Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-11-19
ECLI:NL:RBOBR:2025:7569
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,426 tokens
Dictum
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer: [01/849612-11]
Locatie 's-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01/01.849612.11
Uitspraakdatum: 19 november 2025
Dictum
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [1975] ,
verblijvende in P.I. Vught te Vught, afdeling BPG.
Het onderzoek van de zaak.
Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 20 februari 2013 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 21 augustus 2024, met één jaar verlengd.
De vordering van de officier van justitie ingekomen bij deze rechtbank op 29 juli 2025 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.
Deze vordering is, na aanhouding van de behandeling op 20 augustus 2025, behandeld op de openbare terechtzitting van de rechtbank van 5 november 2025.
Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige drs. M. Philippi (klinisch psycholoog/psychotherapeut C.T.P. Veldzicht), deskundige dhr. A.F. Samaniego Cameron (GZ-psycholoog/hoofdbehandelaar C.T.P. Veldzicht), de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw mr. J.J. Serrarens gehoord.
In het dossier bevinden zich onder andere:
het verlengingsadvies van Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht van 26 juni 2025, opgemaakt en ondertekend door dhr. Dr. D.E. Tenback (eerste geneeskundige) en mevr. Drs. M. Philippi (directeur behandeling);
een rapportage Pro Justitia psychiatrisch onderzoek, van 29 augustus 2025, opgemaakt en ondertekend door H.L.C. Morre, psychiater;
een rapportage Pro Justitia psychologisch onderzoek van 26 augustus 2025, opgemaakt en ondertekend door E.I.J. Peeters, GZ-psycholoog;
de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;
het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.
Beoordeling
De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van tweemaal poging tot moord en zware mishandeling gepleegd met voorbedachte raad, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
In voornoemd advies van Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht is onder meer het navolgende gesteld:
“Patiënt is lijdende aan ernstige persoonlijkheidsproblematiek te weten een
narcistische en antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken. Er is
sprake van psychopathie, dat zich vooral uit in gebrekkige gewetensfuncties.
Daarnaast lijkt er sprake van een subklinisch psychotisch syndroom waardoor
patiënt wanneer hij spanning oploopt, vastloopt in zijn eigen gedachtewereld en
wantrouwen en vijandigheid opbouwt.
Patiënt komt uit een zeer verwaarlozend milieu en vertoont al op jonge leeftijd
gedragsproblemen en komt al vroeg op negatieve manier in aanraking met politie
en justitie. Deze tendens zet zich in zijn gehele leven voort, waardoor hij rond zijn
negentiende slechts drie jaar buiten detentie heeft verbleven. Zijn detenties
kenmerken zich door vele agressieve incidenten en leidden tot zijn eerste tbs-
maatregel. Deze maatregel verloopt gelijk met de detenties. Veel overplaatsingen
door agressieve incidenten en steeds minder perspectief, wat resulteert in een
LFPZ-aanvraag. Uiteindelijk wordt hij ondanks negatief advies pro-justitia
rapporteurs op de LFPZ-ZISZ afdeling van de Pompestichting geplaatst. Alhier
vindt het indexdelict van de huidige tbs-maatregel plaats. Door de ernst van
incidenten binnen TBS-klinieken, is vormgeving van de nieuwe TBS-maatregel
lastig. Patiënt wordt uiteindelijk voor behandeling geplaatst op de EVBG-afdeling
van CTP Veldzicht. Er vinden meerdere zorgconferenties plaats om zo goed
mogelijk zicht te blijven houden op de voortgang. In dit traject wordt gesproken
over een vooruitgang binnen de aanwezige structuur van de EVBG-afdeling, maar
tegelijkertijd ook de vraag gesteld in hoeverre patiënt nog in staat is om verder te
leren. In CTP Veldzicht is gestart met dubbel begeleide verloven, die naar behoren
verlopen zijn. De overplaatsing naar FPC de Rooyse Wissel verloopt door
onduidelijkheden over afspraken moeizaam. Patiënt is aangewezen op een nieuw
behandelteam. Voor patiënt is dit zeer lastig en hij houdt sterk vast aan zijn eigen
overtuigingen aangaande het behandeltraject. Dit bemoeilijkt de samenwerking,
het wantrouwen neemt steeds meer toe. Wanneer blijkt dat zijn oud-
hoofdbehandelaar uit PI Vught in de Rooyse Wissel werkt en het verlof niet wordt
overgenomen vanwege negatief advies AVT voelt patiënt zich uiteindelijk zowel
emotioneel als fysiek klemgezet en veroorzaakt een agressief incident op 19 mei
2022. Hij betreurt dat het hem niet gelukt is niet fysiek agressief te worden.
Duidelijk is dat bij patiënt afhankelijk blijft van een stevige en betrouwbare
begeleiding om opbouw van wantrouwen en vijandigheid leidend tot agressie te
voorkomen. Gezien is dat de samenwerking die patiënt in PPC Zaanstad en CTP
Veldzicht heeft weten op te bouwen waardoor behandeling vormgegeven kon
worden moeilijk overdraagbaar is. Er worden daardoor geen mogelijkheden gezien
om behandeling gericht op recidivevermindering en terugkeer naar de
maatschappij verder vorm te geven.
Het recidiverisico blijft daarmee hoog bij een (voorwaardelijke) beëindiging van
de TBS. Een LFPZ-aanvraag is ingediend en toegekend (negatief advies PJ-
rapporteur, positief advies LAP-commissie). Behandeling moet zich daarom
richten op kwaliteit van leven. Patiënt wacht op plaatsing op een EVBG-LFPZ
plaats. Plaatsing op de enige afdeling waarbinnen dat nu mogelijk is, is gecontra-
indiceerd omdat patiënt daar zijn indexdelict heeft gepleegd. Er wordt door het
ministerie bekeken waar een nieuwe afdeling geopend kan worden.
Aangezien onduidelijk is wanneer dit mogelijk is, is binnen CTP Veldzicht gekeken
of overbrugging op een EVBG-afdeling haalbaar was. Patiënt verbleef sinds
september 2024 op de Intensieve Care Unit (ICU-C) in het kader van een
toetsingstraject. In aanloop naar januari 2025 nam de spanning toe, wat zich
uitte in grensoverschrijdend gedrag en het uitblijven van reflectie. Vanwege
toenemende onveiligheid werd patiënt op 2 januari geplaatst in de Extra
Beveiligde Kamer (EBK).
Ondanks inspanningen van het team bleef verbetering uit. Patiënt uitte
wantrouwen richting het team, beschuldigde medewerkers en vertoonde
toenemend delict gerelateerd gedrag. Na evaluatie werd het toetsingstraject
beëindigd. Op 13 februari 2025 is patiënt overgeplaatst naar de BPG van PI
Vught.
(…)
Patiënt heeft een LFPZ-indicatie toegekend gekregen. Er worden geen
mogelijkheden gezien in verdere behandeling gericht op recidive vermindering.
Behandeling is gericht op het realiseren van een optimale kwaliteit van leven.
Gezien bovenstaande adviseren wij de TBS met twee jaar te doen verlengen.”
De terbeschikkinggestelde heeft niet willen meewerken aan het onderzoek van de psycholoog en de psychiater. Ondanks deze beperking scharen beide deskundigen, op basis van het dossieronderzoek dat zij wel hebben kunnen doen, zich achter het verlengingsadvies.
De terbeschikkinggestelde heeft kort en zakelijk weergegeven verklaard dat het, ondanks de situatie waarin hij zich bevindt, niet eens zo slecht gaat. Hij vraagt zich wel af waarom hij naar Vught is gestuurd nu hij niet ziek is en ook niemand bedreigd heeft. De dingen die hij geleerd heeft tijdens therapieën en behandeling zijn op de achtergrond geraakt en dat zou wel opgefrist kunnen worden. Maar hij heeft te horen gekregen dat hij niet meer in de rij staat voor therapie, maar voor de LFPZ. Hij zou het liefste vrij zijn.
De inname van het medicijn Carbamazepine neemt betrokkene goed in; hij heeft wel een weerstand tegen Clozapine omdat dit wellicht bijwerkingen geeft.
De deskundige M. Philippi, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts verklaard dat zij tot september 2024 de hoofdbehandelaar was. Sinds mei 2025 is er geen contact meer geweest met betrokkene. Er is geen hoofdbehandelaar op dit moment. De risicotaxatie zal door de P.I. Vught moeten worden uitgevoerd. Zij zijn formeel gezien verantwoordelijk voor betrokkene.
Betrokkene neemt zijn medicatie (Carbamazepine) goed in, hoewel het beter zou zijn wanneer hij Clozapine zou nemen omdat dit een beter agressie remmend effect heeft, maar daar gaat Veldzicht niet meer over.
Het is niet zo dat betrokkene op een dood spoor zit en geen kans krijgt of heeft gekregen. De behandeling die in Veldzicht goed ging, is echter niet overdraagbaar naar een andere plek, zelfs niet binnen de kliniek Veldzicht.
Beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt.
Verlenging
De rechtbank verenigt zich met voormeld advies van de kliniek in zoverre dat verlenging
van de terbeschikkingstelling is aangewezen. Gelet op de stoornis bij de
terbeschikkinggestelde, het recidiverisico en gezien de artikelen 38d en 38e van het
Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel
de algemene veiligheid van personen verlenging van de terbeschikkingstelling eist.
Verzoek om aanhouding en nader onderzoek
Het verzoek van de verdediging om de zaak aan te houden om de reclassering een rapport op te laten maken over de (on)mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging wijst de rechtbank af.
In het verlengingsadvies is te lezen dat de persoonlijkheidsproblematiek van betrokkene ernstig en hardnekkig is en dat betrokkene vanwege het onverminderd hoge recidivegevaar op het hoogste beveiligingsniveau dient te verblijven. Een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging is dus op dit moment nog niet realistisch of aan de orde.
Het verzoek van de verdediging om het Pieter Baan Centrum te betrekken bij het vinden van de juiste plek wijst de rechtbank af. Het bepaalde in art. 6:6:12 lid 4 Sv is nu niet aan de orde, zodat een titel tot plaatsing in het PBC ontbreekt. Daarbij komt dat de stoornis van betrokkene al eerder door rapporteurs van het PBC beschreven is en deze stoornis is nadien in meerdere rapporten bevestigd. Er is geen onduidelijkheid of discussie tussen de deskundigen over de duiding van de stoornis van betrokkene.
Verlengingstermijn
De rechtbank ziet wederom aanleiding om de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen en wijkt hiermee af van de vaste jurisprudentie van de penitentiaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De rechtbank acht het nog steeds niet realistisch dat de terbeschikkingstelling op korte termijn beëindigd zal gaan worden. De situatie voor de terbeschikkinggestelde blijft evenwel bij het ontbreken van enig perspectief uitzichtloos. Tijdens de behandeling ter terechtzitting is gebleken dat de terbeschikkinggestelde zijn medicatie blijft innemen en daar ook nog steeds goed op reageert.
Van behandeling is echter ook het aflopen jaar niet gebleken. Daarbij blijft het volstrekt onduidelijk of en zo ja, wanneer een passende plek voor hem kan worden gecreëerd.
De rechtbank ziet de impasse waarin betrokkene zich bevindt en maakt in deze zeer uitzonderlijke casus daarom wederom gebruik van haar mogelijkheid om de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met één jaar. De rechtbank blijft via deze weg de stand van zaken monitoren en wenst over één jaar in het verlengingsadvies te lezen of, en zo ja, welke stappen er zijn gezet voor het vinden van een passende plek voor de ter beschikking gestelde.
Dictum
De rechtbank:
verlengt de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [verdachte] met een termijn van één jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,
mr. C.W.H. Houg en mr. I.M. Rinzema, leden,
in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Wentholt, griffier,
en is in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.