Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2023-09-13
ECLI:NL:RBOBR:2023:4577
Civiel recht
Bodemzaak
5,476 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK OOST-BRABANT
Civiel Recht
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
zaaknummer / rolnummer: C/01/314359 / HA ZA 16-710
Vonnis van 13 september 2023
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiser 1] B.V.,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
eisers in conventie,
verweerders in reconventie,
advocaat mr. J.A. Bloo te Venlo,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
2. [gedaagde 2],
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
3. [gedaagde 3],
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 4] B.V.,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 5] B.V.,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 6] B.V.,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 7] B.V.,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
M. [gedaagde 8] B.V.,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 9] B.V.,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
10. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 10] B.V.,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
11. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 11] B.V.,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
12. de vennootschap onder firma
[gedaagde 12]
,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
13. de vennootschap onder firma
[gedaagde 13]
,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
14. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 14] B.V.,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
15. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 15] B.V.,
gevestigd te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaat mr. R.A.C.J. van Kessel te Boxtel.
Partijen zullen hierna [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] en [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Dit vonnis wordt gewezen als vervolg op het tussenvonnis van 7 juli 2021, waarbij is beslist op een aanvullend voorschot op de kosten van de in deze zaak benoemde deskundige Van Helvoort.
1.2.
De rechtbank heeft vervolgens kennisgenomen van het deskundigenrapport van Van Helvoort, ter griffie ontvangen op 16 september 2021.
1.3.
De rechtbank heeft daarna kennisgenomen van de brief van 5 september 2022 van de deskundigen Van de Streek en Verduijn, beiden verbonden aan Countus accountants+adviseurs (hierna: Countus) en het daarbij gevoegde concept-deskundigenrapport. Countus verzoekt daarin om een aanvullend voorschot, het houden van het een regiezitting en om tussentijdse uitbetaling van de in depot gehouden voorschotbedragen.
1.4.
Die regiezitting is uiteindelijk gehouden op 13 januari 2023 ten overstaan van mr. Bennenbroek als rechter-commissaris. Van die zitting is een proces-verbaal opgemaakt.
1.5.
De rechtbank heeft daarna nog kennisgenomen van:
de akte van [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] ;
de akte van [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] ;
de antwoordakte van [gedaagden in conventie en eisers in reconventie]
de antwoordakte van [eisers in conventie en gedaagden in reconventie]
de akte uitlaten productie van [gedaagden in conventie en eisers in reconventie]
1.6.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
in conventie en in reconventie
Inleidende opmerkingen
2.1.
Countus heeft een concept van haar rapport overgelegd. Het is de rechtbank duidelijk dat er de nodige kwesties spelen die in de weg staan aan het uitbrengen van een definitief rapport. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld deze voorafgaand aan de regiezitting kenbaar te maken aan de rechtbank. De rechtbank heeft daarover vervolgens in aanwezigheid van Countus met partijen gesproken. Hierna gaat de rechtbank op die kwesties in.
2.2.
De rechtbank merkt nu al op dat zij na ontvangst van het definitieve rapport van Countus een nadere mondelinge behandeling zal houden, in aanwezigheid van de deskundigen. Voorafgaand daaraan zullen partijen een conclusie na deskundigenbericht moeten nemen. De rechtbank zal hierna aangeven aan welke onderdelen partijen in die akte in ieder geval aandacht zullen moeten besteden.
Taxatie roerende zaken
2.3.
Dat deze taxatie moet plaatsvinden, is niet in geschil. Countus heeft echter geen overeenstemming met partijen kunnen bereiken over de persoon van de taxateur.
2.4.
De rechtbank stelt voorop dat in het tussenvonnis van 11 juli 2018 is bepaald dat Countus haar onderzoek zelfstandig zal instellen. Dat brengt met zich dat Countus zelfstandig mag beslissen over de inschakeling van een derde, de persoon van die derde en de aan die derde te stellen vragen. Het ligt daarbij wel voor de hand dat zij partijen daarin zoveel mogelijk betrekt. Waar het gaat om de persoon van de deskundige, is door [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] Troostwijk Taxaties voorgesteld. Het daartegen door [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] geuite bezwaar, dat er op neerkomt dat Troostwijk ooit eens een keer bij [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] is geweest (wat [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] overigens betwist) is dermate algemeen en weinig gemotiveerd dat er geen reden bestaat om de onafhankelijkheid van Troostwijk te betwijfelen. Voor de rechtbank is Troostwijk dan ook zonder meer een geschikte partij om de benodigde taxatie te laten verrichten. De rechtbank gaat ervan uit dat Countus Troostwijk zelf zal benaderen en Troostwijk zelf opdracht zal geven om de taxatie te laten uitvoeren. De rechtbank merkt daarbij op dat Countus er in het kader van haar voorschotten rekening mee moet houden dat de kosten van Troostwijk door haar moeten worden voldaan. Op het verzoek om tussentijdse betaling van de deskundige, beslist de rechtbank afzonderlijk.
Inventarisatie door Van Helvoort
2.5.
[eisers in conventie en gedaagden in reconventie] vindt dat de door Van Helvoort uitgevoerde inventarisatie niet volledig is geweest. Volgens hem moeten er in het buitenland (nertsen)pelzen zijn, die niet in de inventarisatie betrokken zijn.
2.6.
De rechtbank zal [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] toestaan een akte op dit punt te nemen, waarbij [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] concreet moet aangeven waar de inventarisatie dan plaats had moeten vinden. [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] mag daar dan bij akte op reageren. De rechtbank zal daarna beslissen of zij aanleiding ziet Countus op dit punt nader onderzoek op te dragen.
Levende have
2.7.
Volgens [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] is de levende have deels niet geïnventariseerd en deels niet op de juiste waarde getaxeerd. Zo wijst hij erop dat RVO in 2018 € 42,= per fokteef en € 70,= per fokreu heeft betaald, terwijl Countus voor de nertsen is uitgegaan van een boekwaarde van € 8,=.
2.8.
Op de mondelinge behandeling is besproken dat [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] hierop terugkomt in zijn reactie op het definitieve deskundigenbericht.
Waarderingsmethode
2.9.
Zowel [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] als [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] zijn op onderdelen minder gelukkig met de gehanteerde waarderingsmethoden. Met partijen is besproken dat deze kwestie zal worden besproken in een na ontvangst van het definitieve rapport van Countus te houden mondelinge behandeling in aanwezigheid van de deskundigen. Ook hierop moeten partijen, zoveel mogelijk cijfermatig onderbouwd, nader ingaan in de door hen te nemen conclusie na deskundigenbericht.
Jaarstukken 2014
2.10.
Partijen hebben op de mondelinge behandeling van 6 maart 2018 procedure-afspraken met elkaar gemaakt. Die houden onder meer het volgende in:
1. Partijen zijn het erover eens dat van de [A] door een onafhankelijk door de rechtbank te benoemen deskundige een vermogensopstelling wordt gemaakt gebaseerd op de jaarrekeningen 2014, 2015, 2016 en 2017.
2. Voor de jaarrekening 2014 wordt gebruikt de jaarrekening zoals deze is opgesteld in januari 2016.
2.11.
[eisers in conventie en gedaagden in reconventie] stelt dat in een andere procedure voor deze rechtbank de jaarrekening 2014 is vernietigd. Dat is echter niet zo: in de procedure waarop [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] doelt, is voor recht verklaard dat de besluiten tot vaststelling van de jaarrekening 2014 voor de besloten vennootschappen [gedaagde 4] B.V., [gedaagde 5] B.V., [gedaagde 6] B.V., [gedaagde 7] B.V., [gedaagde 8] B.V., [gedaagde 9] B.V. en [gedaagde 14] B.V, alsmede de besluiten tot het verlenen van décharge aan het bestuur met betrekking tot het over 2014 gevoerde beleid nietig en dus non-existent zijn. Daaraan lag ten grondslag dat er geen aandeelhoudersvergadering had plaatsgevonden en dat er evenmin was voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste voor stemuitbrenging in geval van besluitvorming buiten vergadering. Het feit dat die vennootschapsrechtelijke besluiten nietig zijn, brengt echter nog niet met zich dat de hiervoor onder 2.10. genoemde jaarrekening 2014 niet bruikbaar zou zijn voor de splitsing.
Dictum
De rechtbank
in conventie en in reconventie
3.1.
stelt de hoogte van het aanvullend voorschot op de kosten van de deskundigen Van de Streek en Verduijn vast op € 12.100,00 inclusief btw;
3.2.
bepaalt dat [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] en [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] ieder de helft van de aanvullende voorschotten dienen over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak;
3.3.
bepaalt dat de griffier een afschrift van dit vonnis aan de deskundigen zal zenden;
3.4.
draagt de griffier op om de deskundigen onmiddellijk in kennis te stellen zodra de aanvullende voorschotten zijn ontvangen;
3.5.
verwijst de zaak naar de rol van 27 september 2023 voor akte aan de zijde van [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] in verband met hetgeen is overwogen in 2.6., waarna [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] in de gelegenheid is op de rol van twee daarna een antwoordakte te nemen;
3.6.
bepaalt dat de zaak voor het deskundigenbericht op de rol zal komen van 3 april 2024;
3.7.
draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- indien de deskundige een gespecificeerde opgave doet van het bedrag dat hij tussentijds wenst te ontvangen: voor akte uitlating als bedoeld in 2.23. of
- indien de aanvullende voorschotten niet binnen de in dit vonnis bepaalde of een verlengde termijn zijn ontvangen: voor akte uitlating over de daaraan te verbinden gevolgen aan de zijde van eerst de partij die de aanvullende voorschotten niet heeft gestort op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van de rapporten: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van eerst [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] op een termijn van vier weken;
3.8.
verklaart de beslissing over het aanvullende voorschot uitvoerbaar bij voorraad;
3.9.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.G.M.H. Bennenbroek, mr. F.E. Roll en mr. K.A. Maarschalkerweerd en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2023.
Procesverloop
In theorie zouden de besluiten tot vaststelling van de jaarrekening voor de betreffende vennootschappen, mits daarbij de juiste procedure wordt gevolgd, ook nu nog genomen kunnen worden.
2.12.
[eisers in conventie en gedaagden in reconventie] heeft op de regiezitting verder een geheel nieuw standpunt ingenomen, namelijk dat de jaarrekening 2014, waarover op 6 maart 2018 is gesproken, betrekking heeft op hele andere vennootschap ( [B] ) en daarom niet bruikbaar zou zijn.
2.13.
De rechtbank overweegt daarover als volgt. Partijen hebben op de zitting van 6 maart 2018 duidelijke afspraken gemaakt, in het bijzijn van hun advocaten. Het ligt niet voor de hand aan te nemen dat destijds bedoeld is aansluiting te zoeken bij de jaarrekening van een andere juridische entiteit dan de in de procedure betrokken ondernemingen. Mede in aanmerking genomen dat op de vervolgens gehouden zitting van 22 augustus 2019 - waarop is voortgeborduurd op de afspraken uit maart 2018 – [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] ook geen opmerkingen van gelijke strekking als nu heeft gemaakt, gaat de rechtbank daar thans, nagenoeg vijf jaar na de betreffende zitting, aan voorbij.
Stukken
2.14.
Partijen hebben op de regiezitting verder te kennen gegeven dat zij over en weer behoefte hebben aan informatie en stukken van elkaar. Zij hebben in de na de zitting genomen aktes duidelijk gemaakt welke stukken het betreft.
2.15.
De rechtbank stelt voorop dat het in deze zaak eerst en vooral gaat om het vermogen van de [A] per 15 oktober 2018. Om daar iets zinnigs van te kunnen zeggen, moeten de benoemde deskundigen in ieder geval kunnen beschikken over de (concept)jaarrekeningen tot 15 oktober 2018. Op basis daarvan moeten de deskundigen een vermogensvergelijking maken en kan de rechtbank tot een splitsing overgaan. Op de zitting van 22 augustus 2019 zijn in aanwezigheid van de deskundigen concrete procedureafspraken gemaakt met betrekking tot het opstellen van de (concept)jaarrekeningen 2015 tot en met 15 oktober 2018 van de betreffende vennootschappen. De thans door partijen van elkaar verlangde stukken hebben met elkaar gemeen dat deze ófwel de gemaakte procedureafspraken doorkruisen ófwel zien op de periode na 15 oktober 2018. In zowel het een als het ander ziet de rechtbank geen aanleiding om partijen te verplichten om binnen het kader van de splitsingsprocedure de gevraagde stukken te laten overleggen. Als dat binnen de vennootschappen waarvan partijen bestuurder, aandeelhouder of vennoot zijn tot een impasse leidt, dan is de onderhavige splitsingsprocedure – en de snelheid waarmee die zich helaas voortbeweegt - niet de geëigende weg om daaruit te geraken: dan zijn partijen (helaas) aangewezen op het voeren van een afzonderlijke procedure.
Varia: machtiging RVO/Verkoop varkensrechten/verbod negatieve uitlatingen/naam boekhouder/meewerking e-herkenning 3.
2.16.
[gedaagden in conventie en eisers in reconventie] wil dat [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] moet meewerken aan het herstellen van een algemene machtiging om op alle niveaus bij RVO te kunnen inloggen, wat onder meer van belang zou zijn in verband met de te voeren mestboekhouding. Verder stellen zij dat hen gebleken is dat [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] varkensrechten heeft verkocht. [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] wil daarin inzage hebben en wil dat er in het vervolg zijn toestemming nodig is als [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] meer varkensrechten wil verkopen. Verder willen zij dat [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] geen negatieve uitlatingen jegens derden doet over [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en hun families. Zij wijzen er verder op dat [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] alle betrokken adviseurs aansprakelijk heeft gesteld.
2.17.
[eisers in conventie en gedaagden in reconventie] voert verweer op al deze punten. In het kort komt dat erop neer dat [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] al over een machtiging beschikt tot inzage in RVO en dat [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] met betrekking tot het rundveebedrijf een machtiging heeft om alle gegevens te verwerken. De machtiging om varkensrechten te verkopen benut [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] zelf om de financiering van het varkensbedrijf op peil te houden. [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] betwist dat hij negatieve uitlatingen doet of heeft gedaan. [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] stelt verder dat [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] niet meewerken aan het beschikbaar komen van e-herkenning 3.
2.18.
Voor al deze punten geldt hetzelfde als hiervoor ten aanzien van de stukken is overwogen: deze procedure ertoe strekt om tot een splitsing te komen. Deze verzoeken hebben daar naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende samenhang mee. Dat betekent dat partijen ook hiervoor zijn aangewezen op een afzonderlijke procedure
Voorschot Countus
2.19.
Countus heeft een aanvullend voorschot gevraagd van € 10.000,= exclusief btw. [gedaagden in conventie en eisers in reconventie] heeft daarover geen opmerkingen gemaakt. [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] stelt dat aanvullende voorschotten moeten worden voldaan door [gedaagde 4] B.V., omdat al in het begin afgesproken zou zijn dat kosten voor de splitsing door die vennootschap gedragen zouden worden. Verder zou [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] geen geld meer hebben voor een aanvullend voorschot.
2.20.
De rechtbank herhaalt op dit punt wat zij al in haar tussenvonnis van 27 januari 2021 heeft overwogen: in het tussenvonnis van 21 maart 2018 is al overwogen dat partijen, waarmee bedoeld is alle eisers aan de ene zijde en alle gedaagden aan de andere zijde, ieder de helft van het voorschot moeten dragen. De rechtbank ziet in hetgeen [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] heeft aangevoerd geen aanleiding op die beslissing terug te komen. De rechtbank merkt verder nogmaals op dat dit nog niets zegt over de uiteindelijke verdeling van de kosten voor de deskundigen; die verdeling wordt pas bij het eindvonnis bepaald.
2.21.
Of [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] wel of niet over financiële middelen beschikt om het aanvullend voorschot te voldoen, kan de rechtbank niet beoordelen. De enkele stelling dat [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] geen geld meer heeft, is daarom op zichzelf geen reden om het aanvullend voorschot niet op te leggen. Indien, na dit vonnis, (uiteindelijk) zal blijken dat [eisers in conventie en gedaagden in reconventie] het aanvullend voorschot niet voldoet, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht (artikel 196 lid 2 Rv.).
2.22.
De rechtbank zal de beslissing over het aanvullend voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
2.23.
Ten slotte speelt in deze zaak dat Countus zijn gemaakte kosten tussentijds wil declareren. De hoofdregel is dat betaling plaatsvindt nadat het deskundigenbericht is voltooid, partijen zich over de eindnota hebben kunnen uitlaten en de rechter de kosten heeft begroot. Er kan echter aanleiding zijn op verzoek van een deskundige tussentijdse betalingen te doen, bijvoorbeeld als – zoals hier - het onderzoek lang duurt of de deskundige aanzienlijke kosten heeft moeten voorschieten. De procedure is dan zo, dat de deskundige gespecificeerd opgave moet doen van het bedrag waarvan hij tussentijds betaling verzoekt. Partijen moeten daarop dan kunnen reageren, waarna de rechtbank zal beslissen op het verzoek.