Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-02-18
ECLI:NL:RBNNE:2026:459
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 24/4367 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats eiser] , eiser (gemachtigde: ing. J. Pot) en het college van gedeputeerde staten van Drenthe. (gemachtigden: mr. E.M. Reijnders en M.J. Westebring) Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de tegemoetkoming voor schade van eiser door aanvallen van een wolf op zijn schapen. Eiser is het niet eens met de hoogte van de tegemoetkoming. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de tegemoetkoming. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de hoogte van de tegemoetkoming in het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Eiser heeft een schapenhouderij en veehandel in [woonplaats eiser] . De weideschapen grazen op meerdere weidelocaties in de omgeving van het [naam Nationaal Park] tot ze slachtrijp zijn. 2.1. Namens het college voert BIJ12 de afhandeling van wolvenschade op vee uit. Eiser heeft bij BIJ12 aanvragen ingediend voor tegemoetkoming van schade aan zijn schapen door aanvallen van een wolf. De aanvallen vonden plaats op 16 september 2022, op 8 december 2022 en op 20 april 2023, op verschillende locaties. De aanvraag is telkens gedaan op de dag van de aanval en diezelfde dag heeft een taxateur namens het college de schade opgenomen. Op basis daarvan is aan eiser in drie besluiten een tegemoetkoming in de schade verleend. 2.2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen bovengenoemde besluiten. 2.3. Het college heeft op 20 september 2024 een besluit genomen op de bezwaren van eiser (het bestreden besluit). Daarin is het college bij de besluiten van 26 januari 2023 en 10 maart 2023 gebleven. Het bezwaar tegen het besluit van 26 september 2023 is gegrond verklaard; er is een aanvullende tegemoetkoming toegekend omdat drie schapen waren aangemerkt als ooien terwijl dit rammen waren. 2.4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.5. De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser] met diens gemachtigde en de gemachtigden namens het college. Beoordeling door de rechtbank Wat is het toetsingskader? 3. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet in werking getreden. Uit het overgangsrecht dat bij die wet hoort vloeit voort dat op deze procedure het recht van toepassing is zoals dat gold voor 1 januari 2024, de Wet natuurbescherming (Wnb). 3.1. Op grond van artikel 6.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wnb verleent het college in voorkomende gevallen tegemoetkoming in schade, geleden in zijn provincie, aangericht door natuurlijk in het wild levende dieren die worden genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn en/of bijlage II bij het Verdrag van Bern en/of bijlage I bij het Verdrag van Bonn of de bijlage, onderdeel a, bij de Wnb. De wolf is een als zodanig aangewezen, beschermde, diersoort. 3.2. Op grond van het tweede lid van artikel 6.1 van de Wnb wordt een tegemoetkoming in de schade slechts verleend voor zover de schade redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de belanghebbende behoort te blijven en wordt de tegemoetkoming naar billijkheid bepaald. In artikel 6.1 van de Wnb is geen recht op een volledige schadevergoeding neergelegd. Uitgangspunt is dat de belanghebbende zelf alles in het werk moet stellen om schade te voorkomen of te beperken, zo blijkt uit de wetsgeschiedenis en rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Schade die tot het normale bedrijfsrisico en/of het normale maatschappelijke risico van de belanghebbende behoort, komt niet voor tegemoetkom De marktprijzen voor schapen zijn in 2022 en 2023 ten opzichte van 2019 fors opgelopen. Verder voert eiser aan dat de vergoeding voor drachtige schapen niet overeenkomt met de daadwerkelijke waarde van de misgelopen lammeren. Tegen het einde van de dracht is al een groot deel van de te maken kosten voor rekening van de schapenhouder gekomen. Ook wordt er geen rekening mee gehouden dat het missen van een lam een schadepost voor een heel jaar is. 5.1. In het bestreden besluit staat dat de waardetabel is opgesteld door Wageningen University & Research (WUR) in opdracht van het Ministerie van LNV en in overleg met taxateurs en de sector. Deze waardetabel wordt door zowel de WUR als de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) als het beste uitgangspunt gezien en landelijk gebruikt. Uitgangspunt voor de taxatie is een waardering conform marktprijzen. Het college voert verder aan dat de actualisatie van de waardetabel in augustus 2023 een relatief kleine prijsstijging laat zien ten opzichte van de waardentabel die werd vastgesteld bij de taxatierichtlijn 2019. Dat bevestigt volgens het college dat eerdere actualisatie niet urgent was. 5.2. Deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank overweegt daarbij het volgende. 5.2.1. De taxatierichtlijn en de bijbehorende waardetabel zijn geen beleidsregel in de zin van de Awb. De taxatierichtlijn is niet vastgesteld door of namens het college. Voor zover wel sprake zou zijn van een beleidsregel geldt dat het besluit tot vaststelling van de taxatierichtlijn niet in werking is getreden omdat het besluit niet bekend is gemaakt op de voorgeschreven wijze. Dat betekent dat het college niet ter motivering van het bestreden besluit kan verwijzen naar de taxatierichtlijn. De hoogte van de tegemoetkoming moet in het besluit zelf deugdelijk worden gemotiveerd. 5.2.2. Niet in geschil is dat de tegemoetkoming moet worden gebaseerd op de marktprijzen op het moment dat de schade optrad. Het bestreden besluit heeft betrekking op tegemoetkomingen in schade in verband met aanvallen door de wolf op respectievelijk 16 september 2022, 8 december 2022 en 20 april 2023. 5.2.3. Het college stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de gehanteerde waardentabel niet of niet meer voldoende zou aansluiten bij de prijzen die in 2022/2023 marktconform waren. Daarmee miskent het college dat het primair op haar weg ligt om de hoogte van de vergoeding te motiveren. Daarbij acht de rechtbank van belang dat in de taxatierichtlijn zelf staat: “Jaarlijks vindt een update plaats, zodat met actuele cijfers snel een waardetabel met marktconforme waarden kan worden gemaakt”. 5.2.4. Het college heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd dat de gehanteerde waardetabel uit 2019 ten tijde van het optreden van de schade (nog) actueel was. Dat bij de eerste actualisatie in augustus 2023 slechts sprake was van een lichte prijsstijging ten opzichte van 2019 zoals het college stelt, miskent dat de marktwaarde van schapen onderhevig kan zijn aan fluctuaties. 5.3. Ten aanzien van de vergoeding voor drachtige schapen overweegt de rechtbank dat uit rechtspraak van de Afdeling volgt dat het college voor het bepalen van de hoogte van de schade mag uitgaan van de waarderingsfactor 1,2. De waarderingsfactor is door en in overleg met deskundigen vastgesteld. Niet valt in te zien waarom hetgeen eiser aanvoert – de kosten die tegen het einde van de dracht al door de schapenhouder zijn gemaakt en het missen van het lam – niet tot uitdrukking zouden komen in de gehanteerde factor. Moeten de kosten voor eigen arbeid vergoed worden? 6. Verder voert eiser aan dat hij een vergoeding moet krijgen voor de uren die hij heeft moeten maken als gevolg van de aanvallen. Eiser heeft tijd besteed aan de afwikkeling van de schade en samen met de dierenarts de gewonde schapen moeten verzorgen. Andere werkzaamheden bleven daardoor liggen. Het is niet redelijk om te stellen dat deze werkzaamheden tot het norm Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop een afschrift van deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Wet natuurbescherming Artikel 6.1 1. Gedeputeerde staten verlenen in voorkomende gevallen tegemoetkomingen in schade, geleden in hun provincie, aangericht door natuurlijk in het wild levende: a. vogels van vogelsoorten als bedoeld in artikel 1 van Vogelrichtlijn, of b. dieren die worden genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, bijlage I bij het Verdrag van Bonn of de bijlage, onderdeel a, bij deze wet. 2. Een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend voor zover een belanghebbende schade lijdt of zal lijden aangericht door dieren als bedoeld in het eerste lid, en die schade redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven. Een tegemoetkoming wordt naar billijkheid bepaald. 3. Ingeval schade als bedoeld in het eerste lid mede wordt geleden in een andere provincie, wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid genomen door gedeputeerde staten waar de schade in hoofdzaak wordt geleden, in overeenstemming met gedeputeerde staten van die andere provincie. Beleidsregels Wet natuurbescherming provincie Drenthe Artikel 5.2 Taxatie van de schade De hoogte van de door één of meer natuurlijk in het wild levende beschermde diersoorten aangerichte schade en de schadeveroorzakende diersoort wordt, zodra daaromtrent een definitief oordeel kan worden gegeven, door de taxateur vastgesteld. De taxateur stelt, met inachtneming van de door BIJ12 vastgestelde taxatierichtlijnen, van zijn bevindingen een rapport samen en ondertekent dat. De eindverantwoordelijke persoon van het bureau waarvoor de taxateur werkzaam is, parafeert het taxatierapport voor interne controle en zendt het taxatierapport aan BIJ12. Bij de eindtaxatie overhandigt de taxateur het formulier ‘bevestiging taxatie grondgebruiker’ aan de aanvrager of deponeert het bedoelde formulier in de brievenbus van de aanvrager of zendt dit per e-mail aan de aanvrager. BIJ12 kan de taxateur vragen de reactie van de aanvrager van commentaar te voorzien. In dat geval zendt de taxateur dat commentaar zo spoedig mogelijk naar BIJ12. BIJ12 zendt een afschrift van dat commentaar aan de aanvrager. Artikel 5.3 Tegemoetkoming alleen bij schade aan bedrijfsmatige landbouw Gedeputeerde Staten verlenen uitsluitend een tegemoetkoming voor schade veroorzaakt door natuurlijk in het wild levende beschermde diersoorten als genoemd in artikel 6.1, eerste lid onder a en b van de wet, welke door vraat, graven, wroeten of vegen aan bedrijfsmatige landbouw is veroorzaakt. Uitsluitend aanvragers die hun hoofdbestaan of een substantieel gedeelte van hun bestaan vinden of plegen te vinden in de landbouw, kunnen voor een tegemoetkoming in aanmerking komen. Wanneer een aanvrager verplicht is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland een gecombineerde opgave te doen, is dat een aanwijzing dat hij zijn hoofdbestaan of een substantieel gedeelte van zijn bestaan in de landbouw vindt of pleegt te vinden. De percelen waarop schade is aangericht, dient de aanvrager op titel van eigendom, (erf)pacht dan wel een door de grondkamer goedgekeurde of ter registratie ingezonden (teelt)pachtovereenkomst in gebruik te hebben voor de uitoefening van bedrijfsmatige landbouw. Zie de Memorie van Antwoord bij de Flora- en Faunawet (voorloper van de Wnb), Kamerstukken I , 1997-1998, 23 147, 104b, pag. 21. Zie de uitspraak van de Afdeling van 18 januari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV1191. Zie de uitspraak van de Afdeling van 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1539. Zie de uitspraak van de Afdel