Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-11-06
ECLI:NL:RBOBR:2025:7438
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,101 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats Eindhoven
zaaknummer : 11837853 TD VERZ 25-1231
datum : 6 november 2025
[initialen griffier]
beschikking op een verzoek tot instelling mentorschap
op verzoek van:
[naam] ,
wonende te [adres 1] ,
hierna te noemen: verzoekster,
met betrekking tot:
[naam] ,
geboren te [woonplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres 1] ,
[naam verpleeghuis] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 14 augustus 2025;
- de bereidverklaring van de nieuwe voorgestelde mentor om tot mentor te worden benoemd.
Het verzoek is mondeling behandeld op 18 september 2025. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op zitting is verschenen [naam] (zoon van betrokkene). Verzoekster is op 25 september 2025 via een beeldbelverbinding gehoord. Afzonderlijk van verzoekster is betrokkene, samen met een begeleider, op 25 september 2025 via een beeldbelverbinding gehoord.
Beoordeling
Verzoekster verzoekt om het instellen van een mentorschap ten behoeve van betrokkene en haar benoeming tot mentor, dan wel subsidiair de benoeming van een professionele mentor. Eerder is een soortgelijk verzoek van verzoekster bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 9 december 2024 afgewezen, omdat de zoon van betrokkene destijds de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene naar behoren behartigde. Volgens verzoekster is de situatie inmiddels gewijzigd. Zij stelt dat de zoon van betrokkene kort vóór de instelling van het bewind gelden van betrokkene naar zijn eigen rekening heeft overgemaakt en dat zij sindsdien onvoldoende informatie van hem ontvangt over het welzijn van betrokkene. Daarnaast woont de zoon van betrokkene sinds dit jaar in het buitenland, wat volgens verzoekster invloed heeft op de wijze waarop hij zijn taken als belangenbehartiger kan uitoefenen, omdat hij minder snel kan handelen als de situatie daarom vraagt. Verzoekster heeft zelf weinig contact met betrokkene, omdat betrokkene dat niet wenst.
De zoon van betrokkene heeft ter zitting het volgende aangevoerd. Er is nog altijd geen noodzaak tot het instellen van het mentorschap omdat hij nog steeds de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene naar tevredenheid van betrokkene behartigt. Dat hij in het buitenland verblijft is geen belemmerende factor gebleken. Daarnaast voorziet hij de dochter van betrokkene wel van informatie en is het geld destijds met goedkeuring van betrokkene door de echtgenoot van betrokkene aan hem overgemaakt.
Betrokkene heeft aangegeven dat zij graag haar zoon behoudt als diegene die haar niet-vermogensrechtelijke belangen behartigt. Dat gaat goed zo. Als er een mentor zou moeten worden benoemd, dan wil ze niet dat dat haar dochter is. Ze heeft geen goede band met haar dochter. De vertegenwoordiger van de zorginstelling heeft ter zitting aangegeven dat het contact over betrokkene met de zoon van betrokkene goed verloopt, ondanks het feit dat hij in het buitenland verblijft.
Na het horen van alle partijen overweegt de kantonrechter als volgt.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene vanwege haar geestelijke of lichamelijke toestand onvoldoende in staat is haar niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Met het oog op de toekomst is de kantonrechter van oordeel dat het in het belang van betrokkene is om een mentorschap in te stellen.
Op grond van artikel 1:452, derde lid, BW wordt in beginsel de uitdrukkelijke voorkeur van betrokkene gevolgd bij de benoeming van een mentor. Volgens het vierde lid van dit artikel heeft voor het overige een natuurlijk persoon uit de directe familie of omgeving van betrokkene de voorkeur. Afwijking van deze voorkeursregeling dient gemotiveerd te worden.
In dit geval is sprake van een verstoorde verhouding tussen de dochter en de zoon van betrokkene. Indien geen mentor wordt benoemd, bepaalt artikel 7:465 lid 3 BW dat in geval van wilsonbekwaamheid beide kinderen beslissingsbevoegd zouden zijn ten aanzien van geneeskundige behandelingen. De kantonrechter acht aannemelijk dat, gelet op de bestaande spanningen tussen de kinderen van betrokkene, de gezamenlijke uitoefening van deze vertegenwoordigingsbevoegdheid kan leiden tot een impasse, met name in situaties waarin op korte termijn een beslissing over een geneeskundige behandeling genomen moet worden. Een dergelijke situatie zou de continuïteit en het welzijn van betrokkene in gevaar kunnen brengen.
Om te voorkomen dat betrokkene daarvan de dupe wordt, acht de kantonrechter het niet wenselijk dat één van de kinderen als mentor optreedt. Hoewel betrokkene een voorkeur heeft uitgesproken voor een familielid, vormt de aard van de familieverhoudingen zoals genoemd een gegronde reden om hiervan af te wijken.
De kantonrechter zal daarom een professionele mentor benoemen. De griffier heeft daartoe mentor [naam] benaderd, die zich bereid heeft verklaard het mentorschap op zich te nemen. De benoeming van een professionele mentor sluit niet uit dat betrokkene op de door haar gewenste wijze contact mag blijven houden met haar kinderen. De kantonrechter benadrukt dat deze benoeming niet voortkomt uit enig bewezen tekortschieten van de zoon, maar uit de behoefte om in de toekomst te waarborgen dat steeds in het belang van betrokkene beslissingen kunnen worden genomen, ook in spoedeisende situaties.
De kantonrechter zal bepalen dat de mentor jaarlijks verslag doet van de werkzaamheden.
De kantonrechter zal de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig artikel 4 lid 4 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is exclusief omzetbelasting.
De kantonrechter zal de jaarbeloning vaststellen overeenkomstig artikel 4 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing.
Dictum
De kantonrechter:
- stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking een mentorschap in ten behoeve van [naam] vanwege de geestelijke of lichamelijke toestand van betrokkene;
benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot mentor: [naam], [adres 1] ;
bepaalt dat de mentor jaarlijks verslag doet van de werkzaamheden;
- bepaalt dat de mentor voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het mentorschap gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de betrokkene mag brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. Z.C.J. Adams, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.