Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-03-16
ECLI:NL:RBNNE:2026:811
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Assen parketnummer 18/094850-25 Vonnis van de economische politierechter d.d. 16 maart 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 maart 2026. Verdachte is niet verschenen; wel is verschenen mr. D.G. Hassink, advocaat te Zwolle, die verklaard heeft uitdrukkelijk tot de verdediging te zijn gemachtigd. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P. van der Vliet. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 24 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, een of meer radioapparaten, te weten (onder meer) een (mobiele) zendmast en/of een antennesysteem en/of een zogeheten topbuis en/of een of meerdere zendversterker en/of een of meerdere zender(s) en/of een of meerdere vermogenversterker(s) en/of een of meerdere ontvanger(s) heeft aangelegd, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder(s) van die radioapparaten geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het tenlastegelegde feit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er radioapparaten zijn aangetroffen op het adres van verdachte, [adres 2] . De apparatuur was in gereedheid gebracht om uit te zenden. Daarnaast was veel reserveapparatuur aanwezig. Op een locatie 800 meter verderop, [adres 3] , is een zendmast aangetroffen. Deze radioapparaten waren met elkaar verbonden. Daarmee is er voldoende bewijs voor het geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig gehad hebben van radioapparaten zonder vergunning. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft betoogd dat er onvoldoende onderzoek is gedaan om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat er geen onderzoek is gedaan naar de link tussen enerzijds de melding, door de luchtverkeersleiding in Duitsland, van de uitzending op 128.5 MHz en anderzijds de aangetroffen apparatuur bij verdachte op zijn adres [adres 1] en de aangetroffen apparatuur op het perceel [adres 3] . Het feit dat in deze regio het aantal geheime zenders groot is, maakt nog niet dat verdachte en zijn medeverdachte(n) verantwoordelijk zijn geweest voor de verstorende uitzending. Op grond hiervan dient verdachte te worden vrijgesproken, aldus de raadsman. Oordeel van de economische politierechter De economische politierechter past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. 1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 5 november 2024, opgenomen op pagina 1 e.v. van het dossier van de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (hierna: RDI) van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat met nummer 20241024-350-PV, ingekomen bij het arrondissementsparket Noord-Nederland op 26 maart 2025, inhoudend als relatering van verbalisant [verbalisant] , inspecteur RDI: Op donderdag 24 oktober 2024 bevond ik, [verbalisant] , mij in een dienstvoertuig van de RDI. Ik was onder andere belast met een prio-1 dienst. Deze dienst houdt in dat storingen in kritieke infrastructuur (te denken valt aan communicatie van politie, maar ook lucht- en scheepvaart) per direct moeten worden aangenomen en zo snel als mogelijk moeten worden beëindigd. Op 24 oktober 2024 omstreeks 9.50 uur ontving het klantcontactcentrum van de RDI een melding over een prio-1 verstoring, gedaan door de heer [naam 1] van de luchtverkeersleiding te Krefeld (D). Het bleek te gaan om een stoorsignaal in de lucht Ik zag dat de radioapparatuur was aangelegd en middels een coaxiale geleiding met een antenne was verbonden. Tevens zag ik dat deze coaxiale geleiding was aangesloten op de op het perceel aanwezige en voor het doen van radio-uitzendingen geschikte FM zendantennes. Ook zag ik dat aan de audio-ingang van het radioapparaat een audiokabel was gekoppeld. Het was mij ambtshalve bekend dat deze kabels benodigd zijn voor het toevoeren van een audiosignaal, welke kennelijk was verbonden met de voornoemde audioapparatuur in voornoemde studio. Naast de radioapparatuur zoals voornoemd zag ik in dezelfde schuur meerdere apparaten staan. Ik herkende deze apparaten ambtshalve als radioapparaten, geschikt om met elkaar, dan wel los van elkaar radio-uitzendingen te doen in de FM omroepband, dan wel als reserveapparatuur te dienen om uitzendingen in de FM-omroepband mogelijk te maken. Tezamen herkende ik in de hiervoor genoemde opstelling en de door mij waargenomen radioapparaten een geheel of gedeeltelijk aangelegd radioapparaat zoals bedoeld in artikel 10.15 van de Tw. Ten tijde van het onderzoek op voornoemd perceel is door de toezichthouders [toezichthouder] en [toezichthouder] een tweede onderzoek ingesteld naar de oorsprong van de verstoring in de luchtvaartband. Op 800 meter afstand (hemelsbreed gemeten vanaf de studio) troffen zij een zogenoemde onbemande constructie aan op een landbouwperceel aan de [adres 3] . Bij dergelijke constructies wordt vanaf een bepaalde locatie illegaal uitgezonden en bevindt de eigenlijke radiostudio, waarvandaan het radioprogramma wordt verzorgd, zich op een andere locatie. Voor het overbrengen van het audiosignaal vanuit de radiostudio naar de zendlocatie wordt gebruik gemaakt van een afzonderlijke draadloze kabel-, radio- of internetverbinding (streaming). Als er geen stroomvoorziening aanwezig is, wordt door de exploitanten van de illegale radiozenders op de zendlocatie een aggregaat geplaatst die de benodigde netvoedingsspanning opwekt. Tevens wordt ten behoeve van de illegale radio-uitzending een extra antenne, geschikt voor het uitstralen van radiogolven in de FM-omroepband, geplaatst. Deze door de toezichthouders [toezichthouder] en [toezichthouder] aangetroffen onbemande constructie op het perceel [adres 3] was voorzien van een 70 meter hoge antennemast, een aggregaat, dieseltank, standkachel en diverse draadloze linkapparatuur. De RDI beschikt over een Landelijk Meetnet Telecom. Dit is een netwerk van meetposten dat over Nederland is verspreid. Via dit netwerk is het mogelijk radiosignalen te ontvangen en het frequentiespectrum te monitoren. Aan de hand van uit dit netwerk ontvangen informatie bleek mij dat de door onderhavige illegale radiozender uitgezonden radiogolven waren te ontvangen op de meetposten te Groningen, Hengelo en Hoogeveen. Daarnaast zijn er audiobestanden als opnames beschikbaar. Uit deze opnames is duidelijk te beluisteren dat op de luchtvaartfrequentie van 128.5 MHz twee signalen te horen zijn, te weten de spraak van de piloten alsmede Nederlandstalige muziek zoals uitgezonden door het station “ [zendernaam] ”. Middels de in de dienstauto aanwezige navigatieapparatuur en het geografisch informatie-programma, Google Maps, zagen toezichthouders [toezichthouder] en [toezichthouder] dat de afstand tussen de locatie waar zij de illegale radio-uitzending ongestoord ontvingen en het perceel waarvandaan illegaal werd uitgezonden, ongeveer 123 kilometer (radio-afstand) bedroeg. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 27 november 2024, opgenomen op pagina 16 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte [verdachte] : V: Waar woont u momenteel? A: [adres 1] . Ik sta daar ook ingeschreven. V: Met wie woont u daar? A: Met mijn gezin. We zijn niet getrouwd. Twee jonge kinderen. () V: Wie is de eigenaar van de inbeslaggenomen materialen en de radioapparatuur op uw eigen perceel? A: Ik. Deels ben ik daar eigenaar van. () V: Heeft u ooit Daarbij heeft de officier van justitie aansluiting gezocht bij hetgeen in de richtlijn is vermeld onder “Basiscasus/delict (1) (etherpiraten)”. Voorts is van belang dat evident is dat sprake was van een concreet gevaar voor het luchtverkeer, aldus de officier van justitie. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft primair gepleit voor vrijspraak. Subsidiair - mocht de economische politierechter komen tot een bewezenverklaring - heeft de raadsman gepleit voor oplegging van een geldboete van 500,-. Daarbij heeft de raadsman aansluiting gezocht bij hetgeen in de richtlijn is vermeld onder “Basiscasus/delict (2) (illegaal gebruik van niet-omroepfrequenties)”. Daarbij is van belang dat verdachte first offender is. Ten slotte wijst de raadsman er op dat verdachte, met de inbeslagname van de radioapparatuur, financieel reeds hard is getroffen. Oordeel van de economische politierechter Bij de bepaling van de straf heeft de economische politierechter rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De economische politierechter heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de officier van justitie zich op standpunt gesteld dat bij de bepaling van de straf moet worden uitgegaan van hetgeen in de richtlijn voor strafvordering Telecommunicatiewet van het Openbaar Ministerie is vermeld onder, kort gezegd, “etherpiraten”. De raadsman heeft daarentegen bepleit dat bij de bepaling van de straf moet worden uitgegaan van hetgeen in genoemde richtlijn is vermeld onder “illegaal gebruik van niet-omroepfrequenties”. De economische politierechter zal, gelet op het verhandelde ter terechtzitting dienaangaande, de door de raadsman genoemde straf, vermeld in de richtlijn onder “illegaal gebruik van niet-omroepfrequenties”, als uitgangspunt nemen. Dit is in het voordeel van verdachte. Het bewezen verklaarde “medeplegen” geldt als strafverzwarende omstandigheid. Voorts geldt als strafverzwarende omstandigheid dat met de gebruikte frequentie het luchtvaartverkeer in Duitsland werd verstoord. Daarmee is een concrete gevaarzetting voor het luchtverkeer veroorzaakt. Dit had ernstige gevolgen kunnen hebben voor de algemene veiligheid. Alles afwegende acht de economische politierechter oplegging van een onvoorwaardelijke geldboete van 1200,- subsidiair 12 dagen hechtenis, passend en geboden. Inbeslaggenomen goederen Onder verdachte zijn de volgende goederen in beslag genomen: 1x zender merk Rohde & Schwartz voorzien van lades met de volgende typeaanduiding: HS-6639 (tuning unit) Su-155 (50 watt stuurzender) GS 011 Al (Switch) HS 3156 (voeding) HS 3158 (voeding) HS 4135/2 (voeding) HS 3171 (voeding) 1x zender merk: Telefunken type: S 3150S kleur: grijs 1x zender merk: Elektrolink type: 2K10 (op transportwielen kleur zwart) 1x zender merk: RVR type: onbekend (op transportwielen kleur rood) 1x zender merk: E.S. type TX 0/20 kleur: blauw met houten handgrepen 1x zender merk: Esse CI in aluminium kist met gele band 1x zender merk RVR model: PTX-Icd stuurzender 1x zender merk onbekend. Kleur: zwart (zelfbouw) Tekst: vhf-transmitter 1x zender-eindtrap (buizen) merk: RVR (met gelast onderstel t.b.v. transport) 1x wireless-router merk: TP-link model: TL-MR6400 1x ontvanger merk: Electronic Service Receiver kleur blauw met houten handgrepen. 8x FM dipoolantenne 2x zendbuis Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft onttrekking aan het verkeer gevorderd van de inbeslaggenomen goederen. Er is evident een concreet gevaar geweest voor het luchtvaartverkeer door de illegale uitzending. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de economische