Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-07-07
ECLI:NL:RBOBR:2025:4600
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,241 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer
:
NL:TZ:0000003622:B001
dossiernummer
:
[beschikkingsnummer]
datum
:
7 juli 2025
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
Bewindvoeringskantoor Van Korlaar B.V.,[postbus] , [postcode] [vestigingsplaats] ,Kamer van Koophandel-nummer [kvk]
hierna te noemen: bewindvoerder,
met betrekking tot:
[naam betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,briefadres: [postadres] , [postcode] [naam gemeente] ,hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:- het verzoek, ontvangen op 3 juni 2025.
De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van
een mondelinge behandeling.
Beoordeling
De bewindvoerder vraagt om opheffing van het bewind dat ten behoeve van betrokkene
is ingesteld. Aan het verzoek wordt, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd:
“Betrokkene is uit beeld verdwenen, ze is dakloos. Er is geen contact meer met haar
en ik heb geen idee waar zij verblijft. Het laatst bekende adres van betrokkene is een postadres bij de gemeente, maar daar is betrokkene ook al tijden niet meer geweest.
De hulpverlening van betrokkene weet niet waar ze is en er komt al bijna een jaar geen inkomen binnen. Het bewind is daarom niet zinvol. Een vorig verzoek tot opheffing
van het bewind is op verzoek van de hulpverlening geannuleerd, omdat betrokkene
weer hulp zou accepteren, maar ook daar is ze weer uit beeld verdwenen.”
De rechtbank heeft betrokkene op haar briefadres aangeschreven, maar een schriftelijke reactie van betrokkene op het verzoek is uitgebleven.
Gelet op de inhoud van de stukken is de kantonrechter gebleken dat voortzetting van het bewind niet zinvol is. Naar de inschatting van de kantonrechter is de noodzaak van het bewind nog wel aanwezig, in die zin dat er op dit moment onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren zijn gekomen waaruit kan worden afgeleid dat betrokkene
in staat is om zelf haar vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen.
Echter, vanwege het feit dat er geen contact meer is te krijgen met betrokkene, acht
de kantonrechter het bewind onwerkbaar. De kantonrechter had graag het standpunt
van betrokkene vernomen, maar betrokkene heeft niet gereageerd op de brief van de rechtbank. De kantonrechter zal het bewind om voornoemde redenen opheffen.
Mocht betrokkene in de toekomst weer in beeld zijn en bereid zijn mee te werken aan
de uitvoering van een bewind, dan staat het haar vrij een verzoek tot onderbewindstelling
in te dienen.
Dictum
De kantonrechter:
- heft het bewind over de goederen van [naam betrokkene] op per 16 juli 2025;
- bepaalt dat de bewindvoerder voor zijn/haar (aanvangs)werkzaamheden en voor de met
het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven, ten laste van het vermogen van betrokkene
mag brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.H.E. Boerma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep
worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal)
is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat
deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.