Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-10-30
ECLI:NL:RBOBR:2025:7090
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,947 tokens
Inleiding
RECHTBANK
OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 11698540 \ CV EXPL 25-3511
Vonnis van 30 oktober 2025
in de zaak van
ENGIE ENERGIE NEDERLAND N.V.,
gevestigd en kantoorhoudende in Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: Engie Energie,
gemachtigde: dhr. M. Bijleveld (Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso),
tegen
1BE BETTER PERFORMANCE V.O.F.,
kantoorhoudend in Best,
gedaagde partij, niet verschenen,
2 [gedaagde 2] ,
wonende in [woonplaats] ,gedaagde partij,
gemachtigde: mr. F.M.A. Rooijakkers,
3.[gedaagde 3],
zonder bekende woon- en/of verblijfplaats,
gedaagde partij, niet verschenen,
De eisende partij wordt hierna Engie Energie genoemd. Indien wordt gesproken over de gedaagden samen, worden zij aangemerkt als Be Better Performance c.s.. Als over één van de gedaagde partijen wordt gesproken worden zij aangemerkt als Be Better Performance, [gedaagde 2] of [gedaagde 3] .
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 28 april 2025 met producties (genummerd: 1 tot en met 3),- de conclusie van antwoord namens [gedaagde 2] van 17 juli 2025, - akte aanvullende producties aan de zijde van Engie Energie van 16 september 2025, - de mondelinge behandeling van 24 september 2025.
1.2.
In deze procedure heeft Engie Energie de vennootschap en beide vennoten gedagvaard. [gedaagde 2] is verschenen in de procedure. [gedaagde 3] , de andere vennoot, is niet verschenen. De kantonrechter merkt op dat [gedaagde 3] is opgeroepen op het kantooradres van de vennootschap. De vennootschap was ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding nog niet ontbonden en gelet op artikel 1:14 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) betekent dit dat [gedaagde 3] op correcte wijze is opgeroepen. Tegen [gedaagde 3] wordt daarom verstek verleend. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [gedaagde 2] en [gedaagde 3] in een afzonderlijke procedure de afspraak hebben gemaakt dat de vennootschap Be Better Performance met terugwerkende kracht, per 1 januari 2024, is ontbonden. Op het moment dat dit vonnis wordt gewezen is de vennootschap ontbonden. Omdat de rechtsverhouding tussen [gedaagde 2] en [gedaagde 3] (en daarmee ook de vennootschap Be Better Performance) verplicht tot een voor alle gedaagden gelijke beslissing wordt één vonnis gewezen. (artikel 140 lid 3 Wetboek van Rechtsvordering).
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
Engie Energie heeft groene stroom en gas geleverd aan de onderneming Be Better Performance op het adres Vijverweg 2 te Best. Een aantal facturen zijn niet volledig betaald en Engie Energie is hiervoor een procedure bij de kantonrechter begonnen.
Wat vordert Engie Energie?
2.2.
Engie Energie vordert betaling van een bedrag van € 3.593,72 (openstaande facturen, buitengerechtelijke incassokosten en rente tot 22 april 2025) te vermeerderen met wettelijke handelsrente over een bedrag van € 2.849,38. Een en ander in een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis met veroordeling van Be Better Performance c.s. in de proceskosten.
2.3.
[gedaagde 2] heeft bij conclusie van antwoord verweer gevoerd tegen de ingestelde vordering. Op de mondelinge behandeling is [gedaagde 2] , zonder gemachtigde, verschenen en heeft kenbaar gemaakt de ingestelde vorderingen te erkennen en een regeling te willen treffen met Engie Energie om tot betaling van het openstaande bedrag over te gaan. De ingestelde vorderingen zijn door [gedaagde 2] erkend. De kantonrechter heeft [gedaagde 2] erop gewezen dat het door hem ingenomen standpunt tijdens de mondelinge behandeling afwijkt van zijn eerder (bij monde van zijn gemachtigde) ingenomen standpunt. [gedaagde 2] is in de gelegenheid gesteld om contact op te nemen met zijn gemachtigde om zijn gewijzigde standpunten te bespreken, maar [gedaagde 2] heeft kenbaar gemaakt hier geen gebruik van te willen maken. De kantonrechter begrijpt hieruit dat [gedaagde 2] zijn eerder ingenomen standpunten heeft verlaten.
Het gevorderde bedrag dient te worden betaald
2.4.
De kantonrechter merkt op dat geen inhoudelijk verweer is gevoerd tegen de openstaande facturen en wijst de betaling van deze bedragen zoals omschreven in de beslissing toe.
2.5.
Engie Energie vordert verder ook vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 460,00. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten voldoet aan de wettelijke vereisten en het gevorderde bedrag is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 460,00 toegewezen.
2.6.
Be Better Performance c.s. wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De proceskosten van Engie Energie worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
€
125,11
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
€
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.234,11
Dictum
De kantonrechter
3.1.
verleent verstek tegen Be Better Performance en [gedaagde 3] ,
3.2.
veroordeelt Be Better Performance c.s. hoofdelijk om aan Engie Energie te betalen een bedrag van € 3.593,72, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 2.849,38, met ingang van 22 april 2025, tot de dag van volledige betaling,
3.3.
veroordeelt Be Better Performance c.s. in de proceskosten van € 1.234,11, te vermeerderen met de kosten van betekening als Be Better Performance c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.