Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2024-01-29
ECLI:NL:RBOBR:2024:4638
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,821 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2024:4638 text/xml public 2026-03-20T14:11:20 2024-10-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2024-01-29 01/003189/22 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL 's-Hertogenbosch Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2024:4638 text/html public 2026-03-20T13:00:40 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2024:4638 Rechtbank Oost-Brabant , 29-01-2024 / 01/003189/22 Bewezenverklaring van opzettelijk minderjarigen onttrekken aan het opzicht van degene die dit bevoegd over hen uitoefende. vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Locatie 's-Hertogenbosch Strafrecht Parketnummer: 01.003189.22 Datum uitspraak: 29 januari 2024 Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] op [1967] , thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 januari 2024. Op 31 maart 2023 is deze zaak door de politierechter verwezen naar de meervoudige kamer. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie . De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 5 januari 2022. Aan verdachte is ten laste gelegd dat: zij in of omstreeks de periode van 3 januari 2022 tot en met 4 januari 2022 te [adres 2] , gemeente 's-Hertogenbosch, en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal opzettelijk twee minderjarige slachtoffers, te weten - [slachtoffer 1] , geboren op [2010] te [geboorteplaats 2] en/of - [slachtoffer 2] , geboren op [2011] te [geboorteplaats 2] , heeft onttrokken aan het wettig over haar/hem/hen gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar/hem/hen uitoefende; De formele voorvragen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. Bewijs Inleiding. Verdachte wordt verweten in de periode van 3 januari 2022 tot en met 4 januari 2022 haar twee minderjarige kinderen te hebben onttrokken aan het over hen gesteld wettig gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hen uitoefende. Het standpunt van de officier van justitie. De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Het oordeel van de rechtbank. De bewijsmiddelen. Een proces-verbaal van aangifte van [betrokkene] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 3-4) "Ik ben werkzaam bij jeugdbescherming, Leger des Heils. Ik overhandig u een kopie van de beschikking gedateerd 11 november 2021 waarin vermeld staat dat stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, belast is met de voorlopige voogdij over de minderjarige kinderen [slachtoffer 1] , geboren [2010] [2010] en [slachtoffer 2] , geboren [2011] van 4 november 2021 tot het moment waarop een eventuele beslissing tot terug geleiding ten uitvoer zal zijn gelegd. Tevens overhandig ik u een kopie van de beschikking gedateerd van 29 december 2021 waarin diverse afspraken zijn opgenomen. [naam 1] (de rechtbank leest: collega [naam 1] ) heeft vorige week donderdag 30 december 2021 beide ouders een mail gestuurd met een omgangsregeling. In deze omgangsregeling staat dat de kinderen van maandag 3 januari 2022 12:00 uur tot 5 januari 2022 13:00 uur bij vader zouden verblijven. Moeder zou de kinderen naar vader brengen op 3 januari 2022. Vader zou met de kinderen op 5 januari 2022 naar [locatie] gaan, waar beide ouders en kinderen elkaar zouden treffen bij het inchecken van het schip [naam 2] naar [land] . Vader zou de identiteitskaarten, welke nu nog in mijn bezit zijn, bij zich hebben. Vader is wel in het bezit van de [nationaliteit] paspoorten van de kinderen. Gister 3 januari 2022 zou [verdachte] haar kinderen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] omstreeks 12:00 uur bij hun vader brengen. Vader [vader] heeft contact opgenomen met het Leger des Heils, Jeugdbescherming en aangegeven dat de afspraken niet nagekomen zijn. De kinderen zijn niet overgedragen aan vader. Daarom doe ik aangifte van onttrekking ouderlijk gezag. Ik ben vandaag met twee van uw collega's en [naam 1] aangegaan op het adres waar [verdachte] met de kinderen ingeschreven staan. Dit is het adres [adres 1] te [adres 2] . De woning was afgesloten middels rolluiken. De personenauto van [verdachte] welke voorzien is van het kenteken [kenteken] ( [land] ) stond niet bij de woning. Ik heb op het rolluik getikt, maar kreeg geen reactie. Proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 8-9) Op 4 januari 2022 omstreeks 13.15 uur waren wij belast met de aanhouding van verdachte [verdachte] . Uit informatie van het Leger Des Heils zouden de verdachte en haar kinderen vermoedelijk op het adres [adres 1] te [adres 2] verblijven. Wij, verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , zagen dat [verdachte] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] in de woning aanwezig waren. Betrokkenen: [slachtoffer 1] , geboren op [2010] en [slachtoffer 2] , geboren op [2011] . Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 5 januari 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 18-22) Op dit moment heeft het Leger des Heils het gezag over de kinderen. Ik moest de kinderen naar hun vader brengen om te spelen en te wandelen. Verb: Ik heb begrepen dat er een omgangsregeling is met betrekking tot u, uw kinderen en hun vader [vader] , wat houdt die omgangsregeling volgens u in? A: Daar stond in dat ik mijn kinderen dinsdag 4 januari en woensdag 5 januari naar hun vader moest brengen. Ik kon mijn kinderen niet naar de vader brengen op 4 januari. Verb.: lk heb begrepen dat de kinderen van maandag 3 januari 2022, 12.00 uur tot woensdag 5 januari 2022, 13.00 uur bij hun vader zouden verblijven, wat kunt u daar over zeggen? A: lk heb zondag een boostervaccinatie gehad. Ik was daar maandag echt ziek van. En ik had die afspraak op dinsdag bij de ambassade. Van maandag 3 januari 2022 12.00 uur tot mijn aanhouding zijn de kinderen in mijn beheer geweest. Beschikking van de rechtbank Den Haag d.d. 4 november 2021, met betrekking tot voorlopige voogdij, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: (pag. 26-27) belast Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met de voorlopige voogdij over de minderjarige kinderen: - [slachtoffer 1] , geboren op [2010] te [geboorteplaats 1] , en - [slachtoffer 2] , geboren op [2011] te [geboorteplaats 1] , van 4 november 2021 tot het moment waarop een eventuele beslissing tot teruggeleiding ten uitvoer zal zijn gelegd. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; Een schriftelijk bescheid, te weten een mail van [naam 1] d.d. 30 december 2021, 4:38:19 PM aan (onder meer) [verdachte] voor zover inhoudende (aanvullend, pag. 7) Beste [verdachte] en [vader] , De Rechtbank heeft in een beschikking van 29 december 2021 gelast de terugkeer van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar [land] uiterlijk op 5 januari 2022. De vader is momenteel in Nederland en heeft vandaag van 13.00 uur tot 14.00 uur omgang met de kinderen gehad onder begeleiding van de jeugdbeschermers. Dit contactmoment is positief verlopen. In het kader van de voorlopige voogdijmaatregel hebben de jeugdbeschermers onderstaand plan opgesteld: Vrijdag 31 december 2021: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben van 12.00 uur tot 16.00 uur omgang met de vader. De vader informeert de moeder over op welke locatie de omgang plaatsvindt. De moeder haalt en brengt de kinderen van en naar de omgang. Van 31 december 2021 16.00 uur tot maandag 3 januari 2022 12.00 uur zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bij de moeder. De vader informeert de moeder over op welke locatie hij de kinderen maandag 3 januari 2022 om 12.00 uur kan ontvangen. De moeder brengt de kinderen naar de vader. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verblijven van maandag 3 januari 2022 12.00 uur tot woensdag 5 januari 2022 13.00 uur bij de vader.
Volledig
Een schriftelijk bescheid, te weten een mailbericht van [naam 1] , Leger de Heils, aan [verdachte] d.d. 30 december 2021 18.16 uur, voor zover inhoudende, (aanvullend) Beste [verdachte] , Het plan wat in onze mail staat, wat tevens telefonisch met u is besproken, is duidelijk. We verwachten dat u meewerkt aan onderstaand plan. [afkorting 2] heeft in het kader van de voogdijmaatregel de omgang bepaald en u dient mee te werken aan de omgangsregeling zoals door [afkorting 2] is bepaald. Middels deze mail attenderen we u erop dat wanneer u de kinderen aan toezicht onttrekt (u met de kinderen vertrekt), u strafbaar ben en [afkorting 2] hiervan aangifte zal doen. In het kader van de voorlopige voogdijmaatregel hebben de jeugdbeschermers onderstaand plan opgesteld: Vrijdag 31 december 2021: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben van 12.00 uur tot 16.00 uur omgang met de vader. De vader informeert de moeder over op welke locatie de omgang plaatsvindt. De moeder haalt en brengt de kinderen van en naar de omgang. Van 31 december 2021 16.00 uur tot maandag 3 januari 2022 12.00 uur zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bij de moeder. De vader informeert de moeder over op welke locatie hij de kinderen maandag 3 januari 2022 om 12.00 uur kan ontvangen. De moeder brengt de kinderen naar de vader. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] verblijven van maandag 3 januari 2022 12.00 uur tot woensdag 5 januari 2022 13.00 uur bij de vader. [naam 1] Jeugdbeschermer Bewijsoverweging. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte de omgangsregeling met betrekking tot de twee minderjarige kinderen met de vader, zoals deze door het Leger des Heils is vastgesteld en ook aan verdachte per mail is medegedeeld, niet is nagekomen. Het Leger des Heils had de bevoegdheid deze omgangsregeling vast te stellen, omdat het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering op dat moment op grond van de beschikking van de rechtbank Den Haag van 4 november 2021 was belast met de voorlopige voogdij over deze minderjarige kinderen. Verdachte heeft haar kinderen niet op de vastgestelde tijd naar de vader van de kinderen gebracht, waardoor verdachte zich niet aan deze omgangsregeling heeft gehouden. Uit de jurisprudentie volgt dat sprake is van onttrekking van het ouderlijk gezag indien een ouder een omgangsregeling zoals in het onderhavige geval frustreert zodat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde, zoals hierna bewezen is verklaard. De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat verdachte genoodzaakt was nieuwe reisdocumenten aan te vragen bij de [nationaliteit] ambassade, teneinde te voldoen aan de beschikking van de rechtbank Den Haag van 29 december 2021 om de kinderen uiterlijk op 5 januari 2022 terug te kunnen brengen naar [land] . In de mail van het Leger des Heils is immers aangegeven dat de vader van de kinderen de paspoorten van de kinderen zou meenemen. Er was derhalve geen noodzaak voor verdachte, op het moment van de omgangsregeling, met de kinderen naar de ambassade te gaan om nooddocumenten aan te vragen. De bewezenverklaring. Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte in de periode van 3 januari 2022 tot en met 4 januari 2022 in Nederland, opzettelijk twee minderjarigen, te weten - [slachtoffer 1] , geboren op [2010] te [geboorteplaats 2] en - [slachtoffer 2] , geboren op [2011] te [geboorteplaats 2] , heeft onttrokken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hen uitoefende. De strafbaarheid van het feit. Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De strafbaarheid van verdachte. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard. Oplegging van straf en/of maatregel. De eis van de officier van justitie. De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van 4 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren geëist. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht. Het oordeel van de rechtbank. De rechtbank acht het raadzaam te bepalen dat op grond van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf wordt opgelegd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Vaststaat dat verdachte zich niet heeft gehouden aan de omgangsregeling, zoals deze door het Leger des Heils, belast met de voorlopige voogdij, is vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat dit nadelig en belastend is geweest voor de kinderen, nu de kinderen uiteindelijk door de politie uit de woning van moeder zijn gehaald, hun moeder is aangehouden en zij aan hun vader zijn overgedragen. Dat verdachte de indruk had dat deze omgangsregeling op gespannen voet stond met de beslissing van de rechtbank Den Haag van 29 december 2023 is voorstelbaar. Dit doet er echter niet aan af dat verdachte gehouden was de omgangsregeling die door de voogdijinstelling was vastgesteld na te komen. Uit een verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 1 januari 2024 blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Vaststaat dat verdachte in [land] een periode in detentie heeft gezeten, voor onttrekking aan het gezag van haar kinderen en daardoor al is gewezen op de ernst van het delict. Sinds het plegen van het feit en de uiteindelijke berechting is voorts een periode van ruim twee jaar gelegen. Op grond van deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een straf thans geen toegevoegde waarde meer heeft en geen redelijk doel dient. De rechtbank zal dan ook bepalen dat geen straf zal worden opgelegd. DE UITSPRAAK verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven. verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven: Opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, meermalen gepleegd verklaart verdachte hiervoor strafbaar. verklaart verdachte schuldig zonder oplegging van straf. Dit vonnis is gewezen door: mr. H.M. Hettinga, voorzitter, mr. J.J.A. Donkersloot en mr. A.H.J. Saes, leden, in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier, en is uitgesproken op 29 januari 2024. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, district ’s-Hertogenbosch, districtsrecherche ’s-Hertogenbosch met registratienummer PL2100-2022002804, afgesloten op 12 februari 2022, digitale nummering pag. 1 tot en met 39.