Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant 2026-04-14
ECLI:NL:RBOBR:2026:2315
RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummers: SHE 24/4044E en SHE 25/292 einduitspraak van de meervoudige kamer van 14 april 2026 in de zaken tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. R. Scholten), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek , het college (gemachtigden: [naam] en [naam]). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam] uit [vestigingsplaats] (de vergunninghoudster) (gemachtigde: mr. J.J.J. de Rooij). Samenvatting 1. Dit is de einduitspraak op het beroep tegen de gefaseerde omgevingsvergunning voor het wijzigen van een varkenshouderij en de bouw van een nieuwe stal aan de Lagedijk 1a in Beek en Donk. Eiseres is het niet eens met de omgevingsvergunning. In deze einduitspraak oordeelt de rechtbank dat het college de gebreken die zijn geconstateerd in de tussenuitspraak van 10 oktober 2025 (verder: de tussenuitspraak) heeft hersteld. Na een schets van het procesverloop en een samenvatting van de tussenuitspraak bespreekt de rechtbank het herstel van het college en de zienswijzen van eiseres. In de conclusie geeft de rechtbank het eindoordeel en de gevolgen. Procesverloop 2. Met het besluit van 22 oktober 2024 heeft het college de omgevingsvergunning eerste fase voor de activiteit milieu verleend (het bestreden besluit 1). Met het besluit van 13 december 2024 heeft het college de omgevingsvergunning tweede fase voor de bouwactiviteit verleend (het bestreden besluit 2). 2.1. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen zowel het bestreden besluit 1 als het bestreden besluit 2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit 1 geregistreerd onder zaaknummer SHE 24/4044, en het beroep tegen het bestreden besluit 2 onder zaaknummer SHE 25/292. 2.2. Het college heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft de beroepen op 2 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens eiseres [naam] en de gemachtigde van eiseres, de gemachtigden van het college, [naam] namens vergunninghoudster samen met haar gemachtigde en ing. [naam]. 2.4. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, de geconstateerde gebreken in de bestreden besluiten te herstellen. 2.5. Bij brief van 25 november 2025 heeft het college een nadere motivering gegeven. Partijen hebben hierop gereageerd. Daarna heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Beoordeling door de rechtbank 3. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen. Het staat de rechtbank niet vrij om terug te komen van zonder voorbehoud gegeven oordelen in de tussenuitspraak. Dit is alleen anders in zeer uitzonderlijke gevallen. 3.1. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het college terecht de bedrijfswoning beschouwt als een gevoelig object op meer dan 119 meter afstand, zodat hierin geen reden gelegen is om de gevraagde vergunning te weigeren of verdergaande maatregelen te verlangen. Het college heeft de kassen van het bedrijf van eiseres terecht niet aangemerkt als gevoelig object. Het college is echter niet nagegaan of de werkplaats en het kantoor als een zeer regelmatig gebruikte bebouwing kan worden aangemerkt en als gevoelig object als bedoeld in het toetsingskader. Vervolgens heeft het college onvoldoende beoordeeld of de afstand wordt overschreden en of er verdere maatregelen van vergunninghoudster kunnen worden gevergd. Het bestreden besluit is op dit onderdeel onvoldoende gemotiveerd. De overige beroepsgronden tegen bestreden besluiten 1 en 2 slagen niet. De rechtbank heeft het college de aanwijzing gegeven om te onderzoeken of de werkplaats en het kantoor als gevoelige objecten kunnen worden aangemerkt en (zo ja) op welke afstand deze objecten li