Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-04-03
ECLI:NL:RBOBR:2025:1911
Civiel recht
Beschikking
3,132 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2025:1911 text/xml public 2026-03-05T19:43:51 2025-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2025-04-03 11261314 CV EXPL 24-5703 Uitspraak Beschikking NL Eindhoven Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2025:1911 text/html public 2026-03-05T19:42:58 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2025:1911 Rechtbank Oost-Brabant , 03-04-2025 / 11261314 CV EXPL 24-5703 Small claim (Verordening EU 861/2007), luchtvaartverordening 261/2004, afwijzing verzoek om compensatie. begrip instapweigering, weigering op redelijke grond, Transit Wihout Visa Schema (Verenigd Koninkrijk) begrip redelijke doorreisroute RECHTBANK OOST-BRABANT Civiel recht Zittingsplaats Eindhoven Zaaknummer: 11261314 Rolnummer: 24-5703 Uitspraak: 3 april 2025 Beschikking op grond van Verordening (EG) nr. 861 / 2007, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 in de zaak van: [eiser] , wonend in [woonplaats] , eiser, hierna te noemen: [eiser] , procederend in persoon, tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht RYANAIR DAC , gevestigd te Swords, Co. Dublin, Ierland, verweerder, hierna te noemen: Ryanair, gemachtigde: mr. J.J. Croon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het vorderingsformulier A van de verordening (EG) nr. 861/2007 met producties, ter griffie ingekomen op 12 augustus 2024; - het verweerschrift; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Daarna is een datum voor beschikking bepaald. 2 De feiten 2.1. [eiser] heeft voor 14 mei 2024 een vlucht geboekt bij Ryanair. Hij wilde die dag met vluchtnummer [nummer 1] van Eindhoven naar Londen Stansted (Verenigd Koninkrijk) vliegen. [eiser] heeft ook een ticket gekocht om diezelfde dag, met een andere luchtvaartmaatschappij dan Ryanair, van Londen Gatwick naar Sevilla (Spanje) te vliegen, vluchtnummer [nummer 2] . 2.2. Op 14 mei 2024 heeft de medewerker van Ryanair geen boarding card gegeven aan [eiser] voor de vlucht met nummer [nummer 1] . Daardoor kon [eiser] niet instappen op de vlucht waarvoor hij een ticket had. 3 Het geschil 3.1. [eiser] stelt dat sprake is van een onterechte instapweigering, zodat hij op grond van de Verordening 261/2004 (hierna: de Verordening) recht heeft op financiële compensatie van € 250,00. Daarnaast maakt [eiser] aanspraak op vergoeding van een bedrag van € 131,00 aan additionele kosten die hij als gevolg van de instapweigering heeft gemaakt voor de alternatieve vlucht. [eiser] vordert bij wijze van vergoeding van de proceskosten betaling van een bedrag van € 39,94 voor het versturen van een aangetekende brief naar Ierland. 3.2. [eiser] legt het volgende ten grondslag aan zijn vorderingen. Volgens hem is de instapweigering onterecht, omdat zijn reisdocumenten in orde waren. [eiser] stelt dat hij een geldig [nationaliteit] paspoort, een geldige Nederlandse verblijfstitel voor bepaalde tijd, een vliegticket naar Londen en - als bewijs van doorreis - een vliegticket voor vertrek op dezelfde dag vanuit het Verenigd Koninkrijk (Londen) naar Spanje (Sevilla) had. [eiser] wijst hierbij op de Immigration Rules Appendix Visitor: Transit Without Visa Scheme (hierna: TWOV). 3.3. Ryanair verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. Volgens Ryanair zijn de reisdocumenten van [eiser] ontoereikend, omdat de gekozen route van Nederland via het Verenigd Koninkrijk naar Spanje geen redelijke doorreisroute is. Daarmee is niet aan alle voorwaarden genoemd onder TWOV 2 voldaan. Het ontbreken van de juiste reisdocumenten brengt volgens Ryanair met zich mee dat geen sprake is van een instapweigering als bedoeld in de Verordening, zodat [eiser] geen aanspraak kan maken op financiële compensatie. 3.4. Primair verzoekt Ryanair om [eiser] niet ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, althans de vordering van [eiser] af te wijzen, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure (inclusief nakosten). Subsidiair, bij toewijzing van de hoofdvordering, wil Ryanair dat de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen dan wel (meer subsidiair) gematigd en dat de vorderingen tot vergoeding van de wettelijke rente en de overige kosten worden afgewezen. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Bevoegdheid en toepasselijk recht 4.1. De kantonrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is kennis te nemen van het geschil. Meer specifiek is, gelet op het Rehder-arrest (ECLI:EU:C:2009:439, Hof van Justitie EG/EU, 09-07-2009, C-204/08), de kantonrechter te Eindhoven bevoegd, omdat de overeengekomen plaats van vertrek Eindhoven is. 4.2. Verder stelt de kantonrechter vast dat de vordering binnen het toepassingsbereik van de Europese procedure voor geringe vorderingen valt. Het begrip instapweigering 4.3. In deze zaak moet worden beoordeeld of sprake is van een instapweigering als bedoeld in de Verordening. 4.4. Artikel 2 onder j) van de Verordening geeft de definitie van het begrip “instapweigering”. Het gaat bij een instapweigering om: “ weigering om passagiers op een vlucht te vervoeren, hoewel zij zich voor instappen hebben gemeld volgens de voorwaarden van artikel 3, lid 2, zonder dat de instapweigering is gebaseerd op redelijke gronden zoals redenen die te maken hebben met gezondheid, veiligheid of beveiliging, of ontoereikende reisdocumenten ”. 4.5. Dit betekent dat als op redelijke gronden geen boarding pass is gegeven aan een passagier, het voor deze passagier weliswaar feitelijk onmogelijk is om in te stappen, maar dat geen sprake is van een instapweigering als bedoeld in de Verordening. In dat geval kan een passagier geen aanspraak maken op een bedrag ter compensatie op grond van artikel 4 van de Verordening. Het instappen is op redelijke grond geweigerd 4.6. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Ryanair op redelijke gronden het instappen van [eiser] geweigerd. [eiser] heeft daarom geen recht op een bedrag ter compensatie. Ontoereikende reisdocumenten zijn namelijk een redelijke grond voor een weigering om te mogen instappen. De reisdocumenten van [eiser] zijn ontoereikend. Hierna legt de kantonrechter uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen. 4.7. Voor het Verenigd Koninkrijk gelden bijzondere (inreis-)regels. Als niet-ingezetene van het Verenigd Koninkrijk heeft [eiser] normaal gesproken een visum nodig om toegang te krijgen tot het Verenigd Koninkrijk. Dat is anders als hij voldoet aan de voorwaarden voor TWOV. De TWOV bevat, kort gezegd, voorwaarden om zonder visum het Verenigd Koninkrijk te mogen inreizen voor een doorreis naar een ander land. 4.8. Partijen verschillen van mening over de vraag of [eiser] op 14 mei 2024 voldeed aan TWOV 2 onder (b). Volgens dit vereiste moest [eiser] : “be genuinely in transit to another country, meaning the purpose of their visit is to transit the UK and that the applicant is taking a reasonable transit route” . Werkelijk op doorreis? Geen redelijke doorreisroute 4.9. Beoordeeld moet worden of [eiser] werkelijk op doorreis was naar een ander land, wat betekent dat het doel van het bezoek aan het Verenigd Koninkrijk een doorreis door het Verenigd Koninkrijk is en dat [eiser] een redelijke doorreisroute neemt. 4.10. Naar het oordeel van de kantonrechter is in dit geval geen sprake van een redelijke doorreisroute. Een vliegreis vanuit Nederland met een overstap (op een andere luchthaven) in Londen is op zichzelf beschouwd niet vreemd en in voorkomende gevallen ook logischer gelet op de eindbestemming en de mogelijkheden die Londen biedt voor een overstap op een intercontinentale vlucht. Voor een reis binnen Europa waarbij van Nederland naar een eindbestemming in Spanje wordt gevlogen ligt een overstap op een Londense luchthaven niet voor de hand. Daarbij is belangrijk dat [eiser] als inwoner van de Europese Unie met een dergelijke reisroute eerst het zogenoemde Schengengebied verlaat om dit gebied vervolgens weer binnen te komen, terwijl dit niet nodig is vanwege de diverse andere beschikbare mogelijkheden om vanuit Nederland (rechtstreeks) naar Sevilla te vliegen.
Volledig
Verder weegt mee dat een route vanuit Nederland (Eindhoven) naar Spanje (Sevilla) via Londen niet het meest gericht is in afstand en niet in reistijd. Daar komt bij dat de af te leggen route niet het meest gericht is, omdat [eiser] met de door hem gekozen route niet overstapt op dezelfde Londense luchthaven. 4.11. Het door [eiser] naar voren gebrachte financiële argument om te kiezen voor de goedkoopste route acht de kantonrechter niet doorslaggevend bij de vraag of sprake is van een redelijke doorreisroute. 4.12. [eiser] heeft verder naar voren gebracht dat de zorgen over de echtheid van zijn doorreis op grond van de TWOV niet de reden zijn waarom hem is geweigerd in te stappen. Volgens hem blijkt dit uit het feit dat Ryanair voor het eerst in het verweerschrift melding heeft gemaakt van de TWOV. [eiser] stelt dat de medewerkers van Ryanair op het moment dat zij hem geen boarding pass verstrekten een andere toelichting hebben gegeven op de reden voor deze weigering dan de toelichting zoals die blijkt uit de latere communicatie over het voorval. 4.13. De kantonrechter volgt dit standpunt van [eiser] niet. Dat komt omdat [eiser] zichzelf op dit punt tegenspreekt. In het vorderingsformulier A heeft hij namelijk verklaard dat de Ryanair-medewerkers bij de balie hem op 14 maart 2024 vertelden “dat ze niet geloven in de Transit Without Visa Scheme”. Verder begrijpt de kantonrechter uit de verklaringen van [eiser] dat hem op de dag van vertrek en in de latere communicatie met de luchtvaartmaatschappij duidelijk is gemaakt dat zijn reisdocumenten ontoereikend waren. 4.14. Hoewel een dergelijke gang van zaken niet de schoonheidsprijs verdient, neemt dit niet weg dat aan [eiser] steeds is medegedeeld dat de reden voor het niet verstrekken van de boarding pass is gelegen in de ontoereikende reisdocumenten. Of het daarbij schortte aan (de geldigheid van) zijn paspoort of aan de vereisten voor een Transit Without Visa maakt geen verschil, omdat in beide situaties sprake is van ontoereikende reisdocumenten. De TWOV heeft namelijk ook betrekking op reisdocumenten. Dat de TWOV mogelijk niet steeds expliciet is genoemd door Ryanair, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. 4.15. Verder constateert de kantonrechter dat de vordering van [eiser] betrekking heeft op een vlucht op 14 mei 2024 en dat [eiser] in de onderbouwing van zijn vordering nu eens spreekt over de vlucht op 14 maart 2024 en dan weer over de vlucht op 28 april 2024. Dat doet afbreuk aan (de geloofwaardigheid van) de onderbouwing van zijn vordering. 4.16. Op basis van de door [eiser] overgelegde stukken is bovendien onduidelijk of [eiser] inderdaad op 14 mei 2024 alsnog naar Sevilla is gevlogen, zoals hij stelt. Weliswaar heeft [eiser] een boekingsbewijs overgelegd, maar daaruit blijkt niet dat dit ticket voor hem was en ook niet dat hij daadwerkelijk naar Sevilla is gereisd. Conclusie 4.17. De conclusie is dat in dit geval geen sprake is van een redelijke doorreisroute. Daarmee voldoet [eiser] niet aan het vereiste van de TWOV 2 onder (b) en zijn zijn reisdocumenten ontoereikend. Ryanair heeft daarom op redelijke grond aan [eiser] geen boarding pass gegeven voor de vlucht op 14 mei 2024 met vluchtnummer [nummer 1] . Van een instapweigering in de zin van de Verordening is dus geen sprake. [eiser] kan geen aanspraak maken op een bedrag ter compensatie: de vorderingen zijn niet toewijsbaar. Proceskosten 4.18. [eiser] wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten aan de zijde van Ryanair (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De nakosten zullen worden toegewezen zoals in de beslissing vermeld. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. wijst de vorderingen van [eiser] af; 5.2. veroordeelt [eiser] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van Ryanair tot heden vastgesteld op € 164,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast) en op € 41,00 aan nakosten, te vermeerderen met de eventuele explootkosten in geval van betekening van deze uitspraak; 5.3. verklaart de veroordeling onder 5.2 uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.M. van den Berk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2025. De voorwaarden voor TWOV zijn te vinden op: https://www.gov.uk/guidance/immigration-rules/immigration-rules-appendix-visitor-transit-without-visa-scheme.