Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-07-10
ECLI:NL:RBOBR:2025:5113
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
821 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
zaaknummer : 11735680 TD VERZ 25-919
dossiernummer : [beschikkingsnummer]datum : 10 juli 2025
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[naam betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder [naam bewindvoerder] h.o.d.n. [naam bewindvoerderskantoor] , Kvkno. [kvk] , Postbus [postbusnummer] , [postcode] [vestigingsplaats] .
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ontvangen op 5 juni 2025.
Beoordeling
Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind.
Op 13 mei 2025 is het verloop van het bewind besproken op zitting. Daarna heeft de bewindvoerder een verzoek ingediend om de grondslag van het bewind te wijzigen naar ‘lichamelijke of geestelijke toestand’. Bij beschikking van 20 juni 2025 heeft de kantonrechter vastgesteld dat de grondslag ‘verkwisting of het hebben van problematische schulden’ niet langer aanwezig is. De kantonrechter zag voldoende aanwijzingen om de grondslag van het bewind te wijzigen naar de ‘lichamelijke of geestelijke toestand’, ondanks de (uitdrukkelijke) bezwaren van betrokkene.
Gelet op de inhoud van het verzoek is het de kantonrechter niet gebleken dat de situatie van betrokkene nu anders is dan tijdens de zitting van 13 mei 2025 en de beschikking van 20 juni 2025. Betrokkene heeft de (onvrijwillige) hulp en bescherming van een bewindvoerder nodig om te voorkomen dat hij zichzelf benadeelt. Bovendien is betrokkene wel erg snel geweest met het indienen van het verzoek zonder dat is gewerkt aan het bevorderen van financiële zelfstandigheid. De kantonrechter wijst het verzoek tot opheffing daarom af.
Dictum
De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.H. Schormans, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.