Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-03-27
ECLI:NL:RBOBR:2025:2178
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,003 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/413949 / FA RK 25-1208
Datum uitspraak: 27 maart 2025
Beschikking wijziging zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats],
advocaat mr. A.A.W.A. Vissers te 's-Hertogenbosch.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 maart 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 maart 2025. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
[naam], psychiater;
[naam], verpleegkundige;
[naam], curator, die telefonisch is gehoord.
2Wat vaststaat
2.1.
De rechtbank heeft eerder een machtiging verleend tot en met 20 september 2025. Betrokkene verblijft met deze machtiging bij [zorginstelling], locatie [afdeling]. In deze machtiging is als vorm van verplichte zorg (kortgezegd) ‘het toedienen van medicatie’ opgenomen.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om wijziging van de zorgmachtiging zoals die op 20 september 2024 voor betrokkene is afgegeven.
3.2.
Verzocht wordt om ook de vormen van verplichte zorg ‘onderzoek aan kleding of lichaam’, ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’, ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ en ‘beperken van het recht op het ontvangen van bezoek’ in de zorgmachtiging op te nemen.
Beoordeling
4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde wijziging van de zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de stukken en de zitting blijkt dat sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz. Betrokkene heeft de afgelopen periode op haar kamer en op kamers van medebewoners gerookt. Ook had zij meerdere brandende kaarsen op haar kamer en lukte het haar niet altijd om deze kaarsen te doven bij het verlaten van de kamer. De behandelaren hebben betrokkene uitgelegd dat er daardoor risico bestaat op brandgevaar. Er zijn huisregels om dit brandgevaar te voorkomen, maar betrokkene houdt zich niet aan deze regels. De behandelaren hebben de omgeving van betrokkene gecontroleerd op aanwezigheid van rookwaar, aanstekers en kaarsen en deze materialen van haar afgenomen om de veiligheid te kunnen waarborgen. Daarnaast zijn er reële vermoedens dat sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag richting betrokkene vanuit een man ([naam]), die regelmatig bij betrokkene op bezoek komt. Er is ook een verhoogd risico op financieel misbruik, aangezien betrokkene eerder daklozen heeft opgevangen en geld en goederen aan hen heeft gegeven. Betrokkene is namelijk vanwege haar toestandsbeeld beïnvloedbaar. Om betrokkene te kunnen beschermen tegen grensoverschrijdend gedrag en misbruik is het noodzakelijk dat het bezoek beperkt kan worden.
4.3.
Om deze noodsituatie af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.
4.4.
De rechtbank is van oordeel dat de zorgmachtiging gelet op het vorenstaande wijziging behoeft en dat het in dit geval onvoldoende is om, zoals de advocaat stelt, de huisregels te handhaven om ernstig nadeel te voorkomen. Voor de onderbouwing van het verweer verwijst de advocaat naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 13 mei 2020 (ecli:NL:RBNHO:2020:3827). In deze uitspraak staat in rechtsoverweging 2.9 het volgende: “Ten aanzien van het onderzoeken van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen geldt eveneens er onvoldoende gronden zijn om deze vorm van verplichte zorg te rechtvaardigen, omdat er geen aanwijzingen zijn dat bij betrokkene sprake is van drugsgebruik of een gevaar voor het in het bezit hebben van gevaarlijke voorwerpen. Het uitvoeren van steekproefsgewijze controles op de aanwezigheid van drugs en gevaarlijke voorwerpen, zoals genoemd door de arts, kan niet op basis van de zorgmachtiging omdat het waarborgen van de algemene veiligheid in de accommodatie geen doel van verplichte zorg is. De grondslag voor dergelijke maatregelen moet elders in de Wvggz worden gevonden, zoals in het stellen van huisregels op grond van artikel 8:15 van de Wvggz”.De rechtbank is van oordeel dat de in deze uitspraak geschetste situatie wezenlijk verschilt van de door deze rechtbank te beoordelen situatie. In het onderliggende geval zijn en worden er wel gevaarlijke voorwerpen bij betrokkene aangetroffen en houdt betrokkene zich niet aan de huisregels, waardoor er stelselmatige controles noodzakelijk zijn om het ernstig nadeel ten aanzien van de algemene veiligheid (van betrokkene, bewoners en medewerkers) te kunnen voorkomen. Betrokkene veroorzaakt brandgevaar door te roken op haar kamer en kamers van medebewoners en door het aansteken van kaarsen op haar kamer en deze kaarsen niet consequent te doven bij het verlaten van de kamer. Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat zij ondanks de bestaande huisregels haar risicovolle gedragingen zal blijven voortzetten. Zij lijkt de impact van het mogelijke brandgevaar niet in te zien. Doordat betrokkene haar gedragingen wenst voort te zetten en zij zich niet houdt aan de huisregels zijn er stelselmatige controles nodig. Nu er stelselmatige controles nodig zijn en deze controles daarmee dus afwijken van de steekproefsgewijze controle die op basis van de huisregels kan worden verricht bij medebewoners, is de rechtbank van oordeel dat deze stelselmatige controles enkel verricht kunnen worden in het kader van een zorgmachtiging. De huisregels bieden onvoldoende grondslag voor dergelijke maatregelen. De algemene aard van de huisregels is niet toereikend om het ernstig nadeel in dit geval af te wenden, waardoor betrokkene beperkingen behoeft die specifiek gericht zijn op haar met als gevolg dat de extra beperkingen niet algemeen toepasbaar zijn en dus thuishoren in een zorgmachtiging.
4.5.
Anders dan de advocaat is de rechtbank van oordeel dat het ernstige vermoeden bestaat dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag van betrokkene dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene geeft aan dat zij niet inziet dat er door haar gedrag sprake is van brandgevaar, terwijl er gelet op de gedragingen van betrokkene een aanzienlijk risico bestaat op ernstig nadeel. Uit de medische verklaring blijkt dat het ziektebesef en -inzicht bij betrokkene ontbreken, waardoor betrokkene niet in staat is om te reflecteren op haar handelen. De rechtbank heeft gelet op het vorenstaande dan ook geen reden om te twijfelen aan het causale verband tussen het gedrag en de psychische stoornis dat tot ernstig nadeel leidt.
4.6.
Er zijn gelet op het voorgaande geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom zijn de volgende vormen van verplichte zorg nodig:
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4.7.
Verder doet betrokkene wisselende uitspraken over haar contact met [naam]. Zo neemt zij op het ene moment contact op met de politie om melding te doen van seksueel grensoverschrijdend gedrag door een man ([naam]) die bij haar op bezoek was en meent zij het volgende moment met deze man ([naam]) te gaan trouwen. Door de ambivalentie van betrokkene lukt het haar niet om afspraken met de hulpverlening en haar zussen te maken over het contact met [naam]. Tijdens de mondelinge behandeling is door de psychiater naar voren gebracht dat de hulpverlening en de zussen van betrokkene zich ernstig zorgen maken over het wisselende contact tussen [naam] en betrokkene. Er is een aantal keer gezien dat betrokkene na het contact met [naam] zorgelijke uitspraken deed over seksueel grensoverschrijdend gedrag vanuit hem richting haar. De rechtbank deelt de zorgen van de hulpverlening en zussen, gezien de psychische kwetsbaarheid van betrokkene. Om te voorkomen dat er misbruik van haar kan worden gemaakt is de verplichte vorm van zorg ‘het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek’ naar het oordeel van de rechtbank nodig. Hoewel de advocaat het verweer voert dat deze zorgvorm een inbreuk maakt op het recht op respect voor haar privé-, familie- en gezinsleven, als in artikel 8 EVRM, is de rechtbank van oordeel dat inmenging in dit geval mogelijk is, nu wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 8, tweede lid EVRM. Betrokkene is vanwege haar psychotische belevingen kwetsbaar (voor het misbruik van derden) en het is in haar belang dat zij hiertegen beschermd wordt, zodat zij achteraf geen spijt krijgt van bepaalde gedragingen, temeer nu zij al een keer in gesprekken met hulpverlening heeft aangegeven dat zij wel spijt heeft gehad van bepaalde gedragingen en zij daarom in eerste instantie stappen heeft ondernomen om aangifte te doen tegen [naam].
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De hulpverlening heeft geprobeerd om door middel van gesprekken met betrokkene ervoor te zorgen dat zij niet meer rookt op haar kamer, geen kaarsen meer aansteekt op haar kamer en om afspraken te maken over het bezoek van [naam], maar betrokkene wenst hier niet aan mee te werken en is ten opzichte van het contact met [naam] ambivalent.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
wijzigt de zorgmachtiging die op 20 september 2024 is verleend voor [betrokkene], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats], inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in 4.9. kunnen worden getroffen;
5.2.
bepaalt dat de machtiging geldt tot en met 20 september 2025.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2025 door mr. L. Jongen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.P.A.J.H. van den Hoogen, griffier.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.