Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-11-07
ECLI:NL:RBOBR:2025:7310
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
2,312 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
zaaknummer : 11721141 TD VERZ 25-884
dossiernummer : BM 37850datum : 7 november 2025
[initialen griffier]
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[naam] ,
geboren te [woonplaats] op [datum] ,
wonende te [adres]
hierna te noemen: betrokkene,
gemachtigde: mr. J.J.M. Cliteur
met als bewindvoerder [naam] , [adres] .
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ontvangen op 27 mei 2025;
- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, ontvangen op
6 augustus 2025;
de brief van de advocaat van betrokkene, ontvangen op 21 augustus 2025;
de brief van de bewindvoerder, ontvangen op 25 september 2025.
Het verzoek is besproken op de zitting van 24 oktober 2025. Van de zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op de zitting zijn betrokkene en een kantoorgenoot van zijn gemachtigde mr. M. Martens van Van der Kruijs Advocaten verschenen. De bewindvoerder is via een Teams-verbinding gehoord.
Beoordeling
Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind. Hij voert aan dat hij zijn zaken zelf kan regelen, eventueel met hulp van zijn familie. Betrokkene zegt ook dat de bewindvoerder hem niet alle informatie verstrekt over de inkomsten, de uitgaven de schulden. Betrokkene geeft ook aan dat de bewindvoerder zijn leven belemmert en dat hij graag zijn vrije leven terug wil zodat hij zich kan focussen op de toekomst.
De bewindvoerder stemt niet in met het verzoek. Zij acht betrokkene niet in staat om zijn financiële zaken zelfstandig te beheren. De bewindvoerder ziet geen wezenlijke verandering in het gedrag van betrokkene, Op de dag dat het leefgeld wordt verstrekt, vraagt betrokkene direct om extra geld. Hij belt dan regelmatig en laat zich daarbij moeilijk afremmen. Volgens de bewindvoerder heeft betrokkene recent aangegeven dat hij kampt met verslavingsproblematiek. Betrokkene is dakloos. Er heeft geen zelfstandigheidstraject plaatsgevonden omdat betrokkene verslaafd is en op straat leeft. Bovendien is betrokkene vaak slecht bereikbaar doordat hij regelmatig van telefoonnummer wisselt.
Op de zitting heeft betrokkene toegevoegd dat hij geen woning heeft omdat de bewindvoerder het niet toestaat dat hij een woning zoekt via Marktplaats. Daarbij is betrokkene het niet eens met de bewindvoerder dat hij zwaar verslaafd zou zijn. Hij vindt dat enorm overdreven. Hij zegt dat hij alleen blowt en rookt. De gemachtigde van betrokkene heeft hieraan toegevoegd dat blowen en roken iets anders is dan harddrugs gebruiken. Dat lijkt de bewindvoerder wel te bedoelen. Ook is hij van oordeel dat het contact tussen betrokkene en de bewindvoerder niet goed is. Als voorbeeld draagt de gemachtigde aan dat betrokkene een kroon moest hebben en dat de tandarts hiervoor een offerte heeft gemaakt. De behandeling is vervolgens geweigerd omdat de bewindvoerder het geld niet heeft geregeld. Ook ten aanzien van de nog openstaande schulden heeft de bewindvoerder volgens de gemachtigde niet juist gehandeld. Zij heeft geen overleg gevoerd met betrokkene om de schulden af te lossen met het spaargeld van betrokkene. De gemachtigde stelt dat het laatste verzoek van betrokkene tot opheffing van het bewind dateert van 3 jaar geleden. Betrokkene is sindsdien niet afgegleden en van een verslavingsproblematiek is geen sprake. Er zijn geen rare dingen gebeurd en er zijn geen nieuwe schulden ontstaan. Dat betrokkene geen woning kan vinden, is in deze tijd niet uitzonderlijk. Met uitzondering van een vaste baan is het leven van betrokkene stabiel. Betrokkene moet de kans worden geboden zijn vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen.
De bewindvoerder heeft op de zitting vertelt dat het verhaal over de tandarts haar onbekend is. Met betrekking tot de woningen die via Marktplaats worden aangeboden licht de bewindvoerder toe dat deze boven het budget van betrokkene zijn. Betrokkene weigert zich in te schrijven bij woningbouwverenigingen. Betrokkene heeft volgens de bewindvoerder toegang tot Onview en daarmee zicht op zijn financiën. Betrokkene is er door de bewindvoerder telefonisch op gewezen dat er twee schulden zijn waarvoor een betalingsregeling loopt. De schulden zijn niet afgelost met het spaargeld om een buffer te houden voor de eventuele aanschaf van een inboedel als betrokkene een woning krijgt.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Op basis van de ingediende stukken en wat er is besproken op de zitting is niet gebleken dat betrokkene in staat is zijn geldzaken zelf te regelen. Betrokkene heeft drie keer eerder, in 2020, 2021 en 2022, om opheffing van het bewind verzocht. Deze verzoeken zijn afgewezen. In de beschikking van 22 december 2021 van de kantonrechter van deze rechtbank is bepaald dat betrokkene bij een nieuw verzoek tot opheffing nieuwe feiten of omstandigheden moet aanvoeren, waaruit blijkt dat hij zelfstandig zijn financiën kan beheren. In de beschikking van 24 oktober 2022 van de kantonrechter van deze rechtbank heeft de kantonrechter daaraan toegevoegd dat een nieuw verzoek tot opheffing van het bewind alleen zinvol is als er tenminste sprake is van een duurzaam stabiele (zelfstandige) woonomgeving met daarbij een duurzaam stabiel jaarinkomen. Aan de genoemde voorwaarden uit de beschikkingen is niet voldaan. Er zijn geen feiten en omstandigheden naar voren gekomen waaruit kan worden afgeleid dat betrokkene zijn geldzaken zelf kan regelen. Betrokkene heeft geen stabiel jaarinkomen en geen woning. Daar komt bij dat betrokkene op dit moment geen inzicht heeft in zijn financiën, zodat niet kan worden beoordeeld dat betrokkene zelf zijn geldzaken kan regelen. Zijn stelling is immers dat hij niet de volledige informatie hierover heeft.
Daarnaast weegt voor de kantonrechter mee dat betrokkene geen zelfstandigheidstraject heeft doorlopen. Het doorlopen van een zelfstandigheidstraject is, zeker als iemand al geruime tijd onder bewind staat, bedoeld om betrokkene te helpen naar financiële zelfredzaamheid. Zodat iemand niet opeens in het diepe wordt gegooid, maar eerst met behulp van de bewindvoerder de benodigde stappen richting het zelf beheren van het geld zet. Wanneer het zelfstandigheidstraject naar ieders tevredenheid is verlopen, kunnen de bewindvoerder en de betrokkene, bij voorkeur gezamenlijk, een verzoek tot opheffing van het bewind indienen.
De kantonrechter ziet in de onderlinge verstandhouding tussen betrokkene en de bewindvoerder ook geen aanleiding om het bewind op te heffen. Betrokkene geeft aan dat de bewindvoerder hem niet alle informatie verstrekt over de inkomsten, de uitgaven en de schulden, maar de bewindvoerder heeft dit op de zitting gemotiveerd weerlegd. Betrokkene heeft toegang tot het systeem Onview en daarmee inzage in zijn financiën. Ook de andere door betrokkene en zijn gemachtigde geschetste omstandigheden omtrent de woning, de tandarts en de schulden zijn door de bewindvoerder gemotiveerd weersproken. De kantonrechter ziet niet dat de bewindvoerder haar werkzaamheden voor betrokkene niet goed heeft uitgevoerd. Daarbij komt dat betrokkene ook zelf heeft aangegeven dat hij met de huidige bewindvoerder een betere band heeft dan met de vorige. Verder geldt dat er ingeval van bewind altijd een zekere mate van frictie is tussen de wensen van de betrokkene enerzijds en de bewindvoerder als financiële belangenbehartiger anderzijds.
Gelet op het voorgaande acht de kantonrechter voortzetting van het bewind noodzakelijk en zinvol en zal het verzoek daarom afwijzen.
Dictum
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A. van den Hoeven, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.