Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-08-05
ECLI:NL:RBOBR:2025:5081
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,744 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats Eindhoven
zaaknummer : 11732823 TD VERZ 25-911
dossiernummer : BM 47531datum : 6 augustus 2025
[initialen griffier]
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[naam 1] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder [naam 2] ,
KvKno. [nummer] ,
gevestigd te [adres] .
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ontvangen op 4 juni 2025;
- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, ontvangen op 16 juni 2025;
- spreekaantekeningen van betrokkene, op zitting van 22 juli 2025 overhandigd door betrokkene.
Het verzoek is mondeling behandeld op 22 juli 2025. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op zitting zijn de betrokkene en de bewindvoerder verschenen.
Beoordeling
Betrokkene staat sinds 3 mei 2024 onder bewind vanwege problematische schulden.
Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind. Hij werkt en acht zichzelf weer in staat om zijn financiën zelfstandig te beheren.
De bewindvoerder heeft schriftelijk gereageerd op het verzoek. Zij stemt niet in met het verzoek. Zij acht het verstandig om het bewind voorlopig, in ieder geval tot afronding van de schuldregeling, voort te zetten.
Betrokkene staat momenteel op de wachtlijst voor een schuldregeling bij de gemeente Helmond. Betrokkene heeft aanvragen gedaan voor buitensporige uitgaven, zoals een Apple Watch Ultra van 581 euro, traktaties aan vrienden en collega’s voor een bedrag van 150 euro en nog eens 150 euro voor uitgaan. Deze verzoeken zijn door de bewindvoerder afgewezen omdat ze volgens haar niet verantwoord zijn, gezien de hoge schuldenlast.
Betrokkene heeft eerder een verzoek tot opheffing ingediend, wat op zitting is behandeld. Dit verzoek is afgewezen. Na de zitting heeft een vervolggesprek tussen de bewindvoerder en betrokkene plaatsgevonden en is besloten om aan betrokkene tweewekelijks leefgeld toe te kennen. Hoewel dit redelijk functioneert, blijkt betrokkene nog regelmatig verzoeken te doen die niet passen binnen zijn financiële situatie.
Op de zitting heeft betrokkene aangegeven dat op de vorige zitting in december 2024 is gezegd dat als hij een baan zou hebben, het bewind kan worden opgeheven. Ook geeft hij aan dat hij wel hulp wil in de vorm van een schuldregeling maar dat kan hij zelf ook aanvragen/regelen.
Hij weet nu niet goed wat er van hem wordt verwacht vanuit de bewindvoerder dus onderneemt hij zelf geen actie. Hij heeft altijd zijn geldzaken zelf geregeld en heeft het bewind vrijwillig aangevraagd om stabiliteit te creëren. Die stabiliteit is er nu.
De bewindvoerder zegt op zitting dat er een overeenkomst is waarin de stappen voor zelfredzaamheid van betrokkene zijn opgenomen. Volgende week is een afspraak gepland bij de gemeente Helmond. Dit is een intake voor schuldhulpverlening.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Uit de beschikking van de kantonrechter van 17 december 2024 maakt de kantonrechter op dat het eerdere verzoek van betrokkene tot opheffing van het bewind is afgewezen omdat betrokkene onvoldoende financieel inzicht had. Ook was er sprake van veel hulp aan betrokkene op andere levensgebieden waar zijn aandacht voor nodig is. Aan betrokkene is meegegeven dat het bewind een half jaar na de uitspraak van 17 december 2024 geëvalueerd zal worden zodat hij die periode kan gebruiken om te laten zien dat het (aantoonbaar) beter met hem gaat.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting van 22 juli 2025 is niet gebleken dat betrokkene inmiddels wel voldoende financieel inzicht heeft. In de eerste plaats doet hij nog steeds aanvragen voor buitensporige uitgaven en staat hij op de wachtlijst voor een schuldregeling.
Betrokkene gaat er onterecht van uit dat een baan (hebben/houden) de enige voorwaarde voor opheffing van het bewind was.
Betrokkene zal, zoals in de beschikking van 17 december 2024 ook is opgenomen, meer stappen moeten laten zien, waaronder het niet vragen om extra hoge uitgaven (zoals de afgelopen periode is gebeurd). Betrokkene moet het zelfstandigheidstraject verder voortzetten (nu er sprake is van tweewekelijks leefgeld) en hij moet de afspraken bij de gemeentelijke hulpverlening nakomen.
De kantonrechter vraagt de bewindvoerder het stappenplan nogmaals door te sturen naar betrokkene.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat er op dit moment geen sprake is van voldoende zelfredzaamheid en betrokkene de bescherming van een bewindvoerder nog nodig heeft. Zij zal het verzoek tot opheffing van het bewind daarom afwijzen.
De kantonrechter voegt hieraan nog het volgende toe.
Betrokkene staat relatief kort onder bewind en heeft sindsdien twee verzoeken om opheffing van het bewind ingediend bij de rechtbank. De verzoeken hebben een vergelijkbare strekking en zijn beide afgewezen. De kantonrechter overweegt daarom dat een nieuw verzoek enkel in behandeling wordt genomen indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.
Dictum
De kantonrechter:
- wijst het verzoek tot opheffing van het bewind af;
- bepaalt dat een nieuw verzoek tot opheffing van het bewind door betrokkene, enkel in behandeling wordt genomen indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.