Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2023-09-08
ECLI:NL:RBOBR:2023:4489
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,387 tokens
Inleiding
RECHTBANK OOST-BRABANT
Inloopteam bestuursrecht
zaaknummer: SHE 22/2732
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
(gemachtigde: mr. J.D. van Alphen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het UWV), verweerder
(gemachtigde: A. Hogeveen).
Inleiding
Het UWV heeft de aanvraag voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) afgewezen, omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
In bezwaar is het UWV bij dit besluit gebleven.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen deze beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) van 21 oktober 2022.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts B&B).
De rechtbank heeft het beroep op 24 augustus 2023 met behulp van een beeldverbinding op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV.
Wat ging aan deze procedure vooraf
1. Eiser heeft voor het laatst gewerkt als technical support engineer voor gemiddeld 39,98 uur per week. Op 2 maart 2020 heeft eiser zich ziekgemeld voor dit werk vanwege gezondheidsklachten.
2. Eiser heeft een aanvraag voor een uitkering op grond van de Wet WIA gedaan. Het UWV heeft na medisch en arbeidskundig onderzoek de besluiten genomen die in de inleiding zijn genoemd.
Wat vindt het UWV
3. Het UWV vindt dat eiser op 28 februari 2022 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en heeft daarom geweigerd om aan eiser een WIA-uitkering toe te kennen.
4. Het UWV heeft de medische grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een verzekeringsarts B&B van 17 oktober 2022. De medische belastbaarheid van eiser is opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 17 oktober 2022.
5. Het UWV heeft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit gebaseerd op het rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige B&B) van 19 oktober 2022.
Wat vindt eiser
6. Eiser is het niet eens met het UWV. Hij stelt dat de door de verzekeringsartsen van het UWV vastgestelde beperkingen geen recht doen aan de ernst van de beperkingen die hij dagelijks ondervindt. Er is onder andere ten onrechte niet of in onvoldoende mate rekening gehouden met zijn rug- en psychische klachten. Bovendien is ten onrechte geen beperking aangenomen voor het aantal uren dat hij in staat is om te werken. Hij acht in ieder geval een urenbeperking op preventieve gronden aangewezen vanwege het risico op een psychose. Hij heeft rapporten van verzekeringsarts Van der Eijk van Triage overgelegd. Verzekeringsarts Van der Eijk ziet aanleiding om, naast de al gestelde beperkingen in de FML, een aanvullende beperking op te nemen op item 1.8.7, omdat eiser gelegenheid moet krijgen om nieuwe informatie tot zich te nemen. Daarnaast verzoekt eiser de rechtbank een onafhankelijke deskundige te benoemen.
7. Verder is eiser van mening dat als gevolg van de onjuist in kaart gebrachte belastbaarheid, de arbeidsdeskundige functies heeft geduid waartoe eiser gezien zijn werkelijk aanwezige beperkingen niet toe in staat kan worden geacht.
Wat vindt de rechtbank
8. De vraag is of het UWV terecht stelt dat eiser geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De rechtbank moet die vraag beantwoorden aan de hand van wat eiser daartegen in heeft gebracht. Belangrijk punt is dat het gaat om de medische toestand van eiser op 28 februari 2022 en de vraag welke beperkingen daaruit volgen.
9. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft beslist dat eiser op 28 februari 2022 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dus geen recht heeft op een WIA-uitkering. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Medische grondslag van het bestreden besluit
10. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts B&B de medische belastbaarheid van eiser op 28 februari 2022 in de rapporten op inhoudelijk overtuigende wijze en zonder tegenstrijdigheden heeft gemotiveerd. Uit het rapport van 17 oktober 2022 volgt dat de verzekeringsarts B&B rekening heeft gehouden met de fysieke beperkingen, waaronder de rugklachten, waar ook beperkingen voor zijn gesteld. De psychische klachten van eiser zijn volgens de verzekeringsarts B&B ook voldoende meegewogen. Een urenbeperking acht de verzekeringsarts B&B niet van toepassing, omdat eiser niet aan één van de criteria voldoet zoals gesteld in de Standaard duurbelastbaarheid in arbeid. De duurbelastbaarheid wordt alleen op preventieve gronden beperkt bij bepaalde typen aandoeningen. Het gaat om aandoeningen die gepaard gaan met een patroon van overschrijding van de eigen grenzen met recidief of toename van symptomen, zelfoverschatting en een beperkt ziektebesef. Te denken valt aan een bipolaire stoornis, recidiverende manische episodes of een psychose. Hiervan is volgens de verzekeringsarts B&B bij eiser geen sprake. Hij heeft twee jaar voor de datum in geding weliswaar een psychose gehad, maar is hiervan hersteld. Dat eiser goed op zijn grenzen moet letten en ter voorkoming van een volgende psychose overbelasting moet voorkomen, is al geborgd in de vele beperkingen en specifieke voorwaarden in de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren in de FML. De rechtbank neemt hierbij tevens in aanmerking dat verzekeringsarts Van der Eijk van Triage zich wat betreft deze klachten ook kan verenigen met de FML van het UWV.
11. Dat de voorwaarde dat eiser de gelegenheid moet krijgen om nieuwe informatie tot zich te nemen moet worden toegevoegd aan de FML (item 1.8.7), volgt de rechtbank niet. De verzekeringsarts B&B heeft naar het oordeel van de rechtbank in de rapporten van 16 juni 2023 en 14 augustus 2023 voldoende duidelijk toegelicht waarom deze beperking niet wordt aangevuld. De primaire arts kon kort voor de datum in geding gedurende een 70 minuten durend spreekuur geen cognitieve tekorten waarnemen. Ook de verzekeringsarts B&B heeft geen cognitieve uitvallers bemerkt en zijn vragen werden vlot en adequaat beantwoord door eiser. Daarnaast rapporteert verzekeringsarts Van der Eijk een helder bewustzijn zonder aanwijzingen voor stoornissen in concentratie, aandacht en/of geheugen en rept hij niet over een tragere informatieverwerking. Indien op de datum in geding nog sprake zou zijn geweest van enige mate van vertraagde informatieverwerking dan moet deze gering afwijkend zijn geweest, althans niet te objectiveren, volgens de verzekeringsarts B&B. Ook bannen de overige/andere specifieke voorwaarden zoals voorspelbaarheid van taken, zonder bijzondere eisen aan concentratie, zonder multitasking, zonder klantencontacten (anders dan kortdurend/oppervlakkig), geen ad hoc taken of sterk wisselende taakinhoud en zonder leidinggeven, het opnemen van nieuwe informatie in voldoende mate uit. Daarnaast reed eiser rond de datum in geding volop auto, waardoor mag worden aangenomen dat eiser niet beperkt was in het verdelen van zijn aandacht. Ook merkt de verzekeringsarts B&B op dat het NPO in november/december 2020 is verricht, waarna een verder herstel van de kortdurende psychose in februari/maart 2020 heeft plaatsgevonden.
12. De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat eiser op 28 februari 2022 in staat moet worden geacht arbeid te verrichten als daarbij rekening wordt gehouden met de beperkingen die de verzekeringsarts B&B heeft vastgesteld.
Conclusie
15. Het UWV heeft terecht geweigerd om eiser per 28 februari 2022 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij per die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
16. Het beroep van eiser is ongegrond. Dit betekent dat hij geen gelijk krijgt. Omdat eiser in beroep geen gelijk krijgt, worden de door hem gemaakte proceskosten en het betaalde griffierecht niet vergoed.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 8 september 2023 door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Maas, griffier.
griffier
rechter
De uitspraak is verzonden op
en zal binnen een week na deze datum openbaar gemaakt worden door publicatie op rechtspraak.nl.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.