Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2024-10-30
ECLI:NL:RBOBR:2024:5095
Civiel recht
Bodemzaak
2,084 tokens
Inleiding
RECHTBANK Oost-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Zaaknummer: C/01/406917 / HA ZA 24-471
Vonnis in incident van 30 oktober 2024
in de zaak van
MAN AND MACHINE FRANCE,
te Parijs (Frankrijk),
eisende partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: Man and Machine,
advocaat: mr. P.J.B. van Deurzen,
tegen
TRIMBLE EUROPE B.V.,
te Eindhoven ,
gedaagde partij in de hoofzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Trimble ,
advocaat: mr. M.J. van Joolingen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening
de incidentele conclusie van antwoord
de akte van Man and Machine van 10 oktober 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
Geschil
Rechtsmacht en toepasselijk recht
2.2.
Man and Machine is gevestigd in Frankrijk. De zaak heeft dus een internationaal karakter. Dit betekent dat eerst beoordeeld zal worden of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en welk recht van toepassing is.
2.3.
In deze procedure is van toepassing de Brussel I-bis Verordening. Op grond van artikel 25 van deze verordening kunnen partijen een gerecht of de gerechten van een lidstaat aanwijzen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn of zullen ontstaan. Volgens Man and Machine staat in de distributieovereenkomst in artikel 13.2 dat de Nederlandse rechter bevoegd is voor elk geschil in het kader van die overeenkomst. Dat is niet door Trimble betwist. Deze rechtbank komt daarom rechtsmacht toe.
2.4.
Vervolgens moet er worden gekeken welk (materieel) recht van toepassing is. Rome I Vo is van toepassing. Artikel 3 van deze verordening bepaalt dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat de partijen hebben gekozen. Volgens Man and Machine hebben partijen in de distributieovereenkomst in artikel 13.2 een rechtskeuze gemaakt voor het Nederlandse recht. Dat is niet door Trimble betwist. Nederlands recht is dus van toepassing op de overeenkomst.
De inhoudelijke beoordeling van het incident
2.5.
Man and Machine vordert dat de rechtbank bij wijze van voorlopige voorziening Trimble veroordeelt tot betaling van € 400.000,00, te vermeerderen met rente. Trimble voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
2.6.
Toewijzing van een vordering tot een voorlopige voorziening voor de duur van het geding is alleen mogelijk wanneer Man and Machine daarbij voldoende belang heeft. Dit kan bijvoorbeeld daarin bestaan dat zij de afloop van de hoofdzaak niet kan afwachten of dat een deel van de hoofdvordering krachtens een eindbeslissing reeds toewijsbaar is. De rechtbank zal de provisionele vordering afwijzen, omdat geen van deze omstandigheden zich voordoet en er ook geen sprake is van een andere grond die voldoende belang bij de toewijzing oplevert.
2.7.
Man and Machine vordert een voorschot op de schadevergoeding die Trimble volgens Man and Machine aan haar moet betalen wegens het onrechtmatig opzeggen van de distributieovereenkomst. Trimble heeft in de incidentele conclusie van antwoord gemotiveerd betwist dat zij een schadevergoeding moet betalen. Tussen partijen is dus nog in geschil of Trimble gehouden is een schadevergoeding aan Man and Machine te betalen. Het is aan de rechter in de hoofdzaak om daarover te oordelen.
2.8.
Daarnaast heeft Man and Machine onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat zij het oordeel van de rechter in de hoofdzaak niet kan afwachten. Volgens Man and Machine is het, omdat een civiele procedure een lange doorlooptijd heeft, van groot belang dat er financiële middelen beschikbaar zijn om de bedrijfsvoering in stand te houden en het verlies aan omzet sinds het opzeggen van de distributieovereenkomst te compenseren. De distributie van SketchUp zou een aanzienlijk deel van de inkomsten van Man and Machine genereren en het zoeken naar een nieuwe manier om inkomsten te genereren brengt volgens Man and Machine hoge kosten met zich mee terwijl gedurende deze periode het personeel wel betaald moet worden. Dat is echter onvoldoende voor toewijzing van een voorschot op de gevorderde schadevergoeding. Daarbij is van belang Man and Machine haar stelling dat het moeten afwachten van een beslissing in een hoofdzaak grote financiële gevolgen heeft en verregaande gevolgen heeft voor de liquiditeit, door haar niet met stukken of een cijfermatig overzicht heeft onderbouwd. Ook maakt Man and Machine niet concreet wat die financiële gevolgen dan zullen zijn en in welke mate die de liquiditeit van Man and Machine beïnvloed. Dat er grote financiële gevolgen zijn wordt ook door Trimble gemotiveerd betwist. Volgens Trimble was Man and Machine namelijk voor haar bedrijfsvoering niet dermate afhankelijk van de verkoop van SketchUp als dat zij zou doen lijken. Bij de beoordeling speelt ook mee dat Man and Machine niet heeft onderbouwd waarom zij juist een bedrag € 400.000,00 heeft om de bedrijfsvoering in stand te houden. Het bedrag lijkt te maken te hebben met het verschil tussen de compensatieregeling die Trimble voorheen hanteerden en die is gaan gelden vanaf maart 2024. Man and Machine zou door die vermindering middelen missen om maatregelen die nodig zijn om het bedrijf aan te passen aan de nieuwe situatie, maar er wordt niet toegelicht waarom zij dus die € 400.000,00 nodig heeft om niet in financiële problemen te komen.
2.9.
Man and Machine is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van het incident (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Trimble worden begroot op:
- salaris advocaat
€
614,00
(1 punt × € 614,00)
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
792,00
Dictum
De rechtbank
in het incident
3.1.
wijst het gevorderde af,
3.2.
veroordeelt Man and Machine in de proceskosten van het incident van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Man and Machine niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
3.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 13 november 2024 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een mondelinge behandeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Schollen-den Besten en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2024.
Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst