Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant 2025-09-22
ECLI:NL:RBOBR:2025:5863
RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 25/1837 en 25/1840 uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 september 2025 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , uit [Woonplaats] , verzoeker (gemachtigde: [naam] ), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond (gemachtigden: mr. Y.J.A.M. Willems en P. Koolen). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit waarmee een wegafsluiting op de Broekstraat in Helmond mogelijk wordt gemaakt. Verzoeker is het niet eens met dat besluit. Hij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. 1.1. De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het verkeersbesluit onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en onvoldoende heeft gemotiveerd. Verzoeker krijgt dus gelijk. Omdat de zaak voldoende duidelijk is, beslist de voorzieningenrechter ook op het beroep en verklaart het beroep gegrond. Omdat het college in oktober wil beginnen met het aanbrengen van de wegafsluiting, bepaalt de voorzieningenrechter dat het college het besluit niet mag uitvoeren tot zes weken na de nieuwe beslissing op bezwaar. 1.2. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Het college heeft op 27 november 2024 het volgende besloten: “(…) Door het plaatsen van borden model C01 met onderbord “uitgezonderd (brom)fietsen een wegafsluiting aan te brengen voor gemotoriseerd verkeer op de Broekstraat ; Deze wegafsluiting wordt ondersteund dmv een camerahandhavingssysteem; Een en ander uit te voeren conform de bij dit besluit behorende kaartbijlage. (…)” 3. Met het bestreden besluit van 16 juni 2025 op het bezwaar van verzoeker is het college bij dit besluit gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 3.1. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van het college. 3.2. Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van verzoeker daartegen. Beoordeling door de voorzieningenrechter Spoedeisend belang 4. Bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening moet de voorzieningenrechter eerst vaststellen dat verzoeker een spoedeisend belang heeft. Daarvan is sprake als de beslissing op zijn bezwaarschrift niet kan worden afgewacht, omdat anders een onomkeerbare situatie kan ontstaan. 4.1. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft. Er is geen sprake van een onomkeerbare situatie als het verkeersbesluit in werking treedt, de verkeersborden worden geplaatst en het cameratoezicht wordt gestart. Het is niet gebleken dat verzoeker zijn woning in Helmond en zijn perceel in Mierlo , beide gelegen aan de Broekstraat , als gevolg van de wegafsluiting niet meer kan bereiken. Verzoeker komt in aanmerking voor ontheffingen voor zowel zijn privéadres als voor zijn perceel in Mierlo en hij kan ook omrijden waardoor hij geen gebruik hoeft te maken van de ontheffingen. Het door verzoeker op de zitting gestelde belang dat het gemeenschapsgeld kost om eenmaal geplaatste voorzieningen te verwijderen als het besluit geen stand kan houden, levert voor verzoeker geen spoedeisend belang op. Verzoeker heeft verder geen omstandigheden naar voren gebracht waaruit onomkeerbare gevolgen blijken. 4.2. Omdat verzoeker naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen spoedeisend belang heeft, kan de door hem gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het bestreden besluit van het college “evident onrechtmatig” is. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht Bij die stand van zaken is de enkele verwijzing in het bestreden besluit naar het in 2022 verricht verkeersonderzoek onvoldoende ter motivering van de noodzaak van de wegafsluiting. Nergens blijkt uit hoeveel verkeer er nu gebruikt als sluipverkeer gebruikt maakt van de Broekstraat of gebruik zal (blijven) maken van die straat als alle werkzaamheden zijn afgerond. Het college heeft de op de zitting ingenomen stelling, dat het een inschatting kan maken van het aantal verkeersbewegingen aan de hand van beschikbare GPS gegevens, niet onderbouwd. Een al in 2017 opgesteld verkeersplan betekent niet dat een verkeersbesluit ter uitvoering daarvan niet naar de huidige situatie moet worden onderbouwd. Is het bestreden besluit voldoende draagkrachtig gemotiveerd, ook op het punt van de afweging van de belangen en de proportionaliteit? 9. De voorzieningenrechter oordeelt dat het college in het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd welke en hoe de verschillende belangen zijn afgewogen en welke alternatieven zijn beoordeeld. 9.1.1. Het college heeft niet gemotiveerd waarom in dit geval de belangen van de verkeersveiligheid zwaarder wegen dan de belangen die aan- en omwonenden en aangrenzende bedrijven hebben bij het ongehinderd kunnen rijden over de Broekstraat . Het college heeft de belangen van de verkeersveiligheid gebaseerd op gegevens uit 2022. Hiervoor is al geoordeeld dat het besluit er geen blijk van geeft dat dit belang op de huidige stand van zaken is toegespitst. Tegenover dit belang van de verkeersveiligheid heeft het college in het bestreden besluit over de belangen van aan- en omwonenden en aangrenzende bedrijven alleen gesteld dat deze in aanmerking komen voor ontheffingen en dat zij met een volgens het college geringe omrijdafstand bereikbaar blijven zonder ontheffing. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bestreden besluit geen inzicht geeft in wat het voor de betreffende aan- en omwonende feitelijk betekent om, ook ter uitvoering van bedrijfsactiviteiten, gebruik te moeten maken van die ontheffingen, die vooraf op kenteken moeten worden aangevraagd. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat niet blijkt dat het college alle van belang zijnde belangen bij de afweging heeft betrokken. Verder geeft het bestreden besluit er geen blijk van of het college heeft gekeken naar alternatieven voor een volledige afsluiting zoals nu aan de orde, waardoor eventueel sluipverkeer ook kan worden tegengegaan en of die alternatieven niet minder ingrijpend zijn voor de aan- en omwonenden en aangrenzende bedrijven. Op de zitting heeft het college hierover desgevraagd aangegeven dat het wel heeft onderzocht of het mogelijk is om de Broekstraat bijvoorbeeld alleen af te sluiten gedurende de spitsuren, maar dat daartoe niet is besloten omdat dit onduidelijkheid oplevert voor weggebruikers en in die situatie bovendien buiten de spitsuren harder zal worden gereden, omdat het dan rustiger is op de weg. Los van dat het besluit hierover geen overwegingen bevat, heeft het college die stellingen niet onderbouwd en is ook niet zonder meer te volgen dat een wegafsluiting op zichzelf zorgt voor verminderen van de snelheid. 9.1.2. Gelet op het voorgaande heeft het college, anders dan beoogd, geen of onvoldoende uitvoering gegeven aan het advies van de commissie om onder andere duidelijk te motiveren of daadwerkelijk sprake is van een toename van het sluipverkeer en de gevolgen van het besluit inzichtelijk te maken. Zonder diepgaand onderzoek naar de feiten en/of het recht kan worden geoordeeld dat het door het college in het bestreden besluit ingenomen standpunt over de verkeersveiligheid, de belangenafweging en proportionaliteit onvoldoende is gemotiveerd wat maakt dat het bestreden besluit in de beroepsprocedure niet in stand zal blijven. Conclusie en gevolgen 10. Het beroep is gegrond, omdat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de wegafsluiting noodzakelijk is voor de verkeersveiligheid, een ontoereikende belangen