Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-09-18
ECLI:NL:RBOBR:2025:6040
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,870 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats Eindhoven
zaaknummer : 11797512 TE VERZ 25-898
dossiernummer : [beschikkingsnummer]datum : 18 september 2025
[initialen van de griffier]
beschikking op een verzoek tot ontslag van de bewindvoerders en benoeming van een opvolgend bewindvoerder
op verzoek van:
[naam verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerders [naam bewindvoerder 1] , geboren te [geboorteplaats] [geboorteland] ) op [geboortedatum] , wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] en [naam bewindvoerder 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] .
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 16 juli 2025;
de reactie van de huidige bewindvoerders, ontvangen en verzonden in het Digitale Toezichtsysteem van de rechtbank (Mijn CBM) op 22 juli 2025 en 30 juli 2025.
Het verzoek is mondeling behandeld op 5 september 2025. Ter zitting zijn betrokkene, de begeleider van betrokkene, de moeder van betrokkene, de huidige bewindvoerders en de voorgestelde bewindvoerder verschenen.
Beoordeling
Bij beschikking van de kantonrechter d.d. 4 mei 2022 is het vermogen van betrokkene onder bewind gesteld. De grondslag van het bewind is de lichamelijke of geestelijke toestand van betrokkene. Het bewind is ingeschreven in het Centraal curatele- en bewindregister, zoals bedoeld in artikel 1:391 van het Burgerlijk Wetboek.
Betrokkene vraagt om ontslag van [naam bewindvoerder 1] en [naam bewindvoerder 2] als bewindvoerders en om Van Rijn bewindvoering B.V., te benoemen tot opvolgend bewindvoerder. Aan het verzoek ligt – kort samengevat – ten grondslag dat zij veel problemen ervaart in de communicatie met haar huidige bewindvoerders. De huidige bewindvoerders zijn de zus en vader van betrokkene. De vele fricties komen de familieverhoudingen niet ten goede. Betrokkene wil daarom een externe, professionele bewindvoerder.
De huidige bewindvoerders hebben in hun reactie – kort samengevat – aangegeven dat zij het niet eens zijn met het verzoek. Hun bezwaren zijn niet gericht tegen de voorgestelde opvolgend bewindvoerder. De bezwaren zien meer op de vraag hoe effectief de uitvoering van het bewind zal zijn. Voor betrokkene is nog een andere beschermingsmaatregel ingesteld en daarbij zijn de huidige bewindvoerders ook benoemd tot uitvoerders. Deze combinatie zorgt ervoor dat zij snel kunnen ingrijpen op het moment dat betrokkene zich in een crisissituatie bevindt. Zij vrezen dat dit niet meer mogelijk is als het bewind bij een andere persoon is belegd.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Niet ter discussie staat dat de onderbewindstelling noodzakelijk is voor betrokkene. Het gaat nu enkel om de vraag wie de bewindvoerder moet zijn.
Op grond van artikel 1:448 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter ontslag aan de bewindvoerders verlenen, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat zij niet meer voldoen aan de eisen om bewindvoerders te kunnen zijn. Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht, is niet gebleken dat de bewindvoerders in de uitoefening van hun taken tekortgeschoten zijn en/of dat de belangen van de betrokkene niet goed zijn, of worden behartigd door de bewindvoerders. Wel is het de kantonrechter gebleken dat betrokkene een uitdrukkelijke wens heeft om een externe, professionele bewindvoerder te benoemen. De begeleider van betrokkene heeft aanvullend gemeld dat dit een stap is die past bij haar proces.
De door de bewindvoerders geuite bezwaren zien met name op de niet-vermogensrechtelijke belangen van betrokkene. Zij hebben zorgen over waar betrokkene verblijft ten tijde van crisissituaties. Als bewindvoerders kunnen zij hierop sneller anticiperen en betrokkene makkelijker traceren. Deze controle zorgt er (mede) voor dat de bewindvoerders zich minder zorgen maken. In algemene zin kan de kantonrechter dat begrijpen, maar in dit geval is gebleken dat dezelfde controle ook belemmerend werkt voor betrokkene. Zij ervaart veel discussies en daar wil zij vanaf. De kantonrechter ziet hierin voldoende gewichtige redenen voor ontslag. Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter met ingang van 1 oktober 2025 de huidige bewindvoerders ontslaan. De kantonrechter zal de voorgestelde opvolgend bewindvoerder met ingang van 1 oktober 2025 benoemen, nu daartegen geen bezwaar is.
De kantonrechter zal de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig het eerstgenoemde bedrag in artikel 3 lid 5 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is exclusief omzetbelasting.
De kantonrechter zal de jaarbeloning vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing.
Dictum
De kantonrechter:
- ontslaat met ingang van 1 oktober 2025 als bewindvoerders [naam bewindvoerder 1], geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] , wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] en [naam bewindvoerder 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- benoemt met ingang van 1 oktober 2025 tot bewindvoerder Van Rijn bewindvoering B.V., Kvkno. [kvk] , [postbus] , [postcode] [vestigingsplaats] ;
- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.H.E. Boerma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.