Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-03-25
ECLI:NL:RBOBR:2025:1914
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
908 tokens
Inleiding
Rechtbank oost-brabant
Toezicht
zaaknummer : 11127973 TE VERZ 24-868
BM-nummer : [nummer]
[initialen van de griffier]
Beschikking van de kantonrechter van 25 maart 2025
op verzoek van:
[betrokkene] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
geboren te [geboorteplaats] , [geboorteland] op [geboortedatum] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoekschrift, ontvangen op 29 mei 2024;
de schriftelijke reactie van de bewindvoerder Derkx & Van Hoek B.V., Kvkno. [kvk] , [postbus] , [postcode] [vestigingsplaats] , ontvangen op 11 juni 2024;
de brief van de bewindvoerder, ontvangen op 17 februari 2025.
Het verzoek is mondeling behandeld op de zitting van 22 augustus 2024. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. Op de zitting zijn betrokkene (in aanwezigheid van een tolk) en de bewindvoerder verschenen.
Beoordeling
Verzocht wordt het bewind over de goederen van betrokkene op te heffen.
Het verzoek is ter zitting van 22 augustus 2024 mondeling behandeld, waarbij de
kantonrechter het verzoek tot opheffing van het bewind heeft aangehouden om de bewindvoerder samen met betrokkenen de gelegenheid te geven een overgangsperiode op te starten, met als einddoel opheffing van het bewind. De kantonrechter heeft bepaald dat betrokkene en de bewindvoerder zich uiterlijk 1 februari 2025 schriftelijk dienen uit te laten over het verloop van deze overgangsperiode.
Op 17 februari 2025 is ter griffie ontvangen de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, inhoudende een update over het verloop van de eerder afgesproken overgangsperiode. De bewindvoerder geeft aan dat het traject zeker de eerste drie maanden niet vlekkeloos is verlopen, rekeningen werden niet of veel te laat betaalde door betrokkene. Vanaf november 2024 tot heden is het echter wel goed gegaan waardoor er dus geen grondslag meer is voor het bewind.
Gelet op de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting is de kantonrechter gebleken dat voortzetting van het bewind niet zinvol is dan wel de noodzaak daartoe niet meer bestaat. De kantonrechter zal het bewind daarom opheffen.
De kantonrechter zal de beloning van de bewindvoerder voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 5 sub d van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is exclusief omzetbelasting.
Dictum
De kantonrechter:
- heft het bewind over de goederen van betrokkene op met ingang van veertien dagen na verzending van deze beschikking;
- stelt de beloning voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording vast zoals hiervoor is overwogen.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.H.E. Boerma, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2025.
de griffier, de kantonrechter,
verzenddatum: