Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-02-10
ECLI:NL:RBOBR:2025:879
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
992 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/412469 / FA RK 25-482
Datum uitspraak: 10 februari 2025
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats],
advocaat: mr. R. Akkaya te Helmond.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 februari 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 februari 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[naam], arts;
de ouders van betrokkene.
2Wat vaststaat
2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [instelling]. De burgemeester van [gemeente] heeft de crisismaatregel op 6 februari 2025 genomen.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken te verlenen.
Beoordeling
4.1.
Tijdens de zitting is gebleken dat het ondertussen wat beter gaat met betrokkene. Er zijn nog wel grote zorgen en de behandelend arts spreekt zijn voorkeur uit voor een langere opname, vanwaar betrokkene kan opbouwen naar thuis wonen met ambulante begeleiding. Betrokkene geeft aan graag weer bij zijn ouders te willen verblijven. De ouders staan hier positief tegenover en vinden dat betrokkene beter af is als zij voor hem kunnen zorgen. De advocaat van betrokkene betwist het ernstig nadeel niet, maar stelt dat er voldoende mogelijkheden zijn om de benodigde zorg in een vrijwillig kader te organiseren.
4.2.
De rechtbank komt gelet op het voorgaande tot het oordeel dat er mogelijkheden zijn om het ernstig nadeel met vrijwillige zorg aan te pakken. Hoewel de rechtbank de redenering van de behandelaar kan volgen, dat er sprake is van een fragiele situatie waarbij klinische behandeling de voorkeur heeft, is niet gebleken dat ambulante zorg in dit geval niet kan volstaan. Hiertegen verzet betrokkene zich niet. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2025 door mr. W.S. Badri, rechter, in aanwezigheid van R. Touwen, griffier en op schrift gesteld op 10 februari 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.