Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-08-20
ECLI:NL:RBOBR:2025:6439
Civiel recht
Bodemzaak
10,171 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2025:6439 text/xml public 2026-03-23T10:41:46 2025-10-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2025-08-20 C-01-406946 - HA ZA 24-474 Uitspraak Bodemzaak Eerste aanleg - enkelvoudig Tussenuitspraak NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:6439 text/html public 2026-03-23T10:39:42 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2025:6439 Rechtbank Oost-Brabant , 20-08-2025 / C-01-406946 - HA ZA 24-474 Overeenkomst voor levering van ondergrondse afvalcontainers. Afnameverplichting, garantiebepaling. Is er sprake van gebreken? Mogelijkheid partijdeskundigenverhoor. RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/406946 / HA ZA 24-474 Vonnis van 20 augustus 2025 in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING CURE , te Eindhoven, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: Cure, advocaat: mr. M. Franke, tegen VCONSYST B.V. , te Genemuiden, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: VConsyst, advocaat: mr. M. Russchen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 23 juli 2024 met producties, - de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie met producties, - de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte wijziging eis en overlegging productie van 15 januari 2025, - de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald, - de antwoordakte van VConsyst betreffende wijziging van eis en overlegging producties van 26 februari 2025, - de akte overlegging producties en wijziging eis van Cure van 24 april 2025, - de akte wijziging eis van VConsyst van 25 april 2025, - de eerste akte overlegging producties van VConsyst van 29 april 2025, - de tweede akte overlegging producties van VConsyst van 29 april 2025, - de akte overlegging aanvullende productie van Cure van 30 april 2025, - de mondelinge behandeling van 7 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij beide partijen aan de hand van spreekaantekeningen hebben gesproken, - het proces-verbaal van 7 mei 2025, waarin (a) een door partijen afgesproken regeling op enkele punten en (b) een verzoek om eerst op twee punten (zie hierna) te beslissen zijn vastgelegd, - de akte overlegging aanvullende producties van Cure van 14 mei 2025, - de akte wijziging eis van VConsyst van 21 mei 2025, - de akte uitlaten producties van Cure van 4 juni 2025, - de antwoordakte uitlaten wijziging eis in reconventie van Cure van 17 juni 2025, - de antwoordakte wijziging van eis in conventie, tevens akte wijziging eis in reconventie van VConsyst van 18 juni 2025, - de antwoordakte uitlaten wijziging eis in reconventie van Cure van 16 juli 2025, - brief van VConsyst met bezwaar tegen stellingen antwoordakte van Cure van 29 juli 2025. 1.2. Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen. 2 Wat is er gebeurd? 2.1. Cure is een samenwerkingsverband van de gemeenten Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Valkenswaard op het gebied van afvalbeheer. VConsyst is een leverancier van ondergrondse afvalsystemen in Nederland. 2.2. Tussen Cure en VConsyst is een overeenkomst gesloten voor de levering van ondergrondse afvalcontainers (glas-, rest- en papierafval) aan Cure. De overeenkomst is gesloten in het kader van een Europese aanbestedingsprocedure. De overeenkomst is ingegaan op 1 oktober 2019 en is aangegaan voor de duur van 4 jaar. 2.3. In de ‘Overeenkomst perceel 1’ (verder: de overeenkomst) staat, voor zover relevant, het volgende: “ 3. Documenten 1. De volgende documenten maken integraal onderdeel uit van deze Overeenkomst. Voor zover deze met elkaar in tegenspraak zijn geldt de navolgende rangorde, waarbij het hoger genoemde document prevaleert boven het lagere genoemde: I. Deze Overeenkomst. II. Het Ontwerp d.d. 24-07-2019. III. De door beide partijen ondertekende SLA. IV. Verslag van het derde verificatieoverleg d.d. 24-07-2019. V. Verslag van het tweede verificatieoverleg d.d. 14-05-2019. VI. Verslag van het eerste verificatieoverleg d.d. 14-05-2019. VII. Nota van inlichtingen 2 d.d. 17-01-2019. VIII. Nota van inlichtingen 1 d.d. 11-01-2019. IX. Aanbestedingsstukken, waarbij het hoger genoemde document prevaleert boven het lagere genoemde: a) Programma van eisen (bijlage 03A); b) Prijsformat (bijlage 05A); c) Invulformulier kwalitatieve gunningscriteria (bijlage 04A); d) Aanbestedingsleidraad; e) Inkoopvoorwaarden OPDRACHTGEVER (bijlage 06); f) Alle overige Aanbestedingsstukken en/of bijlagen. X. Inschrijving (inclusief alle daarbij behorende bijlagen) d.d. 30-01-2019. XI. Prijsformat zoals ingediend door OPDRACHTNEMER middels zijn inschrijving d.d. 30-01-2019. […] 8 Prijzen, facturering en betaling […] 2. Indien OPDRACHTNEMER zijn verbintenissen voortvloeiend uit de Overeenkomst niet geheel of niet behoorlijk is nagekomen, heeft OPDRACHTGEVER het recht de betaling op te schorten. ” 2.4. In de Service Level Agreement Levering – Reinigen en Onderhoud Ondergrondse Afval-inzamelsystemn (verder: SLA) staat, voor zover relevant, het volgende: “ Artikel 6 - Uitsluitingen garantie Uitgesloten van garantie die VConsyst heeft afgegeven aan CURE zijn: Materialen en arbeidsuren als gevolg van buitennormaal gebruik, brand, vandalisme, molest, oneigenlijk gebruik, diefstal of iedere andere vorm van buiten komend onheil vallen buiten garantie die VConsyst heeft afgegeven aan CURE . […] Artikel 7 - Storingsafhandelingen […] Meldingen m.b.t. uit te voeren correctief onderhoud worden door VConsyst binnen onderstaande reactietermijnen opgelost of hersteld: • Prio 1; waarbij sprake is van een onveilige situatie, binnen twee uur veilig gesteld Prio 2: die leiden tot buiten gebruikstelling, binnen 24 uur na melding opgelost Prio 3: alle overige defecten dienen binnen één week na melding opgelost • 100% van de gevallen worden binnen de reactietermijnen opgelost of hersteld • CURE stelt de betreffende prio (1,2 of 3) vast en communiceert dit, gelijk met de garantieaanvraag aan VConsyst. • Garantieaanvragen met prio 1 en 2 die binnen de garantieperiode vallen, worden altijd eerst opgelost, voordat VConsyst de garantieaanvraag (eventueel) afwijst. Indien een garantieaanvraag terecht afgewezen wordt zal CURE achteraf de kosten tegen de in het prijsinvulformulier vastgelegde prijzen vergoeden. Garantieaanvragen met prio 3 dienen binnen drie werkdagen gemotiveerd afgewezen te worden. ” 2.5. In de Aanbestedingsleidraad staat, voor zover relevant, het volgende: “ Omvang opdracht […] Perceel 1: Aanschaf van ca. 800-1.200 ondergrondse containers incl. reparatie- en onderhoudscontract […] A. OMSCHRIJVING EN OMVANG VAN DE AAN TE BESTEDEN OPDRACHT De opdrachtgever is in het kader van onderhavige aanbesteding voornemens een overeenkomt te sluiten voor de levering van de volgende producten en diensten: […] Levering van ondergrondse onderlossende containers […] 800 tot 1.200 gedurende de maximale looptijd van de overeenkomst In het Programma van Eisen staat onder meer: E1-6: Het toegepaste materiaal en de constructie zijn zodanig dat vervorming door normaal gebruik tijdens de levensduur wordt voorkomen. E1-10: De containers moeten op eenvoudige en veilige wijze uit de betonput kunnen worden gehesen en geledigd kunnen worden. E1-21: Inschrijver stelt één referentie container beschikbaar (…). E1-24: Het opname systeem voor glascontainers is het 3-haken systeem. Onderlinge afstand haken 250 mm, slag middelste haak opnamestuk 600 mm. Alle drie de opnamehaken moeten afzonderlijk kunnen bewegen (…). E1-25: De inzamelvoertuigen van opdrachtgever zijn aangepast voor het gebruik van de in dit programma van eisen benoemde opnamesystemen. (…) Inschrijver dient uit te gaan van de configuratie (…) conform de inzamelvoertuigen zoals door opdrachtgever ten tijden van de (…) schouw getoond is. (…) De te leveren containers dienen aangepast te worden op de bestaande voertuigen van de opdrachtgever. E1-31: Inschrijver dient dusdanige maatregelen te nemen dat de container voldoet als hijsmiddel. E1-79: [Prio 1-3, zie 2.4 artikel 6 hiervoor].
Volledig
2.6. In de inschrijving van VConsyst staat, voor zover relevant, het volgende: “ Garantie De technische levensduur en garantie van de geleverde onderdelen is conform de technische levensduur en garantie zoals opgenomen in perceel 1. Garanties liggen vast in het bestek. Indien reparaties uitgevoerd dienen te worden die niet onder de garantie vallen (zoals slijtdelen) zullen de volgende tarieven in rekening worden gebracht e.e.a. conform het prijsinvulformulier en de onderstaande prijslijst 2019: […] Een ondergrondse container is een systeem met diverse bewegende onderdelen welke aan slijtage onderhevig zijn, zoals kettingen, trekveren, sloten, scharnieren, kleppen etc.. Deze slijtdelen dienen bij juiste onderhoud en keuring tijdig te worden vervangen. Tijdstip waarop deze slijtdelen vervangen dienen te worden hangt af van de frequentie van het gebruik en de onzorgvuldigheid van het gebruik. Geleverde onderdelen die door opdrachtgever worden gemonteerd. Bij garantie reparaties worden de kosten door opdrachtnemer vergoed aan opdrachtgever of voert opdrachtnemer de reparatie direct uit na het verzoek van opdrachtgever hiertoe. De reparateur dient de analyse te onderbouwen met betrekking tot een garantieaanvraag. Hersteltijd conform Prio overzicht (1, 2 en 3); ” Cure heeft bij brief van 4 april 2019 aan VConsyst geschreven: “In ieder geval is het onredelijk om alle onderdelen waarvan u aangeeft dat deze onderhevig zijn aan slijtage uit te zonderen van garantie. Hier gaat Cure ook niet mee akkoord. Inmiddels heeft u de verificatievraag hierover positief beantwoord, waarmee alle uitsluitingen van de garantie niet meer van toepassing zijn.” 2.7. In het Projectplan Cure Afvalbeheer Gemeente Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Valkenswaard (verder: projectplan) staat, voor zover relevant, het volgende: “ 1. Inleiding Cure afvalbeheer heeft in 2018 een aanbesteding uitgebracht waarvan VConsyst de gunning heeft gekregen voor perceel 1 met als opdracht, het leveren van een 800 - 1200 ondergrondse onderlossende containers inclusief o.a. inwerpzuil, opnamesysteem, voetgangersplatform, collector, putrand, stelpoten (of andere put opvulling) en bodemkleppen. Containers moeten inclusief invalbeveiliging (type klapvloer) geleverd kunnen worden. Containers moeten geleverd worden voor de afvalfracties: • Huishoudelijk restafval (hierna: HRA); • Plastic verpakkingen, metalen verpakkingen (blik) en drankenkartons (hierna PMD); • Oud papier en karton (hierna: OPK); • Glas; • Textiel .” 2.8. Cure en VConsyst hebben in overleg met elkaar ontwerpen voor de afvalcontainers gemaakt, die passend zijn bij de afvalzuilen van de betrokken gemeenten. 2.9. Een aantal kettingen van de containers had bij levering een lengte van minder dan 600 mm. De gemiddelde lengte van de geleverde kettingen was 560 mm. 2.10. VConsyst heeft één referentie container ter beschikking gesteld. Cure heeft deze goedgekeurd. Cure heeft deze container ingezet voor de afvalverwerking, waardoor de container niet langer beschikbaar is voor onderzoek (naar eventuele afwijkingen bij de andere containers ten opzichte van de referentie container). 2.11. Sinds oktober 2021 hebben partijen met elkaar overleg gehad over problemen met de glascontainers: (a) een aantal kettingen is gebroken tijdens het gebruik voor de afvalverwerking (bijvoorbeeld uithijsen) en (b) bodemplaten bleken verbogen of vervormd (bijvoorbeeld: doordat gaten gingen uitrekken). 2.12. VConsyst heeft in overleg herstelwerkzaamheden uitgevoerd. Cure heeft zelf nieuwe kettingen besteld en geïnstalleerd. De problemen zijn niet opgelost. 3 De vorderingen in conventie 3.1. Cure vordert – samengevat en na diverse wijzigingen van eis – uitvoerbaar bij voorraad: primair I. gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst tussen VConsyst en Cure, voor wat betreft het deel van de overeenkomst dat ziet op de glascontainers, II. veroordeling van VConsyst tot betaling van een bedrag van € 553.284,60 (incl. btw) aan schadevergoeding, de onderzoekskosten van € 29.403,- en de kosten van herstel van € 97.839,01, te vermeerderen met de wettelijke rente, III. veroordeling van VConsyst tot herstel van de gebrekkige containers, althans nakoming van de op haar rustende garantieverplichtingen, binnen 30 dagen na datum van het vonnis, althans op een nader te bepalen termijn, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag of dagdeel met een maximum van € 500.000,-, Specificatie van schadevergoeding (€ 553.284,60): de facturen voor geleverde containers, inclusief de referentiecontainer en “afroep” van de “rondes” 1, 2, 3, 4, 5, 7, 8, 9 in 2021 en 1, 2, 3 en 4 in 2022. subsidiair I. een verklaring voor recht dat VConsyst tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens Cure door het leveren van gebrekkige containers en/of het niet voldoen aan haar garantieverplichtingen, II. veroordeling van VConsyst tot betaling van een voorschot van € 127.242,01 op de schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, III. veroordeling van VConsyst tot betaling van een schadevergoeding, op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente, IV. veroordeling van VConsyst tot herstel van de gebrekkige containers, althans nakoming van de op haar rustende garantieverplichtingen, binnen 30 dagen na vonnis of nader te bepalen termijn, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag of dagdeel, met een maximum van € 500.000,-, zowel primair als subsidiair I. veroordeling van VConsyst tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 2.681,34 en de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 3.2. VConsyst voert verweer. VConsyst concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Cure, met veroordeling van Cure in de kosten van deze procedure. in reconventie 3.3. VConsyst vordert – samengevat – uitvoerbaar bij voorraad: primair I. veroordeling van Cure tot nakoming van de overeenkomst door het afnemen van 191 afvalcontainers, subsidiair I. veroordeling van Cure tot betaling van een schadevergoeding tot een bedrag van € 319.367,59, voorwaardelijk I. indien en voor zover de rechtbank in conventie oordeelt dat de overeenkomst gedeeltelijk dient te worden ontbonden onder veroordeling van VConsyst tot terugbetaling van de contractprijs, veroordeling van Cure tot betaling van € 184.428,20 ter vergoeding van de waarde van het gebruik van de geleverde glascontainers in de periode vanaf levering tot de datum van gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, subsidiair I. te bepalen dat VConsyst gerechtigd is om over te gaan tot verrekening van de subsidiair gevorderde schadevergoeding met hetgeen zij eventueel in conventie verschuldigd is aan Cure, II. Cure te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten, 3.4. Cure voert verweer. Cure concludeert tot afwijzing van de vorderingen van VConsyst, met veroordeling van VConsyst in de kosten van deze procedure. 4 De beoordeling Bezwaar tegen stellingen antwoordakte 4.1. Cure heeft in haar antwoordakte op de eiswijziging in reconventie gesteld dat VConsyst de regeling zoals vastgelegd in het proces-verbaal van 7 mei 2025 niet naleeft. Per brief heeft VConsyst bezwaar gemaakt tegen de standpunten van Cure over het naleven van de schikking door VConsyst. VConsyst verzoekt de rechtbank de betreffende alinea’s buiten beschouwing te laten. De rechtbank acht dit bezwaar ongegrond, omdat de teksten waar het over gaat in dit stadium niet van belang lijken te zijn voor de beslissing over de vorderingen, waardoor VConsyst in haar positie niet wordt geschaad doordat de teksten worden meegenomen. De rechtbank zal de gewraakte standpunten en de reactie daarop meenemen in haar beoordeling, mocht dit onderwerp nog aan de orde komen en nodig zijn voor de beslissing over de vorderingen, waarbij partijen eerst zo nodig een nadere gelegenheid krijgen voor hoor en wederhoor. Eiswijziging Cure 4.2. Cure heeft haar eis gewijzigd door gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst te vorderen, voor zover die ziet op de glascontainers. Daarnaast is de eis gewijzigd door herstel te vorderen van alle door VConsyst geleverde containers, niet alleen de glascontainers.
Volledig
Cure heeft toegelicht dat problemen zich nu ook bij andere containers voordoen. Cure vindt het efficiënt om ook deze problemen mee te nemen in deze procedure. 4.3. VConsyst maakt bezwaar tegen de eiswijziging. De wijzigingen betreffen volgens haar niet alleen de omvang van de gevorderde schadevergoeding, maar ook de feitelijke en juridische grondslagen van de vorderingen. Indien de rechtbank de wijziging toestaat, verzoekt VConsyst om in de gelegenheid gesteld te worden om verweer te voeren ten aanzien van de nadere feiten die zijn gesteld door Cure en de grondslagen van de vorderingen die hierop betrekking hebben. 4.4. De rechtbank staat de eiswijziging toe. Op deze manier kunnen alle geschilpunten in één procedure worden behandeld. Dat is doelmatig, zeker omdat er (naar verwachting) een mate van overlap is wat betreft feitelijke en juridische grondslagen, en het is hiermee eenvoudig om te voorkomen dat tegenstrijdige beslissingen worden gegeven. De rechtbank geeft de volgens instructies voor een goed verloop van het geding: * VConsyst krijgt een termijn om te reageren op de nieuwe vorderingen en grondslagen. Dit is een aanvullende conclusie van antwoord met betrekking tot de nieuwe vorderingen. * Tijdens een mondelinge behandeling vóór het partijdeskundigenverhoor (zie hierna), zo mogelijk op dezelfde dag of op twee dagen, worden de nieuwe onderwerpen (in het bijzonder: gedeeltelijke ontbinding en overige containers) behandeld. * Partijen mogen tijdens het partijdeskundigenverhoor vragen stellen over de nieuwe onderwerpen, mits zij de vragen uiterlijk twee weken voor het verhoor opgeven, met een motivering. Verzekeringspolis 4.5. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Cure de rechtbank verzocht om VConsyst op grond van artikel 21 en 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) te bevelen om deze polis over te leggen. De rechtbank heeft opgemerkt dat de verzekeringspolis, ondanks de toezegging van VConsyst tijdens de mondelinge behandeling, nog niet is ingebracht. De rechtbank beveelt daarom dat VConsyst de verzekeringspolis inbrengt op grond van artikel 22 Rv. Wat wordt verder besproken? 4.6. Tijdens de mondelinge behandeling van 7 mei 2025 hebben partijen afspraken gemaakt, die zijn vastgelegd in een proces-verbaal. In dit proces-verbaal is afgesproken dat partijen in dit stadium vonnis vragen op de volgende punten: de uitleg van de overeenkomst wat betreft de garantie en de afnameverplichting, de opschorting en ontbinding. 4.7. Partijen hebben deze afspraken gemaakt om na een tussenvonnis te onderzoeken of er een minnelijke regeling getroffen kan worden. De rechtbank zal hieronder op de bovengenoemde punten ingaan. Aangezien de relevante vorderingen in conventie en reconventie met elkaar samenhangen, zullen deze gezamenlijk besproken worden. 4.8. Voor de uitleg van de overeenkomst (zie hierna: afnameverplichting; garantiebepaling; opschorting en ontbinding) is de Haviltex-norm van toepassing in een aanbestedingsrechtelijke context, omdat het gaat om de uitleg van afspraken die na een aanbesteding tot stand zijn gekomen. Bij de vraag wat partijen zijn overeengekomen gaat het volgens deze maatstaf niet alleen om de taalkundige bewoordingen van de tekst van de overeenkomst, maar wordt er ook gekeken naar de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen, in de context van de aanbesteding, mochten toekennen en op wat ze redelijkerwijs van elkaar in die context mochten verwachten. Bij de vraag wat partijen dan precies van elkaar mochten verwachten is de maatschappelijke positie en rechtskennis van partijen, de totstandkoming van de afspraak en in het bijzonder de context van de aanbesteding van belang. De rechtbank hanteert ook een meer op de ‘cao-norm’ toegespitste formulering van een uitlegmaatstaf. Dit levert geen andere uitkomst op, omdat (a) partijen niets wezenlijks hebben gesteld over bedoelingen of contacten die niet tot uitdrukking worden gebracht in de documentatie van de aanbesteding en (b) de context van de aanbesteding, in de Haviltex-formulering, neerkomt op hetzelfde als een cao-norm in dezelfde context. Een meer op de cao-norm toegespitste formulering is dat het er bij de uitleg om gaat op welke manier de behoorlijk geïnformeerde en oplettende inschrijver de documenten heeft begrepen; daarbij komt het aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven uit de bewoordingen volgt, gelezen in het licht van de gehele tekst van, in beginsel, alle aanbestedingsstukken, waarbij de (subjectieve) bedoelingen van de aanbestedende dienst dus niet van belang zijn, tenzij deze bedoelingen uit de aanbestedingsdocumenten en de toelichting kenbaar zijn. Zie ook twee arresten met een overweging over de uitlegmaatstaf, waar de rechtbank van uit gaat: * Hof ’s-Hertogenbosch 6 april 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:1059, ro. 3.6.2: “Tussen partijen is niet in geschil dat de Vervoersovereenkomst aan de hand van objectieve maatstaven dient te worden uitgelegd gelet op het aanbestedingsrechtelijke transparantiebeginsel dat impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten vervat in aanbestedingsstukken dienen te worden geformuleerd op een duidelijke precieze en ondubbelzinnige wijze opdat (onder meer) alle behoorlijke geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren (HvJEU (C-496/99, 29 april 2004) (Succhi di Frutta) en A-G Keus 19 mei 2017 (ECLI:NL:PHR:2017:467). Het hof zal de Vervoersovereenkomst naar objectieve maatstaven uitleggen.” * Hof Arnhem-Leeuwarden 6 augustus 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:5047, ro. 4.6: “Als maatstaf voor uitleg van de overeenkomst geldt een geobjectiveerde variant van de Haviltex-maatstaf. De Haviltex-maatstaf houdt in dat voor de beantwoording van de vraag hoe in een overeenkomst de verhouding van partijen is geregeld, het aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen in de overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. Bij een geobjectiveerde toepassing van de Haviltex-maatstaf in het kader van een na een aanbesteding totstandgekomen overeenkomst, zijn beslissend de taalkundige betekenis van de gebruikte bewoordingen gelezen in het licht van de gehele tekst van de aanbestedingsstukken, de elders in de overeenkomst gebruikte formuleringen, de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden en de strekking van de overeenkomst (wat wilden partijen ermee regelen). Op die manier kunnen alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de aanbestedingsstukken op dezelfde wijze begrijpen. In deze geobjectiveerde variant is in beginsel geen ruimte voor subjectieve verwachtingen bij de aanbestedende dienst of de inschrijver die zijn gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de ander ten tijde van de aanbesteding die niet zijn terug te voeren op de aanbestedingsstukken. Wel kan een relevante uitlegfactor zijn de manier waarop partijen de overeenkomst hebben uitgevoerd.” De rechtbank beoordeelt langs deze lijnen ook hoe alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers de relevante bepalingen zouden uitleggen (TBR 2008/190, prof. C.E.C. Jansen). Een relevante vraag is of alle redelijk geïnformeerde en normaal zorgvuldige inschrijvers een vermeend onduidelijke eis of criterium in de aanbestedingsdocumenten op dezelfde wijze zouden uitleggen Afnameverplichting 4.9. Partijen verschillen van mening over de afnameverplichting en hoe deze moet worden uitgelegd. VConsyst stelt dat Cure tekort schiet in de nakoming van de overeenkomst, doordat zij minder afvalcontainers heeft besteld dan minimaal is overeengekomen. VConsyst vordert daarom primair nakoming van de overeenkomst door Cure door de afname van 159 containers.
Volledig
Volgens VConsyst moeten er namelijk minimaal 800 afvalcontainers worden afgenomen, terwijl Cure maar 641 stuks heeft afgenomen. Het aannemen van een minimumafnameverplichting is volgens VConsyst, anders dan Cure betoogt, geen wezenlijke wijziging van de aanbestedingsopdracht. Bij de inschrijving is VConsyst naar eigen zeggen namelijk uitgegaan van een minimumafnameverplichting, waarop de eenheidsprijzen zijn gebaseerd. Het afnemen van 800 stuks verandert dus volgens haar niets aan het economisch evenwicht. 4.10. Cure betwist dat er een minimumafnameverplichting is overeengekomen. In de leidraad staat volgens haar opgenomen dat er ‘ca. 800-1200 containers’ door Cure worden afgenomen van VConsyst (waarbij ‘ca.’ meebrengt dat Cure ook veel minder mag afnemen). Volgens Cure is de leidraad leidend en zou een afwijking van het projectplan een – ongeoorloofde – wezenlijke wijziging van de opdracht betekenen. Tot slot is er volgens Cure in overleg tussen partijen van de jaarplanningen afgeweken. Volgens Cure is er afgesproken dat er enkel containers worden besteld als Cure die nodig heeft. Hieruit valt volgens Cure af te leiden dat partijen niet de bedoeling hadden om een minimumafnameverplichting overeen te komen. 4.11. De rechtbank oordeelt dat partijen een minimumafnameverplichting van 800 hebben afgesproken. Zo heeft VConsyst – met alle redelijk geïnformeerde en normaal oplettende en zorgvuldige inschrijvers – naar het oordeel van de rechtbank de afspraken redelijkerwijs mogen opvatten. Van belang is volgens de rechtbank dat het hier gaat om een maatwerkproduct, dat specifiek is ontworpen en gebouwd om te voldoen aan de eisen van Cure. Daaruit volgt in de systematiek van deze transactie dat VConsyst een zekere minimumafname moet afspreken om een bepaalde prijs te kunnen geven. Voor de rechtbank is verder relevant dat er slechts één keer wordt gesproken over ‘ca.’ 800-1200 ondergrondse containers, namelijk in de samenvatting van de Aanbestedingsleidraad. In de rest van de Aanbestedingsleidraad wordt gesproken over 800-1200 containers. Hetzelfde geldt voor het ‘Projectplan Cure Afvalbeheer Gemeente Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Valkenswaard’. Hierin staat dat in het hoofdstuk ‘Opdracht’ dat de bestelling ‘800 tot 1200 te leveren ondergrondse onderlossende containers’ betreft. Deze stukken relativeren de betekenis van de term ‘ca.’ in sterke mate en hiermee mocht VConsyst – met alle redelijk geïnformeerde en normaal oplettende en zorgvuldige inschrijvers – volgens de rechtbank redelijkerwijs begrijpen, in de context van de aanbesteding, dat de bandbreedte 800-1200 (dus minimaal 800) werd afgesproken. Bovendien, zelfs al zouden partijen ‘circa’ 800-1200 containers hebben afgesproken, dan heeft Cure vooralsnog bijna 20 procent minder containers afgenomen; naar het oordeel van de rechtbank mocht VConsyst – met alle redelijk geïnformeerde en normaal oplettende en zorgvuldige inschrijvers – in de context van de aanbesteding redelijkerwijs aannemen dat ‘ca.’ een zeer marginale daling betekende (bijvoorbeeld 1%), en dus geen betrekking had op een zeer significante daling van de afname in de orde van grootte van 20%. De rechtbank gaat om deze redenen niet mee in het – onvoldoende gemotiveerde – standpunt van Cure over de aantallen af te nemen containers. De conclusie op dit punt is dat Cure minimaal 800 glascontainers moet afnemen (behoudens gedeeltelijke ontbinding, waarover de rechtbank vooralsnog niet beslist). Uitleg garantiebepaling overeenkomst 4.12. Partijen verschillen verder van mening over hoe de garantie moet worden uitgelegd. Volgens Cure is er sprake van een garantie op de afvalcontainers, waardoor VConsyst gehouden is om de gebreken aan de glascontainers te herstellen. In het Programma van Eisen zijn volgens Cure eisen en garantieverplichtingen opgenomen. Op basis van de bepaling E1-79 (conform 2.4 hiervoor, artikel 7, naar de rechtbank begrijpt) moet VConsyst volgens Cure defecten binnen een vastgestelde termijn verhelpen, afhankelijk van de prioriteit, en mag VConsyst pas daarna een garantieaanvraag beoordelen en afwijzen (waarna een afrekening volgt). Volgens Cure vallen de gebreken aan de containers onder de garantie, waardoor VConsyst de gebreken moet herstellen. 4.13. VConsyst betwist dat zij tekort is geschoten in de nakoming van de garantieverplichtingen. Het gaat volgens haar in deze zaak deels om slijtagedelen (de kettingen) en de breuk van bodemplaten, die volgens VConsyst zijn verbogen door overbelasting. VConsyst betwist dat zij garantie geeft voor slijtagedelen (zie de definitie van de garantie). Daarnaast is in artikel 6 van de SLA schade die ontstaat als gevolg van buitennormaal en oneigenlijk gebruik uitgesloten van garantie, aldus VConsyst. Door de forse overbelasting bij het uithijsen is er volgens haar sprake van buitennormaal gebruik, althans oneigenlijk gebruik. Hierdoor vallen volgens VConsyst de schade aan de kettingen en de bodemkleppen in ieder geval buiten de garantie. De overbelasting is volgens VConsyst veroorzaakt dooor het sinds 2021 gebruikmaken van een AW hijsblok in plaats van een Geo hijsblok. VConsyst wijst op het op zichzelf onweersproken punt dat de inbouw en installatie van de containers niet onder haar verantwoordelijkheid is gedaan maar door een aannemer van Cure. 4.14. De rechtbank beslist in dit stadium over het standpunt van VConsyst over slijtagedelen. De rechtbank verwerpt dit standpunt omdat VConsyst zelf ook vindt dat kettingen niet door slijtage breken binnen een paar jaar en dat oneigenlijk gebruik of buitennormaal gebruik daarom aan de orde moet zijn. De rechtbank is het dus eens met VConsyst dat slijtage, als oorzaak van het probleem, is uitgesloten. Deze beslissing brengt mee dat, zoals VConsyst – met alle redelijk geïnformeerde en normaal oplettende en zorgvuldige inschrijvers – redelijkerwijs in de context van de aanbesteding heeft mogen begrijpen, de problemen met de kettingen en de bodemkleppen in beginsel onder de garantie vallen, behoudens een uitsluitingsgrond. Voor het overige gaat het standpunt van VConsyst over een uitsluitingsgrond: oneigenlijk en buitennormaal gebruik. De rechtbank verwijst wat dit standpunt betreft naar 4.17-4.19 hierna. Omdat Cure niet een uitsluitend op herstel gerichte voorlopige voorziening vordert maar een beslissing in de bodemzaak over ontbinding, schadevergoeding en herstel, ligt het in de visie van de rechtbank voor de hand eerst onderzoek te doen (zie hierna) en daarna pas te beslissen over enerzijds het beroep van VConsyst op de uitsluitingsgrond en anderzijds het beroep van Cure op ontbinding, schadevergoeding en herstel. Dit geldt ook als Cure gelijk heeft dat zij volgens de afspraken de prioriteit vaststelt (E1-79), waarna VConsyst zonder meer eerst moet herstellen en daarna pas bevoegd is een garantieaanvraag af te wijzen (een gegronde afwijzing leidt in het systeem tot een andere en voor Cure nadeligere afrekening dan een gegrond beroep op de garantie). De reden hiervoor is dat partijen uiteindelijk het (veiligheids)probleem willen oplossen en dat daarvoor inzicht nodig is in de oorzaak van het probleem. Pas dan kan worden beslist welke herstelmaatregelen noodzakelijk en passend zijn. Opschorting en ontbinding 4.15. Cure heeft haar verplichtingen op grond van de overeenkomst opgeschort, vanwege de problemen met de glascontainers. Cure vindt (na de mondelinge behandeling) dat er inmiddels ook problemen zijn met de rest- en papiercontainers en heeft haar verplichtingen ten aanzien van die containers ook opgeschort. Daarnaast vordert Cure ontbinding van de overeenkomst voor het gedeelte dat ziet op de ondergrondse glascontainers. Cure stelt dat de waarde van de glascontainers nihil is, omdat zij niet op een duurzame wijze kunnen worden ingezet (gedurende de volledige afgesproken minimale levensduur). 4.16. VConsyst stelt dat er niet mag worden opgeschort. VConsyst stelt daarmee ook dat Cure geen beroep op ontbinding toekomt. Volgens VConsyst zijn de problemen met de glascontainers het gevolg van oneigenlijk of buitennormaal gebruik door Cure, zodat een uitsluiting geldt (geen garantie). 4.17.
Volledig
Op dit moment kan de rechtbank niet beslissen over deze vragen: * of er mag worden opgeschort * of het beroep op ontbinding wel of niet slaagt * of er een tekortkoming is en * of in de context van de garantie een uitsluiting geldt. Beide partijen hebben rapporten ingebracht, maar de bevindingen en beoordelingen in de rapporten staan lijnrecht tegenover elkaar. Cure vindt dat er twee gebreken zijn: de kettingen waren te kort (middelste haak vrije slag minder dan 600 mm) (E1-24 PvE) en er waren kettingbreuken (middelste ketting en kettingen aan de buitenkant). Cure heeft een rapport van TNO ingebracht, waarin wordt geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat de kettingen breken door een scheurvormend corrosieproces. Door dit scheurvormend corrosieproces neemt de doorsnede en daarmee ook de sterkte van de schakels na verloop van tijd af, aldus dit rapport. Het scheurvormend corrosieproces komt volgens TNO doordat de kettingen in de glascontainers in contact komen met de vloeistoffen in de bakken van de glascontainers. Cure meldt stellig dat zij veel glascontainers gebruikt en geen problemen ondervindt, behalve bij de glascontainers die VConsyst zijn geleverd, waardoor de oorzaak in deze glascontainers moet worden gezocht. VConsyst heeft daartegenover een voorlopig rapport van Element Material Technology ingebracht, waarin wordt geconcludeerd dat corrosie waarschijnlijk een secundaire rol speelde bij het breken van de kettingen en dat het waarschijnlijker is dat de kettingen zijn gebroken door metaalmoeheid. VConsyst beroept zich ook op onderzoek door [A] . VConsyst heeft daarnaast een onderzoek van [B] ingebracht, waarin grafieken aantonen hoeveel de onderzochte kettingen rekken en wanneer ze breken. De grafieken tonen volgens VConsyst aan dat de onderzochte door haar geleverde kettingen van 8 mm ruim sterk genoeg zijn. Ook de kettingen uit glascontainers van drie jaar oud, aldus VConsyst. Hieruit kan volgens VConsyst geconcludeerd worden dat de kettingen bij normaal gebruik van de glascontainers niet zullen breken, ook niet wanneer deze al drie jaar worden gebruikt en als gevolg daarvan (in enige mate) zijn gecorrodeerd. Dit wordt volgens VConsyst bevestigd, doordat de (door Cure) nieuw bestelde kettingen van 10 mm dik ook breken. Corrosie kan volgens VConsyst niet na zo’n korte termijn (paar jaar) een oorzaak van een kettingbreuk zijn. VConsyst meldt stellig dat zij deze kettingen overal toepast, tot volle tevredenheid, en dat dergelijke problemen zich nergens anders voordoen, waardoor de oorzaak van de kettingbreuken moet worden gezocht in oneigenlijk of buitennormaal gebruik. VConsyst heeft een document overgelegd (productie 1) met een beschrijving van (a) het gewicht van de container (2500 kg) en (b) de duwkracht die volgens VConsyst ontstaat door het hijsblok van Cure (6000 kg) bij uithijsen van de container en openen van het middelste compartiment; door de combinatie van (a) en (b) wordt de normale werkbelasting van de twee kettingen, waar de container dan aan hangt, overschreden (met als gevolg een kettingbreuk). Volgens VConsyst wordt de overbelasting veroorzaakt door een onjuiste afstelling van het hijsblok (inbouw, installatie, afstelling en testen behoren niet tot haar verantwoordelijkheid, aldus VConsyst). Dezelfde discussie geldt ook voor de bodemplaten. De gaten in de bodemplaten/kleppen rekken uit (dan zijn de gaten ovaal in plaats van rond) en zijn al vrij snel vervormd en verbogen. Een en ander door een gebrek volgens Cure; volgens VConsyst door overbelasting (oneigenlijk of buitennormaal gebruik). 4.18. Er is hiermee voldoende gemotiveerd gesteld door VConsyst dat sprake is van oneigenlijk of buitennormaal gebruik, maar Cure heeft deze stellingen op haar beurt voldoende gemotiveerd betwist met haar standpunt dat een tekortkoming aan de orde is (dus opschorting, ontbinding). De rechtbank zal daarom, zoals besproken tijdens de mondelinge behandeling, de gelegenheid geven om partijdeskundigen te horen, zoals de auteurs van de overgelegde rapporten, om onderzoek te doen naar de oorzaak van de kettingbreuken en daarmee de tekortkoming of het oneigenlijk of buitennormaal gebruik. De rechtbank is het niet eens met het standpunt van Cure dat geen uitsluitingsgrond voor oneigenlijk of buitennormaal gebruik is overeengekomen (2.6 hiervoor, brief van april 2019). Cure heeft dit standpunt naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende onderbouwd in het licht van artikel 6 van de SLA (2.4 hiervoor). 4.19. De bewijslast rust in conventie en in reconventie op VConsyst omdat zij zich beroept op de rechtsgevolgen van de uitsluitingen (oneigenlijk of buitennormaal gebruik, 2.4 hiervoor, artikel 6). Het effect van de garantie (2.4 hiervoor, artikel 7) is dat de bewijslast wordt verschoven naar VConsyst, die zich beroept op de uitzondering (uitsluitingen voor oneigenlijk en buitennormaal gebruik). Hoe nu verder? 4.20. De rechtbank zal een nieuwe mondelinge behandeling gelasten. Partijen hebben daarbij de gelegenheid partijdeskundigen (zoals de auteurs van de overgelegde rapporten) mee te nemen naar de zitting (artikel 200 Rv oud; nu artikel 192 Rv). Partijen mogen de partijdeskundigen tijdens de mondelinge behandeling vragen stellen en de partijdeskundigen mogen op elkaars standpunten en bevindingen reageren. De rechtbank benoemt in dit stadium geen deskundige, omdat partijen al diverse partijdeskundigen hebben ingeschakeld, die thuis zijn in de materie en onderzoek hebben gedaan. Het benoemen van een rechtbankdeskundige zou bij deze stand van zaken kostbaar zijn en de procedure vertragen; dat is niet doelmatig. In het verhoor gaat het over de volgende punten: Wat is de oorzaak van het breken van de kettingen? Wat is de oorzaak van het buigen van de bodemkleppen? Hoe verhouden de kettingen en bodemkleppen in dit geval zich tot andere kettingen en bodemkleppen, die partijen elders succesvol inzetten? Welke eigenschappen zijn vergelijkbaar en welke eigenschappen zijn wezenlijk anders? Geeft een vergelijking inzicht in de oorzaak van de problemen in dit geval? Wat zijn de overige gebreken en wat zijn daarvan de oorzaken? Partijen mogen bij de eerste akte na dit vonnis input geven op deze vragen en andere vragen voorstellen. 4.21. Voor het geval dat het thema verzuim in het vervolg een rol speelt (dit thema is nu niet aan de orde, omdat partijen eerst vonnis vragen over twee onderwerpen, 4.6 hiervoor), wijst de rechtbank nu alvast op de conclusie van advocaat-generaal mr. Valk van 20 oktober 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1164, onder 2.18: “Door diverse auteurs is gepleit voor relativering van de rechtsgevolgen die intreden wanneer een ingebrekestelling ten onrechte is uitgebleven. Ik sluit mij hierbij aan, althans voor gevallen van gebrekkige nakoming. Er is veel voor te zeggen dat de schuldenaar ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling tot schadevergoeding verplicht blijft tot het bedrag van de kosten die hij zou hebben moeten maken indien hij wél tot herstel in de gelegenheid was gesteld en van die gelegenheid ook gebruik zou hebben gemaakt. Weliswaar heeft de schuldenaar een fatsoensnorm overtreden door de schuldeiser geen tweede kans te gunnen, maar dat kan niet rechtvaardigen dat aan de schuldeiser zijn aanspraak op schadevergoeding geheel wordt ontzegd. Het is integendeel alleszins fatsoenlijk dat de schuldenaar niet voordeliger af is dan wanneer hij wel in gebreke zou zijn gesteld. Ook de invalshoek van de schadebeperkingsplicht pleit voor deze uitkomst. Die uitkomst kan met toepassing van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid worden bereikt. Nadeel van die aanpak lijkt me te zijn dat een relativering van de gevolgen van het ontbreken van een ingebrekestelling in verband met art. 24 Rv alleen aan de orde is indien de schuldeiser zich daarop beroept. Liever zou ik aanvaarden dat de rechter in gevallen van gebrekkige nakoming steeds gehouden is de gevolgen van het ontbreken van een (vereiste) ingebrekestelling af te stemmen op de aard en omvang van het daarmee geschonden belang.” Partijen kunnen zich hier uiteraard zo nodig in een later stadium over uitlaten. 4.22.