Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2024-12-24
ECLI:NL:RBOBR:2024:6649
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
8,904 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
zaaknummer : 11348085 TD VERZ 24-1636
[initialen griffier]
beschikking van de kantonrechter van 24 december 2024
op verzoek van
Openbaar Ministerie,
de Officier van Justitie,
postbus 70581, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[naam] ,
geboren te [plaatsnaam] op [datum] ,
wonende te [adres 1] [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
de beschikking van 16 oktober 2024, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken, waarbij Pro Bewind B.V., KvKno. 77959434, postbus 94, 5595 ZH Leende, met ingang van 16 oktober 2024 om 15.00 uur tot provisioneel bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene is benoemd;
het e-mailbericht met bijlage van mr. N.M.J. Schepens, ontvangen op 31 oktober 2024;
het e-mailbericht met bijlage van mr. S. Oosterhuis-Broers, ontvangen op
5 november 2024;
de brief met bijlagen van mr. S. Oosterhuis-Broers, ontvangen op 6 november 2024;
het e-mailbericht met bijlage van mr. N.M.J. Schepens, ontvangen op 7 november 2024;
het e-mailbericht met bijlagen van mr. N.M.J. Schepens, ontvangen op 29 november 2024;
de bereidverklaring curator van [de partner van betrokkene] , ter zitting van 3 december 2024 overgelegd;
de ter zitting van 3 december 2024 overgelegde medische verklaring van
15 november 2024 en de financiële stukken door mevrouw [naam] van Pro Bewind B.V.;
het e-mailbericht van mevrouw [naam] van het Openbaar Ministerie, verzoeker, ontvangen op 13 december 2024;
het e-mailbericht met bijlage van mr. N.M.J. Schepens, ontvangen op 14 december 2024;
het e-mailbericht met bijlage van mr. S. Oosterhuis-Broers, ontvangen op
16 december 2024;
Het verzoek is mondeling behandeld op de zitting van 3 december 2024. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt.
Ter zitting zijn verschenen:
mevrouw [naam] , betrokkene;
de heer [naam] , de partner van betrokkene;
mevrouw mr. N.M.J. Schepens, de gemachtigde van betrokkene en [haar partner] ;
de heer [naam] , de stiefzoon van betrokkene;
mevrouw mr. S. Oosterhuis-Broers, de gemachtigde van [de stiefzoon van betrokkene] ;
mevrouw [naam] , Adviseur Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Openbaar Ministerie, verzoeker;
mevrouw [naam] , namens verzoekster;
mevrouw [naam] van Pro Bewind B.V., de provisioneel bewindvoerder van betrokkene;
mevrouw [naam] van Pro Bewind B.V., collega bewindvoerder.
Beoordeling
Bij beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 16 oktober 2024 is Pro Bewind B.V. benoemd tot provisioneel bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene. Aan de provisioneel bewindvoerder zijn alle bevoegdheden toegekend die een curator krachtens de wet heeft.
Thans dient te worden beslist op het verzoek tot ondercuratelestelling van betrokkene.
Het verzoek.
Het verzoek strekt tot ondercuratelestelling van betrokkene als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand.
De kantonrechter heeft ter zitting alle partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over het verzoek en de ingediende stukken. Tevens zijn partijen in de gelegenheid gesteld om binnen 14 dagen na de zitting schriftelijk te reageren op de door de provisioneel bewindvoerder ter zitting overgelegde medische verklaring en de financiële stukken.
De standpunten van partijen.
Mevrouw [naam] , namens het Openbaar Ministerie:
Mr. [naam] stelt dat betrokkene niet in staat is haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Blijkens de medische verklaring van
15 november 2024, die ter zitting van 3 december 2024 is overgelegd, is betrokkene niet (meer) in staat haar wil zelfstandig naar behoren te bepalen en de reikwijdte van haar beslissingen te overzien. Ook is er sprake van onvoldoende ziektebesef bij betrokkene. Verzoeker is van oordeel dat betrokkene in bescherming moet worden genomen, mede vanwege haar voorgenomen huwelijk met [haar partner] . Er bestaat namelijk een sterk vermoeden van financieel misbruik van betrokkene door [haar partner] . De stukken die de provisioneel bewindvoerder ter zitting heeft overgelegd bevestigen dit vermoeden en ook de noodzaak van de curatele. De gemachtigde schaart zich achter de conclusies van mr. S. Oosterhuis-Broers.
Mevrouw mr. S. Oosterhuis-Broers, gemachtigde van [de stiefzoon van betrokkene] :
Mr. Oosterhuis-Broers stelt zich op het standpunt dat betrokkene, mede gelet op de medische verklaring van 15 november 2024, niet in staat is haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen.
Ook voert zij aan dat er sprake is van financieel misbruik door [de partner van betrokkene] , met wie betrokkene voornemens is in het huwelijk te treden. Om betrokkene voldoende in bescherming te kunnen nemen wordt curatele noodzakelijk geacht.
Ter onderbouwing van haar standpunt ten aanzien van het financieel misbruik, verwijst de gemachtigde naar de door de provisioneel bewindvoerder ter zitting overgelegde financiële stukken. Uit de bankoverschrijvingen valt op te maken dat er structureel bedragen aan [de partner van betrokkene] worden overgemaakt vanaf de bankrekening van betrokkene. Dit staat haaks op hetgeen [de partner van betrokkene] ter zitting heeft verklaard, namelijk dat de uitgaven evenredig tussen hem en betrokkene worden verdeeld. De vaste lasten, de kosten voor de boodschappen en andere huishoudelijke uitgaven, worden echter ook voldaan vanaf de rekening van betrokkene. Daarnaast is haar gebleken uit voornoemde stukken, dat de hypotheek van betrokkene verhoogd is met een bedrag van 114.321 euro, in plaats van met een bedrag van 28.000 euro, zoals [de partner van betrokkene] ter zitting heeft verklaard. Zij is van oordeel dat, met name gelet op het voorgenomen huwelijk, curatele noodzakelijk is om betrokkene voldoende bescherming te kunnen bieden, met benoeming van de huidige provisioneel bewindvoerder tot curator.
Mevrouw mr. N.M.J. Schepens, gemachtigde van betrokkene en [haar partner] :
Mr. Schepens heeft de standpunten van verzoeker en mr. Oosterhuis-Broers uitdrukkelijk betwist. Zij stelt dat het verzoek een onjuist beeld van de situatie schetst. De aantijgingen hebben betrokkene en [de partner van betrokkene] , in emotioneel opzicht, diep geraakt. Betrokkene en [haar partner] leven al een aantal jaren samen als man en vrouw en zijn al sinds 2022 voornemens om te gaan trouwen, dan wel een geregistreerd partnerschap aan te gaan. Ze delen alles samen. Het inkomen van [de partner van betrokkene] wordt gebruikt in hun gezamenlijk huishouding, zoals hij ook ter zitting heeft verklaard. Hij betaalt ook bepaalde rekeningen, zoals de KPN rekening. Op 16 februari 2021 heeft betrokkene ten overstaan van de notaris haar testament laten aanpassen en [haar partner] benoemd tot haar enige erfgenaam. Betrokkene heeft, sinds het overlijden van haar echtgenoot, geen contact meer met haar stiefzoon, de heer [naam] .
De gemachtigde stelt dat de diagnose die is gesteld bij betrokkene, niet zonder meer maakt dat een maatregel tot ondercuratelestelling noodzakelijk is. Zij acht betrokkene, met de hulp van [haar partner] , in staat haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Ook heeft betrokkene een boekhouder die al 20 jaar haar belastingaangiften doet en ze heeft een positief netwerk van familie en vrienden om zich heen, die mede de zorg voor haar op zich nemen. Zelf heeft betrokkene ter zitting verklaard dat ze een lichte mate van Alzheimer heeft, dat ze alles zelf doet en dat ze wat dat betreft geen problemen heeft. Mr. Schepens is van oordeel dat een professionele curator enkel een extra en ongewenste inmenging geeft, die inbreuk maakt op de vrijheid van betrokkene en [haar partner] . Hiervoor dienen zij bovendien ook nog te betalen. Derhalve heeft zij ter zitting primair gesteld dat het verzoek dient te worden afgewezen. Subsidiair heeft zij ter zitting gesteld dat conform artikel 1:383 lid 2 BW de uitdrukkelijke voorkeur van betrokkene dient te worden gevolgd in het geval er wel een maatregel wordt ingesteld. In dat geval wil [de partner van betrokkene] benoemd worden tot curator, dan wel tot bewindvoerder en mentor. [de partner van betrokkene] is uitermate zorgzaam voor betrokkene. Er is een vaste hulp in huis en er is een zorgtrajectbegeleider ingeschakeld.
Ten aanzien van de hypotheek stelt de gemachtigde, aanvankelijk ter zitting, dat deze enkel is verhoogd met een bedrag van 28.000 euro. Dit bedrag is op de spaarrekening van betrokkene gezet. Hiervan is een bedrag geleend aan de zoon van [de partner van betrokkene] , dat in maandelijkse termijnen wordt afgelost. Het geleende bedrag is inmiddels bijna volledig door de zoon afgelost. Betrokkene en [haar partner] hebben samen een camper gekocht voor 12.500 euro. Deze hebben zij verkocht voor 12.000 euro. Zoals [de partner van betrokkene] ter zitting heeft verklaard, is dit contant betaald. Van de opbrengst hebben zij een caravan gekocht en ze hebben 3.500 à 4000 euro betaald aan de camping voor het staangeld.
De gemachtigde heeft gemeld dat een uitvoerig gesprek heeft plaatsgevonden op
11 december 2024 tussen betrokkene, [haar partner] , de heer [naam] (de voormalig boekhouder van betrokkene en haar overleden echtgenoot) en gemachtigde. Zij hebben geconstateerd dat op de nota van afrekening van de notaris, zoals overgelegd door de provisioneel bewindvoerder, te zien is dat betrokkene destijds – naast het eerder genoemde bedrag van 28.000 euro - een bedrag van 79.816,12 euro heeft ontvangen, verspreid over haar twee lopende rekeningen. [de partner van betrokkene] heeft zich, naar aanleiding van de stukken die de provisioneel bewindvoerder ter zitting heeft overgelegd, bereid verklaard aan de provisioneel bewindvoerder volledige openheid van zaken te geven over de financiën.
Betrokkene stelt zich op het standpunt dat zij in staat is, samen met [haar partner] , om haar belangen te behartigen en betwist de conclusie van de arts [naam] op dit punt. Zij wil de mogelijkheid behouden om haar stem te laten horen, te bepalen wat ze doet met haar geld en hoe ze haar leven leidt. Zij voelt zich erg verdrietig over de hele situatie.
Beoordeling
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op de stukken die door de provisioneel bewindvoerder ter zitting zijn ingediend. Uit de na de zitting ontvangen reacties van partijen is gebleken dat er geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht. De kantonrechter ziet om die reden dan ook geen noodzaak om de zaak opnieuw ter zitting te behandelen, dan wel partijen over en weer in de gelegenheid te stellen op elkaar te reageren.
De kantonrechter overweegt als volgt.
De kantonrechter kan een curatele instellen wanneer voldoende blijkt dat betrokkene als gevolg van zijn of haar lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is haar belangen behoorlijk waar te nemen of haar veiligheid of die van anderen in gevaar brengt en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
De kantonrechter moet de vraag beantwoorden of en zo ja, welke beschermingsmaatregel van toepassing is.
Uit de onderliggende stukken, waaronder de medische verklaring van 15 november 2024 en het verhandelde ter zitting, is de kantonrechter gebleken dat betrokkene niet in staat is haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen en een maatregel noodzakelijk is. Betrokkene zelf heeft op de zitting ook aangegeven haar belangen niet zelf te kunnen behartigen, maar hulp nodig te hebben van [haar partner] en haar netwerk.
Uit de door de provisioneel bewindvoerder overgelegde financiële stukken is de kantonrechter gebleken dat [de partner van betrokkene] niet evenredig bijdraagt aan de gezamenlijke huishouding met betrokkene. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat de KPN rekeningen niet door [de partner van betrokkene] worden betaald, zoals hij ter zitting heeft verklaard, maar door betrokkene. Ook zijn er grote bedragen overgemaakt vanaf de rekening van betrokkene naar de rekening van [haar partner] , te weten een totaalbedrag van 60.865,19 euro over de periode 1 januari 2020 tot en met heden. Dit staat niet in verhouding tot het totaalbedrag van 15.333,90 euro, dat is overgemaakt door [de partner van betrokkene] naar betrokkene in dezelfde periode. Door of namens betrokkene en/of [de partner van betrokkene] is geen verklaring gegeven voor het bedrag van 60.865,19 euro dat sinds 1 januari 2020 aan [de partner van betrokkene] is overgemaakt. In de schriftelijke reactie van gemachtigde mr. Schepens is enkel benoemd dat [de partner van betrokkene] bereid is om in een gesprek met de provisioneel bewindvoerder volledige openheid van zaken te geven over de financiën.
Verder is gebleken dat de hypotheek van betrokkene is verhoogd met een bedrag van 114.321 euro, en niet met een bedrag van 28.000 euro, zoals [de partner van betrokkene] ter zitting heeft verklaard. [de partner van betrokkene] heeft ter zitting verklaard dat een camper is gekocht en dat van de opbrengst van de verkoop van de camper de caravan is gekocht en het staangeld van de camping is betaald. Ook is een lening verstrekt aan de zoon van [de partner van betrokkene] . Het is de kantonrechter niet duidelijk waar het resterende deel van de verhoogde hypotheek is gebleven. De provisioneel bewindvoerder heeft geconstateerd dat al het geld van betrokkene weg is. Het budgetplan is krap. De financiële ruimte is slechts 18 euro per maand en [de partner van betrokkene] draagt niet bij.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het instellen van een beschermingsmaatregel noodzakelijk is en dat voldoende is gebleken dat alleen met de maatregel curatele de belangen van betrokkene voldoende worden behartigd en beschermd. Dit ziet ook op het voornemen van betrokkene en [haar partner] om in het huwelijk te treden.
De kantonrechter moet vervolgens de vraag beantwoorden wie benoemd dient te worden tot curator.
Gelet op de hiervoor genoemde feiten, ziet de kantonrechter voldoende aanleiding om af te wijken van artikel 1:383 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek, dat voorschrijft dat bij voorkeur de partner van een betrokkene wordt benoemd. Gezien de onderbouwde vraagtekens die er zijn over de rol van [de partner van betrokkene] , zal zij hem als partner niet benoemen tot curator. De kantonrechter acht het van belang dat een professionele curator wordt benoemd. De kantonrechter zal de verzochte maatregel instellen en de huidige provisionele bewindvoerder benoemen tot curator.
Het provisioneel bewind eindigt wanneer de taak van de curator aanvangt. Dit is daags nadat de beslissing houdende de benoeming van de curator is verstrekt of verzonden.
De kantonrechter zal de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig het eerstgenoemde bedrag in artikel 2 lid 5 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerder en mentoren. Deze beloning is exclusief omzetbelasting.
De kantonrechter zal de jaarbeloning vaststellen overeenkomstig artikel 2 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing.
De kantonrechter zal bepalen dat de curator jaarlijks verslag doet van de werkzaamheden.
Dictum
De kantonrechter:
- stelt [betrokkene] , onder curatele vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand;
- benoemt tot curator: Pro Bewind B.V., Kvkno. 77959434, Postbus 94, 5595 ZH Leende;
- stelt de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vast zoals hiervoor is overwogen;
- stelt de jaarbeloning vast zoals hiervoor is overwogen;
- bepaalt dat de curator jaarlijks verslag doet van de werkzaamheden.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. van Rossum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2024.
de griffier, de kantonrechter,
Verzenddatum:
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch:
door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Toezicht
zaaknummer : 11348085 TD VERZ 24-1636
[initialen griffier]
beschikking van de kantonrechter van 24 december 2024
op verzoek van
Openbaar Ministerie,
de Officier van Justitie,
postbus 70581, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[naam] ,
geboren te [plaatsnaam] op [datum] ,
wonende te [adres 1] [plaatsnaam] ,
hierna te noemen: betrokkene.
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
de beschikking van 16 oktober 2024, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken, waarbij Pro Bewind B.V., KvKno. 77959434, postbus 94, 5595 ZH Leende, met ingang van 16 oktober 2024 om 15.00 uur tot provisioneel bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene is benoemd;
het e-mailbericht met bijlage van mr. N.M.J. Schepens, ontvangen op 31 oktober 2024;
het e-mailbericht met bijlage van mr. S. Oosterhuis-Broers, ontvangen op
5 november 2024;
de brief met bijlagen van mr. S. Oosterhuis-Broers, ontvangen op 6 november 2024;
het e-mailbericht met bijlage van mr. N.M.J. Schepens, ontvangen op 7 november 2024;
het e-mailbericht met bijlagen van mr. N.M.J. Schepens, ontvangen op 29 november 2024;
de bereidverklaring curator van [de partner van betrokkene] , ter zitting van 3 december 2024 overgelegd;
de ter zitting van 3 december 2024 overgelegde medische verklaring van
15 november 2024 en de financiële stukken door mevrouw [naam] van Pro Bewind B.V.;
het e-mailbericht van mevrouw [naam] van het Openbaar Ministerie, verzoeker, ontvangen op 13 december 2024;
het e-mailbericht met bijlage van mr. N.M.J. Schepens, ontvangen op 14 december 2024;
het e-mailbericht met bijlage van mr. S. Oosterhuis-Broers, ontvangen op
16 december 2024;
Het verzoek is mondeling behandeld op de zitting van 3 december 2024. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt.
Ter zitting zijn verschenen:
mevrouw [naam] , betrokkene;
de heer [naam] , de partner van betrokkene;
mevrouw mr. N.M.J. Schepens, de gemachtigde van betrokkene en [haar partner] ;
de heer [naam] , de stiefzoon van betrokkene;
mevrouw mr. S. Oosterhuis-Broers, de gemachtigde van [de stiefzoon van betrokkene] ;
mevrouw [naam] , Adviseur Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Openbaar Ministerie, verzoeker;
mevrouw [naam] , namens verzoekster;
mevrouw [naam] van Pro Bewind B.V., de provisioneel bewindvoerder van betrokkene;
mevrouw [naam] van Pro Bewind B.V., collega bewindvoerder.
Beoordeling
Bij beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 16 oktober 2024 is Pro Bewind B.V. benoemd tot provisioneel bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan betrokkene. Aan de provisioneel bewindvoerder zijn alle bevoegdheden toegekend die een curator krachtens de wet heeft.
Thans dient te worden beslist op het verzoek tot ondercuratelestelling van betrokkene.
Het verzoek.
Het verzoek strekt tot ondercuratelestelling van betrokkene als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand.
De kantonrechter heeft ter zitting alle partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over het verzoek en de ingediende stukken. Tevens zijn partijen in de gelegenheid gesteld om binnen 14 dagen na de zitting schriftelijk te reageren op de door de provisioneel bewindvoerder ter zitting overgelegde medische verklaring en de financiële stukken.
De standpunten van partijen.
Mevrouw [naam] , namens het Openbaar Ministerie:
Mr. [naam] stelt dat betrokkene niet in staat is haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Blijkens de medische verklaring van
15 november 2024, die ter zitting van 3 december 2024 is overgelegd, is betrokkene niet (meer) in staat haar wil zelfstandig naar behoren te bepalen en de reikwijdte van haar beslissingen te overzien. Ook is er sprake van onvoldoende ziektebesef bij betrokkene. Verzoeker is van oordeel dat betrokkene in bescherming moet worden genomen, mede vanwege haar voorgenomen huwelijk met [haar partner] . Er bestaat namelijk een sterk vermoeden van financieel misbruik van betrokkene door [haar partner] . De stukken die de provisioneel bewindvoerder ter zitting heeft overgelegd bevestigen dit vermoeden en ook de noodzaak van de curatele. De gemachtigde schaart zich achter de conclusies van mr. S. Oosterhuis-Broers.
Mevrouw mr. S. Oosterhuis-Broers, gemachtigde van [de stiefzoon van betrokkene] :
Mr. Oosterhuis-Broers stelt zich op het standpunt dat betrokkene, mede gelet op de medische verklaring van 15 november 2024, niet in staat is haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen.
Ook voert zij aan dat er sprake is van financieel misbruik door [de partner van betrokkene] , met wie betrokkene voornemens is in het huwelijk te treden. Om betrokkene voldoende in bescherming te kunnen nemen wordt curatele noodzakelijk geacht.
Ter onderbouwing van haar standpunt ten aanzien van het financieel misbruik, verwijst de gemachtigde naar de door de provisioneel bewindvoerder ter zitting overgelegde financiële stukken. Uit de bankoverschrijvingen valt op te maken dat er structureel bedragen aan [de partner van betrokkene] worden overgemaakt vanaf de bankrekening van betrokkene. Dit staat haaks op hetgeen [de partner van betrokkene] ter zitting heeft verklaard, namelijk dat de uitgaven evenredig tussen hem en betrokkene worden verdeeld. De vaste lasten, de kosten voor de boodschappen en andere huishoudelijke uitgaven, worden echter ook voldaan vanaf de rekening van betrokkene. Daarnaast is haar gebleken uit voornoemde stukken, dat de hypotheek van betrokkene verhoogd is met een bedrag van 114.321 euro, in plaats van met een bedrag van 28.000 euro, zoals [de partner van betrokkene] ter zitting heeft verklaard. Zij is van oordeel dat, met name gelet op het voorgenomen huwelijk, curatele noodzakelijk is om betrokkene voldoende bescherming te kunnen bieden, met benoeming van de huidige provisioneel bewindvoerder tot curator.
Mevrouw mr. N.M.J. Schepens, gemachtigde van betrokkene en [haar partner] :
Mr. Schepens heeft de standpunten van verzoeker en mr. Oosterhuis-Broers uitdrukkelijk betwist. Zij stelt dat het verzoek een onjuist beeld van de situatie schetst. De aantijgingen hebben betrokkene en [de partner van betrokkene] , in emotioneel opzicht, diep geraakt. Betrokkene en [haar partner] leven al een aantal jaren samen als man en vrouw en zijn al sinds 2022 voornemens om te gaan trouwen, dan wel een geregistreerd partnerschap aan te gaan. Ze delen alles samen. Het inkomen van [de partner van betrokkene] wordt gebruikt in hun gezamenlijk huishouding, zoals hij ook ter zitting heeft verklaard. Hij betaalt ook bepaalde rekeningen, zoals de KPN rekening. Op 16 februari 2021 heeft betrokkene ten overstaan van de notaris haar testament laten aanpassen en [haar partner] benoemd tot haar enige erfgenaam. Betrokkene heeft, sinds het overlijden van haar echtgenoot, geen contact meer met haar stiefzoon, de heer [naam] .
De gemachtigde stelt dat de diagnose die is gesteld bij betrokkene, niet zonder meer maakt dat een maatregel tot ondercuratelestelling noodzakelijk is. Zij acht betrokkene, met de hulp van [haar partner] , in staat haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Ook heeft betrokkene een boekhouder die al 20 jaar haar belastingaangiften doet en ze heeft een positief netwerk van familie en vrienden om zich heen, die mede de zorg voor haar op zich nemen. Zelf heeft betrokkene ter zitting verklaard dat ze een lichte mate van Alzheimer heeft, dat ze alles zelf doet en dat ze wat dat betreft geen problemen heeft. Mr. Schepens is van oordeel dat een professionele curator enkel een extra en ongewenste inmenging geeft, die inbreuk maakt op de vrijheid van betrokkene en [haar partner] . Hiervoor dienen zij bovendien ook nog te betalen. Derhalve heeft zij ter zitting primair gesteld dat het verzoek dient te worden afgewezen. Subsidiair heeft zij ter zitting gesteld dat conform artikel 1:383 lid 2 BW de uitdrukkelijke voorkeur van betrokkene dient te worden gevolgd in het geval er wel een maatregel wordt ingesteld. In dat geval wil [de partner van betrokkene] benoemd worden tot curator, dan wel tot bewindvoerder en mentor. [de partner van betrokkene] is uitermate zorgzaam voor betrokkene. Er is een vaste hulp in huis en er is een zorgtrajectbegeleider ingeschakeld.
Ten aanzien van de hypotheek stelt de gemachtigde, aanvankelijk ter zitting, dat deze enkel is verhoogd met een bedrag van 28.000 euro. Dit bedrag is op de spaarrekening van betrokkene gezet. Hiervan is een bedrag geleend aan de zoon van [de partner van betrokkene] , dat in maandelijkse termijnen wordt afgelost. Het geleende bedrag is inmiddels bijna volledig door de zoon afgelost. Betrokkene en [haar partner] hebben samen een camper gekocht voor 12.500 euro. Deze hebben zij verkocht voor 12.000 euro. Zoals [de partner van betrokkene] ter zitting heeft verklaard, is dit contant betaald. Van de opbrengst hebben zij een caravan gekocht en ze hebben 3.500 à 4000 euro betaald aan de camping voor het staangeld.
De gemachtigde heeft gemeld dat een uitvoerig gesprek heeft plaatsgevonden op
11 december 2024 tussen betrokkene, [haar partner] , de heer [naam] (de voormalig boekhouder van betrokkene en haar overleden echtgenoot) en gemachtigde. Zij hebben geconstateerd dat op de nota van afrekening van de notaris, zoals overgelegd door de provisioneel bewindvoerder, te zien is dat betrokkene destijds – naast het eerder genoemde bedrag van 28.000 euro - een bedrag van 79.816,12 euro heeft ontvangen, verspreid over haar twee lopende rekeningen. [de partner van betrokkene] heeft zich, naar aanleiding van de stukken die de provisioneel bewindvoerder ter zitting heeft overgelegd, bereid verklaard aan de provisioneel bewindvoerder volledige openheid van zaken te geven over de financiën.
Betrokkene stelt zich op het standpunt dat zij in staat is, samen met [haar partner] , om haar belangen te behartigen en betwist de conclusie van de arts [naam] op dit punt. Zij wil de mogelijkheid behouden om haar stem te laten horen, te bepalen wat ze doet met haar geld en hoe ze haar leven leidt. Zij voelt zich erg verdrietig over de hele situatie.
Beoordeling
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op de stukken die door de provisioneel bewindvoerder ter zitting zijn ingediend. Uit de na de zitting ontvangen reacties van partijen is gebleken dat er geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht. De kantonrechter ziet om die reden dan ook geen noodzaak om de zaak opnieuw ter zitting te behandelen, dan wel partijen over en weer in de gelegenheid te stellen op elkaar te reageren.
De kantonrechter overweegt als volgt.
De kantonrechter kan een curatele instellen wanneer voldoende blijkt dat betrokkene als gevolg van zijn of haar lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is haar belangen behoorlijk waar te nemen of haar veiligheid of die van anderen in gevaar brengt en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.
De kantonrechter moet de vraag beantwoorden of en zo ja, welke beschermingsmaatregel van toepassing is.
Uit de onderliggende stukken, waaronder de medische verklaring van 15 november 2024 en het verhandelde ter zitting, is de kantonrechter gebleken dat betrokkene niet in staat is haar vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen en een maatregel noodzakelijk is. Betrokkene zelf heeft op de zitting ook aangegeven haar belangen niet zelf te kunnen behartigen, maar hulp nodig te hebben van [haar partner] en haar netwerk.
Uit de door de provisioneel bewindvoerder overgelegde financiële stukken is de kantonrechter gebleken dat [de partner van betrokkene] niet evenredig bijdraagt aan de gezamenlijke huishouding met betrokkene. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat de KPN rekeningen niet door [de partner van betrokkene] worden betaald, zoals hij ter zitting heeft verklaard, maar door betrokkene. Ook zijn er grote bedragen overgemaakt vanaf de rekening van betrokkene naar de rekening van [haar partner] , te weten een totaalbedrag van 60.865,19 euro over de periode 1 januari 2020 tot en met heden. Dit staat niet in verhouding tot het totaalbedrag van 15.333,90 euro, dat is overgemaakt door [de partner van betrokkene] naar betrokkene in dezelfde periode. Door of namens betrokkene en/of [de partner van betrokkene] is geen verklaring gegeven voor het bedrag van 60.865,19 euro dat sinds 1 januari 2020 aan [de partner van betrokkene] is overgemaakt. In de schriftelijke reactie van gemachtigde mr. Schepens is enkel benoemd dat [de partner van betrokkene] bereid is om in een gesprek met de provisioneel bewindvoerder volledige openheid van zaken te geven over de financiën.
Verder is gebleken dat de hypotheek van betrokkene is verhoogd met een bedrag van 114.321 euro, en niet met een bedrag van 28.000 euro, zoals [de partner van betrokkene] ter zitting heeft verklaard. [de partner van betrokkene] heeft ter zitting verklaard dat een camper is gekocht en dat van de opbrengst van de verkoop van de camper de caravan is gekocht en het staangeld van de camping is betaald. Ook is een lening verstrekt aan de zoon van [de partner van betrokkene] . Het is de kantonrechter niet duidelijk waar het resterende deel van de verhoogde hypotheek is gebleven. De provisioneel bewindvoerder heeft geconstateerd dat al het geld van betrokkene weg is. Het budgetplan is krap. De financiële ruimte is slechts 18 euro per maand en [de partner van betrokkene] draagt niet bij.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het instellen van een beschermingsmaatregel noodzakelijk is en dat voldoende is gebleken dat alleen met de maatregel curatele de belangen van betrokkene voldoende worden behartigd en beschermd. Dit ziet ook op het voornemen van betrokkene en [haar partner] om in het huwelijk te treden.
De kantonrechter moet vervolgens de vraag beantwoorden wie benoemd dient te worden tot curator.
Gelet op de hiervoor genoemde feiten, ziet de kantonrechter voldoende aanleiding om af te wijken van artikel 1:383 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek, dat voorschrijft dat bij voorkeur de partner van een betrokkene wordt benoemd. Gezien de onderbouwde vraagtekens die er zijn over de rol van [de partner van betrokkene] , zal zij hem als partner niet benoemen tot curator. De kantonrechter acht het van belang dat een professionele curator wordt benoemd. De kantonrechter zal de verzochte maatregel instellen en de huidige provisionele bewindvoerder benoemen tot curator.
Het provisioneel bewind eindigt wanneer de taak van de curator aanvangt. Dit is daags nadat de beslissing houdende de benoeming van de curator is verstrekt of verzonden.
De kantonrechter zal de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig het eerstgenoemde bedrag in artikel 2 lid 5 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerder en mentoren. Deze beloning is exclusief omzetbelasting.
De kantonrechter zal de jaarbeloning vaststellen overeenkomstig artikel 2 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing.
De kantonrechter zal bepalen dat de curator jaarlijks verslag doet van de werkzaamheden.
Dictum
De kantonrechter:
- stelt [betrokkene] , onder curatele vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand;
- benoemt tot curator: Pro Bewind B.V., Kvkno. 77959434, Postbus 94, 5595 ZH Leende;
- stelt de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vast zoals hiervoor is overwogen;
- stelt de jaarbeloning vast zoals hiervoor is overwogen;
- bepaalt dat de curator jaarlijks verslag doet van de werkzaamheden.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. van Rossum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2024.
de griffier, de kantonrechter,
Verzenddatum:
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch:
door de verzoeker en degenen aan wie de griffier een afschrift van deze beschikking heeft verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.