Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-10-08
ECLI:NL:RBOBR:2025:8901
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,918 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBOBR:2025:8901 text/xml public 2026-03-27T10:23:37 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2026:400 Rechtbank Oost-Brabant 2025-10-08 C/01/419345 / FA RK 25-3826 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl GZR-Updates.nl 2026-0045 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:8901 text/html public 2026-01-23T15:59:36 2026-01-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2025:8901 Rechtbank Oost-Brabant , 08-10-2025 / C/01/419345 / FA RK 25-3826 De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat betrokkene niet bereid is te worden gehoord. Betrokkene doet op dit moment voor niemand open en houdt ieder contact met instanties en professionals consequent af. Zo is ook een medisch onderzoek in de fysieke aanwezigheid van betrokkene niet mogelijk geweest. De zorgverantwoordelijke en de advocaat verklaren niet te verwachten dat betrokkene de rechtbank wel te woord zal willen staan. Het ernstig nadeel is dusdanig acuut en schrijnend dat de rechtbank afziet van nadere pogingen om betrokkene te horen. RECHTBANK OOST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/419345 / FA RK 25-3826 Datum uitspraak: 8 oktober 2025 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , hierna te noemen: betrokkene, wonende en verblijvende te [geboorteplaats] , advocaat: mr. F. van Amstel uit 's-Hertogenbosch. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 september 2025. 1.2. De zitting heeft plaatsgevonden op 7 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord: de advocaat van betrokkene; [naam] , psychiater, zorgverantwoordelijke. 1.3. De rechtbank stelt vast dat betrokkene correct is opgeroepen voor de zitting maar niet is verschenen. Zowel de advocaat als de rechtbank hebben betrokkene geprobeerd telefonisch te bereiken. De advocaat heeft toegelicht dat betrokkene op 25 augustus 2025 voor het laatst de deur heeft geopend voor de enige hulpverlener waarmee hij tot aan dat moment contact had. De zorgverantwoordelijke heeft toegelicht dat betrokkene op dit moment voor niemand open doet, zelfs niet voor zijn moeder. Het valt volgens de zorgverantwoordelijke en de advocaat niet te verwachten dat betrokkene de rechtbank wel te woord zal willen staan. 1.4. Nu betrokkene ieder contact met instanties en professionals consequent afhoudt, is de rechtbank van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat betrokkene niet bereid is te worden gehoord. Omdat het ernstig nadeel acuut en schrijnend is, zoals hierna toegelicht onder 3.6., ziet de rechtbank af van nadere pogingen om betrokkene te horen. Dergelijke pogingen wegen naar het oordeel van de rechtbank, vanwege de geringe kans op succes, niet op tegen het risico dat verder tijdsverloop voor de gezondheid van betrokkene betekent. 2 Het verzoek 2.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De beoordeling 3.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. De medische verklaring 3.2. De psychiater dient het in de Wvggz voor de diverse vormen van verplichte zorg voorgeschreven medische onderzoek in beginsel aldus te verrichten dat hij de betrokkene in een direct contact, dat wil zeggen: in diens fysieke aanwezigheid, spreekt en observeert. Dit is slechts anders indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om een weigering van de betrokkene om aan een onderzoek mee te werken, maar ook andere omstandigheden kunnen meebrengen dat onderzoek in fysieke aanwezigheid van de betrokkene niet of slechts beperkt mogelijk is. In die gevallen zal, met het oog op de beoogde maatregel, steeds op de best mogelijke manier moeten worden getracht inzicht te verkrijgen in de actuele gezondheidstoestand van de betrokkene en de noodzaak tot het treffen van de beoogde maatregel. 3.3. In dit geval heeft de psychiater geen contact gehad met betrokkene, en hem dus ook niet medisch onderzocht. In de medische verklaring is toegelicht dat er drie pogingen hebben plaatsgevonden om betrokkene in persoon te onderzoeken. Op 11 en 16 september 2025 is er geprobeerd een afspraak te maken met betrokkene en heeft betrokkene te kennen gegeven de deur niet open te zullen doen en het gesprek niet aan te zullen gaan. De derde poging, op 19 september 2025, betrof een onaangekondigd huisbezoek. Betrokkene had op dat moment een afspraak met een hulpverlener met wie hij voorheen wel in contact was. Betrokkene deed echter de deur niet open, was telefonisch niet bereikbaar en reageerde niet op een eerder gestuurd app-bericht van de betrokken hulpverlener. De gordijnen van de woning van betrokkene waren gesloten, terwijl deze een dag eerder nog half geopend waren, wat de indruk wekt dat betrokkene in de tussenliggende periode in ieder geval nog thuis is geweest. In de medische verklaring is vervolgens toegelicht dat na overleg met de geneesheer-directeur is besloten de medische verklaring op te stellen op basis van de beschikbare dossierinformatie en informatie van de betrokken hulpverleners. Naar oordeel van de rechtbank is daarmee voldoende onderbouwd waarom een medisch onderzoek in de fysieke aanwezigheid van betrokkene redelijkerwijs niet mogelijk was en op basis van welke gegevens de medische verklaring is opgesteld. 3.4. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een complex (neuro)psychiatrisch beeld bij schizofrenie van het gedesorganiseerde type, met daarbij multiple sclerose en alcoholmisbruik. 3.5. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit (het aanzienlijk risico op): - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. 3.6. Hoewel betrokkene na afloop van de voorgaande zorgmachtiging was gestabiliseerd, is de afgelopen maanden sprake van toenemend zorgmijdend gedrag en zijn er signalen van een ernstige, hernieuwde ontregeling. Er is sprake van verminderde zelfzorg en daarmee dreigende zelfverwaarlozing. Ook dreigt betrokkene zijn woning te verliezen door aanhoudende overlast. Betrokkene heeft somberheidsklachten, verschillende angsten en gedachten aan de dood. Ook lijkt er sprake te zijn van psychische schade. Tijdens de mondelinge behandeling is aangevoerd dat de woningbouwvereniging al concrete stappen onderneemt om betrokkene uit huis te zetten. De verwachting is dat het verliezen van zijn woning een enorme impact op betrokkene zal hebben, waarbij het de vraag is of hij dit mentaal zal kunnen verwerken. 3.7. Om het ernstig nadeel af te wenden, of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig. 3.8. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is in extreme mate zorgmijdend, laat op dit moment geen enkele vorm van hulpverlening toe en is onvoldoende therapietrouw. Hij wil zijn leven zelf vormgeven, zonder bemoeienissen van buitenaf en stemt niet in met de voorgestelde behandelingen. In het verleden is verplichte zorg echter meermaals nodig geweest om bij decompensatie weer te kunnen stabiliseren. Daarom is verplichte zorg nodig. 3.9.