Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2025-02-24
ECLI:NL:RBOBR:2025:1115
Civiel recht
Bodemzaak
2,489 tokens
Inleiding
RECHTBANK
OOST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer: 10803824 \ CV EXPL 23-7106
Vonnis van 27 februari 2025
in de zaak van
[eiser]
,
wonende in [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. R.F. van Dam namens Stichting Rechtsbijstand ZLM,
tegen
[gedaagde]
,
wonende in [woonplaats] , gemeente [plaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. H.J. Heynen.
Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 november 2023 met 12 producties,- de conclusie van antwoord van 8 februari 2024,
- de mondelinge behandeling van 19 november 2024,
- het ter zitting overgelegde afschrift van een e-mailbericht van 4 april 2024,- akte aan de zijde van [gedaagde] van 19 december 2024 met productie 1,- antwoord akte aan de zijde van [eiser] van 16 januari 2025 met producties op USB stick,
- aanvullende akte aan de zijde van [gedaagde] van 16 januari 2025 met producties 2 - 4,- aanvullende akte aan de zijde van [eiser] van 30 januari 2025 met eisvermindering.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiser] huurt sinds 11 augustus 2015 een woonruimte inclusief parkeerplaats aan de [adres] in [plaats] van [gedaagde] . In artikel 4.3. van de huurovereenkomst is de huursom als volgt gespecificeerd:
Huurprijs
€
824,25
Parkeerplaats
€
90,75
Service kosten
€
25,00
Voorschot op vergoeding bijkomende levering en diensten
€
105,00
2.2.
[eiser] heeft een vijftal problemen aan zijn woning geconstateerd en heeft [gedaagde] hiervan op de hoogte gebracht. Het gaat om de volgende problemen: - het zonder toestemming betreden van de berging door (collega’s van) [gedaagde] , - de intercom werkt niet naar behoren,
- een lekkage boven de zwaairamen aan de voorzijde van de woning, - de dakgoot aan de achterzijde van de woning loopt niet goed door, - een lekkage in de parkeergarage.
2.3.
Partijen zijn het niet over alle bovenstaande punten eens geworden en [eiser] heeft zich tot de kantonrechter gewend. Gedurende de procedure is gebleken dat [eiser] de huurovereenkomst heeft opgezegd en per 1 februari 2025 de woning heeft verlaten.
Wat wordt gevorderd?
2.4.
[eiser] vordert – samengevat en na eisvermindering – om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een huurvermindering ter hoogte van € 3.715,26, of een in goede justitie te bepalen bedrag. En een vermindering van de huurprijs van [eiser] met 10% tot de dag dat het gebrek is hersteld. Een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten en bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis.
2.5.
[gedaagde] is het hier niet mee eens. Hij verzoekt de kantonrechter om de vorderingen van [eiser] af te wijzen, dan wel te matigen. Met een veroordeling in de proceskosten aan de zijde van [eiser] .
Juridisch kader
2.6.
De kantonrechter stelt voorop dat in artikel 7:207 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is bepaald dat een huurder in het geval sprake is van een verminderd huurgenot ten gevolge van een gebrek een daaraan evenredige vermindering van de huurprijs kan vorderen.
2.7.
Het bestaan van een gebrek is hiervoor van belang. De wetgever omschrijft het begrip gebrek in artikel 7:204 lid 2 BW als volgt: ‘Een gebrek is een staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort als waarop de overeenkomst betrekking heeft.’
De intercom, de opslagplaats, de lekkage bij het zwaairaam en de goot
2.8.
Tijdens de mondelinge behandeling is naar voren gekomen dat enkel de lekkage in de parkeergarage nog resteert. De problemen omtrent de intercom, de opslagplaats, de lekkage bij het zwaairaam en de goot zijn inmiddels opgelost.
2.9.
Op [eiser] rust de stelplicht en de bewijslast dat sprake is van een gebrek. [eiser] heeft hier niet aan voldaan, omdat niet voldoende is onderbouwd dat de door hem gesignaleerde problemen omtrent de intercom, de opslagplaats, de lekkage aan het zwaairaam en de goot hebben geleid tot een verminderd huurgenot. De vordering tot huurvermindering zal in zoverre dan ook worden afgewezen.
De lekkage in de parkeergarage
2.10.
Zoals hiervoor is overwogen kan de huurder die in zijn huurgenot is beperkt als gevolg van een gebrek een tijdelijke huurvermindering vragen. Die vermindering moet in verhouding staan tot de aard en de omvang van de beperking (van het huurgenot). In artikel 7:257 lid 3 BW is door de wetgever verder bepaald dat voor het verleden geen huurvermindering kan worden verlangd over een langere periode dan zes maanden vóór het instellen van een vordering (in dit geval: het uitbrengen van de dagvaarding). In dit geval is de dagvaarding uitgebracht op 14 november 2023 en kan de huurvermindering dus enkel zien op de periode na 14 mei 2023.
2.11.
In januari 2021 heeft [eiser] geklaagd, omdat schade was ontstaan aan zijn auto door een lekkage in de parkeergarage. [eiser] heeft ter onderbouwing whatsapp berichten met foto’s overgelegd waaruit blijkt dat vlekken op de auto zijn ontstaan. Weliswaar heeft [eiser] op 17 januari 2021 via Whatsapp geklaagd over de lekkage bij [gedaagde] , maar kennelijk waren de lekkages op dat moment niet dusdanig dat dit tot (een vordering tot) huurprijsvermindering heeft geleid. De kantonrechter treft in het dossier pas op 10 april 2023 een nieuwe melding van [eiser] aan waarin hij richting [A] , property manager ZUID beheer, (hierna: [A] ) via Whatsapp een melding maakt van een lekkage in de parkeergarage.
2.12.
[A] reageert op dit Whatsapp bericht en meldt dat de lekkages in de parkeergarage al een tijd spelen, door een discussie tussen de eigenaar van het pand en de onderhoudspartij. [eiser] stuurt dezelfde avond een e-mail aan Zuid Beheer waarin hij dringend verzoekt om een oplossing voor dit probleem te vinden. Op 11 april 2023 ontvangt [eiser] een e-mail van Zuid Beheer, dat aan [eiser] een vaste parkeerplaats kan worden toegewezen in een deel van de garage waar de lekkages niet voorkomen. Zuid Beheer laat aanvullend op het eerdere bericht, op 17 april 2023, weten dat het gebruik van een ‘vaste’ parkeerplaats wel op eigen risico is.
2.13.
[eiser] is het hier niet mee eens en antwoordt als volgt:
2.14.
Een tijd later, op 2 september 2023, biedt de gemachtigde van [gedaagde] twee andere oplossingen aan, omdat de lekkage in de parkeergarage niet direct kan worden verholpen. Een mogelijke oplossing is dat [eiser] en [gedaagde] afspreken dat de parkeerplaats geen deel meer uitmaakt van de huurovereenkomst. Een andere mogelijke oplossing is, dat de huurprijs van de parkeergelegenheid wordt verlaagd tot een bedrag van € 50,00 per maand, zolang de lekkage niet is opgelost.
2.15.
[eiser] heeft de alternatieve oplossingen uit de e-mail van 2 september 2023 niet (formeel) geaccepteerd. Ook is [eiser] niet formeel akkoord gegaan met het parkeren op de vaste parkeerplaats zoals blijkt uit het in rechtsoverweging 2.14 opgenomen e-mailbericht.
2.16.
Partijen zijn het wel erover eens dat [eiser] zijn auto sinds 11 april 2023 op de gereserveerde parkeerplaats heeft geparkeerd. Ook is naar verloop van tijd een naambordje geplaatst bij deze parkeerplaats.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
3.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is bij vervroeging gewezen door mr. J.A.M. van den Berk en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2025.