Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-10-30
ECLI:NL:RBOBR:2025:6951
Civiel recht
Beschikking
1,852 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBOBR:2025:6951 text/xml public 2026-03-05T19:54:21 2025-10-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2025-10-30 11555421 CV EXPL 25-1331 Uitspraak Beschikking NL Eindhoven Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:6951 text/html public 2026-03-05T19:54:15 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2025:6951 Rechtbank Oost-Brabant , 30-10-2025 / 11555421 CV EXPL 25-1331 Luchtvaart. Artikel 3 lid 2 van Verordening EG 261/2004. Afwijzing van de vorderingen tot betalen van compensatie en bijkomende kosten omdat niet kan worden vastgesteld dat de Verordening op Passagiers van toepassing is. Overgelegde boardingpasses zonder jaartal en met bijschrijvingen of krassen. RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Eindhoven Zaaknummer / rekestnummer: 11555421 \ CV EXPL 25-1331 Beschikking van 30 oktober 2025 in de zaak van 1 [verzoeker 1] , wonend in [woonplaats] , 2. [verzoeker 2] , wonend in [woonplaats] , verzoekers, gemachtigde: ProBe-ASP B.V. (Aviclaim), tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht TUI AIRLINES BELGIUM N.V. , gevestigd te Zaventum (België), verweerster, gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer. Verzoekers worden hierna gezamenlijk aangeduid als Passagiers en ieder voor zich als [verzoeker 1] en [verzoeker 2] . Verweerster wordt hierna aangeduid als TUI Belgium. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het vorderingsformulier A van de verordening (EG) nr. 861/2007 met 4 producties; het verweerschrift met 3 producties. 1.2. Passagiers zijn in de gelegenheid gesteld om een conclusie van repliek in te dienen. De rechtbank heeft hierop van Passagiers niets ontvangen. 1.3. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 Het geschil 2.1. Passagiers vorderen – samengevat – dat TUI Belgium veroordeeld zal worden tot betaling van een bedrag van in totaal € 1.414,58. Dat bedrag bestaat uit € 400,00 aan compensatie zoals is bedoeld in de artikelen 4 en 7 van de Verordening EG 261/2004 (hierna: de Verordening) voor passagier [verzoeker 2] en, zo begrijpt de kantonrechter, uit € 1.014,58 aan de ticketkosten van de door Passagiers geboekte alternatieve vlucht vanaf Nador Airport (Marokko), te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten. Passagiers vorderen daarnaast betaling van een bedrag van € 212,19 aan buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van TUI Belgium in de proceskosten. 2.2. Passagiers leggen het volgende ten grondslag aan hun vorderingen. Volgens Passagiers is op 4 oktober 2023 aan hen geweigerd in te stappen op vlucht [nummer] van Nador Airport naar Eindhoven, zodat zij op grond van de Verordening ieder recht hebben op een compensatie van € 400,00. Passagiers hebben toegelicht dat TUI Belgium voor passagier [verzoeker 1] compensatie heeft uitgekeerd. Passagiers stellen dat TUI Belgium datzelfde bedrag niet heeft uitbetaald aan passagier [verzoeker 2] , zodat het gevorderde bedrag van € 400,00 aan compensatie betrekking heeft op [verzoeker 2] . Ook stellen Passagiers dat TUI Belgium hen niet heeft omgeboekt naar een vervangende vlucht, dat zij geen terugbetaling hebben ontvangen van de door hen betaalde ticketkosten en dat TUI Belgium aan hen het verschil in prijs tussen de ticketkosten van de geweigerde vlucht en de door hen zelf geboekte alternatieve vlucht (van Nador naar Amsterdam) niet heeft vergoed. Passagiers hebben er verder op gewezen dat TUI Belgium hen niet conform artikel 14 van de Verordening heeft geïnformeerd over hun rechten. 2.3. TUI Belgium voert verweer. Op het verweer wordt, voor zover relevant, bij de beoordeling ingegaan. 3 De beoordeling 3.1. De kantonrechter stelt vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Europese procedure voor geringe vorderingen valt. 3.2. De Nederlandse rechter is bevoegd kennis te nemen van het geschil. Meer specifiek is, gelet op het Rehder-arrest (ECLI:EU:C:2009:439, Hof van Justitie EG/EU, 09-07-2009, C-204/08), de kantonrechter te Eindhoven bevoegd, omdat de overeengekomen plaats van aankomst van vlucht [nummer] Eindhoven is. Toepasselijkheid van de Verordening 3.3. TUI Belgium heeft bij wijze van verweer aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de Verordening van toepassing is op Passagiers. Zij voert daartoe aan dat Passagiers geen kopie van hun boekingsbevestiging(en) hebben overgelegd en ook niet hebben aangetoond dat zij zich tijdig hebben gemeld bij de incheckbalie en dat aan hen de toegang tot de vlucht zonder geldige grond is geweigerd. Passagiers hebben dit verweer van TUI Belgium niet bestreden. 3.4. Bij de beoordeling is van belang dat Passagiers, anders dan artikel 3 lid 2 van de Verordening voorschrijft, geen boekingsbevestiging(en) hebben overgelegd voor vlucht [nummer] op 4 oktober 2023. Passagiers hebben wel een boarding pass op naam van passagier [verzoeker 2] en een boarding pass op naam van [verzoeker 1] overgelegd. Deze beide boarding passes hebben betrekking op een vlucht met vluchtnummer [nummer] op 4 oktober. De kantonrechter stelt vast dat op die boarding passes geen jaartal staat en dat op de beide boarding passes (met pen) is geschreven of gekrast. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, is de betekenis van die bijschrijvingen of krassen onduidelijk. Daar komt bij dat de kantonrechter de overgelegde boarding passes niet kan plaatsen in het licht van de eigen stelling van Passagiers dat aan hen de toegang tot vlucht [nummer] is ontzegd, wat impliceert dat aan hen juist geen boarding passes zijn verstrekt. Bij deze stand van zaken kan de kantonrechter niet vaststellen dat de Verordening van toepassing is. De slotsom is dat de vordering tot betaling van een compensatie ter hoogte van € 400,00 niet toewijsbaar is. 3.5. Passagiers hebben de vordering tot vergoeding van € 1.014,85 ook gebaseerd op de Verordening. Zij stellen dat zij op grond van artikel 8 van de Verordening recht hebben op betaling van (een deel van) de ticketkosten voor de vervangende vlucht vanaf Nador, door TUI Belgium. Dat wat hiervoor is overwogen over de toepasselijkheid van de Verordening brengt met zich mee dat ook deze vordering niet toewijsbaar is. Gelet hierop zal de kantonrechter ook het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten en de vordering tot betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom afwijzen. 3.6. Passagiers worden in het ongelijk gesteld en zullen daarom in de proceskosten (inclusief de nakosten) worden veroordeeld. De kantonrechter stelt de proceskosten van TUI Belgium vast op een bedrag van € 204,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde en € 102,00 aan nakosten, derhalve in totaal een bedrag van € 306,00. 3.7. De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel van) het bedrag betaalt, dan hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. 4 De beslissing De kantonrechter 4.1. wijst de vorderingen van Passagiers af; 4.2. veroordeelt Passagiers hoofdelijk in de kosten van deze procedure, aan de zijde van TUI Belgium tot heden vastgesteld op € 306,00, te vermeerderen met de eventuele explootkosten in geval van betekening van deze uitspraak; 4.3. verklaart de veroordeling onder 4.2 uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2025.