Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2026-04-15
ECLI:NL:RBOBR:2026:2329
Civiel recht
Bodemzaak
16,139 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:2329 text/xml public 2026-05-07T14:30:21 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-04-15 C/01/411877 / HA ZA 25-65 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:2329 text/html public 2026-04-24T14:52:49 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:2329 Rechtbank Oost-Brabant , 15-04-2026 / C/01/411877 / HA ZA 25-65 Ontbinding overeenkomst adiabatisch koelsysteem met een beroep op dwaling afgewezen RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/411877 / HA ZA 25-65 Vonnis van 15 april 2026 in de zaak van BEHEERSMAATSCHAPPIJ [eiseres] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. D.B. Holthinrichs, tegen KINGSPAN LIGHT + AIR NETHERLANDS B.V. , gevestigd te Uden, gedaagde partij, hierna te noemen: KLA, advocaat: mr. T.F.J. van Oorschot. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - akte indienen producties 40 t/m 45 van [eiseres] ; - akte indienen productie 46 van [eiseres] ; - de mondelinge behandeling van 15 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiseres] is een beleggings- en beheersmaatschappij, die onderdeel uitmaakt van het winkelconcern [A ] . [eiseres] beheert de winkelpanden binnen het concern. 2.2. KLA is een bedrijf dat een breed scala aan activiteiten verricht op het gebied van onder andere industriële koeltechniek en klimaatregeling, verwarmings- en luchtbehandelingsapparatuur en mechanische en natuurlijke ventilatiesystemen. 2.3. [eiseres] heeft bij CSB Installatietechniek (hierna: “CSB”) een aanvraag gedaan voor een koeling voor het winkelgedeelte van de [A ] winkel in [plaats] . Op 9 september 2021 heeft CSB [eiseres] een vrijblijvende aanbieding gedaan voor het leveren en monteren van de installaties. 2.4. Op 26 oktober 2021 heeft KLA een presentatie aan [eiseres] gegeven over wat KLA kan betekenen voor een veilig en productief klimaat voor het winkelend publiek en werknemers. 2.5. Voor zover voor deze procedure van belang, heeft KLA de navolgende uitgangspunten in haar presentatie opgenomen: 2.6. Verder heeft KLA in deze presentatie/offerte [eiseres] het volgende aanbod gedaan: 2.7. Tot slot heeft KLA de FME Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden voor de technologische instructie van toepassing verklaard in haar presentatie. 2.8. Op 10 januari 2022 heeft CSB een e-mail aan [eiseres] gestuurd, met daarin – voor zover voor deze procedure van belang – de volgende inhoud: “Ik heb nog even de verschillen op een rijtje laten zetten van directe adiabaten van Colt en de indirecte adiabaten van [C] . Hier een link waarin de verschillen uitgelegd worden. https://www.gidsduurzamegebouwen.brussels/nl/voor-en-nadelen.html?|DC=8965#” “Het grote voordeel wat we nu aangeboden hebben is de combinatie van de indirecte adiabaat met de warmtepompen. Eerste stap is indirect adiabaat en de 2de stap is mechanische met de WP’s waarbij we aan het ontvochtigen gaan. Bij een lage luchtvochtigheid is de gevoelstemperatuur veel aangenamer.” “Als we ervoor kiezen om een deel van de af te voeren lucht (zodra het CO2 gehalte het toe laat) opnieuw via de wisselaar indirect terug koelen en daarna weer door de WP’s verder door koelen en ontvochtigen kunnen we een super klimaat realiseren met mega lage energie kosten. Dit is een mogelijkheid die we in de wisselaar eenvoudig kunnen realiseren.” 2.9. [eiseres] heeft de mail van CSB van 10 januari 2022 naar KLA gestuurd, met het verzoek hier ook nog even naar te kijken en op te reageren. Hierop heeft KLA – voor zover voor deze procedure van belang – als volgt gereageerd: “Met het indirecte systeem zal je altijd veel meer energie gaan verbruiken dan met het directe systeem. Tevens zijn de rendementen met zo'n wisselaar maar rond de 50%. Het verschil in investering zal je nooit meer op je energie terug gaan verdienen. Ook onderhoudskosten zullen vele malen hoger liggen, mede doordat je ook weer met f-gassen gaat werken wat ook weer een hogere co2 footprint geeft.” “Door te werken met zomernachtkoeling zal je ook je warmste punt van de dag gaan verleggen na openingstijden en zal de ruimteconditie ook aangenaam blijven. Mede daardoor zal indirecte adiabaat met extra mechanische koeling geen toegevoegde waarde geven, maar alleen extra initiële en operationele kosten.” “Doordat je gaat ventileren zal de luchtvochtigheid op een goed acceptabel niveau blijven en de temperatuur aangenaam zijn. We hebben nu ruim 1600 systemen in heel Nederland zitten waar we ook kunnen gaan kijken.” 2.10. In mei 2022 hebben partijen een aannemingsovereenkomst gesloten op grond waarvan KLA de winkel en het magazijn van de locaties [plaats] en [plaats] gaat voorzien van klimaatbeheersing middels directe adiabatische koeling (hierna ook: “de Coolstream installatie”) met recirculatie, elektrische verwarming en buitenluchtfiltering. In deze aannemingsovereenkomst zijn partijen, voor zover voor deze procedure van belang, het volgende overeengekomen: “Het Werk is door Opdrachtnemer nader omschreven en gespecificeerd in de offertes d.d. 7 maart 2022, die als bijlage 1 aan deze overeenkomst worden gehecht. Opdrachtnemer zal het Werk uitvoeren op basis van voornoemde documenten.” “De algemene (factuur- en verkoop)voorwaarden van Opdrachtnemer worden van de hand gewezen en zijn daarmee nadrukkelijk niet van toepassing. Ditzelfde geldt voor de in de prijsaanbiedingen genoemde algemene bepalingen en afwijkingen.” “De aanneemsom voor het Werk bedraagt in totaal € 340.000,00 euro inclusief opslagen (…) en is prijs vast tot het einde van het Werk. Aldus zijn partijen een forfaitaire, niet herzienbare prijs overeengekomen. Kostenverhogende omstandigheden (o.a. ten aanzien van loonkosten, materiaalprijzen, brandstofprijzen, huren en grondstofprijzen) leiden aldus niet tot een andere prijs. Het bepaalde in artikel 7:753 BW is niet van toepassing.” “De aanneemsom is voor de beide locaties als volgt opgebouwd: [plaats] € 193.000,00 exclusief BTW [plaats] € 147.000,00 exclusief BTW” 2.11. KLA heeft de installatie op 1 februari 2024 opgeleverd. 3 Het geschil 3.1. [eiseres] vordert – samengevat – na intrekking van een onderdeel van de vordering, ontbinding van de overeenkomst dan wel vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling, met veroordeling van KLA tot betaling van € 254.713,85 en kosten. 3.2. KLA voert verweer. KLA concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Ontbinding 4.1. [eiseres] vordert de ontbinding van de overeenkomst, omdat KLA volgens haar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst. [eiseres] legt hieraan ten grondslag dat de Coolstream installatie ongeschikt is en dat KLA gebrekkig en onvolledig heeft geadviseerd. 4.2. Volgens [eiseres] leiden deze tekortkomingen tot schade en is er in dat kader dus sprake van een causaal verband. Als KLA [eiseres] vooraf wél adequaat had geïnformeerd over de nadelen en beperkingen van de directe adiabatische koeling, dan had [eiseres] niet voor dit systeem gekozen gezien de bestaande klachten over het binnenklimaat in de winkel in [plaats] . 4.3. Volgens [eiseres] leiden deze tekortkomingen tot schadeplichtigheid van KLA en wettigen zij de ontbinding van de overeenkomst, omdat deze niet kunnen worden hersteld. De nakoming is blijvend onmogelijk op grond van artikel 6:74 lid 2 BW. De Coolstream installatie is volgens [eiseres] ongeschikt en feit blijft dat KLA een niet passend systeem heeft geadviseerd. De aanpassingen die KLA eraan gedaan heeft, hebben niet tot verbetering geleid.
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2026:2329 text/xml public 2026-05-07T14:30:21 2026-04-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-04-15 C/01/411877 / HA ZA 25-65 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:2329 text/html public 2026-04-24T14:52:49 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:2329 Rechtbank Oost-Brabant , 15-04-2026 / C/01/411877 / HA ZA 25-65 Ontbinding overeenkomst adiabatisch koelsysteem met een beroep op dwaling afgewezen RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/411877 / HA ZA 25-65 Vonnis van 15 april 2026 in de zaak van BEHEERSMAATSCHAPPIJ [eiseres] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. D.B. Holthinrichs, tegen KINGSPAN LIGHT + AIR NETHERLANDS B.V. , gevestigd te Uden, gedaagde partij, hierna te noemen: KLA, advocaat: mr. T.F.J. van Oorschot. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - akte indienen producties 40 t/m 45 van [eiseres] ; - akte indienen productie 46 van [eiseres] ; - de mondelinge behandeling van 15 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiseres] is een beleggings- en beheersmaatschappij, die onderdeel uitmaakt van het winkelconcern [A ] . [eiseres] beheert de winkelpanden binnen het concern. 2.2. KLA is een bedrijf dat een breed scala aan activiteiten verricht op het gebied van onder andere industriële koeltechniek en klimaatregeling, verwarmings- en luchtbehandelingsapparatuur en mechanische en natuurlijke ventilatiesystemen. 2.3. [eiseres] heeft bij CSB Installatietechniek (hierna: “CSB”) een aanvraag gedaan voor een koeling voor het winkelgedeelte van de [A ] winkel in [plaats] . Op 9 september 2021 heeft CSB [eiseres] een vrijblijvende aanbieding gedaan voor het leveren en monteren van de installaties. 2.4. Op 26 oktober 2021 heeft KLA een presentatie aan [eiseres] gegeven over wat KLA kan betekenen voor een veilig en productief klimaat voor het winkelend publiek en werknemers. 2.5. Voor zover voor deze procedure van belang, heeft KLA de navolgende uitgangspunten in haar presentatie opgenomen: 2.6. Verder heeft KLA in deze presentatie/offerte [eiseres] het volgende aanbod gedaan: 2.7. Tot slot heeft KLA de FME Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden voor de technologische instructie van toepassing verklaard in haar presentatie. 2.8. Op 10 januari 2022 heeft CSB een e-mail aan [eiseres] gestuurd, met daarin – voor zover voor deze procedure van belang – de volgende inhoud: “Ik heb nog even de verschillen op een rijtje laten zetten van directe adiabaten van Colt en de indirecte adiabaten van [C] . Hier een link waarin de verschillen uitgelegd worden. https://www.gidsduurzamegebouwen.brussels/nl/voor-en-nadelen.html?|DC=8965#” “Het grote voordeel wat we nu aangeboden hebben is de combinatie van de indirecte adiabaat met de warmtepompen. Eerste stap is indirect adiabaat en de 2de stap is mechanische met de WP’s waarbij we aan het ontvochtigen gaan. Bij een lage luchtvochtigheid is de gevoelstemperatuur veel aangenamer.” “Als we ervoor kiezen om een deel van de af te voeren lucht (zodra het CO2 gehalte het toe laat) opnieuw via de wisselaar indirect terug koelen en daarna weer door de WP’s verder door koelen en ontvochtigen kunnen we een super klimaat realiseren met mega lage energie kosten. Dit is een mogelijkheid die we in de wisselaar eenvoudig kunnen realiseren.” 2.9. [eiseres] heeft de mail van CSB van 10 januari 2022 naar KLA gestuurd, met het verzoek hier ook nog even naar te kijken en op te reageren. Hierop heeft KLA – voor zover voor deze procedure van belang – als volgt gereageerd: “Met het indirecte systeem zal je altijd veel meer energie gaan verbruiken dan met het directe systeem. Tevens zijn de rendementen met zo'n wisselaar maar rond de 50%. Het verschil in investering zal je nooit meer op je energie terug gaan verdienen. Ook onderhoudskosten zullen vele malen hoger liggen, mede doordat je ook weer met f-gassen gaat werken wat ook weer een hogere co2 footprint geeft.” “Door te werken met zomernachtkoeling zal je ook je warmste punt van de dag gaan verleggen na openingstijden en zal de ruimteconditie ook aangenaam blijven. Mede daardoor zal indirecte adiabaat met extra mechanische koeling geen toegevoegde waarde geven, maar alleen extra initiële en operationele kosten.” “Doordat je gaat ventileren zal de luchtvochtigheid op een goed acceptabel niveau blijven en de temperatuur aangenaam zijn. We hebben nu ruim 1600 systemen in heel Nederland zitten waar we ook kunnen gaan kijken.” 2.10. In mei 2022 hebben partijen een aannemingsovereenkomst gesloten op grond waarvan KLA de winkel en het magazijn van de locaties [plaats] en [plaats] gaat voorzien van klimaatbeheersing middels directe adiabatische koeling (hierna ook: “de Coolstream installatie”) met recirculatie, elektrische verwarming en buitenluchtfiltering. In deze aannemingsovereenkomst zijn partijen, voor zover voor deze procedure van belang, het volgende overeengekomen: “Het Werk is door Opdrachtnemer nader omschreven en gespecificeerd in de offertes d.d. 7 maart 2022, die als bijlage 1 aan deze overeenkomst worden gehecht. Opdrachtnemer zal het Werk uitvoeren op basis van voornoemde documenten.” “De algemene (factuur- en verkoop)voorwaarden van Opdrachtnemer worden van de hand gewezen en zijn daarmee nadrukkelijk niet van toepassing. Ditzelfde geldt voor de in de prijsaanbiedingen genoemde algemene bepalingen en afwijkingen.” “De aanneemsom voor het Werk bedraagt in totaal € 340.000,00 euro inclusief opslagen (…) en is prijs vast tot het einde van het Werk. Aldus zijn partijen een forfaitaire, niet herzienbare prijs overeengekomen. Kostenverhogende omstandigheden (o.a. ten aanzien van loonkosten, materiaalprijzen, brandstofprijzen, huren en grondstofprijzen) leiden aldus niet tot een andere prijs. Het bepaalde in artikel 7:753 BW is niet van toepassing.” “De aanneemsom is voor de beide locaties als volgt opgebouwd: [plaats] € 193.000,00 exclusief BTW [plaats] € 147.000,00 exclusief BTW” 2.11. KLA heeft de installatie op 1 februari 2024 opgeleverd. 3 Het geschil 3.1. [eiseres] vordert – samengevat – na intrekking van een onderdeel van de vordering, ontbinding van de overeenkomst dan wel vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling, met veroordeling van KLA tot betaling van € 254.713,85 en kosten. 3.2. KLA voert verweer. KLA concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Ontbinding 4.1. [eiseres] vordert de ontbinding van de overeenkomst, omdat KLA volgens haar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst. [eiseres] legt hieraan ten grondslag dat de Coolstream installatie ongeschikt is en dat KLA gebrekkig en onvolledig heeft geadviseerd. 4.2. Volgens [eiseres] leiden deze tekortkomingen tot schade en is er in dat kader dus sprake van een causaal verband. Als KLA [eiseres] vooraf wél adequaat had geïnformeerd over de nadelen en beperkingen van de directe adiabatische koeling, dan had [eiseres] niet voor dit systeem gekozen gezien de bestaande klachten over het binnenklimaat in de winkel in [plaats] . 4.3. Volgens [eiseres] leiden deze tekortkomingen tot schadeplichtigheid van KLA en wettigen zij de ontbinding van de overeenkomst, omdat deze niet kunnen worden hersteld. De nakoming is blijvend onmogelijk op grond van artikel 6:74 lid 2 BW. De Coolstream installatie is volgens [eiseres] ongeschikt en feit blijft dat KLA een niet passend systeem heeft geadviseerd. De aanpassingen die KLA eraan gedaan heeft, hebben niet tot verbetering geleid.
Volledig
Het verhogen van de luchtvochtigheid en de suboptimale werking tijdens warme en vochtige dagen is nu eenmaal inherent aan directe adiabatische koeling. Ook uit de productspecificatie van de Coolstream installatie blijkt dat het systeem bij een Nederlands zomerklimaat veel minder rendement heeft dan de beloofde 10°C afkoeling of meer. 4.4. [eiseres] stelt vele malen geklaagd te hebben over de werking van de Coolstream installatie, waarbij KLA herhaaldelijk vruchteloze pogingen gedaan heeft om een verbetering te realiseren. Pas in september 2024, toen het buiten afkoelde, werd het binnenklimaat weer aangenaam. Dat komt volgens [eiseres] niet door de werking van de Coolstream installatie, maar door de afkoeling van de buitentemperatuur. 4.5. KLA stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van enige tekortkoming aan de zijde van KLA, waardoor de door [eiseres] gevorderde ontbinding van de aannemingsovereenkomst afgewezen moet worden. Indien de rechtbank tot het oordeel komt dat er wel sprake is van een tekortkoming, stelt KLA zich op het standpunt dat de ontbinding ook dan afgewezen moet worden, omdat KLA niet in verzuim is geraakt. [eiseres] heeft onvoldoende onderbouwd dat de nakoming blijvend onmogelijk is, wat KLA ook betwist. 4.6. Los daarvan merkt KLA op dat ontbinding van de aannemingsovereenkomst ook afgewezen moet worden, omdat de eventuele tekortkoming van KLA gezien haar geringe betekenis, de ontbinding van de aannemingsovereenkomst met al haar gevolgen, niet rechtvaardigt. Een eventuele hoge relatieve luchtvochtigheid doet zich in de winkel alleen in de zomer voor op dagen met buiten een zeer hoge temperatuur en tevens een zeer hoge relatieve luchtvochtigheid. Het aantal dagen waarop dit het geval is, is volgens KLA op jaarbasis zeer gering. Daarnaast stelt KLA dat bij juist beheer van de Coolstream installatie de hoge relatieve luchtvochtigheid ook op die broeierige dagen niet voor hoeft te komen, dan wel beheersbaar moet zijn. Dat betekent volgens KLA dat een groot deel van het jaar de door [eiseres] gestelde gebreken in ieder geval niet aanwezig zijn. 4.7. Om te kunnen beoordelen of de vordering van [eiseres] tot ontbinding van de aannemingsovereenkomst slaagt, dient de rechtbank eerst te beoordelen of KLA toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. Gebrekkige en onvolledige advisering 4.8. [eiseres] verwijt KLA ten eerste dat zij haar verkeerd en onvolledig heeft geïnformeerd en geadviseerd. [eiseres] wijst in dat kader op de volgende omstandigheden: KLA hanteerde in het offertetraject een niet-representatieve relatieve luchtvochtigheid van de buitenlucht van 40% in de zomer, terwijl dit gemiddeld 70 tot 85% is. Bij een relatieve luchtvochtigheid van 70 tot 80% werkt een directe adiabatische koeling niet of nauwelijks; KLA beloofde dat de Coolstream installatie efficiënter zou werken naarmate het buiten warmer wordt. Dit is echter een onvolledige claim, want dit hangt sterk af van de relatieve luchtvochtigheid van de buitenlucht; De Coolstream installatie zou 10°C of meer koelen bij temperaturen boven de 30°C. Dit geldt alleen bij een warm en droog buitenklimaat. Pas bij een maximale relatieve luchtvochtigheid van 40% en minimaal 36°C is dit haalbaar, wat in Nederlandse zomers niet voorkomt. In de praktijk blijkt slechts een koeling van maximaal circa 5°C haalbaar; KLA informeerde [eiseres] niet over verhoging van de relatieve luchtvochtigheid van de binnenruimte, terwijl dat juist als een algemeen groot nadeel van directe adiabatische koeling wordt aangemerkt. Dit leidde zelfs tot roestvorming in de winkel; Toen [eiseres] KLA om advies vroeg over het alternatieve voorstel van CSB voor een indirecte adiabatische koeling met warmtepomp, adviseerde KLA onjuist dat dat systeem geen toegevoegde waarde zou hebben en alleen maar meer zou kosten; KLA spiegelde voor dat de Coolstream installatie een aangename temperatuur en relatieve luchtvochtigheid zou behouden in de zomer. [eiseres] constateert dat het tegendeel blijkt. 4.9. KLA stelt zich op het standpunt dat KLA geen opdracht heeft gekregen van [eiseres] om haar van een (allesomvattend) klimaatadvies te voorzien. [eiseres] heeft KLA opgedragen om de Coolstream installatie te installeren in de winkel in [plaats] en daarnaast een soortgelijke installatie in de magazijnwinkel in [plaats] te installeren. KLA heeft [eiseres] uitvoerig geïnformeerd over hetgeen KLA aan [eiseres] heeft aangeboden. [eiseres] heeft KLA vervolgens, na afweging van voor- en nadelen van de door KLA en CSB aangeboden installaties, voor KLA gekozen en KLA opdracht gegeven. Die beslissing van [eiseres] was volgens KLA financieel gedreven, wat ook de reden was waarom [eiseres] KLA in oktober 2021 om een goedkoper alternatief voor de door CSB aangeboden installatie vroeg. Volgens KLA is er daarom geen sprake van enig tekortkomen van KLA. KLA betwist [eiseres] “misleidend” te hebben geïnformeerd. 4.10. KLA betwist daarnaast ook dat KLA een niet-representatieve relatieve luchtvochtigheid van de buitenlucht van 40% in de zomer heeft gehanteerd, terwijl die in werkelijkheid gemiddeld 70 tot 85% is. De combinatie van 32°C en 40% relatieve luchtvochtigheid is volgens KLA ten eerste door partijen besproken en ook overeengekomen. Daarnaast is deze combinatie gebruikelijk voor de dimensionering van klimaatinstallaties. Hierbij wordt gekeken naar een temperatuur die zich op het warmste moment van de dag kan voordoen. De temperatuur van 32°C is een temperatuur die in de zomer maar zelden wordt bereikt. Daarnaast hoort bij een hoge temperatuur doorgaans een lage relatieve luchtvochtigheid. 40% relatieve luchtvochtigheid is daarbij realistisch heeft de praktijk uitgewezen. De relatieve luchtvochtigheid van 70-85% in combinatie met hoge temperaturen komt volgens KLA niet voor in Nederland, ook niet in de zomer. 4.11. Polygon – die door [eiseres] ingeschakeld is om metingen te doen – heeft volgens KLA een daggemiddelde genomen, waarin de nachtelijke koudere temperaturen, met bijbehorende hogere relatieve luchtvochtigheid, worden meegerekend. Dat is volgens KLA een onjuiste en ook zeer ongebruikelijke benadering. Er moet gekeken worden naar het warmste moment op een dag, dan moet de Coolstream installatie maximaal presteren. 4.12. KLA betwist dat de Coolstream installatie slechts een koeling van 5°C zou realiseren. De door [eiseres] op 26 juni 2024 aan KLA toegezonden informatie en de door Polygon op 12 augustus 2024 verrichte meting laten volgens KLA het tegendeel zien. 4.13. KLA stelt [eiseres] wel degelijk geïnformeerd te hebben over een mogelijke verhoging van de relatieve luchtvochtigheid in de winkel als gevolg van de werking van de Coolstream installatie. KLA wijst ook op de link die CSB aan [eiseres] heeft toegezonden, met het overzicht met voor- en nadelen van directe en indirecte adiabatische koelinstallaties waaruit blijkt dat [eiseres] hiervan op de hoogte was. 4.14. De rechtbank is van oordeel dat niet gesteld of gebleken is dat er sprake is van een tussen partijen afzonderlijk gesloten overeenkomst tot het uitbrengen van advies door KLA aan [eiseres] . Evenmin bevat de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst een adviesverplichting voor KLA. Ook het orderbesprekingsverslag van 24 maart 2022 – dat onderdeel uitmaakt van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst – bevat geen bepalingen over een adviserende rol van KLA over het klimaat van de locatie [plaats] . 4.15. De rechtbank is daarom van oordeel dat [eiseres] onvoldoende gesteld en onderbouwd heeft dat er op KLA een adviesverplichting rustte, waarin zij vervolgens tekortgeschoten is. De uitlatingen die KLA gedaan heeft richting [eiseres] , zien enkel op de door haar aangeboden Coolstream installatie en de geschiktheid daarvan voor het door [eiseres] beoogde gebruik. 4.16. Dit blijkt ook uit hetgeen besproken is tijdens de mondelinge behandeling, waarin de heer [B] – werkzaam bij [eiseres] – verklaart dat hij contact heeft gezocht met KLA omdat hij een tweede offerte wilde naast de offerte van CSB, om te bezien wat voor alternatief KLA kon bieden.
Volledig
Het verhogen van de luchtvochtigheid en de suboptimale werking tijdens warme en vochtige dagen is nu eenmaal inherent aan directe adiabatische koeling. Ook uit de productspecificatie van de Coolstream installatie blijkt dat het systeem bij een Nederlands zomerklimaat veel minder rendement heeft dan de beloofde 10°C afkoeling of meer. 4.4. [eiseres] stelt vele malen geklaagd te hebben over de werking van de Coolstream installatie, waarbij KLA herhaaldelijk vruchteloze pogingen gedaan heeft om een verbetering te realiseren. Pas in september 2024, toen het buiten afkoelde, werd het binnenklimaat weer aangenaam. Dat komt volgens [eiseres] niet door de werking van de Coolstream installatie, maar door de afkoeling van de buitentemperatuur. 4.5. KLA stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van enige tekortkoming aan de zijde van KLA, waardoor de door [eiseres] gevorderde ontbinding van de aannemingsovereenkomst afgewezen moet worden. Indien de rechtbank tot het oordeel komt dat er wel sprake is van een tekortkoming, stelt KLA zich op het standpunt dat de ontbinding ook dan afgewezen moet worden, omdat KLA niet in verzuim is geraakt. [eiseres] heeft onvoldoende onderbouwd dat de nakoming blijvend onmogelijk is, wat KLA ook betwist. 4.6. Los daarvan merkt KLA op dat ontbinding van de aannemingsovereenkomst ook afgewezen moet worden, omdat de eventuele tekortkoming van KLA gezien haar geringe betekenis, de ontbinding van de aannemingsovereenkomst met al haar gevolgen, niet rechtvaardigt. Een eventuele hoge relatieve luchtvochtigheid doet zich in de winkel alleen in de zomer voor op dagen met buiten een zeer hoge temperatuur en tevens een zeer hoge relatieve luchtvochtigheid. Het aantal dagen waarop dit het geval is, is volgens KLA op jaarbasis zeer gering. Daarnaast stelt KLA dat bij juist beheer van de Coolstream installatie de hoge relatieve luchtvochtigheid ook op die broeierige dagen niet voor hoeft te komen, dan wel beheersbaar moet zijn. Dat betekent volgens KLA dat een groot deel van het jaar de door [eiseres] gestelde gebreken in ieder geval niet aanwezig zijn. 4.7. Om te kunnen beoordelen of de vordering van [eiseres] tot ontbinding van de aannemingsovereenkomst slaagt, dient de rechtbank eerst te beoordelen of KLA toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. Gebrekkige en onvolledige advisering 4.8. [eiseres] verwijt KLA ten eerste dat zij haar verkeerd en onvolledig heeft geïnformeerd en geadviseerd. [eiseres] wijst in dat kader op de volgende omstandigheden: KLA hanteerde in het offertetraject een niet-representatieve relatieve luchtvochtigheid van de buitenlucht van 40% in de zomer, terwijl dit gemiddeld 70 tot 85% is. Bij een relatieve luchtvochtigheid van 70 tot 80% werkt een directe adiabatische koeling niet of nauwelijks; KLA beloofde dat de Coolstream installatie efficiënter zou werken naarmate het buiten warmer wordt. Dit is echter een onvolledige claim, want dit hangt sterk af van de relatieve luchtvochtigheid van de buitenlucht; De Coolstream installatie zou 10°C of meer koelen bij temperaturen boven de 30°C. Dit geldt alleen bij een warm en droog buitenklimaat. Pas bij een maximale relatieve luchtvochtigheid van 40% en minimaal 36°C is dit haalbaar, wat in Nederlandse zomers niet voorkomt. In de praktijk blijkt slechts een koeling van maximaal circa 5°C haalbaar; KLA informeerde [eiseres] niet over verhoging van de relatieve luchtvochtigheid van de binnenruimte, terwijl dat juist als een algemeen groot nadeel van directe adiabatische koeling wordt aangemerkt. Dit leidde zelfs tot roestvorming in de winkel; Toen [eiseres] KLA om advies vroeg over het alternatieve voorstel van CSB voor een indirecte adiabatische koeling met warmtepomp, adviseerde KLA onjuist dat dat systeem geen toegevoegde waarde zou hebben en alleen maar meer zou kosten; KLA spiegelde voor dat de Coolstream installatie een aangename temperatuur en relatieve luchtvochtigheid zou behouden in de zomer. [eiseres] constateert dat het tegendeel blijkt. 4.9. KLA stelt zich op het standpunt dat KLA geen opdracht heeft gekregen van [eiseres] om haar van een (allesomvattend) klimaatadvies te voorzien. [eiseres] heeft KLA opgedragen om de Coolstream installatie te installeren in de winkel in [plaats] en daarnaast een soortgelijke installatie in de magazijnwinkel in [plaats] te installeren. KLA heeft [eiseres] uitvoerig geïnformeerd over hetgeen KLA aan [eiseres] heeft aangeboden. [eiseres] heeft KLA vervolgens, na afweging van voor- en nadelen van de door KLA en CSB aangeboden installaties, voor KLA gekozen en KLA opdracht gegeven. Die beslissing van [eiseres] was volgens KLA financieel gedreven, wat ook de reden was waarom [eiseres] KLA in oktober 2021 om een goedkoper alternatief voor de door CSB aangeboden installatie vroeg. Volgens KLA is er daarom geen sprake van enig tekortkomen van KLA. KLA betwist [eiseres] “misleidend” te hebben geïnformeerd. 4.10. KLA betwist daarnaast ook dat KLA een niet-representatieve relatieve luchtvochtigheid van de buitenlucht van 40% in de zomer heeft gehanteerd, terwijl die in werkelijkheid gemiddeld 70 tot 85% is. De combinatie van 32°C en 40% relatieve luchtvochtigheid is volgens KLA ten eerste door partijen besproken en ook overeengekomen. Daarnaast is deze combinatie gebruikelijk voor de dimensionering van klimaatinstallaties. Hierbij wordt gekeken naar een temperatuur die zich op het warmste moment van de dag kan voordoen. De temperatuur van 32°C is een temperatuur die in de zomer maar zelden wordt bereikt. Daarnaast hoort bij een hoge temperatuur doorgaans een lage relatieve luchtvochtigheid. 40% relatieve luchtvochtigheid is daarbij realistisch heeft de praktijk uitgewezen. De relatieve luchtvochtigheid van 70-85% in combinatie met hoge temperaturen komt volgens KLA niet voor in Nederland, ook niet in de zomer. 4.11. Polygon – die door [eiseres] ingeschakeld is om metingen te doen – heeft volgens KLA een daggemiddelde genomen, waarin de nachtelijke koudere temperaturen, met bijbehorende hogere relatieve luchtvochtigheid, worden meegerekend. Dat is volgens KLA een onjuiste en ook zeer ongebruikelijke benadering. Er moet gekeken worden naar het warmste moment op een dag, dan moet de Coolstream installatie maximaal presteren. 4.12. KLA betwist dat de Coolstream installatie slechts een koeling van 5°C zou realiseren. De door [eiseres] op 26 juni 2024 aan KLA toegezonden informatie en de door Polygon op 12 augustus 2024 verrichte meting laten volgens KLA het tegendeel zien. 4.13. KLA stelt [eiseres] wel degelijk geïnformeerd te hebben over een mogelijke verhoging van de relatieve luchtvochtigheid in de winkel als gevolg van de werking van de Coolstream installatie. KLA wijst ook op de link die CSB aan [eiseres] heeft toegezonden, met het overzicht met voor- en nadelen van directe en indirecte adiabatische koelinstallaties waaruit blijkt dat [eiseres] hiervan op de hoogte was. 4.14. De rechtbank is van oordeel dat niet gesteld of gebleken is dat er sprake is van een tussen partijen afzonderlijk gesloten overeenkomst tot het uitbrengen van advies door KLA aan [eiseres] . Evenmin bevat de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst een adviesverplichting voor KLA. Ook het orderbesprekingsverslag van 24 maart 2022 – dat onderdeel uitmaakt van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst – bevat geen bepalingen over een adviserende rol van KLA over het klimaat van de locatie [plaats] . 4.15. De rechtbank is daarom van oordeel dat [eiseres] onvoldoende gesteld en onderbouwd heeft dat er op KLA een adviesverplichting rustte, waarin zij vervolgens tekortgeschoten is. De uitlatingen die KLA gedaan heeft richting [eiseres] , zien enkel op de door haar aangeboden Coolstream installatie en de geschiktheid daarvan voor het door [eiseres] beoogde gebruik. 4.16. Dit blijkt ook uit hetgeen besproken is tijdens de mondelinge behandeling, waarin de heer [B] – werkzaam bij [eiseres] – verklaart dat hij contact heeft gezocht met KLA omdat hij een tweede offerte wilde naast de offerte van CSB, om te bezien wat voor alternatief KLA kon bieden.
Volledig
Hieruit blijkt evenmin dat er sprake was van een (bredere) adviesopdracht van [eiseres] aan KLA. 4.17. Nu niet vast is komen staan dat de advisering over het klimaat in de winkel in [plaats] onderdeel was van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst, kan er in dat kader ook geen sprake zijn van een tekortkoming aan de zijde van KLA. Ongeschikte installatie 4.18. [eiseres] stelt ten tweede dat de directe adiabatische koeling ongeschikt is voor het winkelpand in [plaats] en dat de beweringen van KLA over de Coolstream installatie onvolledig en onjuist zijn, waardoor er aan de zijde van KLA sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. Zij legt hieraan het volgende ten grondslag: De verklaringen van personeel van de winkel in [plaats] inhoudende dat het binnenklimaat niet is verbeterd maar juist is verslechterd. Met name in de zomer klagen medewerkers over benauwdheid, hoge relatieve luchtvochtigheid, weinig ventilatie en fysieke klachten/ongemak. Er is volgens [eiseres] dus geen sprake van een aangenaam binnenklimaat; Directe adiabatische koelsystemen leiden tot een hoge relatieve luchtvochtigheid van de te koelen binnenruimte. Dit is volgens [eiseres] onaangenaam. Directe adiabatische koelingen zijn in warme en vochtige klimaatomstandigheden (zoals die zich in de zomers in Nederland voordoen) ongeschikt voor toepassing in een ruimte waarin veel mensen verkeren/verblijven, zoals de winkel in [plaats] ; Het koeleffect van de directe adiabatische koeling is sterk afhankelijk van de relatieve luchtvochtigheid van de buitenlucht. In de zomer is het vaak warm en vochtig, waardoor de koeling dan niet (goed) functioneert. [eiseres] verwijst in dat kader naar de door haar in het geding gebrachte rapporten van Polygon, publicaties en wetenschappelijke artikelen; Er is sprake van corrosie door de hoge relatieve luchtvochtigheid binnen in het winkelpand in [plaats] ; KLA ging in de presentatie en het orderbesprekingsverslag ten onrechte uit van een relatieve luchtvochtigheid in de zomer van 40%, terwijl deze in de zomer in Nederland gemiddeld tussen de 72 en 86% bedraagt, waardoor KLA verkeerde resultaten aan [eiseres] heeft voorgespiegeld; De door KLA aan [eiseres] voorgespiegelde afkoeling van 10°C of meer bij een buitentemperatuur van boven de 30°C, die terug te vinden is in de eigen productspecificatie van KLA, is onhaalbaar bij de gemiddelde luchtvochtigheid in Nederland van tussen de 72 en 86% in de zomer. Een koelresultaat van 5 of 6°C is in dat geval maximaal haalbaar. [eiseres] verwijst in dat kader naar de metingen van Polygon. Daar is te zien dat er nooit een temperatuurverlaging van 10°C wordt gerealiseerd, maar hooguit 5 tot 6°C. Er is in de zomer constant binnen een te hoge luchtvochtigheid van tussen de 70 en 80% met een vochtlast van 10-18 gr/kg. De combinatie in de zomer van hoge temperaturen en hoge luchtvochtigheid binnen maken dat de waarden regelmatig (ver) buiten de Summer Comfort Zone liggen. Dit verklaart waarom de medewerkers het binnenklimaat met name in de zomer onaangenaam vinden en ook fysieke klachten ervaren; KLA richt zich met haar Coolstream vooral op de industriële sector. Dit is een heel andere branche met wezenlijk andere comforteisen. 4.19. De tekortkoming van KLA bestaat volgens [eiseres] dus in de tweede plaats uit een door KLA geleverd non-conform systeem (op grond van artikel 7:17 BW). De Coolstream installatie beantwoordt niet aan de overeenkomst. De kern van de overeenkomst was dat KLA [eiseres] een oplossing zou bieden voor het probleem van klimaatbeheersing in haar winkelpand in [plaats] en een aangenaam binnenklimaat zou verzorgen. In het licht van deze redelijke verwachtingen van [eiseres] beantwoordt de Coolstream installatie niet aan de overeenkomst. 4.20. KLA wijst erop dat haar leveringsverplichting in het orderbespreekverslag wordt omschreven, waarnaar wordt verwezen in de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst. Wat [eiseres] geleverd kreeg en dus ook gekocht heeft, voldoet daaraan. Zowel feitelijk, in de zin van de door KLA geleverde Coolstream installatie zelf, alsook qua functionaliteit. 4.21. Dat ook de geleverde functionaliteit conform is, blijkt volgens KLA uit de metingen van Polygon op 12 augustus 2024. Zij hebben toen bij een buitentemperatuur van 32°C en een relatieve luchtvochtigheid van 40%, een ruimtetemperatuur in de winkel van 25°C vastgesteld. Dat komt volgens KLA precies overeenkomst met de uitgangspunten zoals opgenomen in het orderbespreekverslag. Daarnaast wijst KLA op de e-mail van [eiseres] van 26 juni 2024, waarin aangegeven is dat bij een buitentemperatuur van 37,7°C de ruimtetemperatuur 26,6°C was en er daarnaast sprake was van een normale relatieve luchtvochtigheid. 4.22. Dat de Coolstream installatie een direct adiabatische koelinstallatie is, was [eiseres] volgens KLA bekend. Zij verwijst hiervoor naar de inhoud van de aannemingsovereenkomst. Wat de voor- en nadelen van een direct adiabatische koelinstallatie zijn, was [eiseres] volgens KLA eveneens bekend. In de presentatie van 26 oktober 2021 heeft KLA de werking van de Coolstream installatie uitgelegd en op 10 januari 2022 heeft CSB [eiseres] een link toegestuurd met een overzicht van de voor- en nadelen tussen een directe en een indirecte adiabatische koelinstallatie. [eiseres] wist volgens KLA dus precies wat zij kocht en die keuze was (ook en met name) financieel gedreven. 4.23. Dat de Coolstream installatie mogelijk niet voldoet aan de Summer Comfort Zone, doet daar volgens KLA niets aan af. De Summer Comfort Zonde is volgens KLA nooit tussen partijen besproken en ook niet overeengekomen. Het is ook geen algemeen geaccepteerde normering die is vastgelegd in standaarden waaraan klimaatinstallaties zouden moeten voldoen. Volgens KLA wist [eiseres] daarnaast dat de Coolstream installatie niet aan de Summer Comfort Zone zou voldoen. Zowel in de presentatie van het plan van aanpak als in het orderbespreekverslag wordt dit concept niet genoemd en wordt daar ook niet van uitgegaan. 4.24. Wat een “aangenaam binnenklimaat” is, is volgens KLA erg subjectief. KLA geeft toe dat op 12 augustus 2024 de relatieve luchtvochtigheid in de winkel niet comfortabel aanvoelde, maar constateerde toen ook dat de instelling van de maximale relatieve luchtvochtigheid van de Coolstream installatie niet goed was. Dit heeft KLA toen meteen aangepast. Tussen 26 juni 2024 en 12 augustus 2024 heeft KLA van [eiseres] geen enkel signaal gehad dat er sprake zou zijn van een niet aangenaam binnenklimaat. 4.25. KLA betwist te hebben afgesproken of toegezegd dat de Coolstream installatie een ruimtetemperatuur in de winkel zou kunnen realiseren, die altijd 10°C lager zou zijn dan de buitentemperatuur. In de eerste plaats is de prestatie van de Coolstream installatie volgens KLA ook afhankelijk van de relatieve luchtvochtigheid buiten. Verder gaat het om de inblaastemperatuur die door de Coolstream installatie wordt gerealiseerd. Die is – afhankelijk van de condities buiten – 10°C lager dan de buitentemperatuur, maar dat leidt er niet toe dat de temperatuur in de winkel dan ook automatisch 10°C lager is dan de buitentemperatuur. Bij een buitentemperatuur van 32°C en een relatieve luchtvochtigheid buiten van 40%, realiseert de Coolstream installatie een temperatuur in de winkel van 25°C. Dit is in de praktijk ook het geval geweest, zoals door Polygon op 12 augustus 2024 ook gemeten en vastgesteld is. 4.26. De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] – gelet op gemotiveerde betwisting door KLA – onvoldoende onderbouwd heeft dat de Coolstream installatie op zichzelf ondeugdelijk of gebrekkig is. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de heer [B] zelf, namens [eiseres] , ook nog bevestigd “dat de installatie doet wat die moet doen, maar dat de installatie niet geschikt is voor de toepassing in de winkel in [plaats] ”. De rechtbank stelt dus vast dat het tussen partijen niet in geschil is dat de Coolstream installatie zelf geen gebreken vertoont. 4.27.
Volledig
Hieruit blijkt evenmin dat er sprake was van een (bredere) adviesopdracht van [eiseres] aan KLA. 4.17. Nu niet vast is komen staan dat de advisering over het klimaat in de winkel in [plaats] onderdeel was van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst, kan er in dat kader ook geen sprake zijn van een tekortkoming aan de zijde van KLA. Ongeschikte installatie 4.18. [eiseres] stelt ten tweede dat de directe adiabatische koeling ongeschikt is voor het winkelpand in [plaats] en dat de beweringen van KLA over de Coolstream installatie onvolledig en onjuist zijn, waardoor er aan de zijde van KLA sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de aannemingsovereenkomst. Zij legt hieraan het volgende ten grondslag: De verklaringen van personeel van de winkel in [plaats] inhoudende dat het binnenklimaat niet is verbeterd maar juist is verslechterd. Met name in de zomer klagen medewerkers over benauwdheid, hoge relatieve luchtvochtigheid, weinig ventilatie en fysieke klachten/ongemak. Er is volgens [eiseres] dus geen sprake van een aangenaam binnenklimaat; Directe adiabatische koelsystemen leiden tot een hoge relatieve luchtvochtigheid van de te koelen binnenruimte. Dit is volgens [eiseres] onaangenaam. Directe adiabatische koelingen zijn in warme en vochtige klimaatomstandigheden (zoals die zich in de zomers in Nederland voordoen) ongeschikt voor toepassing in een ruimte waarin veel mensen verkeren/verblijven, zoals de winkel in [plaats] ; Het koeleffect van de directe adiabatische koeling is sterk afhankelijk van de relatieve luchtvochtigheid van de buitenlucht. In de zomer is het vaak warm en vochtig, waardoor de koeling dan niet (goed) functioneert. [eiseres] verwijst in dat kader naar de door haar in het geding gebrachte rapporten van Polygon, publicaties en wetenschappelijke artikelen; Er is sprake van corrosie door de hoge relatieve luchtvochtigheid binnen in het winkelpand in [plaats] ; KLA ging in de presentatie en het orderbesprekingsverslag ten onrechte uit van een relatieve luchtvochtigheid in de zomer van 40%, terwijl deze in de zomer in Nederland gemiddeld tussen de 72 en 86% bedraagt, waardoor KLA verkeerde resultaten aan [eiseres] heeft voorgespiegeld; De door KLA aan [eiseres] voorgespiegelde afkoeling van 10°C of meer bij een buitentemperatuur van boven de 30°C, die terug te vinden is in de eigen productspecificatie van KLA, is onhaalbaar bij de gemiddelde luchtvochtigheid in Nederland van tussen de 72 en 86% in de zomer. Een koelresultaat van 5 of 6°C is in dat geval maximaal haalbaar. [eiseres] verwijst in dat kader naar de metingen van Polygon. Daar is te zien dat er nooit een temperatuurverlaging van 10°C wordt gerealiseerd, maar hooguit 5 tot 6°C. Er is in de zomer constant binnen een te hoge luchtvochtigheid van tussen de 70 en 80% met een vochtlast van 10-18 gr/kg. De combinatie in de zomer van hoge temperaturen en hoge luchtvochtigheid binnen maken dat de waarden regelmatig (ver) buiten de Summer Comfort Zone liggen. Dit verklaart waarom de medewerkers het binnenklimaat met name in de zomer onaangenaam vinden en ook fysieke klachten ervaren; KLA richt zich met haar Coolstream vooral op de industriële sector. Dit is een heel andere branche met wezenlijk andere comforteisen. 4.19. De tekortkoming van KLA bestaat volgens [eiseres] dus in de tweede plaats uit een door KLA geleverd non-conform systeem (op grond van artikel 7:17 BW). De Coolstream installatie beantwoordt niet aan de overeenkomst. De kern van de overeenkomst was dat KLA [eiseres] een oplossing zou bieden voor het probleem van klimaatbeheersing in haar winkelpand in [plaats] en een aangenaam binnenklimaat zou verzorgen. In het licht van deze redelijke verwachtingen van [eiseres] beantwoordt de Coolstream installatie niet aan de overeenkomst. 4.20. KLA wijst erop dat haar leveringsverplichting in het orderbespreekverslag wordt omschreven, waarnaar wordt verwezen in de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst. Wat [eiseres] geleverd kreeg en dus ook gekocht heeft, voldoet daaraan. Zowel feitelijk, in de zin van de door KLA geleverde Coolstream installatie zelf, alsook qua functionaliteit. 4.21. Dat ook de geleverde functionaliteit conform is, blijkt volgens KLA uit de metingen van Polygon op 12 augustus 2024. Zij hebben toen bij een buitentemperatuur van 32°C en een relatieve luchtvochtigheid van 40%, een ruimtetemperatuur in de winkel van 25°C vastgesteld. Dat komt volgens KLA precies overeenkomst met de uitgangspunten zoals opgenomen in het orderbespreekverslag. Daarnaast wijst KLA op de e-mail van [eiseres] van 26 juni 2024, waarin aangegeven is dat bij een buitentemperatuur van 37,7°C de ruimtetemperatuur 26,6°C was en er daarnaast sprake was van een normale relatieve luchtvochtigheid. 4.22. Dat de Coolstream installatie een direct adiabatische koelinstallatie is, was [eiseres] volgens KLA bekend. Zij verwijst hiervoor naar de inhoud van de aannemingsovereenkomst. Wat de voor- en nadelen van een direct adiabatische koelinstallatie zijn, was [eiseres] volgens KLA eveneens bekend. In de presentatie van 26 oktober 2021 heeft KLA de werking van de Coolstream installatie uitgelegd en op 10 januari 2022 heeft CSB [eiseres] een link toegestuurd met een overzicht van de voor- en nadelen tussen een directe en een indirecte adiabatische koelinstallatie. [eiseres] wist volgens KLA dus precies wat zij kocht en die keuze was (ook en met name) financieel gedreven. 4.23. Dat de Coolstream installatie mogelijk niet voldoet aan de Summer Comfort Zone, doet daar volgens KLA niets aan af. De Summer Comfort Zonde is volgens KLA nooit tussen partijen besproken en ook niet overeengekomen. Het is ook geen algemeen geaccepteerde normering die is vastgelegd in standaarden waaraan klimaatinstallaties zouden moeten voldoen. Volgens KLA wist [eiseres] daarnaast dat de Coolstream installatie niet aan de Summer Comfort Zone zou voldoen. Zowel in de presentatie van het plan van aanpak als in het orderbespreekverslag wordt dit concept niet genoemd en wordt daar ook niet van uitgegaan. 4.24. Wat een “aangenaam binnenklimaat” is, is volgens KLA erg subjectief. KLA geeft toe dat op 12 augustus 2024 de relatieve luchtvochtigheid in de winkel niet comfortabel aanvoelde, maar constateerde toen ook dat de instelling van de maximale relatieve luchtvochtigheid van de Coolstream installatie niet goed was. Dit heeft KLA toen meteen aangepast. Tussen 26 juni 2024 en 12 augustus 2024 heeft KLA van [eiseres] geen enkel signaal gehad dat er sprake zou zijn van een niet aangenaam binnenklimaat. 4.25. KLA betwist te hebben afgesproken of toegezegd dat de Coolstream installatie een ruimtetemperatuur in de winkel zou kunnen realiseren, die altijd 10°C lager zou zijn dan de buitentemperatuur. In de eerste plaats is de prestatie van de Coolstream installatie volgens KLA ook afhankelijk van de relatieve luchtvochtigheid buiten. Verder gaat het om de inblaastemperatuur die door de Coolstream installatie wordt gerealiseerd. Die is – afhankelijk van de condities buiten – 10°C lager dan de buitentemperatuur, maar dat leidt er niet toe dat de temperatuur in de winkel dan ook automatisch 10°C lager is dan de buitentemperatuur. Bij een buitentemperatuur van 32°C en een relatieve luchtvochtigheid buiten van 40%, realiseert de Coolstream installatie een temperatuur in de winkel van 25°C. Dit is in de praktijk ook het geval geweest, zoals door Polygon op 12 augustus 2024 ook gemeten en vastgesteld is. 4.26. De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] – gelet op gemotiveerde betwisting door KLA – onvoldoende onderbouwd heeft dat de Coolstream installatie op zichzelf ondeugdelijk of gebrekkig is. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de heer [B] zelf, namens [eiseres] , ook nog bevestigd “dat de installatie doet wat die moet doen, maar dat de installatie niet geschikt is voor de toepassing in de winkel in [plaats] ”. De rechtbank stelt dus vast dat het tussen partijen niet in geschil is dat de Coolstream installatie zelf geen gebreken vertoont. 4.27.
Volledig
Partijen verschillen echter van mening of de Coolstream installatie voldoet aan hetgeen [eiseres] – op grond van de tussen partijen gemaakte afspraken – mocht verwachten van deze installatie. 4.28. De rechtbank stelt vast dat er in het besprekingsverslag uitgangspunten en doelstellingen zijn genoemd. Deze doelstellingen zijn algemeen geformuleerd. Het zijn geen specifieke of meetbare doelen. Om te kunnen beoordelen of de Coolstream installatie voldoet aan hetgeen [eiseres] daarvan mocht verwachten is het relevant wat partijen over en weer hebben verklaard ten aanzien van de wensen en mogelijkheden van deze installatie. Daarbij speelt ook de schriftelijke aannemingsovereenkomst een rol, waar de door [eiseres] geaccepteerde offerte van KLA onderdeel van uitmaakt. [eiseres] heeft niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de Coolstream installatie voldoet aan de uitgangspunten die daarin zijn opgenomen. 4.29. [eiseres] heeft naar voren gebracht wat zij – volgens haar – mocht verwachten van de Coolstream installatie. Zij heeft echter onvoldoende onderbouwd dat er expliciet verwachtingen zijn gewekt die niet door KLA waargemaakt zijn. De wensen en verwachtingen die [eiseres] in het kader van de totstandkoming van de aannemingsovereenkomst uitgesproken heeft blijven algemeen en zijn niet concreet toetsbaar. Dat KLA concrete toezeggingen heeft gedaan over concreet te behalen resultaten blijkt naar het oordeel van de rechtbank evenmin. 4.30. De temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid worden door [eiseres] als belangrijke punten gepresenteerd waarin de Coolstream installatie tekort zou schieten. De heer [B] heeft namens [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat [eiseres] bij KLA aangegeven heeft dat het in de zomers te warm en te vochtig was in de winkel in [plaats] . KLA heeft daarop volgens de heer [B] aangegeven dat zij daar een installatie voor hadden, waardoor het maximaal 25°C binnen zou zijn. De heer [B] voegde daar tijdens de mondelinge behandeling aan toe dat [eiseres] dat voor een paar dagen per jaar acceptabel vond. Verder heeft de heer [B] verklaard dat partijen erover gesproken hebben dat het vochtig was in de winkel, maar dat zij niet hebben gesproken over percentages. Op de vraag van de rechtbank wat voor [eiseres] een acceptabel niveau van de relatieve luchtvochtigheid is, verwijst de heer [B] naar de Summer Comfort Zone. Tijdens de mondelinge behandeling is echter ook gebleken dat partijen – bij de totstandkoming van de aannemingsovereenkomst – niet gesproken hebben over de Summer Comfort Zone. De heer [B] heeft bevestigd dat partijen enkel hebben afgesproken dat er een “aangenaam binnenklimaat” gerealiseerd moet worden. 4.31. De rapporten en metingen van Polygon die [eiseres] in het geding gebracht heeft, refereren aan wensen en verwachtingen van [eiseres] en aan wenselijke resultaten op grond van de Summer Comfort Zone. De rechtbank is van oordeel dat de wensen en verwachtingen van [eiseres] weinig concreet gemaakt zijn en dat de Summer Comfort Zone daarnaast niet tussen partijen besproken en overeengekomen is. Evenmin zijn partijen overeengekomen dat KLA een optimaal binnenklimaat moet realiseren, waar Polygon over spreekt in haar rapporten. Zij hebben het enkel gehad over een “aangenaam binnenklimaat”, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank een subjectieve – niet maatbare – norm is. Polygon heeft verder in haar eindconclusie niet aangegeven dat de Coolstream installatie niet deugt of niet geschikt is voor deze situatie. Zij komt enkel tot de conclusie dat de Coolstream installatie niet aan de wensen en verwachtingen van [eiseres] voldoet, maar die wensen en verwachtingen heeft [eiseres] te weinig concreet gemaakt. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet vast is komen te staan dat er sprake is van een tekortkoming van KLA. 4.32. Nu de rechtbank gezien het voorgaande van oordeel is dat er geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de aannemingsovereenkomst aan de zijde van KLA, wijst de rechtbank de door [eiseres] gevorderde ontbinding van de overeenkomst af. Dwaling 4.33. Subsidiair stelt [eiseres] zich op het standpunt dat de gebrekkige informatieverschaffing en advisering van KLA tevens een grond voor dwaling oplevert, op grond van artikel 6:228, eerste lid onder a en b, BW. [eiseres] dwaalde bij het aangaan van de overeenkomst over de essentiële eigenschappen van de Coolstream installatie. Bij een juiste voorstelling van zaken had [eiseres] het systeem niet aangeschaft en had zij voor een indirecte adiabatische koeling of een andere koeling gekozen. 4.34. Volgens [eiseres] is deze dwaling te wijten aan inlichtingen van KLA en aan het feit dat KLA naliet om [eiseres] in te lichten in verband met hetgeen zij wist of behoorde te weten omtrent de dwaling. KLA hanteerde verkeerde uitgangspunten, meer concreet in de zomer een relatieve luchtvochtigheid van 40%, een steeds efficiëntere werkende koeling bij hogere temperaturen en de mogelijkheid van een afkoeling van 10 graden of meer bij een temperatuur van 30 graden. Daarnaast heeft KLA volgens [eiseres] onjuiste en onvolledige informatie verstrekt. Zij verhulde de nadelen van de Coolstream installatie, die een hoge luchtvochtigheid creëert, en ontkende de voordelen van indirecte adiabatische koelingen, die bij een warm en vochtig buitenklimaat betere resultaten leveren zonder het vochtgehalte in de binnenruimte te verhogen. KLA stelde ten onrechte dat de Coolstream installatie een aangenaam binnenklimaat zou bezorgen. 4.35. KLA wist of behoorde volgens [eiseres] te weten dat deze informatie van essentieel belang was voor [eiseres] , die een oplossing zocht voor het onaangename binnenklimaat op de warme zomerdagen. Deze dwaling komt daarom volgens [eiseres] geheel voor rekening van KLA, omdat zij specialist is in klimaatoplossingen. KLA verstrekt volgens [eiseres] welbewust verkeerde en misleidende informatie om de Coolstream installatie te verkopen. 4.36. KLA betwist dat [eiseres] bij het aangaan van de aannemingsovereenkomst heeft gedwaald. [eiseres] had een offerte van CSB ontvangen, die [eiseres] te duur vond. [eiseres] vroeg KLA om een goedkoper alternatief dat door KLA is aangeboden en maakte uiteindelijk in de wetenschap van de voor- en nadelen van onder meer de Coolstream installatie de bewuste keuze voor deze installatie. 4.37. Over de uitgangspunten van de aanbieding van KLA hebben partijen tijdens de presentatie op 26 oktober 2021 en in het kader van het sluiten van de aannemingsovereenkomst volgens KLA uitvoerig gesproken. Als [eiseres] al gedwaald zou hebben, dan was dat voor KLA niet kenbaar en had zij daarvan dus geen wetenschap volgens KLA. Dat enige dwaling voor rekening van KLA zou moeten komen, ziet KLA niet. Als er gedwaald is, is die dwaling juist te wijten aan en voor rekening van [eiseres] zelf omdat zij – als professionele inkoper – dan de onjuiste vraagstelling aan KLA heeft voorgelegd, althans KLA volstrekt op het verkeerde been heeft gezet door een goedkoper alternatief voor de door CSB aangeboden klimaatinstallatie te vragen, terwijl zij dat in werkelijkheid niet zou hebben gewild. 4.38. Gezien hetgeen ook overwogen is over de door [eiseres] gestelde tekortkoming ten aanzien van de advisering door KLA, komt de rechtbank tot het oordeel dat er evenmin sprake is van een gebrekkige informatieverschaffing en advisering van KLA, waardoor er sprake zou zijn van dwaling aan de zijde van [eiseres] . KLA betwist dat zij van de verkeerde uitgangspunten uitgegaan is. Evenmin heeft zij de nadelen van de Coolstream installatie verhuld en de voordelen van indirecte adiabatische koeling ontkend. De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] – gezien deze gemotiveerde betwisting door KLA – onvoldoende gesteld en onderbouwd heeft dat [eiseres] gedwaald heeft ten aanzien van de eigenschappen van de Coolstream installatie en de voor- en nadelen van deze installatie ten opzichte van een indirecte adiabatische koeling.
Volledig
Partijen verschillen echter van mening of de Coolstream installatie voldoet aan hetgeen [eiseres] – op grond van de tussen partijen gemaakte afspraken – mocht verwachten van deze installatie. 4.28. De rechtbank stelt vast dat er in het besprekingsverslag uitgangspunten en doelstellingen zijn genoemd. Deze doelstellingen zijn algemeen geformuleerd. Het zijn geen specifieke of meetbare doelen. Om te kunnen beoordelen of de Coolstream installatie voldoet aan hetgeen [eiseres] daarvan mocht verwachten is het relevant wat partijen over en weer hebben verklaard ten aanzien van de wensen en mogelijkheden van deze installatie. Daarbij speelt ook de schriftelijke aannemingsovereenkomst een rol, waar de door [eiseres] geaccepteerde offerte van KLA onderdeel van uitmaakt. [eiseres] heeft niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken dat de Coolstream installatie voldoet aan de uitgangspunten die daarin zijn opgenomen. 4.29. [eiseres] heeft naar voren gebracht wat zij – volgens haar – mocht verwachten van de Coolstream installatie. Zij heeft echter onvoldoende onderbouwd dat er expliciet verwachtingen zijn gewekt die niet door KLA waargemaakt zijn. De wensen en verwachtingen die [eiseres] in het kader van de totstandkoming van de aannemingsovereenkomst uitgesproken heeft blijven algemeen en zijn niet concreet toetsbaar. Dat KLA concrete toezeggingen heeft gedaan over concreet te behalen resultaten blijkt naar het oordeel van de rechtbank evenmin. 4.30. De temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid worden door [eiseres] als belangrijke punten gepresenteerd waarin de Coolstream installatie tekort zou schieten. De heer [B] heeft namens [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat [eiseres] bij KLA aangegeven heeft dat het in de zomers te warm en te vochtig was in de winkel in [plaats] . KLA heeft daarop volgens de heer [B] aangegeven dat zij daar een installatie voor hadden, waardoor het maximaal 25°C binnen zou zijn. De heer [B] voegde daar tijdens de mondelinge behandeling aan toe dat [eiseres] dat voor een paar dagen per jaar acceptabel vond. Verder heeft de heer [B] verklaard dat partijen erover gesproken hebben dat het vochtig was in de winkel, maar dat zij niet hebben gesproken over percentages. Op de vraag van de rechtbank wat voor [eiseres] een acceptabel niveau van de relatieve luchtvochtigheid is, verwijst de heer [B] naar de Summer Comfort Zone. Tijdens de mondelinge behandeling is echter ook gebleken dat partijen – bij de totstandkoming van de aannemingsovereenkomst – niet gesproken hebben over de Summer Comfort Zone. De heer [B] heeft bevestigd dat partijen enkel hebben afgesproken dat er een “aangenaam binnenklimaat” gerealiseerd moet worden. 4.31. De rapporten en metingen van Polygon die [eiseres] in het geding gebracht heeft, refereren aan wensen en verwachtingen van [eiseres] en aan wenselijke resultaten op grond van de Summer Comfort Zone. De rechtbank is van oordeel dat de wensen en verwachtingen van [eiseres] weinig concreet gemaakt zijn en dat de Summer Comfort Zone daarnaast niet tussen partijen besproken en overeengekomen is. Evenmin zijn partijen overeengekomen dat KLA een optimaal binnenklimaat moet realiseren, waar Polygon over spreekt in haar rapporten. Zij hebben het enkel gehad over een “aangenaam binnenklimaat”, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank een subjectieve – niet maatbare – norm is. Polygon heeft verder in haar eindconclusie niet aangegeven dat de Coolstream installatie niet deugt of niet geschikt is voor deze situatie. Zij komt enkel tot de conclusie dat de Coolstream installatie niet aan de wensen en verwachtingen van [eiseres] voldoet, maar die wensen en verwachtingen heeft [eiseres] te weinig concreet gemaakt. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet vast is komen te staan dat er sprake is van een tekortkoming van KLA. 4.32. Nu de rechtbank gezien het voorgaande van oordeel is dat er geen sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de aannemingsovereenkomst aan de zijde van KLA, wijst de rechtbank de door [eiseres] gevorderde ontbinding van de overeenkomst af. Dwaling 4.33. Subsidiair stelt [eiseres] zich op het standpunt dat de gebrekkige informatieverschaffing en advisering van KLA tevens een grond voor dwaling oplevert, op grond van artikel 6:228, eerste lid onder a en b, BW. [eiseres] dwaalde bij het aangaan van de overeenkomst over de essentiële eigenschappen van de Coolstream installatie. Bij een juiste voorstelling van zaken had [eiseres] het systeem niet aangeschaft en had zij voor een indirecte adiabatische koeling of een andere koeling gekozen. 4.34. Volgens [eiseres] is deze dwaling te wijten aan inlichtingen van KLA en aan het feit dat KLA naliet om [eiseres] in te lichten in verband met hetgeen zij wist of behoorde te weten omtrent de dwaling. KLA hanteerde verkeerde uitgangspunten, meer concreet in de zomer een relatieve luchtvochtigheid van 40%, een steeds efficiëntere werkende koeling bij hogere temperaturen en de mogelijkheid van een afkoeling van 10 graden of meer bij een temperatuur van 30 graden. Daarnaast heeft KLA volgens [eiseres] onjuiste en onvolledige informatie verstrekt. Zij verhulde de nadelen van de Coolstream installatie, die een hoge luchtvochtigheid creëert, en ontkende de voordelen van indirecte adiabatische koelingen, die bij een warm en vochtig buitenklimaat betere resultaten leveren zonder het vochtgehalte in de binnenruimte te verhogen. KLA stelde ten onrechte dat de Coolstream installatie een aangenaam binnenklimaat zou bezorgen. 4.35. KLA wist of behoorde volgens [eiseres] te weten dat deze informatie van essentieel belang was voor [eiseres] , die een oplossing zocht voor het onaangename binnenklimaat op de warme zomerdagen. Deze dwaling komt daarom volgens [eiseres] geheel voor rekening van KLA, omdat zij specialist is in klimaatoplossingen. KLA verstrekt volgens [eiseres] welbewust verkeerde en misleidende informatie om de Coolstream installatie te verkopen. 4.36. KLA betwist dat [eiseres] bij het aangaan van de aannemingsovereenkomst heeft gedwaald. [eiseres] had een offerte van CSB ontvangen, die [eiseres] te duur vond. [eiseres] vroeg KLA om een goedkoper alternatief dat door KLA is aangeboden en maakte uiteindelijk in de wetenschap van de voor- en nadelen van onder meer de Coolstream installatie de bewuste keuze voor deze installatie. 4.37. Over de uitgangspunten van de aanbieding van KLA hebben partijen tijdens de presentatie op 26 oktober 2021 en in het kader van het sluiten van de aannemingsovereenkomst volgens KLA uitvoerig gesproken. Als [eiseres] al gedwaald zou hebben, dan was dat voor KLA niet kenbaar en had zij daarvan dus geen wetenschap volgens KLA. Dat enige dwaling voor rekening van KLA zou moeten komen, ziet KLA niet. Als er gedwaald is, is die dwaling juist te wijten aan en voor rekening van [eiseres] zelf omdat zij – als professionele inkoper – dan de onjuiste vraagstelling aan KLA heeft voorgelegd, althans KLA volstrekt op het verkeerde been heeft gezet door een goedkoper alternatief voor de door CSB aangeboden klimaatinstallatie te vragen, terwijl zij dat in werkelijkheid niet zou hebben gewild. 4.38. Gezien hetgeen ook overwogen is over de door [eiseres] gestelde tekortkoming ten aanzien van de advisering door KLA, komt de rechtbank tot het oordeel dat er evenmin sprake is van een gebrekkige informatieverschaffing en advisering van KLA, waardoor er sprake zou zijn van dwaling aan de zijde van [eiseres] . KLA betwist dat zij van de verkeerde uitgangspunten uitgegaan is. Evenmin heeft zij de nadelen van de Coolstream installatie verhuld en de voordelen van indirecte adiabatische koeling ontkend. De rechtbank is van oordeel dat [eiseres] – gezien deze gemotiveerde betwisting door KLA – onvoldoende gesteld en onderbouwd heeft dat [eiseres] gedwaald heeft ten aanzien van de eigenschappen van de Coolstream installatie en de voor- en nadelen van deze installatie ten opzichte van een indirecte adiabatische koeling.