Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-01-28
ECLI:NL:RBOBR:2025:625
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
812 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
zaaknummer : 11447381 TE VERZ 24-1830
[initialen van de griffier]
Beschikking van de kantonrechter van 28 januari 2025
op verzoek van
[verzoeker 1]
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats]
en
[verzoeker 2] ,
wonende te [adres] [postcode] [woonplaats]
hierna te noemen: verzoekers,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] [postcode] [woonplaats]
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 12 december 2024;
de medische informatie, ontvangen op 20 januari 2025.
Het verzoek is mondeling behandeld op de zitting van 21 januari 2025. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt.
Beoordeling
Het verzoek strekt tot het instellen van een mentorschap ten behoeve van betrokkene.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Uit de ontvangen informatie en de behandeling ter terechtzitting is voldoende aannemelijk geworden dat betrokkene als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat zal zijn ten volle zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.
Op grond van artikel 7:465 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), één van de bepalingen met betrekking tot de geneeskundige behandelingsovereenkomst, moet - als de patiënt niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake - de hulpverlener de verplichtingen voortvloeiende uit de bepalingen over de geneeskundige behandelingsovereenkomst nakomen jegens de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de patiënt, dan wel als een zodanige persoon ontbreekt, jegens een ouder, kind, broer of zus van de patiënt, tenzij de patiënt dit niet wenst. Dit geldt niet als de meerderjarige een curator of een mentor heeft. Ter zitting hebben de beoogd mentoren, de kinderen van betrokkene, verklaard de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene al te behartigen en dat zij bereid zijn dit te blijven doen. Gelet hierop valt niet in te zien op welke grond nu een mentorschap zou moeten worden ingesteld.
Mochten toekomstige ontwikkelingen betreffende de aard van de aan [betrokkene] te verlenen zorg en/of ontwikkelingen tussen [betrokkene] en zijn kinderen daartoe aanleiding geven dan kunnen de kinderen zich altijd alsnog tot de griffie van deze rechtbank wenden met het verzoek om een mentorschap in te stellen.
Dictum
De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.H. Schormans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2025.
de griffier, de kantonrechter,
verzenddatum: