Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2026-03-13
ECLI:NL:RBOBR:2026:1628
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,291 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBOBR:2026:1628 text/xml public 2026-03-19T11:47:59 2026-03-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2026-03-13 25/2208 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:1628 text/html public 2026-03-19T11:41:05 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:1628 Rechtbank Oost-Brabant , 13-03-2026 / 25/2208 Vergoeding voor toevoeging geweigerd. Beroep niet-ontvankelijk. Eiser is geen belanghebbende bij het bestreden besluit. Eisers gemachtigde neemt deel aan het High Trust programma met één-op-één controle achteraf. Als bij de controle achteraf blijkt dat geen toevoeging had mogen worden verleend en dit de reden vormt om de vergoeding te weigeren, dan is de enige die daarvan nadeel ondervindt de rechtsbijstandsverlener. RECHTBANK OOST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: SHE 25/2208 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 maart 2026 in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser (gemachtigde: mr. H. Külcü), en het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand (gemachtigde: [naam]). Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de Raad van 24 juli 2025. 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Eiser heeft via het High Trust programma een toevoeging verkregen voor het indienen van een klacht. Omdat de gemachtigde van eiser deelneemt aan het High Trust programma met één-op-één controle achteraf, heeft de Raad deze toevoegingsaanvraag niet inhoudelijk gecontroleerd en heeft hij de toevoeging op 27 augustus 2024 toegekend. 3. Op 24 februari 2025 heeft eisers gemachtigde een aanvraag tot vaststelling van de vergoeding ingediend. De Raad heeft deze aanvraag met het besluit van 4 april 2025 op grond van artikel 12, tweede lid, onder g van de Wet op de rechtsbijstand afgewezen, omdat de rechtzoekende voor de oplossing van het probleem geen advocaat nodig had. 4. Eisers gemachtigde heeft middels een “aanvraag mutatie declaratie” bezwaar gemaakt tegen dat besluit van de Raad. De Raad heeft dat bezwaar van eisers gemachtigde met het bestreden besluit ongegrond verklaard. 5. Eiser heeft tegen dat besluit beroep ingesteld. 6. De Raad heeft zich in zijn verweerschrift op het standpunt gesteld dat eisers beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat eiser niet als belanghebbende bij het bestreden besluit kan worden aangemerkt. Eiser(s gemachtigde) heeft niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank van 2 januari 2026 om op dat standpunt te reageren. Is het beroep ontvankelijk? 7. Op grond van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Het besluit op bezwaar is gericht aan de gemachtigde van eiser en niet aan eiser zelf. Het beroep is echter ingesteld door eiser zelf. In eisers pro forma beroepschrift en zijn aanvullende beroepschrift, staat namelijk onder andere: “(…) Cliënt heeft mij verzocht en gemachtigd om namens hem onderhavig beroepschrift op te stellen en te – doen – indienen. De heer Guerchouh (hierna: cliënt) komt bij deze in beroep tegen het besluit op bezwaar (…)” 8. De rechtbank is van oordeel dat eiser gelet op de gevolgde High Trust-procedure geen belanghebbende is bij het bestreden besluit, ook al volgt uit de motivering dat de bezwaaradviescommissie heeft beoordeeld of de toevoeging op juiste gronden is geweigerd. Bij de laatste zou eiser normaal gesproken wel belanghebbende zijn, maar uit de algemene voorwaarden bij High Trust volgt dat in een geval als dit de toevoeging in stand blijft en dat de advocaat de rechtszoekende geen kosten in rekening mag brengen. Kortom wanneer bij de controle achteraf blijkt dat geen toevoeging had mogen worden verleend en dit de reden vormt om de vergoeding te weigeren, dan is de enige die daarvan nadeel ondervindt de rechtsbijstandsverlener. Alleen de rechtsbijstandverlener kan dus bij deze vorm van controle achteraf een rechtsmiddel aanwenden tegen de geweigerde vergoeding. Eiser is dus geen belanghebbende bij dit besluit op bezwaar dat is gericht aan zijn advocaat. Het beroep van eiser is dus niet-ontvankelijk. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M.L. Wijnen, rechter, in aanwezigheid van R.G.B.M. Spapens, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Algemene voorwaarden High Trust één-op-één - rvr.org