Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-10-30
ECLI:NL:RBOBR:2025:6952
Civiel recht
Bodemzaak
1,859 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBOBR:2025:6952 text/xml public 2026-03-05T19:51:51 2025-10-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2025-10-30 11864401 CV EXPL 25-4843 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:6952 text/html public 2026-03-05T19:51:41 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2025:6952 Rechtbank Oost-Brabant , 30-10-2025 / 11864401 CV EXPL 25-4843 Luchtvaart. Verordening EG 261/2004. Kantonrechter verklaart zich ambtshalve onbevoegd. Relatieve bevoegdheid van kantonrechter te 's-Hertogenbosch ontbreekt. Verwijzing naar rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem. Eisers (Passagiers) hebben woonplaats in Nederland; Gedaagde (Luchtvaartmaatschappij) is statutair gevestigd in Spanje; vervoersovereenkomst op grond waarvan luchtvaartmaatschappij de passagiers moest vervoeren van Schiphol (Nederland) naar Cancun (Mexico) via Madrid (Spanje). RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: 11864401 \ CV EXPL 25-4843 Vonnis van 30 oktober 2025 in de zaak van 1 [eiser 1] , 2. [eiser 2] , beiden wonend in [woonplaats] , eisende partijen, hierna samen te noemen: Passagiers, procederend in persoon, tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht AIR EUROPA LINEAS AEREAS S.A. , statutair gevestigd te Balearen, Palma de Mallorca (Spanje), en mede kantoorhoudende te Schiphol (gemeente Haarlemmermeer), gedaagde partij, hierna te noemen: Air Europa, gemachtigde: mr. S. van den Boogaard. 1 De procedure De kantonrechter heeft kennis genomen van de dagvaarding van 15 augustus 2025 met 13 producties. De kantonrechter heeft vervolgens bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken. 2 De beoordeling 2.1. Passagiers vorderen, uitvoerbaar bij voorraad, Air Europa te veroordelen tot - betaling van een bedrag van € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente vanaf 11 februari 2025; - betaling van een bedrag van € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en - betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover. 2.2. Passagiers stellen dat zij op grond van Verordening EG nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie recht hebben op een financiële compensatie van € 1.200,00 (= 2x € 600,00) vanwege een door hen ondervonden langdurige vertraging bij aankomst op de luchthaven van hun eindbestemming. 2.3. De zaak heeft een internationaal karakter, omdat de Passagiers in Nederland wonen, Air Europa haar statutaire zetel in Spanje heeft en het gaat om een vervoersovereenkomst op grond waarvan Air Europa de Passagiers moest vervoeren vanaf de luchthaven Schiphol naar de luchthaven Cancun, Mexico. 2.4. Voordat de kantonrechter (onder meer) de door Passagiers opgeworpen rechtsvragen kan beantwoorden, moet de kantonrechter eerst ambtshalve beoordelen of hij rechtsmacht heeft en bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen. Deze vragen moeten, gelet op het internationale karakter, worden beantwoord aan de hand van de herschikte Verordening nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: Brussel I bis-Vo). 2.5. Het uitgangspunt van Brussel I bis-Vo is dat zij die woonplaats hebben op het grondgebied van een lidstaat, ongeacht hun nationaliteit, worden opgeroepen voor het gerecht van die lidstaat. In artikel 63 Brussel I bis-Vo is bepaald dat rechtspersonen voor de toepassing van Brussel I bis-Vo woonplaats hebben op de plaats van hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging. Air Europa heeft haar statutaire zetel in Spanje. Daarmee is de Nederlandse rechter niet bevoegd. Het enkele feit dat een vennootschap (mede) een kantoor of filiaal houdt in Nederland creëert nog geen bevoegdheid. 2.6. De kantonrechter begrijpt uit de dagvaarding dat Passagiers de kantonrechter te ’s-Hertogenbosch bevoegd achten, mogelijk vanwege het feit dat zij als consumenten hun woonplaats hebben in het arrondissement van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ‘s-Hertogenbosch. Toch kan de kantonrechter ook aan die omstandigheid geen bevoegdheid ontlenen. In dit geval bestaat tussen partijen namelijk een (lucht)vervoersovereenkomst en in artikel 17 lid 3 van Brussel I bis-Vo is bepaald dat afdeling 4 – waarin regels staan over de rechterlijke bevoegdheid in zaken over door consumenten gesloten overeenkomsten – niet van toepassing is op vervoersovereenkomsten. 2.7. In de artikelen 7 tot en met 9 van Brussel I bis-Vo staan enkele bijzondere bevoegdheidsregels. Zo kan een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat op grond van artikel 7 Brussel I bis-Vo ook voor de gerechten van andere lidstaten worden opgeroepen. Meer specifiek kan een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst in een andere lidstaat worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats van uitvoering van de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt. 2.8. In deze zaak is sprake van één boeking voor twee opeenvolgende vluchten, te weten een vlucht van Schiphol naar Madrid (Spanje) en aansluitend een vlucht van Madrid naar Cancun (Mexico). In het arrest van 9 juli 2009 (C-204/08, ECLI:EU:C:2009:439, Rehder) heeft het Europese Hof van Justitie geoordeeld dat bij een vliegreis zowel de plaats van vertrek als de plaats van bestemming van de vlucht gelden als de plaats waar de dienst werd verstrekt of verstrekt had moeten worden. Deze uitleg van het begrip “plaats van uitvoering van de verbintenis” geldt ook voor de situatie waarin sprake is van rechtstreeks aansluitende vluchten die worden gekenmerkt door één enkele boeking voor de gehele reis die twee segmenten omvat (zie HvJ EU van 7 maart 2018, gevoegde zaken C-274/16, C-447/16 en C-448/16, ECLI:EU:C:2018:160, Flightright). Passagiers beroepen zich in deze zaak op een (lucht)vervoersovereenkomst met Schiphol als plaats van vertrek. Daaraan kan de Nederlandse rechter rechtsmacht ontlenen. 2.9. De kantonrechter stelt vast dat de relatieve bevoegdheid ontbreekt. Schiphol is namelijk gelegen in de gemeente Haarlemmermeer en maakt geen onderdeel uit van het arrondissement van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch. Dit betekent dat niet de kantonrechter te ’s-Hertogenbosch, maar de kantonrechter te Noord-Holland, locatie Haarlem bevoegd is om kennis te nemen van de vordering voor zover deze is gegrond op de Verordening. De kantonrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren kennis te nemen van het geschil en de zaak in de stand van het geding verwijzen naar de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem. 2.10. De kantonrechter wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de overige partij(en) bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum (artikel 74 lid 1 Rv). 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen; 3.2. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, sector kanton; 3.3. wijst partijen erop dat iedere partij het recht heeft de overige partij(en) bij exploot op te roepen tegen een nieuwe roldatum. Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.