Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant
2022-08-02
ECLI:NL:RBOBR:2022:3231
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,634 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOBR:2022:3231 text/xml public 2026-04-03T11:00:40 2022-08-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Oost-Brabant 2022-08-02 21/2026 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL 's-Hertogenbosch Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2022:3231 text/html public 2026-04-03T10:53:52 2026-04-03 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOBR:2022:3231 Rechtbank Oost-Brabant , 02-08-2022 / 21/2026 - RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: SHE 21/2026 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 augustus 2022 in de zaak tussen [eiseres] , in [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. K.L. Sett), en het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk (voorheen: het college van burgemeester en wethouders van Cuijk), verweerder (hierna: het college) (gemachtigde: [naam] ). Procesverloop Bij besluit van 15 december 2020 heeft het college het verzoek van eiseres om correctie van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. Bij besluit van 16 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft het college het door eiseres daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld op de zitting van 8 april 2021. Eiseres en haar gemachtigde zijn naar de zitting gekomen. Namens het college is zijn gemachtigde naar de zitting gekomen. Overwegingen Wetgeving 1. De relevante wetgeving is opgenomen in de bijlage. Deze maakt deel uit van de uitspraak. Inleiding 2. Eiseres staat in de brp ingeschreven als [naam] , geboren op [geboortedatum] 1982 te Wenzhou (China). Deze gegevens zijn ontleend aan een door haar op 19 maart 1999 afgelegde verklaring onder ede. Zij heeft het college op 22 januari 2020 verzocht om haar gegevens te corrigeren in [naam], geboren op [geboortedatum] 1974 te Ruain City (China). Ter onderbouwing van haar correctieverzoek heeft zij de volgende documenten overgelegd: 1. een kopie van een Nederlands verblijfsdocument, geldig tot 15 juni 2023; 2. een Chinees paspoort, afgegeven door de Chinese ambassade in Den Haag op 14 mei 2019 en geldig tot 13 mei 2029; 3. een verlopen Chinees paspoort, afgegeven door de Chinese ambassade in Den Haag op 12 december 2007 en geldig tot 11 december 2017; 4. een kopie van een Chinese identiteitskaart, geldig tot 24 januari 2026, afgegeven door het Publiekveiligheidsbureau (PSB) in Ruian; 5. een gelegaliseerde notariële verklaring betreffende geboorte; 6. een kopie van een hukou, op 20 februari 2013 afgegeven door het PSB in Ruian; 7. een verklaring van 5 maart 2021 van het dorpscomité van het dorp Tangkou; 8. een Registratiekaart voor permanente bewoners van 26 februari 2021; 9. een Registratiekaart voor permanente bewoners van 10 maart 2021. Daarnaast heeft eiseres nog een rapport van Securitech van 28 januari 2021 overgelegd. In opdracht van eiseres heeft Securitech de foto’s in/op het verblijfsdocument (document 1), de paspoorten (documenten 2 en 3), de identiteitskaart (document 4) en het rijbewijs van eiseres met elkaar vergeleken. Securitech heeft geconcludeerd dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden gesteld dat op alle foto’s dezelfde persoon staat. De standpunten van partijen 3. Het college heeft het verzoek van eiseres afgewezen, omdat volgens het college niet onomstotelijk is komen vast te staan dat de gegevens over eiseres in de brp onjuist zijn en eiseres dezelfde persoon is als de in de door haar overgelegde documenten genoemde persoon met andere persoonsgegevens. Het college heeft de afwijzing van het verzoek bij het bestreden besluit gehandhaafd, onder verwijzing naar het advies van de commissie bezwaarschriften. 4. Eiseres voert aan dat zij twee paspoorten heeft overgelegd. De echtheid hiervan staat vast. Op grond van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 26 februari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:611), 29 april 2020, (ECLI:NL:RVS:2020:1145) en 13 mei 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1219), moet in beginsel van de juistheid van in een Chinees paspoort vermelde gegevens worden uitgegaan. De in de paspoorten vermelde gegevens komen ook terug in de andere overgelegde documenten (onder ad 4 tot en met 9). Verder wijst eiseres erop dat door middel van de overgelegde brondocumenten in combinatie met het overgelegde onderzoeksrapport van Securitech is aangetoond dat zij [naam] , geboren op [geboortedatum] 1974 te Riuan City (China), is en dat de in de brp geregistreerde gegevens onjuist zijn. Beoordeling Toetsingskader 5. De Afdeling heeft in de uitspraak van 4 mei 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1198) het bestaande toetsingskader uiteengezet, maar ook aanleiding gezien deze rechtspraak te nuanceren. Deze nuancering houdt in dat voor wijziging van geregistreerde gegevens niet langer is vereist dat onomstotelijk vaststaat dat de eerder geregistreerde gegevens feitelijk onjuist zijn en de bij de aanvraag tot wijziging verstrekte vervangende gegevens juist zijn. Beoordeeld moet worden of buiten redelijke twijfel uit de overgelegde brondocumenten, zo nodig bezien in samenhang met de daaraan ten grondslag liggende nadere bewijsmiddelen, volgt dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn. Als dat het geval is, en het brondocument van een hogere orde is dan het document of de verklaring op grond waarvan de eerdere inschrijving heeft plaatsgevonden, wordt het betreffende gegeven, of worden de betreffende gegevens, in de brp gewijzigd. De Afdeling heeft ook aanleiding gezien in deze uitspraak ten behoeve van de rechtspraktijk te verduidelijken wat brondocumenten zijn, en wat het toetsingskader is voor de beoordeling van de bewijswaarde van zulke documenten. De rechtbank zal bij de beoordeling van het beroep van eiseres de lijn uit deze uitspraak aanhouden. Omvang van het geschil 6. Tijdens de zitting heeft eiseres laten weten dat zij haar correctieverzoek niet langer steunt op de hukou, maar - wel – op de andere documenten onder ad 2 tot en met 5 en ad 7 tot en met 9 (rechtsoverweging 2). Welke bewijswaarde komt toe aan het recente paspoort? 7. Een paspoort kan een brondocument als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder d, van de Wet brp zijn. De omstandigheid dat een paspoort zo’n document is, betekent echter niet dat de daarin vermelde feiten zonder meer moeten worden verwerkt in de brp. Zo is van belang dat uit artikel 2.10, tweede lid, van de Wet brp volgt dat aan brondocumenten geen gegevens mogen worden ontleend voor zover de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de daarin vermelde feiten. Het gaat hierbij om de openbare orde in materiële zin en in processuele zin. Van strijd met de openbare orde in processuele zin kan sprake zijn als voorafgaand aan de afgifte van het brondocument kennelijk geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden. 8. Het college twijfelt niet aan de echtheid van het recente paspoort (document 2). In dat paspoort worden de gegevens vermeld waarover het verzoek tot wijziging gaat. Het paspoort moet in dit geval daarom worden aangemerkt als een brondocument als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder d, van de Wet brp. 9. Het college twijfelt echter of de in het paspoort opgenomen gegevens aan eiseres toebehoren, omdat onduidelijk is hoe de Chinese ambassade in Den Haag de identiteit van de in het overgelegde paspoort genoemde persoon heeft onderzocht en vastgesteld en de Chinese ambassade niet heeft gereageerd op vragen hierover. 10. Zoals overwogen in de Afdelingsuitspraak van 4 mei 2022 moet het betrokken bestuursorgaan (in dit geval dus het college) als het stelt dat er kennelijk geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden, dit concreet onderbouwen. Het in algemene zin uiten van twijfels over de afgiftepraktijk is hiervoor onvoldoende. Het college heeft niet aan deze bewijslast voldaan. Bovendien heeft eiseres tijdens de zitting onweersproken verklaard dat de Chinese ambassade het thans geldige paspoort (document 2) aan haar heeft verstrekt op basis van het verlopen paspoort (document 3).
Volledig
Dit komt overeen met wat hierover staat in het algemeen ambtsbericht over China van juli 2020 (paragraaf 2.6, pagina 16). 11. Uit wat hiervoor is overwogen, volgt dat het college ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat aan het recente paspoort niet de door eiseres gewenste waarde toekomt. Het betoog slaagt. Verband tussen brondocumenten en eiseres? 12. Eiseres heeft twee authentieke paspoorten en een identiteitskaart overgelegd. In deze documenten worden de gegevens vermeld waarover het verzoek tot wijziging gaat. Het college twijfelt niet aan de echtheid van deze documenten. Deze documenten moeten worden aangemerkt als brondocumenten, als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c en d, van de Wet brp. 13. Uit het rapport van Securitech blijkt dat Securitech de foto’s heeft vergeleken die staan op de identiteitskaart, de twee paspoorten, en een op naam van [naam] gesteld Nederlands rijbewijs en verblijfsdocument. Securitech komt tot de conclusie dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gesteld kan worden dat op alle foto’s dezelfde persoon staat. Uit de overgelegde brondocumenten, in samenhang met het fotovergelijkend onderzoek, volgt naar het oordeel van de rechtbank buiten redelijke twijfel dat de daarin vermelde persoonsgegevens juist zijn. Omdat de overgelegde brondocumenten van hogere orde zijn dan de verklaring op grond waarvan de eerdere inschrijving heeft plaatsgevonden, moeten de betreffende gegevens in de brp worden gewijzigd (vergelijk ook de uitspraak van de Afdeling van 29 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1836). Ook dit betoog slaagt. Aan de bespreking van de bewijswaarde van de documenten ad 7 tot en met 9 komt de rechtbank niet toe. Conclusie 14. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank zal het besluit van 15 december 2020 herroepen. Het college wordt opgedragen om de bestaande inschrijving in de brp te wijzigen in [naam] , geboren op [geboortedatum] 1974 in Ruian City, China. De rechtbank zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. 15. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat het college aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. De rechtbank veroordeelt het college in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.518,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 759,00 en een wegingsfactor 1). Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit van 16 juli 2021; herroept het besluit van 15 december 2020; draagt het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak de bestaande inschrijving in de brp van [naam] te wijzigen in: [naam] , geboren op [geboortedatum] 1974, in Ruian City, China; draagt het college op het betaalde griffierecht van € 181,00 aan eiseres te vergoeden; veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.518,00. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D.M. Michael, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Leegsma, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op 2 augustus 2022. griffier De rechter is buiten staat de uitspraak te ondertekenen. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. BIJLAGE Wet basisregistratie personen Artikel 2.7 1. In de basisregistratie worden over de ingeschrevene uitsluitend de volgende gegevens opgenomen: a. algemene gegevens: 1°gegevens over de burgerlijke staat waar het betreft de naam, de geboorte, het geslacht, de ouders, het huwelijk, dan wel geregistreerd partnerschap en eerdere huwelijken of eerder geregistreerde partnerschappen, de echtgenoot dan wel geregistreerd partner en eerdere echtgenoten of geregistreerde partners, de kinderen en het overlijden; Artikel 2.8, tweede lid De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e: a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand; b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan; c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld; e. een verklaring over het desbetreffende feit die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend. Artikel 2.10 1. (…). 2. Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c, d of e (…) worden geen gegevens ontleend, voor zover de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in deze geschriften vermelde feiten. 3. Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder d en e, worden geen gegevens ontleend, indien aannemelijk is dat de gegevens onjuist zijn. 4. (…). Artikel 2.58 1. Het verzoek waarmee betrokkene met betrekking tot de basisregistratie het recht uitoefent op rectificatie van gegevens (…) bevat de aan te brengen wijzigingen. 2. Het college van burgemeester en wethouders geeft aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, uitvoering met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling [artikelen 2.1-2.61].