Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant 2025-06-04
ECLI:NL:RBOBR:2025:3406
RECHTBANK Oost-Brabant Civiel recht Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Zaaknummer: C/01/392635 / HA ZA 23-284 Vonnis van 4 juni 2025 in de zaak van 1 [eiser 1] , handelend onder de naam [handelsnaam eiser 1] , te [plaats 1] , 2. [eiser 2] V.O.F. , te [plaats 2] , 3. [eiser 3] B.V. , te [plaats 3] , 4. [eiser 4] V.O.F. , te [plaats 4] , 5. [eiser 5] B.V. , te [plaats 5] , 6. [eiser 6] V.O.F. , te [plaats 6] , 7. V.O.F. [eiser 7] , te [plaats 7] , 8. [eiser 8] , handelend onder de naam [handelsnaam eiser 8] , te [plaats 8] , 9. [eiser 9] , handelend onder de naam [handelsnaam eiser 9] , te [plaats 9] , 10. [eiser 10] V.O.F. , handelend onder de naam [handelsnaam eiser 10] te [plaats 10] , 11. [eiser 11] , handelend onder de naam [handelsnaam eiser 11] , te [plaats 11] , 12. [eiser 12] B.V. , te [plaats 12] , eisende partijen in conventie, verwerende partijen in reconventie, hierna samen te noemen: eisers, advocaat: mr. M.F.H. van Delft, tegen 1 VINOGROEP NEDERLAND B.V., te Eindhoven ,2. [gedaagde 2] B.V. , te [plaats 13] , gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie, hierna samen te noemen: Vinogroep c.s., advocaat: mr. D.F.P. van Arkel. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1-13- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1-29 - de conclusie van antwoord in reconventie, tevens akte eiswijziging in conventie met producties 14-35 - de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald - de akte van eisers in conventie, met nagekomen producties 36-38 - de akte van eisers in conventie met een ontbrekende bijlage bij productie 27 1.2. De mondelinge behandeling heeft op 6 maart 2025 plaatsgevonden. De advocaten van partijen hebben spreekaantekeningen voorgedragen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder is besproken. Daarna is bepaald dat er een vonnis wordt uitgesproken. 2 De zaak in het kort 2.1. Vinogroep is de franchiseorganisatie achter [eiser 2] . Eisers exploiteren een wijnwinkel dan wel een wijnhandel/slijterij onder de franchisenaam " [franchisenaam eisers] ". In totaal heeft Vinogroep twintig aangesloten vinotheken door heel Nederland. 2.2. Vinogroep is in 1976 opgericht door de heren [A] en [B] (hierna respectievelijk te noemen: [A] en [B] ). Bij de oprichting van Vinogroep trad [A] op als enig directeur van zijn vinotheek “ [handelsnaam A] B.V.”, en trad [B] op als enig directeur van zijn vinotheek “ [handelsnaam B] B.V.” (gedaagde sub 2). Deze twee vinotheken werden aandeelhouder van Vinogroep, ieder met 130 van de in totaal 1000 aandelen (van elk nominaal fl.100,-). De overige 740 aandelen werden niet geplaatst. De heren [A] en [B] werden benoemd tot directeur van Vinogroep. Statutair doel van Vinogroep was het opzetten van een franchiseorganisatie in de wijnsector. 2.3. [A] is na enige tijd afgetreden als bestuurder van Vinogroep, zijn vinotheek is failliet gegaan en in 1982 uitgeschreven uit het handelsregister. Op verzoek van [B] is vele jaren later, in februari 2019, de vereffening van het vermogen van de vinotheek van (de inmiddels overleden) [A] heropend, waarna de vereffenaar heeft geconcludeerd dat de 130 aandelen in Vinogroep zich kennelijk nog in het vermogen van de vinotheek van [A] bevonden. Deze aandelen zijn vervolgens verkocht aan de vinotheek van [B] , en bij notariële akte van 5 maart 2020 aan deze geleverd. In het aandeelhoudersregister van Vinogroep staat de vinotheek van [B] sindsdien als enig aandeelhouder van Vinogroep vermeld. Standpunt eisers 2.4. Eisers zijn het er niet mee eens dat de vinotheek van [B] enig aandeelhouder van Vinogroep zou zijn. Volgens hen is de aandelentransactie van 5 maart 2020 nietig omdat daarbij de statutaire blokkeringsregeling van Vinogroep niet is nageleefd: de door de vinotheek van [B] overgenomen aandelen hadden ook aan hen moeten worden aangeboden. Zij stellen zich namelijk op het standpunt dat een aantal van hen in het verleden aandeelhouder v Maar de rolrechter heeft deze conclusie niet geweigerd, en Vinogroep c.s. hebben geen bezwaar gemaakt. Vinogroep c.s. heeft de rechtbank ook niet gevraagd om toestemming voor het nemen van een aanvullende conclusie. Pas een jaar later, bij de mondelinge behandeling, hebben Vinogroep c.s. aangegeven van mening te zijn dat ze door deze conclusie van eisers in hun verweer zijn beperkt. Zij hebben niet verzocht om gehele of gedeeltelijke weigering van de conclusie van eisers van 11 maart 2024 en de rechtbank ziet daarvoor ook geen aanleiding, nu aangenomen moet worden dat Vinogroep c.s. zich tegen die conclusie, waarin overigens veel herhalingen zijn te lezen uit de dagvaarding, voldoende hebben kunnen verweren. Wie van eisers hebben belang bij deze procedure 3.4. De vorderingen van de twaalf eisers in deze procedure zijn erop gestoeld dat zij allemaal vinotheekhouder zijn en franchisenemer binnen Vinogroep. Tijdens de mondelinge behandeling is naar voren gekomen dat dit niet (meer) voor alle eisers zou gelden. Zo hebben Vinogroep c.s. verklaard dat eiser sub 6 niet meer de eigenaar is van de vinotheek in [plaats 6] , en dat is van de kant van eisers ook erkend. De rechtbank zal eisers daarom in de gelegenheid stellen zich bij akte erover uit te laten wie van eisers nog altijd vinotheekhouder en franchisenemer zijn en belang hebben bij deze procedure, alvorens eindvonnis te wijzen. De opzet van de verdere beoordeling 3.5. De rechtbank zal eerst beoordelen of van een of meer eisers kan worden vastgesteld dat zij aandeelhouder zijn geworden van Vinogroep, en of dat tot gevolg heeft dat de overdracht van aandelen aan de vennootschap van [B] op 5 maart 2020 nietig is wegens strijd met de blokkeringsregeling in de statuten van Vinogroep. 3.6. Indien en voor zover het aandeelhouderschap van eisers niet kan worden vastgesteld, zal de rechtbank vervolgens beoordelen of eisers er contractueel aanspraak op kunnen maken aandeelhouder te worden van de franchiseonderneming en hoe de formalisering van hun gelijke stemrecht vorm zou moeten krijgen. 3.7. De rechtbank zal tot slot bezien welke gevolgen een en ander heeft voor de vorderingen van eisers. Eisers zijn geen aandeelhouder van Vinogroep 3.8. Als gezegd zal de rechtbank eerst beoordelen of kan worden vastgesteld dat eisers, of althans enkele van hen, reeds aandeelhouder zijn van Vinogroep. Daarbij geldt dat het in beginsel aan eisers is, die pretenderen dat zij aandeelhouder zijn, om hiervan het bewijs te leveren. 3.9. Vaststaat dat een deugdelijk bijgehouden aandeelhoudersregister, waaruit kan blijken hoe de aandelen vanaf de oprichting van Vinogroep in 1976 tot nu verdeeld zijn geweest, niet voorhanden is. Eisers kunnen dus niet aan de hand van dat register aantonen dat en wanneer zij aandeelhouder zijn geworden. Leveringsaktes – notarieel of onderhands (sinds 1 januari 1993 is in artikel 2:196 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) voorgeschreven dat levering van een aandeel moet plaatsvinden door een notariële akte, daarvoor kon het ook door een onderhandse akte) – waaruit blijkt van een overdracht van aandelen aan een of meer eisers, hebben eisers ook niet kunnen overleggen. Het is daarom aan eisers om op andere wijze een voldoende onderbouwing te bieden voor hun stelling dat zij aandelen in Vinogroep hebben verkregen. 3.10. Naar het oordeel van de rechtbank zijn eisers hierin niet geslaagd en kan niet als vaststaand worden aangenomen dat zij, althans sommige van hen, daadwerkelijk aandeelhouder zijn geworden van Vinogroep. De rechtbank zal dat hierna toelichten per categorie zoals door eisers gehanteerd. Geen aandeelhouder geworden vóór 1993 3.11. Eisers stellen dat eisers sub 1, 3, 4 en 12, althans hun rechtsvoorgangers, al vóór 1993 aandeelhouder zijn geworden van Vinogroep. Volgens eisers zijn deze vier (in respectievelijk 1976, 1983, 1974 en 1976) na betaling van fl. 2.000,- toegelaten tot de [franchisenaam eisers] franchise, waarbij Vinogroep zich er contractueel toe heeft verplicht aan Eisers noemen hier telkens niet de in vordering sub a wel genoemde eiser sub 3 ( [plaats 3] ), die op de lijsten bij de jaarrekeningen tot en met 1993 overigens ook niet voorkomt. Eiser sub 10 ( [plaats 10] ), die in vordering sub a niet wordt genoemd, maar wel in de processtukken van eisers, staat ook niet genoemd op de lijsten bij de jaarrekeningen tot en met 1993. Onder meer deze inconsistenties maken de stellingen van eisers moeilijk navolgbaar. 3.16. De rechtbank stelt bovendien vast dat ook niet helder is in hoeverre de (rechts)personen die eerder aandelen in Vinogroep zouden hebben verkregen, dezelfde zijn als de (rechts)personen die nu als eisers sub 1, 3, 4 en 12 optreden, en zo nee, of bij de overgang van de verschillende vinotheken een rechtsgeldige aandelenoverdracht aan deze eisers heeft plaatsgevonden. Over de vinotheek in [plaats 1] (eiser sub 1) voeren Vinogroep c.s. aan dat de vennootschap van [B] deze vinotheek in 1983 heeft verkocht aan ene heer [D] (zonder aandelen in Vinogroep) en dat eiser sub 1 – althans de vennootschap onder firma [handelsnaam eiser 1] die per 1 januari 2023 door eiser sub 1 is voortgezet als eenmanszaak – deze vinotheek pas in 2004 heeft gekocht van [D] , en dat niet is gebleken dat daarbij een overdracht van aandelen in Vinogroep heeft plaatsgevonden middels een notariële akte, wat in 2004 wel een wettelijk vereiste was. Eisers hebben hierop niet gereageerd. Over de vinotheek in [plaats 3] (eiser sub 3) voeren Vinogroep c.s. aan dat eiser sub 3 deze vinotheek heeft overgenomen van een vennootschap onder firma, die in 1988 de vinotheek kocht van de vennootschap van [B] , zonder aandelen in Vinogroep. Eisers hebben dit niet weersproken en ook niet aangegeven hoe en wanneer eiser sub 3 de aandelen in Vinogroep tussen 1988 en 1993 zou hebben verkregen. Zoals eerder overwogen, komt de vinotheek in [plaats 3] ook niet voor op de lijsten bij de jaarrekeningen tot en met 1993. Over de vinotheek in [plaats 4] (eiser sub 4) voeren Vinogroep c.s. aan dat eiser sub 4 pas op 1 januari 2013 is opgericht. Eisers stellen dat eiser sub 4 de vinotheek in [plaats 4] inclusief de aandelen in Vinogroep heeft overgenomen van ‘ [franchisenaam eisers] Vinotheek, [plaats 14] ’, die al voorkomt op de lijsten met volgestorte aandelen per eind 1989. Maar dat en hoe bij die overname in 2013 ook een rechtsgeldige overdracht van aandelen in Vinogroep aan eiser sub 4 heeft plaatsgevonden, hebben eisers niet toegelicht of onderbouwd. Over de vinotheek in [plaats 12] (eiser sub 12) voeren Vinogroep c.s. samengevat aan dat niet vaststaat dat [E] BV, die eerder de vinotheek in [plaats 12] runde, de aandelen in Vinogroep heeft verworven en deze rechtsgeldig heeft overgedragen aan eiser sub 12. Eisers hebben in reactie hierop het een en ander naar voren gebracht over de historie van de vinotheek in [plaats 12] , en de oprichting van eiser sub 12 (in 2001), maar dat de aandelen in Vinogroep door de rechtsvoorganger van eiser sub 12 in 2001 rechtsgeldig zijn overgedragen conform artikel 8 van de statuten van Vinogroep, is door eisers niet gesteld of onderbouwd. 3.17. De conclusie luidt dat ten aanzien van eisers sub 1, 3, 4 en 12 niet is komen vast te staan dat zij al vóór 1 januari 1993 aandeelhouder in Vinogroep zijn geworden, of dat hun rechtsvoorgangers vóór 1 januari 1993 aandeelhouder zijn geworden en dat nadien een rechtsgeldige overdracht aan de genoemde vier eisers heeft plaatsgevonden. Geen aandeelhouder geworden door overgangsrecht 1993-1998 3.18. Eisers stellen dat eisers sub 1, 2, 4, 8 en 12 zijn aan te merken als aandeelhouders in Vinogroep, omdat zij als zodanig staan vermeld op overzichten bij de jaarrekeningen van Vinogroep van zowel 1992 als 1997. Uit die herhaalde vermelding blijkt volgens eisers dat Vinogroep de levering van de aandelen aan deze franchisenemers gedurende een onafgebroken periode van 5 jaar als geldig heeft aanvaard, zodat zij op grond van het overgangsrecht bij de wetswijziging waarmee a Eisers stellen dat de notariële overdracht zoals die op 5 maart 2020 heeft plaatsgevonden, waarbij de 130 aandelen van de (geliquideerde) vennootschap van [A] zijn geleverd aan de vennootschap van [B] , nietig is, omdat de te leveren aandelen in strijd met de statuten niet eerst zijn aangeboden aan hen (althans een aantal van hen) als zijnde medeaandeelhouders. 3.26. De rechtbank overweegt dat de hiervoor onder 3.24 gegeven afwijzing van de claim van eisers dat zij, of althans een aantal van hen, aandeelhouder zijn geworden in Vinogroep, meebrengt dat van strijd met de statutaire aanbiedingsregeling geen sprake is geweest. Omdat niet kan worden vastgesteld dat een of meer eisers aandeelhouder zijn geworden van Vinogroep, moet ervan worden uitgegaan dat de aandelen in Vinogroep tot 5 maart 2020 in handen waren van de beide oprichters van Vinogroep, en vennootschapsrechtelijk bezien konden de aandelen op die datum daarom uit het vermogen van de vennootschap van [A] worden overgedragen aan de vennootschap van [B] , zonder dat deze eerst aan anderen moesten worden aangeboden. Van een nietige verkrijging wegens strijd met de statutaire regeling is dan ook geen sprake en vanaf 5 maart 2020 is de vennootschap van [B] – gedaagde sub 2 – dus enig aandeelhouder van Vinogroep. Eisers hebben recht op aandeelhouderschap voor gelijke delen in de franchiseorganisatie 3.27. Eisers stellen dat zij, voor zover zij dat nog niet zijn, er in elk geval recht op hebben gelijk aandeelhouder te worden in het aandelenkapitaal van Vinogroep, althans in de onderneming van de franchisegever. Zij beroepen zich op de door Vinogroep met hen gesloten franchiseovereenkomsten, en het daarvan deel uitmakende franchisehandboek, waarin volgens hen is bepaald dat het zijn van franchisenemer en het (recht op) aandeelhouderschap voor gelijke delen in Vinogroep, onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Dat het al bij de oprichting van Vinogroep de bedoeling was de kring van aandeelhouders gaandeweg uit te breiden, blijkt volgens hen uit de oprichtingsakte, en ook in een beleidsplan van Vinogroep uit 2011 (productie 22) staat als uitgangspunt van Vinogroep vermeld een verdeling van de aandelen in Vinogroep voor gelijke delen onder alle aangesloten vinotheken. Volgens eisers zijn zij feitelijk door Vinogroep c.s. ook als aandeelhouders erkend, wat onder meer blijkt uit het feit dat zij als zodanig zijn vermeld in jaarrekeningen van Vinogroep. Volgens eisers zijn Vinogroep c.s. contractueel verplicht hen ook daadwerkelijk aandelen te leveren, waarmee zij gelijk stemrecht verkrijgen binnen de franchiseonderneming. 3.28. Vinogroep c.s. betwisten dat eisers recht hebben op een of meer aandelen in Vinogroep. Zij menen dat aan eisers een dergelijk recht nooit contractueel is toegezegd. Zo’n toezegging valt volgens hen niet te lezen in de tekst van de franchiseovereenkomst zoals die vanaf 2004 door Vinogroep wordt gehanteerd, en ook niet in de eerder gehanteerde samenwerkingsovereenkomsten. Ook het franchisehandboek waar eisers zich op beroepen, geeft eisers volgens Vinogroep c.s. geen recht op het aandeelhouderschap. Voor zover in de franchiseovereenkomst uit 2004 wel een recht op aandelen in Vinogroep zou zijn toegezegd, wijzen Vinogroep c.s. erop dat die overeenkomst alleen met eisers sub 1, 2, 3, 6, 7, 9 en 12 is gesloten, en dat zij op die toezegging nu geen beroep (meer) kunnen doen. Volgens Vinogroep c.s. is aandeelhouderschap in Vinogroep van alle franchisenemers bij de oprichting ook nooit de bedoeling geweest. Binnen de formule moest er immers overkoepelend beleid worden bepaald – over onder meer de te maken afspraken met leveranciers, strategische groei, omzetdoelen etc. – wat volgens hen niet kan worden overgelaten aan een grote groep ondernemers met uiteenlopende belangen. Bedoeld was volgens hen een ‘aandeel’ in de formule te verstrekken en daarmee een stem ten aanzien van de operationele kant van de formule, en geen aandeel in het aandelenkapitaal van Vinogroe Door deze constructie zijn de aangesloten leden niet alleen franchisenemer maar gezamenlijk tevens franchisegever, wat hen inspraak verschaft bij de besluiten die de belangen van de franchisenemers aangaan.” 3.32. De rechtbank is van oordeel dat deze passages uit de overeenkomst en het handboek, in samenhang gelezen, door onder meer het gebruik van de woorden ‘gelijke delen’, ‘in eigendom van’ (in artikel 1 sub b), ‘een aandeel in Vinogroep Nederland B.V.’ (in artikel 18.1 sub a) en de toelichting daarop in het handboek, waarin die woorden worden herhaald, moeilijk anders kunnen worden begrepen dan dat de franchisenemer tegen betaling van het daarvoor afgesproken bedrag een aandeel zal verkrijgen in het aandelenkapitaal van Vinogroep, gelijk aan dat van de andere franchisenemers, en daarmee een gelijk stemrecht binnen de vennootschap Vinogroep. 3.33. Uit verschillende stukken die door eisers zijn overgelegd, en waaruit hierna zal worden geciteerd, blijkt dat door Vinogroep c.s. ook langere tijd feitelijk is samengewerkt met de franchisenemers vanuit de gedachte van gedeeld aandeelhouderschap: ( a) Als productie 14 hebben eisers overgelegd een brief van 16 september 1977 van (de oprichters van) Vinogroep aan de toenmalige vinotheekhouder in [plaats 12] , waarin staat: “(…) Daar u als [franchisenaam eisers] gerechtigd bent in het aandelenkapitaal van de Vinogroep Nederland BV te participeren, bieden wij U hierbij 10 (tien) aandelen, nominaal Fl. 100,- per aandeel aan. Zonder tegenbericht zullen wij per 1 oktober a.s. inschrijven, voor … [rechtbank: onleesbaar] aandelenregister, dat ten alle tijde ter inzag ligt op het kantoor der vennootschap. Wij verzoeken u zo spoedig mogelijk desbetreffend bedrag (Fl. 1000,-) op onze rekening over te maken ter volstorting van Uw aandelen. (…)” ( b) Als productie 25 hebben eisers overgelegd een brief van Vinogroep van 8 oktober 1998 aan de nieuw toegetreden vinotheek te [plaats 15] , waarin staat: “(…) Als [franchisenaam eisers] bent u gerechtigd c.q. verplicht deel te nemen naar ratio in het aandeelkapitaal van Vinogroep Nederland BV zodat u aan de besluitvorming binnen de franchise organisatie kunt deelnemen. (…)” ( c) Als productie 36 hebben eisers overgelegd de door de administrateur van Vinogroep opgestelde jaarrekening 1980 van de vinotheek in [plaats 4] , waarin onder de activa is opgenomen de deelneming in Vinogroep á fl. 2.000,-. ( d) Als productie 21 hebben eisers overgelegd een faxbericht van 9 september 1998 van [B] aan alle vinotheken, waarin staat: “(…) De financiële structuur van de vinogroep is als volgt: Aandelen zijn verdeelt over de [franchisenaam eisers] . Elke Vinotheek 2 aandelen van fl. 1.000,-* (*PS: de bestaande aandelen worden omgezet in prioriteits aandelen, voor de oude zaken). Dit wordt in de toekomst ook gehandhaafd. Oude en nieuwe vinotheken krijgen/kopen 2 prioriteits aandelen van fl. 1.000,-. Op deze aandelen berust het stemrecht in de vergaderingen.(…)” ( e) Als producties 3 (bijlage 7), 15, 16, 18, 19 en 23 hebben eisers overgelegd een groot aantal (bijlagen bij) jaarrekeningen van Vinogroep vanaf 1979, waarin jaar na jaar – in elk geval tot en met 2014 – steevast een “opsomming van bezitters volgestorte aandelen” of “specificatie volgestorte aandelen” is opgenomen, bestaande uit een lijst van de aangesloten vinotheken met bijbehorende bedragen. In 1979 ging het bijvoorbeeld om 10 vinotheken met ieder voor fl. 1.000,- aan volgestorte aandelen. In 1992 ging het om 13 vinotheken met ieder voor bedragen tussen fl. 1.000,- en fl. 2.000,- aan volgestorte aandelen. In 2014 ging het om 19 vinotheken met ieder voor € 907,56 (= fl. 2.000,-) aan volgestorte aandelen. 3.34. Vinogroep c.s. trekken de echtheid van de onder (a) genoemde brief van 16 september 1977 in twijfel. Daarom is het origineel van deze brief bij de mondelinge behandeling door mr. Van Delft getoond. De rechtbank acht de betwisting van de echtheid hiervan door Vinogroep c.s. weinig overtuigend. Dat bo (…) De vraag die voorligt is op welke wijze de franchisenemers alsnog daadwerkelijk aandeelhouder kunnen worden (…) In ons recentelijk gesprek was onze voorlopige conclusie dat direct aandeelhouderschap van de franchisenemers de meest gewenste vorm is, dus eigenlijk zoals het nu al is, echter dan wel geformaliseerd tot daadwerkelijk aandelenbezit met de daaraan gekoppelde rechten en verplichtingen. (…)” ( c) Als productie 27 hebben eisers overgelegd het mailbericht van [B] aan de vinotheken van 5 juli 2017 met als onderwerp ‘Aandelen Vinogroep’ waarin staat: “(…) Na ontvangst van het overzicht en aanpassing van [plaats 1] hebben we de laatste 10 jaar boekhouding van de Vinogroep Nederland nagezocht welke vinotheken de aandelen betaald hebben. In bijgaand overzicht is dit verwerkt. Administratie ouder dan 10 jaar is niet meer beschikbaar. Graag nakijken of deze lijst klopt. De Notaris vraagt om de precieze naam op te geven waar de aandelen op geregistreerd moeten worden. De naam moet overeenkomen met de naam in het handelsregister van de KvK als deze daar ingeschreven staat. Alleen zaken die een franchise contract hebben met de vinogroep kunnen aandelen verwerven. Hoe een en ander geregeld kan/gaat worden is nog niet duidelijk. (…)” ( d) Als productie 16 hebben eisers overgelegd de ‘Notitie Vinogroep Nederland B.V., juridische structuur / aandeelhouderschap franchisenemers’ van adviseur/notaris mr. [C] van 5 maart 2018, waarin deze heeft vastgesteld, kort samengevat, dat onduidelijk is wie rechtsgeldig aandeelhouder zijn van Vinogroep en dat het bestuur van Vinogroep daarover geen openheid van zaken geeft, wat gevolgen heeft voor de besluitvorming binnen de vennootschap. [C] geeft in zijn notitie aan dat er twee oplossingsrichtingen zijn: (1) historisch onderzoek vanaf 1976 naar alle ‘beoogde’ transacties of (2) het inbrengen van de onderneming in een door alle franchisenemers op te richten nieuwe vennootschap. Hij adviseerde te kiezen voor de laatste oplossing. ( e) Als producties 20 en 26 hebben eisers overgelegd een uitnodiging voor de aandeelhoudersvergadering van Vinogroep Nederland BV van 5 maart 2018, gericht aan alle [franchisenaam eisers] en het verslag van die vergadering, met op de agenda onder meer de hiervoor onder (i) genoemde presentatie van notaris [C] . In het verslag staat onder meer: “(…) Als er betaald was zei [B] [rechtbank: [B] ] dan was je aandeelhouder. (…) De franchisenemers betaalden voor de aandelen, maar er is nooit een notaris bij geweest. (…) Dit betekent dat een aantal vinothekers wettelijk geen aandeelhouder is, terwijl ze er wel voor hebben betaald. (…) Vlg. [B] loopt er een onderzoek naar het verleden van het aandelenregister, dit loopt al heel lang. Voor de continuïteit van de Vinogroep is het ten zeerste van belang om hier een oplossing voor te vinden. De notaris draagt twee oplossingsrichtingen aan (…)” Die oplossingsrichtingen staan hiervoor vermeld onder (d). 3.36. Uit de vele hierboven genoemde stukken en de duidelijke formuleringen die daarin zijn gehanteerd, blijkt dat het steeds de bedoeling is geweest – niet alleen van de aangesloten ondernemers, maar ook van Vinogroep c.s. zelf – dat de aangesloten ondernemers voor gelijke delen aandelen zouden verkrijgen in het aandelenkapitaal van Vinogroep, dat zij daar ook voor hebben betaald, maar dat zij die niet hebben verkregen, zoals eisers stellen. Eisers beroepen zich ook op (artikel 2 van) de oprichtingsakte en op de statuten van Vinogroep, waaruit blijkt dat Vinogroep een belangenorganisatie met leden is en wil zijn. Eisers mochten naar het oordeel van de rechtbank daaruit redelijkerwijs niet afleiden dat zij al aandeelhouder waren, maar deze stukken bieden wel context voor de hiervoor genoemde stukken en zijn in die context belangrijk. De oprichtingsakte en de statuten bieden langs deze lijnen steun voor de beoordeling door de rechtbank. 3.37. De verwijzing door Vinogroep c.s. naar de franchiseraad, waarin de gelijke stemrechten van de Immers staat niet vast welke die rechtshandelingen dan zouden zijn, die gerepareerd of omgezet zouden kunnen worden. Uit de stellingen van partijen en de overgelegde stukken kan niet met voldoende zekerheid worden afgeleid of en wanneer bedoeld zou zijn aandelen uit te geven, te verkopen en/of te leveren, om hoeveel aandelen het dan ging, en door wie en aan wie dat dan zou zijn gebeurd. Reeds omdat onbekend is om welke rechtshandelingen het zou gaan, kan van reparatie of omzetting daarvan ook geen sprake zijn. Aandeelhouderschap in een nieuwe vennootschap 3.43. De vorderingen van eisers zijn er primair op gericht dat zij aandeelhouder worden in het aandelenkapitaal van Vinogroep. Subsidiair vorderen eisers dat zij aandeelhouder zullen worden in een nieuw op te richten vennootschap, waarin de totale onderneming vanuit Vinogroep dan zal worden ondergebracht. Met het oog hierop hebben zij eerder al Wijngroep Nederland B.V. opgericht. 3.44. Vinogroep c.s. voeren in dit verband aan dat er naast eisers nog andere franchisenemers zijn in Vinogroep, die niet meedoen in deze procedure, en die ook niet allemaal aandeelhouder willen worden in het aandelenkapitaal van Vinogroep, of van een nieuw op te richten vennootschap. Als deze franchisenemers geen aandeelhouder worden, dan wordt alsnog geen recht gedaan aan de bedoeling van gelijke stemrechten voor alle franchisenemers, waar het eisers naar eigen zeggen nu juist om te doen is. Vinogroep c.s. voeren verder aan dat het [B] is geweest die de onderneming heeft opgericht en groot gemaakt, en dat bij een gelijke stemverhouding van alle aandeelhouders hij de centrale rol die hij vanaf 1976 heeft gespeeld mogelijk zal verliezen. Ook zal discussie ontstaan over de vraag wat de ondernemingswaarde is van Vinogroep, die [B] heeft opgericht, en waarin weliswaar niet de winst wordt gemaakt – die wordt gemaakt in de vinotheken – maar waarin wel de waarde is gelegen van het intellectueel eigendomsrecht van de formule, aldus Vinogroep c.s.. 3.45. De rechtbank overweegt als volgt. In de contractdocumentatie – de franchiseovereenkomst en het franchisehandboek – wordt uitgegaan van gelijk aandeelhouderschap in Vinogroep, omdat Vinogroep nu eenmaal de vennootschap is die optreedt als franchisegever. Uit de stellingen van eisers begrijpt de rechtbank dat het hen erom gaat dat zij gelijke aandelen verkrijgen in het aandelenkapitaal van de vennootschap waarin de franchiseorganisatie is ondergebracht. Dat hoeft niet noodzakelijkerwijs Vinogroep te zijn. 3.46. Eisers hebben er recht op voor gelijke delen aandeelhouder te worden in het aandelenkapitaal van de franchiseonderneming, maar de rechtbank zal Vinogroep c.s. er niet toe veroordelen dit aandeelhouderschap te formaliseren door het leveren van aandelen in Vinogroep aan eisers. Dit omdat in dat geval het risico blijft bestaan dat van een gelijk aandeelhouderschap uiteindelijk toch geen sprake zal blijken te zijn. Immers tussen partijen moet weliswaar als vaststaand worden aangenomen dat gedaagde sub 2 enig aandeelhouder is van Vinogroep (dat volgt uit de hiervoor gegeven beoordeling onder ro. 3.8 t/m 3.26). Maar daarmee is nog niet gezegd dat binnen Vinogroep daarover niet opnieuw discussie kan ontstaan. Het is nu eenmaal niet helder hoe het in de afgelopen tientallen jaren is gegaan met de uitgifte, levering en overdracht van de aandelen in Vinogroep. Nieuwe partijen kunnen zich melden en nieuwe feiten kunnen aan het licht komen. Dit probleem – dat niet meer is te achterhalen wie nu precies aandeelhouders zijn (geweest) van Vinogroep – is al jaren geleden onderkend, onder meer door adviseur [G] in 2015 (productie 17 van eisers) en door adviseur [C] in 2018 (producties 16 van eisers). Beide adviseurs hebben destijds als mogelijke oplossing aangedragen om de onderneming van Vinogroep onder te brengen in een nieuwe vennootschap. Hierop ziet de subsidiaire vordering van eisers, en de rechtbank zal deze in zoverre toewijzen. Door de onderneming met alle activ De vordering b van eisers – waarin zij vragen voor recht te verklaren dat zij als aandeelhouders gerechtigd zijn tot een gelijk aantal aandelen in Vinogroep, en gedaagde sub 2 te gelasten aandelen te leveren aan eisers, op straffe van verbeurte van een dwangsom – zal in zoverre worden toegewezen dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat eisers gerechtigd zijn tot een gelijk aantal aandelen in de vennootschap waarin de franchiseorganisatie is ondergebracht. De vordering e van eisers zal de rechtbank toewijzen in die zin dat zij Vinogroep zal gelasten alle activa om niet over te dragen aan Wijngroep Nederland B.V. dan wel aan een door alle franchisenemers gezamenlijk op te richten andere besloten vennootschap, waarin alle franchisenemers in gelijke mate aandeelhouder zijn, binnen vier maanden gerekend vanaf de datum waarop dit vonnis zal zijn betekend. De vordering g van eisers zal de rechtbank toewijzen in die zin dat zij gedaagde sub 2 zal gelasten tot het verlenen van medewerking aan de uitvoering van vordering e door Vinogroep. De in vorderingen b, e en g gevorderde oplegging van een dwangsom zal de rechtbank niet toewijzen omdat partijen zich eerst moeten inspannen om in goed overleg keuzes te maken over de exacte wijze waarop het voorgaande wordt uitgevoerd. De proceskosten 3.51. Vinogroep c.s. zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisers worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 106,73 - griffierecht € 676,00 - salaris advocaat € 1.228,00 (2 punten × € 614,00) - nakosten € 139,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.149,73 3.52. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3.53. De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. Geen uitvoerbaarheid bij voorraad 3.54. De rechtbank zal het eindvonnis in deze zaak, waarin Vinogroep zal worden veroordeeld haar onderneming over te dragen aan een andere vennootschap (en gedaagde sub 2 zal worden veroordeeld daaraan mee te werken) niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, waar door eisers om is verzocht. Een uitvoerbaarverklaring bij voorraad brengt namelijk mee dat het vonnis direct ten uitvoer kan worden gelegd, ook al is daartegen een rechtsmiddel aangewend. Een directe tenuitvoerlegging is in dit geval niet wenselijk, omdat de gevolgen daarvan niet eenvoudig zijn terug te draaien, mocht in een eventueel hoger beroep anders worden beslist. 3.55. Voordat eindvonnis kan worden gewezen, zal de rechtbank in conventie nu eerst eisers gelegenheid bieden een akte te nemen waarin zij zich kunnen uitlaten over het belang van iedere afzonderlijke eiser bij deze procedure (zie hiervoor onder ro. 3.4). In reconventie Geen schending van geheimhoudingsbeding en concurrentieverbod 3.56. Vinogroep c.s. hebben tegenvorderingen ingesteld omdat zij menen dat eisers de nieuwe vennootschap Wijngroep Nederland B.V. niet hadden mogen oprichten. Volgens Vinogroep c.s. hebben eisers hierdoor in strijd gehandeld met het overeengekomen geheimhoudingsbeding en concurrentieverbod (artikel 12 van de franchiseovereenkomst), en hebben zij daardoor een boete verbeurd (artikel 30 van de franchiseovereenkomst). Vinogroep c.s. vorderen een verklaring voor recht dat eisers met wie Vinogroep een franchiseovereenkomst heeft gesloten deze boetes zijn verbeurd. Ook vorderen zij een verbod (op straffe van een dwangsom) voor eisers op het overtreden van het geheimhoudingsbeding en het concurrentieverbod. 3.57. Volgens eisers is Wijngroep Nederland B.V. op 3 september 2020 niet opgericht om te gaan concurreren met Vinogroep, maar uitsluitend om het probleem van het gedeelde aandeelhouderschap in Vinogroep op te lossen. Volgens eisers vinden er nog altijd in het ge