Rechtspraak Rechtbank Oost-Brabant 2017-12-11
ECLI:NL:RBOBR:2017:6375
vonnis RECHTBANK OOST-BRABANT Strafrecht Parketnummers: 01/879818-16, 01/860047-17 (ter terechtzitting gevoegd) en 01/860250-17 (ter terechtzitting gevoegd)Parketnummer vordering: 01/845417-16 Datum uitspraak: 11 december 2017 Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] zonder bekende woon- of verblijfplaats, thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B). Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 november 2017. Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte onder de hiervoor genoemde parketnummers aanhangig gemaakte zaken gevoegd. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging. De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 1 november 2016, 6 maart 2017 en (dag onleesbaar) oktober 2017. Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/879818-16 tenlastegelegd dat: 1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 april 2016 tot en met 27 juli 2016 te Eindhoven en/of Valkenswaard, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig (telkens) opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 1] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, te weten door:
- advertenties op o.a. seks websites te plaatsen met daarop foto’s van voornoemde [slachtoffer 1] en/of teksten als zijnde afkomstig van voornoemde [slachtoffer 1]
en/of - nieuwe, althans andere accounts aan de maken op Facebook en/of Instagram, althans social media, op naam van voornoemde [slachtoffer 1] en/of - daarop foto's van voornoemde [slachtoffer 1] en/of teksten gaande over voornoemde [slachtoffer 1] te plaatsen en/of - gegevens en/of berichten en/of foto's te verwijderen en/of te plaatsen op de social media accounts van voornoemde [slachtoffer 1] en/of - wachtwoorden te wijzigen van meerdere accounts op social media van voornoemde [slachtoffer 1] ; 2. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 april 2016 tot en met 27 juli 2016 te Eindhoven en/of Valkenswaard, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk (telkens) in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten meerdere, althans een, server(s) van Facebook en/of Instagram (houdende een Facebookaccount en/of een Instagramaccount van [slachtoffer 1] ), is binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging met behulp van een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse
hoedanigheid, te weten door (zonder haar medeweten en/of toestemming) met een
of meer gebruikersna(a)m(en) en/of wachtwoorden van [slachtoffer 1] in te loggen op haar Facebook profiel en/of Instagram account en aldus verbinding te maken met die server(s) en die/dat daaraan gekoppelde accounts; 3. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 april 2016 tot en met 27 juli 2016 te Eindhoven en/of Valkenswaard, althans in Nederland, opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangerand, door telastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk, tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, waarbij hij, verdachte, zich heeft voorgedaan als voornoemde [slachtoffer 1] en (vervolgens): één of meer advertenties en/of (pornografische/naakt) foto's heeft geplaatst als zijnde afkomstig van voornoemde [slachtoffer 1] en/of
één of meer teksten heeft geplaatst zijnde afkomstig van voornoemde [slachtoffer 1] , (onder meer) bestaande uit: "Ik ben een geile slet uit Dommelen noord-Brabant. en ben op zoek naar hij, op een of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 02 juli 2016 tot en met 19 januari 2017, te Eindhoven, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens), een hoeveelheid afbeeldingen, te weten (een) foto('s) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) hoeveelheid afbeelding(en), - in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling ((onder andere) omschreven op pag. 49 - 52 van het proces-verbaal 2017027260 met documentcode [documentnummer 1] , bestandsnaam: [bestandsnaam 1] en/of _ [bestandsnaam 2] en/of _ [bestandsnaam 3] en tevens opgenomen in de toonmap horende bij proces-verbaal 2017027260 met documentcode [documentnummer 1] onder vermelding van [bestandsnaam 1] en/of _ [bestandsnaam 2] en/of _ [bestandsnaam 3] ); (artikel 240b Wetboek van Strafrecht) Ten gevolge van kennelijke schrijffouten in de tenlastelegging met parketnummer 01/879818-16 begaan staat in de negende, elfde, twaalfde, dertiende, vijftiende en zeventiende regel van het onder 1 tenlastegelegde feit en in de zesde en tiende regel van het onder 2 tenlastegelegde feit en in de tiende, dertiende en veertiende regel van het onder 3 tenlastegelegde feit telkens “ [slachtoffer 1] ” vermeld in plaats van “ [slachtoffer 1] ” . De rechtbank herstelt deze schrijffouten en leest telkens het laatste in plaats van het eerste. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad. De formele voorvragen. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging. Vrijspraak De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende bewijs bevindt waaruit vast komt te staan dat verdachte het onder parketnummer 01/879818-16 onder 4 tenlastegelegde heeft begaan en acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 4 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. De rechtbank acht ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder parketnummer 01/879818-16 onder 5 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen. Verbalisant [verbalisant 1] heeft op pagina 6 en 7 in het proces-verbaal van bevindingen (nr. PL2100-2016193834) onder meer het volgende gerelateerd: “Op dinsdag omstreeks 04.00 uur werd verbalisant gebeld door een buurtbewoonster die mij mededeelde dat zij een man zag lopen over de [adres] te Luyksgestel. Deze man liep vervolgens de oprit van haar overbuurman op en voelde aan de poort die toegang geeft tot de achterzijde van de woning. Hierop zag zij dat de man weer terug liep naar de [adres] en vervolgens de oprit van het huis daarnaast opliep. Zij zag dat de verdachte bij wel vier huizen de oprit opliep………. Ik, verbalisant, sloeg hierop verdachte met kracht met mijn seks websites te plaatsen met daarop foto’s van voornoemde [slachtoffer 1] en teksten als zijnde afkomstig van voornoemde [slachtoffer 1] en - nieuwe accounts aan te maken op Facebook en Instagram, op naam van voornoemde [slachtoffer 1] en - daarop foto's van voornoemde [slachtoffer 1] en teksten gaande over voornoemde
[slachtoffer 1] te plaatsen en - gegevens en berichten en foto's te verwijderen en/of te plaatsen op de social media accounts van voornoemde [slachtoffer 1] en - wachtwoorden te wijzigen van meerdere accounts op social media van voornoemde [slachtoffer 1] ; 2.
in de periode van 10 april 2016 tot en met 27 juli 2016 te Eindhoven en/of Valkenswaard, opzettelijk en wederrechtelijk telkens in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten meerdere servers van Facebook en Instagram (houdende een Facebookaccount en een Instagramaccount van [slachtoffer 1] ), is binnengedrongen door het doorbreken van een beveiliging met behulp van een valse sleutel en door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zonder haar medeweten en toestemming met een of meer gebruikersna(a)m(en) en wachtwoorden van [slachtoffer 1] in te loggen op haar Facebook profiel en Instagram account en aldus verbinding te maken met die servers en daaraan gekoppelde accounts; 3. in de periode van 10 april 2016 tot en met 27 juli 2016 te Eindhoven en/of Valkenswaard,
opzettelijk, de eer en de goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk, tentoongesteld waarbij hij, verdachte, zich heeft voorgedaan als voornoemde [slachtoffer 1] en vervolgens: één of meer advertenties en (pornografische/naakt) foto's heeft geplaatst als zijnde afkomstig van voornoemde [slachtoffer 1] en één of meer teksten heeft geplaatst als zijnde afkomstig van voornoemde [slachtoffer 1] , onder meer bestaande uit: "Ik ben een geile slet uit Dommelen noord-Brabant. en ben op zoek naar echte kerels die mij in elk gaatje willen pakken. zo vaak mogelijk. Ik hoef geen geld of what ever. Ik wil gewoon goed hard geneukt worden. Ik heb een heerlijk slank lichaam om vol te spuiten. Zijn er nog echte kerels? voordat je reageert. Ik maak alleen afspraken via mail. Geen lange verhalen. ik ben niet op zoek naar een relatie ! Ik kan alleen ontvangen. Mailen, afspreken, =MIJ" - op seks websites (zoals [website 1] en/of [website 2] ) en
- meerdere accounts op Facebook en Instagram, terwijl verdachte wist dat dit tenlaste gelegde feit in strijd met de waarheid was; Parketnummer 01/860047-17 : 1. op 02 januari 2017 te Asten in een besloten erf gelegen aan de [pleegadres 1] en in gebruik bij [slachtoffer 3] , wederrechtelijk is binnengedrongen; 2. op 15 januari 2017 te Valkenswaard, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] (via een WhatsApp-bericht) dreigend de woorden toegevoegd: "Stupid You!! Maybe one week left !! BAM BAM", en daarbij gebruik gemaakt van een profielfoto waarop een meisje met een bloedende schotwond in het hoofd te zien was; parketnummer 01/860250-17 1. meermalen, in de periode van 01 november 2016 tot en met 19 januari 2017, te Eindhoven en/of Rotterdam, (telkens) met een persoon die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten: - [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum slachtoffer 5] ), buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door die [slachtoffer 5] ontuchtige handelingen te laten verrichten, te weten: - het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en - het tonen van (blote) borsten en (gedeeltelijk) ontbloot) lichaam en - het tonen van de (blote) vagina en (ontbloot) onderlichaam, van welke handelingen afbeeldingen zijn gemaakt die ter kennis van hem, verdachte, zijn gekomen en middels WhatsApp, in elk geval een soortgelijk medium, voor hem, verdachte, zichtbaar waren; 2 Ik hoorde dat zij tegen mij zei dat haar jongste dochter, [zus getuige 1] , naar buiten ging om haar fiets te pakken. Ik hoorde dat zij zei dat [zus getuige 1] via de achterdeur de achtertuin in liep. Ik hoorde dat zij zei dat [zus getuige 1] de bloemen en de chocolade toen vond op het rekje van haar fiets. Deze fiets stond onder het afdak. De fiets is alleen te bereiken als je daadwerkelijk in de achtertuin staat. Het is dus niet mogelijk dat de chocolade en de bloemen door iemand over de poort gegooid zijn en daar terecht zijn gekomen.” ……. “Ik hoorde dat [moeder getuige 1] aan haar dochter vroeg waar zij precies de bloemen en chocolade gevonden had. Ik hoorde dat [zus getuige 1] tegen haar moeder zei dat dit op het rekje van haar fiets lag”. De rechtbank is van oordeel dat gelet op deze verklaringen, het niet anders kan zijn dan dat verdachte de bloemen en de chocolade in de tuin, en dus op het erf, van [moeder getuige 1] , heeft neergelegd. Met betrekking tot feit 2 met parketnummer 01/860047-17:Door de verdediging is vrijspraak van dit feit verzocht op grond van het volgende. Verdachte heeft verklaard dat de tekst van het Whats-App gesprek dat bij aangeefster [slachtoffer 4] is aangekomen van zijn telefoon afkomstig is. Daarbij betwist hij wel nadrukkelijk dat dit bericht voor haar bestemd was. Verdachte heeft in zijn verhoor op donderdag 9 maart 2017 verklaard dat dit app-bericht bij de verkeerde persoon terecht is gekomen en dat dit mogelijk met de cloud te maken heeft, waardoor oude nummers verkeerd weer in zijn telefoon waren gezet. Hij heeft verklaard dat hij, toen hij er achter kwam dat het bij de verkeerde persoon terecht was gekomen, direct een bericht heeft gestuurd met de tekst: “sorry wrong number”. Bij het lezen van de stukken kwam hij er pas achter dat het bericht bij zijn ex-partner [slachtoffer 4] terecht was gekomen. De verklaring van verdachte kan in de visie van de verdediging niet worden uitgesloten. Bovendien wordt zijn vergissing ondersteund door zijn bericht “sorry wrong number” dat hij vrij kort na het eerste bericht had verzonden. De rechtbank is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen en heeft daartoe het volgende overwogen.Vaststaat dat verdachte het tenlastegelegde bericht via een WhatsApp-bericht heeft verstuurd naar de mobiele telefoon van aangeefster [slachtoffer 4] . Bij dit bericht zat een profielfoto van een meisjesgezicht met een bloedende schotwond in haar voorhoofd. Door [slachtoffer 4] is aangifte gedaan van dit feit en daarin heeft zij aangegeven dat zij zich door dit bericht bedreigd voelde. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat dit bericht bedoeld was voor iemand anders, maar het had dan ook op de weg van verdachte gelegen dat hij omtrent de identiteit van deze persoon openheid van zaken zou hebben gegeven, waardoor het verhaal van verdachte geverifieerd had kunnen worden. De rechtbank beschouwt deze verklaring van verdachte dan ook als ongeloofwaardig. De strafbaarheid van het feit. Ten aanzien van parketnummer 01/860250-17 onder 1: Artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht luidt: Hij die met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijk onmacht verkeert, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden of met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen pleegt of laatstgemelde tot het plegen of dulden van zodanige handelingen buiten echt met een derde verleidt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie. Tenlastegelegd is -kortgezegd- dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd door [slachtoffer 5] ontuchtige handelingen te laten plegen. Deze handelingen hebben volgens de tenlastelegging hierin bestaan dat [slachtoffer 5] naaktfoto Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging, computervredebreuk, laster, erfvredebreuk, bedreiging en bezit van kinderporno. Met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten onder parketnummer 01/879818-16: De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan laster en belaging van een minderjarig slachtoffer (ten tijde van het plegen van het delict: 13 jaar oud) door advertenties op seks- websites te plaatsen met daarop foto’s van het slachtoffer en teksten en andere foto’s als zijnde deze afkomstig van dat slachtoffer. Hij heeft een advertentie op internet geplaatst waarin hij heeft doen voorkomen dat het minderjarig slachtoffer zich aanbood voor seksuele handelingen. Voorts heeft verdachte op naam van het slachtoffer nieuwe accounts aangemaakt op Facebook en Instagram.Hiermee heeft de verdachte dit slachtoffer aangetast in haar eer en goede naam. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij dit heeft gedaan omdat hij kwaad was op de moeder van het slachtoffer die de relatie met hem had verbroken. De rechtbank neemt het verdachte uitermate kwalijk dat hij zijn boosheid hierover heeft afgereageerd op een toen 13-jarig meisje. Het moet voor haar uiterst vervelend en kwetsend zijn geweest dat zij telefoontjes heeft ontvangen van mannen die dachten te reageren op een advertentie van het slachtoffer en die seks met haar wilden hebben. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat social media zoals Facebook en Instagram een grote rol spelen in het sociale leven van jongeren van die leeftijd. Verdachte heeft door zijn handelen niet alleen een forse inbreuk gemaakt op de privacy van het minderjarige slachtoffer, maar hij heeft er ook voor gezorgd dat haar sociale leven volledig op zijn kop is komen te staan. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de toelichting op de vordering benadeelde partij en de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is. Met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten onder parketnummer 01/860047-17: Verdachte heeft zich op 2 januari 2017 schuldig gemaakt aan erfvredebreuk op het erf van [slachtoffer 3] . Zij en haar minderjarige dochters hebben hinder en angst ondervonden van de inbreuk die is gemaakt op hun huisrecht. De verdachte heeft zich op 15 januari 2017 schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door het slachtoffer [slachtoffer 4] via de berichtendienst WhatsApp een bedreigende tekst toe te sturen. Hierbij zette verdachte zijn uitlatingen kennelijk kracht bij met het verzenden van een profielfoto waarop een meisje met een bloedende schotwond in het hoofd te zien was. De uitlatingen met daarbij gevoegd de profielfoto hebben een fors gewelddadig en bedreigend karakter en de rechtbank acht verdachtes handelen volstrekt onacceptabel. Zijn handelen heeft voor veel angst en onrust bij het slachtoffer gezorgd. Met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten onder parketnummer 01/860250-17: Verdachte heeft zich gedurende een periode van een half jaar schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van kinderporno. Verdachte heeft hiermee de norm die strekt tot de bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik geschonden. Door het bezit van kinderpornografisch materiaal wordt de productie daarvan immers gestimuleerd en in stand gehouden. Voor deze productie worden (jonge) kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit. Ten gevolge hiervan lopen deze kinderen ernstige psychische schade op die gedurende de rest van hun leven diepe sporen nalaat. Ook kun Voor zijn beslissing dient de rechter dan wel voldoende steun te vinden in hetgeen gedragsdeskundigen zo mogelijk wel hebben kunnen vaststellen en hetgeen de rechter verder aan feiten en omstandigheden is gebleken met betrekking tot de persoon van verdachte .”. De rechtbank onderschrijft dit uitgangspunt en neemt dit over. In het rapport van het Pieter Baan Centrum d.d. 3 oktober 2017 trekken psychiater Van Ekeren en psycholoog Schilperoord de volgende conclusies. (blz.23): gelet op de wijze waarop betrokkenes leven tot nu toe is verlopen, van jongs af aan een patroon van middelenmisbruik en crimineel gedrag, vooral vermogensdelicten, maar ook een opvallend gebrek aan hechting (noch aan mensen, noch aan plaatsen), een neiging anderen te domineren en te imponeren (vermoedelijk ook met verzonnen of aangedikte verhalen) en, weliswaar schaarse, maar steeds tumultueuze, met agressie gepaard gaande, relaties met vrouwen, - is het aannemelijk dat er bij hem sprake is van een persoonlijkheidsstoornis. Dat deze stoornis zich bevindt in het zogenaamde B-cluster, gekenmerkt door een tekortschietende affect- en impulsregulatie, primitieve afweer en instabiliteit op het gebied van zelfbeeld en zelfwaardering, ligt hierbij voor de hand. (blz. 41): Wat betreft de diagnostiek over de jaren heen toont zowel de informatie van de klinieken waar betrokkene verbleef, als de informatie uit de vele gedragskundige onderzoeken Pro Justitia, een door de jaren heen ongewijzigd diagnostisch beeld waarin slechts lichte accentverschillen opvallen. Opgemerkt dient te worden dat de aanvankelijk in de tbs opleggingsrapportage gestelde diagnose schizoaffectieve stoornis (2001) reeds in de eerste verlengingsrapportage (van der Hoevenkliniek, 2004) niet meer wordt gesteld. Sindsdien wordt telkens gesproken van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken, sommige onderzoekers voegen daar borderline kernmerken aan toe. …… Het niveau van functioneren werd in de kliniek en in meerdere gedragskundige onderzoeken als gemiddeld intelligent beschreven. Overkoepelend in de diagnostiek is de steeds weer terugkerende beschrijving dat betrokkene niet in staat is (geheel) zelfstandig zijn leven vorm te geven. Gebrek aan structuur met het risico op middelengebruik, draagt bij aan de noodzaak voor begeleiding. (blz. 48-49): Op basis van de in het rapport genoemde observaties kunnen geen conclusies worden getrokken aangaande een mogelijke gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bij betrokkene. Dit wil zeggen: deze gebrekkige ontwikkeling kan zeker aanwezig zijn doch dit kan niet één op één worden afgeleid uit betrokkenes gedrag. (…)Wanneer het dossier (inclusief de beschikbare rapportages) van betrokkene wordt bekeken, lijkt het waarschijnlijk dat er wel degelijk sprake is van persoonlijkheidspathologie. (…)Indien er inderdaad sprake is van persoonlijkheidspathologie, achten onderzoekers de hypothese het meest waarschijnlijk dat betrokkene lijdende is aan een persoonlijkheidsstoornis in het zogenaamde B-cluster. Hieronder vallen onder meer de antisociale, narcistische en borderline stoornis. In het rapport van het Pieter Baan Centrum zijn door onderzoekers vele eerdere rapportages omtrent verdachte geraadpleegd. De conclusies uit deze rapportages: Pro Justitia rapportage (tbs-opleggingsrapportage), A. F. J. M. Zwegers, psycholoog, NIFP, d.d. 25.09.2001 Zwegers diagnosticeert een borderline persoonlijkheidsstoornis en een schizoaffectieve stoornis. Betrokkene, die een gemiddelde intelligentie heeft, heeft een gebrek aan emotionele stabiliteit, sterke gevoelens van onvermogen en geringe autonomie. Rapportage pro Justitia (tbs-opleggingsrapportage, H. L. C. Morre, psychiater, d.d. 28.09.2001. Morre diagnosticeert nu een schizo-affectieve stoornis. Er bestaan periodieke psychotische hallucinatoire verschijnselen en er bestaan sterke schommelingen in de stemming van betrokkene. Daarnaast is er sprake van afhankelijkheid van benzodiazepinen, bij een eve Verlengingsadvies de Kijvelanden, WM. van der Vlist, hoofd behandeling, 28 mei 2014 De diagnostische conclusies blijven - met lichte accentverschillen - gehandhaafd: er is sprake van afhankelijkheid van verschillende middelen waaronder benzodiazepinen in combinatie met een borderline persoonlijkheidsstoornis narcistische- en antisociale kenmerken. Psychodiagnostisch onderzoek Woenselse Poort, GGzE, d.d. 03 februari 2015 Op basis van anamnese, heteroanamnese en de observaties wordt vastgesteld dat bij betrokkene sprake is van een autismespectrumstoornis.Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een antisociale persoonlijkheidsstoornis, maar onvoldoende aanwijzingen voor de eerder gediagnosticeerde borderline persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. Rapportage pro Justitia tbs, L.H.WM. Kaiser, psychiater, d.d. 04 mei 2015 Betrokkene werd onderzocht in de Woenselse Poort. Hier werd naast een antisociale persoonlijkheidsstoornis een autismespectrumstoornis gediagnosticeerd. Psychiater Kaiser stelt als hoofddiagnose: autisme-spectrum-stoornis, waarbij de kenmerken zoals die genoemd worden in het psychodiagnostisch onderzoek van de Woenselse Poort (03.02.2015) als onderbouwing worden aangehaald. Zij stelt dat de persoonlijkheidsstoornis die er in het verleden was nu is vervlakt. Uit het reclasseringsrapport d.d. 20 september 2016:De heer [verdachte] kwam in het verleden regelmatig met justitie in aanraking in verband met antisociaal gedrag, waarbij er ook enkele keren sprake geweest is van (verbaal) geweld.Uit het laatste psychodiagnostisch onderzoek d.d. 03 februari 2015, uitgevoerd door K.H.]. Duchateau (psycholoog in opleiding) en A,D.G.H. Gruijters (gezondheidspsycholoog) komt de volgende informatie naar voren:In het huidige onderzoek komen aanwijzingen naar voren voor een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Er is sprake van veelvuldige ernstige delicten in de voorgeschiedenis. Meneer is niet in staat zich te conformeren aan de maatschappelijke norm. De in eerdere rapportages genoemde kenmerken zoals weinig doorleefde gevoelens, een egocentrische instelling, problematische aanpassing aan regels en normen, een grote autonomiebehoefte en een afgeschermde belevingswereld, zouden verklaard kunnen worden vanuit een autismespectrumstoornis. Agressie is mogelijk het gevolg van rigiditeit en problemen met de ‘theory of mind’, waardoor meneer anderen vaak niet begrijpt. Er zijn echter geen onderzoeksinstrumenten gericht op persoonlijkheidsproblematiek gebruikt in het huidige onderzoek. Het oordeel van de rechtbank. Uit vorenstaande rapportages, het strafdossier en de proceshouding van verdachte concludeert de rechtbank het volgende. In alle hiervoor genoemde rapporten is vastgesteld dat er bij verdachte sprake was van een (antisociale) persoonlijkheidsstoornis. De rechtbank is van oordeel dat de door alle deskundigen in de loop der jaren bij verdachte gediagnosticeerde persoonlijkheidsstoornis nog steeds bestond ten tijde van de bewezen verklaarde delicten. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de hiervoor aangehaalde bevindingen uit de diverse rapportages, waaronder mede de rapportage van het PBC in 2017. Daaruit ontstaat het beeld van een man die: onveilig is gehecht vanuit een affectief verwaarlozend verleden met (mogelijk) seksueel misbruik, blijk geeft van een zeer beperkte gewetensontwikkeling, een verslavingsachtergrond heeft en een flinke delictsgeschiedenis. Aan verdachte is eerder de maatregel van TBS opgelegd. Verdachte is echter vrijwel direct na het eindigen van die maatregel opnieuw begonnen met het plegen van strafbare feiten, waaronder de feiten waarvan hij nu wordt verdacht. De rechtbank signaleert dat de ernst van de feiten toe lijkt te nemen en dat de signatuur van de gepleegde strafbare feiten lijkt te veranderen, in die zin dat de feiten gericht zijn op kwetsbare en minderjarige slachtoffers. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de vaststelling dat bij verdachte ook ten tijde van het plegen De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] . De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten. Schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen. Beslag.De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden. De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met behulp van welke de feiten zijn begaan of voorbereid en die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/845417-16. De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten. Toepasselijke wetsartikelen. De beslissing is gegrond op de artikelen: Wetboek van Strafrecht art. 10, 14g, 14h, 24c, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 38v, 38w, 57, 60a, 138, 138ab, 240b, 261, 262, 285, 285b. DE UITSPRAAK De rechtbank: t.a.v. 01/879818-16 feit 4, feit 5:
vrijspraak verklaar verklaart verdachte hiervoor strafbaar. legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en). T.a.v. 01/879818-16 feit 1, feit 2, feit 3, 01/860047-17 feit 1, feit 2,01/860250-17 feit 2:Gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht T.a.v. 01/879818-16 feit 1, feit 2, feit 3, 01/860047-17 feit 1, feit 2,
01/860250-17 feit 2: Terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging T.a.v. 01/879818-16 feit 1, feit 2, feit 3, 01/860047-17 feit 2:Gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel Legt op de maatregel dat de veroordeelde geen enkele wijze - direct of indirect
- contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 3] en haar minderjarige
dochters en [slachtoffer 4] en haar minderjarige dochters. Deze maatregel wordt voor een periode van vijf jaar opgelegd. Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan
de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 14
dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de
opgelegde maatregel niet op. Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: eenUSB-stick Albert Heijn, 1 GSM Ideos, 1 Medion Pcmt4 en 1 tablet RohsVerbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: 1 blaadje papiermet namen en 1 blaadje papier met namen en telefoonnummersT.a.v. 01/879818-16 feit 1, feit 2, feit 3:Maatregel van schadevergoeding van EUR 2.200,00 subsidiair 32 dagen hechtenis Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten
behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 2.200,=
(zegge: tweeduizend tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te
vervangen door 32 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële
schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde
betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van
het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij : Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte
mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , van een bedrag
van EUR 2.200,= (zegge: tweeduizend tweehonderd euro), te weten immateriële
schadevergoeding. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de
datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden
begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te
maken kosten. Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de
Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te
vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot
betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling
aan de Staat te vervallen. T.a.v. 01/860047-17 feit 2:
Maatregel van schadevergoeding van EUR 404,76 subsidiair 8 dagen hechtenis Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten
behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] van een bedrag van EUR 404,76
(zegge: vierhonderdenvier euro en zesenzeventig eurocent ), bij gebreke van
betaling en verhaal te vervangen door 8 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit
een bedrag van EUR 260 ,= immateriële schadevergoeding en EUR 144,76 materiële
schadevergoeding (post reiskosten ). De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde
betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van
het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Beslissing op de vordering van de benadeelde partij : Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte
mitsdien tot betaling aan de benadeelde pa