Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2024-09-18
ECLI:NL:RBOBR:2024:4594
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,761 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/407872 / FA RK 24-3528
Uitspraak : 18 september 2024
Beschikking betreffende een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
van de rechtbank Oost-Brabant naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[naam]
,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende en verblijvende te [plaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. J. Geuze.
Het procesverloop
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 03 september 2024, heeft de officier van justitie verzocht om een machtiging tot het verlenen van verplichte zorg. Bij het verzoekschrift zijn diverse bijlagen gevoegd, waaronder de medische verklaring van 30 augustus 2024.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 18 september 2024, in het gerechtsgebouw te Eindhoven. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[naam] , GZ-psychoog.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken, is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van ernstig nadeel, door het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, ernstige financiële schade en maatschappelijke teloorgang. Tijdens ontregelingen treedt betrokkene terug uit contact, heeft hij drang om te reizen, doet hij grote financiële uitgaven en heeft hij grootse ideeën. In het dossier wordt als ernstig nadeel genoemd het veelvuldig bellen met hulpdiensten, waarmee de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar zou zijn. Deze vorm van ernstig nadeel is echter onvoldoende onderbouwd.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag van betrokkene dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een autismespectrumstoornis en een psychotische kwetsbaarheid resulterend in recidiverende psychotische episoden.
Betrokkene heeft zorg nodig om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren.
De zorg die nodig wordt geacht is depotmedicatie. Hier maakt betrokkene gemotiveerd bezwaar tegen. Hij zou liever overgaan op orale medicatie.
De vraag is of de wensen en voorkeuren van betrokkene ten aanzien van het gebruik van medicatie gehonoreerd dienen te worden als bedoeld in artikel 2:1, zesde lid, Wvggz. De rechtbank stelt hierbij vast dat zich geen situatie voordoet als bedoeld in artikel 2:1, zesde lid, sub b, Wvggz. Hoewel in de stukken wordt genoemd dat betrokkene naar hulpdiensten heeft gebeld ten tijde van een ontregeling, is, zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, niet vast komen te staan dat dit leidt tot ernstig nadeel voor een ander. De rechtbank dient te beoordelen of betrokkene wilsbekwaam is. De rechtbank stelt vast dat in de medische verklaring hierover niet gerapporteerd is. Het gevolg is dat de rechtbank het nodig vindt om een verklaring te vragen van een onafhankelijk psychiater of klinisch psycholoog waaruit blijkt of betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is (zie bijvoorbeeld HR 19 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:650, r.o. 3.3).
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de officier van justitie bevelen om uiterlijk op 2 oktober 2024 in het geding te brengen een verklaring van een onafhankelijk psychiater of klinisch psycholoog waaruit blijkt of betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is. De officier van justitie krijgt gelijktijdig met het overleggen van deze verklaring de gelegenheid om schriftelijk op deze verklaring te reageren. Mr. Geuze wordt daarna tot uiterlijk 9 oktober 2024 in de gelegenheid gesteld om zich hierover schriftelijk uit te laten. Er zal geen nadere mondelinge behandeling plaatsvinden.
De rechtbank zal in afwachting van de verklaring de beslissing op het verzoek aanhouden. Nu de rechtbank op grond van artikel 6:2 Wvggz uiterlijk op 24 september 2024 op dit verzoek moet beslissen, ziet de rechtbank aanleiding om de beslistermijn te verlengen op de voet van artikel 6:2, vierde lid, in samenhang gelezen met artikel 6:1, vijfde lid, Wvggz met een termijn van drie weken, dus uiterlijk tot 15 oktober 2024.
Dictum
De rechtbank:
beveelt de officier van justitie om uiterlijk 2 oktober 2024 in het geding te brengen een verklaring van een onafhankelijk psychiater of klinisch psycholoog waaruit blijkt of betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat is, met gelijktijdig een afschrift aan mr. Geuze;
stelt de officier van justitie tot uiterlijk 2 oktober 2024 in de gelegenheid om zich schriftelijk over deze verklaring uit te laten, met gelijktijdig afschrift aan mr. Geuze;
stelt mr. Geuze tot uiterlijk 9 oktober 2024 in de gelegenheid om schriftelijk te reageren op de in het geding gebrachte verklaring en de toelichting van de officier van justitie, met gelijktijdig afschrift aan de officier van justitie;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. F. Kooijman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2024 in aanwezigheid van de griffier.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Conc: KPe
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!