Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2023-07-28
ECLI:NL:RBOBR:2023:6393
Bestuursrecht
Wraking
885 tokens
Dictum
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. J.L.M. Dohmen,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld bij de rechtbank tegen twee beslissingen van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught. Deze zaken gaan over de aanvragen van verzoeker in het kader van de Wmo en de bijzondere bijstand. Deze zaken zijn bij de rechtbank bekend onder de zaaknummers 22/2533 en 22/2743. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 juli 2023. Aansluitend aan de mondelinge behandeling heeft de rechter in beide zaken mondelinge uitspraak gedaan. Het proces-verbaal van deze mondelinge uitspraak is op 14 juli 2023 naar verzoeker gestuurd. Op 18 juli 2023 heeft verzoeker zijn wrakingsverzoek ingediend.
Het wrakingsverzoek en de reactie van de rechter
Verzoeker is het niet eens met de uitspraak van de rechter. Verzoeker vindt dat de rechter, voordat hij tot een uitspraak had kunnen komen, contact had moeten opnemen met zijn psychiater, daar heeft hij ook toestemming voor gegeven. Verzoeker vraagt zich af op welke manier hij anders kan onderbouwen dat hij erger beperkt is dan nu wordt aangenomen nu de psychiater geen schriftelijke verklaring afgeeft.
In reactie op het wrakingsverzoek heeft de rechter benadrukt op 6 juli 2023 al uitspraak te hebben gedaan. In reactie op het wrakingsverzoek heeft de rechter benadrukt op 6 juli 2023 al uitspraak te hebben gedaan en dat verzoeker een proces-verbaal van die uitspraak heeft gekregen. Daar heeft de rechter niets aan toe te voegen.
Beoordeling
De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek. Daarbij overweegt de wrakingskamer als volgt.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in een zaak. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking op grond van artikel 5, tweede lid, onder d van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Oost-Brabant zonder behandeling ter zitting meteen afdoen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek. Daarvan is in dit geval naar het oordeel van de wrakingskamer sprake. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
Dictum
De rechtbank verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.O.Y. Elagab, voorzitter, mr. N. Flikkenschild en
mr. F. Kooijman, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders, griffier, en in openbaar uitgesproken op 28 juli 2023.
De griffier is verhinderd deze beslissing
te ondertekenen.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open (artikel 8:18, vijfde lid, van de Awb).