysieke en psychische gebreken. Het UWV erkent dat zij al sinds 1 oktober 2022 geen arbeidsvermogen heeft, dus op dit moment al meer dan drie jaar. De vraag is dan ook wanneer het arbeidsvermogen wel geacht wordt qua tijd duurzaam te ontbreken. Zij heeft in beroep stukken van haar behandelaren en een stuk van haar begeleider ingediend. Op de zitting heeft haar gemachtigde verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. Toetsingskader 6. De beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen betreft een inschatting van de kansen op verbetering van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Duurzaamheid op grond van de Wajong wordt aangenomen in een situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet meer kunnen ontwikkelen. Gelet op de wetsgeschiedenis is hiervan sprake als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten . Als het UWV stelt dat duurzaamheid ontbreekt, hoeft het UWV niet te onderbouwen dat een b Zij hebben hierbij gebruik gemaakt van het voorgeschreven stappenplan . Wat eiseres hier tegen heeft ingebracht, leidt niet tot een ander oordeel. 8.5. De gemachtigde van eiseres heeft zonder nadere toelichting een brief van 3 november 2025 van een dermatoloog en een brief van 14 september 2025 van de begeleider ingediend. Het UWV heeft bij brief van 18 november 2025 hierover meegedeeld dat de relevantie van deze stukken hem niet duidelijk is. De rechtbank is het daarmee eens. De brief van de dermatoloog is van ver na de datum waarom het hier gaat: 6 april 2023. Uit de brief blijkt niet waarom de inschatting door het UWV van de duurzaamheid per die datum onjuist zou zijn. Hetzelfde geldt voor de brief van de begeleider. Uit deze brief blijkt duidelijk dat eiseres in het dagelijks leven nauwelijks zelfstandig is en dat haar mentale gezondheid achteruit gaat. De begeleider begeleidt eiseres sinds 1 september 2024. Ook deze brief zegt naar het oordeel van de rechtbank niets over de duurzaamheid op 6 april 2023. 8.6. Bij brief van 19 december 2025 heeft de gemachtigde van eiseres meegedeeld dat eiseres met spoed werd geopereerd aan een hernia. Verder heeft hij zonder nadere toelichting een brief van 30 oktober 2025 van de behandelaren van eiseres bij [naam] ingediend. Hierin wordt duidelijk beschreven dat de mentale toestand van eiseres ernstig is en dat behandelingen niet afdoende hebben geholpen, maar dit doet niet af aan de juistheid van de beoordeling van de duurzaamheid per 6 april 2023. Het gaat om ontwikkelingen die zich na die datum hebben voorgedaan . 8.7. Eiseres heeft op de zitting toegelicht dat haar mentale toestand inmiddels zo verslechterd is dat zij concrete euthanasieplannen heeft. De rechtbank heeft hiervan met ontsteltenis kennis genomen, maar moet tegelijkertijd vaststellen dat ook dit niets zegt over de duurzaamheid op 6 april 2023. Sinds die datum is er namelijk veel tijd verstreken. De gemachtigde heeft op de zitting gewezen op een brief van 24 maart 2023 van [naam] . Hierin wordt onder andere vermeld dat sprake is van passieve suïcidale gedachten. Dat de mentale toestand van eiseres toen al zorgwekkend was, is ook voor de rechtbank duidelijk, maar doet niet af aan de juistheid van de beoordeling van het UWV van de duurzaamheid op 6 april 2023. De brief van 24 maart 2023 is al meegewogen door de verzekeringsartsen van het UWV en betreft een intake. Op dat moment moest diagnostiek en behandeling nog plaatsvinden en ook op 6 april 2023 was dat zo. 8.8. De rechtbank ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de beoordeling door het UWV. Er is dan ook geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige. 8.9. De conclusie is dat het ontbreken van arbeidsvermogen op 6 april 2023 (nog) niet duurzaam is. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Woestenburg, rechter, in aanwezigheid van Z. Selkan, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Algemene wet bestuursrecht A