Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-04-24
ECLI:NL:RBOBR:2025:5599
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,792 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/01/414418 / JE RK 25-474
Datum uitspraak: 24 april 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, locatie Eindhoven,
hierna te noemen: de raad,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder]
,
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: de moeder,
en
[stiefvader] ,
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: de stiefvader,
en
de WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, statutair gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
De kinderrechter merkt als informant aan:
[vader]
,
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: de vader.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 april 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 april 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [vertegenwoordiger raad] namens de raad;
de moeder;
de stiefvader.
De vader en de GI zijn niet verschenen op de zitting. De kinderrechter stelt vast dat de vader en de GI wel goed zijn opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gehad met de kinderrechter.
Feiten
2.1.
De moeder heeft het gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont, samen met haar halfzusje [naam] , bij haar moeder en stiefvader. Zij heeft regelmatig omgang met haar vader.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 april 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld voor de duur van een jaar, dus tot 26 april 2025.
3Waar moet de kinderrechter op beslissen
3.1.
De raad heeft de kinderrechter verzocht om de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4Wat vinden de partijen?
4.1.
De raad vertelt dat er wel zorgen zijn over [de minderjarige] . [de minderjarige] snijdt zichzelf en zou graag naar school willen, maar het lukt niet om dat te regelen. De ouders zitten met hun handen in het haar. De raad hoopt dat de GI één vast contactpersoon kan regelen voor het gezin, zodat het voor de ouders duidelijk is bij wie ze kunnen aankloppen.
4.2.
De moeder en de stiefvader vertellen dat het niet goed gaat met [de minderjarige] . Ze proberen een andere school te regelen voor [de minderjarige] , maar de school en de GI werken niet mee. Ze hebben behoefte aan iemand die naast hen gaat staan, die ze kunnen vertrouwen en die de ouders en stiefvader helpt met het regelen van allerlei soorten zaken.
5Wat vindt de kinderrechter?
5.1.
De kinderrechter vindt dat de ondertoezichtstelling nog steeds nodig is en verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar. Hieronder legt de kinderrechter uit waarom zij dat vindt.
5.2.
Eerst moet de kinderrechter kijken of er nog steeds sprake is van ernstige ontwikkelingsbedreigingen bij [de minderjarige] . Dat betekent dat de kinderrechter kijkt of er nog steeds grote zorgen zijn over [de minderjarige] . De kinderrechter vindt dat deze zorgen er nog steeds zijn. Er zijn bijvoorbeeld nog steeds zorgen over het welzijn van [de minderjarige] , omdat zij huiselijk geweld heeft gezien, veel gepest is op school en zichzelf pijn doet, bijvoorbeeld door zichzelf te snijden. Ook zijn er zorgen over dat [de minderjarige] veel school mist. Zij is al sinds december 2024 niet meer naar school gegaan, vanwege de pesterijen en bedreigingen. Ten slotte zijn er zorgen over de seksuele ontwikkeling van [de minderjarige] en over haar social media gebruik.
5.3.
De kinderrechter verwacht niet dat deze zorgen met vrijwillige hulpverlening, dus zonder ondertoezichtstelling, kunnen worden weggenomen. Voordat de ondertoezichtstelling was uitgesproken vorig jaar, was er al veel hulpverlening betrokken bij het gezin. Toch bleven er zorgen over [de minderjarige] en lukte het de ouders niet om deze zorgen weg te nemen. Tijdens de ondertoezichtstelling is er opvoedondersteuning vanuit [zorgaanbieder] ingezet en bemoeizorg door de GI. Deze hulp is gestopt omdat de hulpverleners zich niet meer veilig voelden door de dreigende houding van de ouders. Ook het uitgebreide onderzoek naar [de minderjarige] is door de houding van de ouders niet gestart.
5.4.
De GI geeft aan de ondertoezichtstelling niet meer uit te kunnen voeren omdat de ouders niet willen en kunnen samenwerken met hulpverleners. Het contact tussen de ouders en hulpverleners is vaak uit de hand gelopen met schelden en bedreigen. De ouders vertrouwen de hulpverleners niet, houden zich vaak niet aan afspraken en er wordt vaak meer van de ouders gevraagd dan zij aankunnen. Hierdoor vindt de GI dat het niet meer lukt om de ouders te helpen. Er is op dit moment helemaal geen hulp meer betrokken bij het gezin. Dat vindt de kinderrechter niet goed.
5.5.
De kinderrechter stelt vast dat de ouders moeite hebben hun problemen te overzien en hulpverleners te vertrouwen; zij willen graag openstaan voor hulp, die aansluit bij hun behoeften. Zij willen daarbij wel met respect behandeld worden en dat er naar hen geluisterd wordt. Dat is begrijpelijk en ook noodzakelijk omdat daardoor de ouders naar verwachting open zullen staan voor de hulpverlening.
5.6.
De kinderrechter ziet en begrijpt de zorgen van de GI. Toch vindt de kinderrechter een ondertoezichtstelling nog steeds nodig. [de minderjarige] heeft aangegeven graag iemand te willen hebben om, naast haar ouders, mee te kunnen praten over alles wat zij meemaakt. Bovendien hebben de ouders het afgelopen jaar veel gehad aan een hulpverlener die de ouders helpt in het contact met andere organisaties. De hulpverlener hielp de ouders bijvoorbeeld in het contact en met het maken van afspraken met de woningbouwvereniging. Net als de raad, vindt de kinderrechter dat in ieder geval een vorm van hulp voor de ouders nodig is om hen te helpen in het contact met andere instanties, zoals ook in het zoeken naar een goede school van [de minderjarige] . [zorgaanbieder] is wellicht niet de juiste organisatie voor dit soort hulp; van hulpverleners van [hulpverleningsinstantie] verwacht de raad dat zij goed kunnen aansluiten bij de behoeften van de ouders en de kinderen. De raad adviseert een contactpersoon vanuit [hulpverleningsinstantie] , die goed afgestemd is op de ouders en die traumasensitief kan reageren. Van de ouders verwacht de kinderrechter dat zij zich meewerkend opstellen naar de GI en naar de noodzakelijke hulpverleners, ook als zij het niet eens zijn met bepaalde beslissingen.
5.7.
De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, BW).
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Brief aan [de minderjarige]
5.9.
De kinderrechter heeft haar beslissing aan [de minderjarige] uitgelegd in een aparte brief aan haar. Daarin is het volgende opgenomen:
“Beste [minderjarige] ,
Op 24 maart 2025 hebben wij elkaar gesproken in de rechtbank. We hebben het gehad over de vraag of het goed zou zijn als [de gezinsvoogd] , of iemand anders, nog langer jullie als gezin gaat helpen met bepaalde zaken. Ik heb beslist dat [de gezinsvoogd] , of iemand anders zoals [de gezinsvoogd] , nog langer jullie gezin zal helpen. In moeilijke woorden heet dat een verlenging van de ondertoezichtstelling. Ik zal je uitleggen waarom ik dit heb beslist.
Ik maak me zorgen over jouw situatie. Je vertelde mij dat je al sinds december niet meer naar school gaat, omdat je veel bent gepest en zelfs bent bedreigd. Als het goed is kun je vanaf volgend schooljaar naar een andere school. Je gaf ook aan dat je het fijn zou vinden als [de gezinsvoogd] , of iemand anders, nog langer in jullie gezin is om jou en jouw ouders te helpen. Verder zou je het fijn vinden om iemand te hebben, naast papa en mama, om mee te kunnen praten over dingen.
Jouw moeder vertelde dat jij niet lekker in je vel zit en jezelf soms pijn doet.
Het is belangrijk dat er nog langer iemand jouw ouders en jou helpt bij het regelen van bepaalde dingen en die meekijkt dat het goed met jou gaat. Iemand die bijvoorbeeld helpt met het vinden van een fijne school voor na de zomervakantie en iemand voor jou om mee te praten over alles wat je meemaakt of waar je mee zit.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar, dus tot 26 april 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2025 door mr. dr. V.M. Smits, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 8 mei 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.
artikel 1:255 in samenhang met artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek.