Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-08-25
ECLI:NL:RBNNE:2026:3622
Deze zaak gaat over leges voor een omgevingsvergunning. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar de aanvraag te breed heeft opgevat. De rechtbank vermindert de leges. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 25/2542 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 25 augustus 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: [naam 1] ), en de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor , en de directeur Stadsontwikkeling Ruimtelijk Beleid en Ontwerp van de gemeente Groningen , de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen (gemachtigde: mr. [naam 2] ). Inleiding 1.1. De heffingsambtenaar van de gemeente Groningen heeft met dagtekening 7 april 2022 aan eiseres bij schriftelijke kennisgeving leges in rekening gebracht ten bedrage van € 13.396,96 (de legesaanslag) in verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning. 1.2. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de legesaanslag. 1.3. Bij uitspraak op bezwaar van 24 juni 2025 heeft de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor op het bezwaar van eiseres beslist. 1.4. De heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. 1.5. De directeur van het Noordelijk Belastingkantoor heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.6. Eiseres en de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor hebben nadere stukken ingediend. 1.7. De rechtbank heeft het beroep op 6 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres bijgestaan door [naam 3] , en de gemachtigde van de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor, bijgestaan door [naam 3] . Feiten 2.1. Op 20 december 2021 heeft eiseres een omgevingsvergunning aangevraagd. De aanvraag bevat – voor zover hier van belang – de volgende gegevens: Pagina 1: “ Projectomschrijving Upgraden van 44 woningen in de wijk vinkhuizen in Groningen. Deze aanvraag is onderdeel van grootschalig onderhoud en verduurzaming van woning bezit van [eiseres] ” Pagina 7: “ De bouwwerkzaamheden Eventuele toelichting Nieuw dak plaatsen op bestaand dakbeschot. Geïsoleerde goot rek aanbrengen en windveren vervangen op de kopgevels ” Pagina 11: “ Bouwen Overige veranderingen aan bestaande bouwwerken Wat zijn de geschatte kosten in euro’s (exclusief BTW)? 122125 Projectkosten Wat zijn de geschatte kosten van het totale project in euro’s (exclusief BTW)? 122125 ” 2.2. Bij brief van 15 maart 2022 heeft [naam 4] , teamleider afdeling Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) van de gemeente Groningen, verzocht om aanvullende informatie over de in de aanvraag vermelde bouwkosten. Deze brief luidt – voor zover hier van belang – als volgt: “Aanvullende informatie over de bouwkosten De door ons berekende bouwkostenbedrag wijkt af van het in de aanvraag opgegeven bouwkostenbedrag Hierbij vragen wij u om meer informatie over de bouwkosten. Hiervoor kunt u een van de volgende documenten, ondertekend door de opdrachtgever en opdrachtnemer, aanleveren: - een raming van de werkzaamheden waarvoor vergunning is aangevraagd; - een opdracht of gunningbrief; - een overeenkomst met open begroting waaruit de bouwwerkzaamheden en de prijs blijken op basis van de UAV 2012. ” 2.3. Per e-mail van 28 maart 2022 heeft eiseres gereageerd op het verzoek om aanvullende informatie. Eiseres heeft daarbij het volgende overzicht verschaft: 2.4. Bij brief van 7 april 2022 is de legesaanslag opgelegd. De brief is afkomstig van [naam 4] , teamleider afdeling VTH, handelend namens “de heffings- en invorderingsambtenaar”. Voor de berekening van de hoogte van de legesaanslag is gerekend met bouwkosten ter grootte van € 296.065 (exclusief btw). Deze brief luidt – voor zover hier van belang – als volgt: “Aanvullende informatie over de bouwkosten Wij hebben gevraagd een document aan te leveren over de bouwkosten zodat wij de bouwleges kunnen vaststellen. Wij hebben dit document ontvangen en beoordeeld. Wij gaan echter niet akkoord met de extra ontvangen gegevens. Als gevolg hiervan hebben wij zelf de bouwkosten vastgesteld op basis van ervaringscijfers. Wij verwijzen u hiervoor naar: - Verordening op de heffing en invordering van leges 2021 (zie link) Bezwaar Als u van mening bent dat het legesbedrag niet klopt, kunt u schriftelijk bezwaar maken. Dit dient u binnen zes weken na de datum van deze brief te doen. Stuur uw ondertekende bezwaarschrift naar: Noordelijk Belastingkantoor, Postbus 88, 9700 AB Groningen. Tevens adviseren we u om bij uw bezwaar gelijk uitstel van betaling aan te vragen. ” 2.5. Eiseres heeft op 18 mei 2022 bezwaar gemaakt tegen de legesaanslag. 2.6. Bij brief van 24 juni 2025 is op het bezwaar van eiseres beslist. De uitspraak op bezwaar is afkomstig van het Noordelijk Belastingkantoor en is als volgt ondertekend: “ Met vriendelijke groet, de ambtenaar belast met de heffing De gemeente Groningen is een samenwerkingsverband met het Noordelijk Belastingkantoor aangegaan, waarbij de uitvoering van de gemeentelijke belastingtaken aan het Noordelijk Belastingkantoor is overgedragen. Op grond hiervan zijn medewerkers van het Noordelijk Belastingkantoor aangewezen om besluiten/correspondentie namens de gemeente Groningen te ondertekenen. ” 2.7. Bij wijze van regievoering heeft de rechtbank partijen op 16 juni 2026 een bericht gestuurd. Dit bericht luidt – voor zover hier van belang – als volgt: “ Uitspraak op bezwaar door heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor Uit het ‘Mandaatbesluit belastingen Stadsontwikkeling Ruimtelijk Beleid en Ontwerp gemeente Groningen 2024’ volgt dat de directeur Stadsontwikkeling Ruimtelijk Beleid en Ontwerp de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor mandaat heeft verleend om namens hem uitspraak op bezwaar te doen (en op te treden in beroepsprocedures) inzake onder meer procedures over bouwleges. Het dossier bevat geen stukken waaruit volgt dat de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor ter zake van die bevoegdheden een ondermandaat heeft verleend aan de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor. Uit het mandaatbesluit volgt voorts ook niet dat ondermandaat toegestaan is. De uitspraak op bezwaar is gedaan door de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor. Voor zover uit de stukken volgt was hij daartoe niet bevoegd. De uitspraak op bezwaar is dan niet gedaan door het daartoe bevoegde bestuursorgaan. Vragen/verzoeken van de rechtbank De rechtbank verzoekt eiseres: - een standpunt in te nemen ter zake van het hiervoor genoemde punt. De rechtbank verzoekt de heffingsambtenaar: een standpunt in te nemen ter zake van het hiervoor genoemde punt; nog niet overgelegde mandaatbesluiten die van belang kunnen zijn in deze procedure alsnog te overleggen aan de rechtbank; er zorg voor te dragen dat bij de zitting ook een persoon aanwezig is die bevoegd is om te beslissen ter zake van de legesaanslag. ” 2.8. Bij brief van 25 juni 2026 heeft de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor op het bericht van de rechtbank gereageerd. Zijn reactie luidt – voor zover hier van belang – als volgt: “ Uw rechtbank stelt zich de vraag of de uitspraak op bezwaar wel bevoegd is ondertekend. De uitspraak is ondertekend door ‘de heffingsambtenaar’. In het ‘Mandaatbesluit belastingen Stadsontwikkeling Ruimtelijk Beleid en Ontwerp gemeente Groningen 2024’ https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR714553/1, gemeenteblad 2024 nummer 45131 is aan de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor mandaat verleend tot het doen van uitspraak op bezwaarschriften en het voeren van procedures in (hoger) beroep met betrekking tot de leges als bedoeld in o.a. – hoofdstuk 2 (Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet. De uitspraak had (zoals het verweerschrift dat al is ingediend) moeten worden ondertekend door de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor. Derhalve bekrachtig ik hierbij de uitspraak op bezwaar zoals gedaan op 24 juni 2025. In de bijlage treft u (nogmaals) de mandaatbesluiten aan zoals van toepassing, met de van toepassing zijnde tekst. ” Beoordeling door de rechtbank - vooraf 3. De gemeente Groningen heeft de heffing van leges als bedoeld in titel 2 van de tarieventabel bij de Legesverordening 2022 (bouwleges) niet overgedragen aan het Noordelijk Belastingkantoor. De gemeente Groningen heeft een eigen heffingsambtenaar voor de bouwleges aangewezen, in de persoon van de directeur Stadsontwikkeling Ruimtelijk Beleid en Ontwerp (voorheen: concerndirecteur met lijnverantwoordelijkheid voor de directie Ruimtelijk Beleid en Ontwerp). De legesaanslag is, gelet op de ondertekening, van de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen afkomstig (zie 2.4). 4. De heffingsambtenaar van de gemeente Groningen heeft zijn bevoegdheid om te beslissen op bezwaren tegen door hem opgelegde legesaanslagen gemandateerd aan de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor. Gelet hierop had de uitspraak op bezwaar door de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor gedaan moeten worden. De uitspraak op bezwaar waartegen eiseres beroep heeft ingesteld is, gelet op de ondertekening, afkomstig van de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor (zie 2.6). De heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor is niet bevoegd om uitspraak op bezwaar te doen op het bezwaar van eiseres tegen de legesaanslag. De uitspraak op bezwaar is dus gedaan door iemand die niet daartoe bevoegd was. 5. Vlak voor de zitting heeft de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor schriftelijk meegedeeld de uitspraak op bezwaar van 24 juni 2025 te bekrachtigen (zie 2.8). Op de zitting heeft de rechtbank met partijen besproken of het bevoegdheidsgebrek dat aan de uitspraak op bezwaar kleeft, op deze wijze geheeld kan worden. De wetgever heeft hier niet in voorzien en uit jurisprudentie kan worden afgeleid dat wanneer een uitspraak op bezwaar wordt gedaan door iemand die daartoe niet bevoegd is, die uitspraak in beginsel niet in stand kan blijven. Het is maar de vraag of in het onderhavige geval middels toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de rechtsgevolgen van de onbevoegd gedane uitspraak op bezwaar in stand gelaten kunnen worden. De rechtbank merkt verder op dat de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor in zijn schriftelijke mededeling niet vermeld heeft namens welk bestuursorgaan hij tot bekrachtiging besluit. Ook heeft hij het besluit niet rechtstreeks aan eiseres toegezonden of uitgereikt. 6. Uit overwegingen van efficiency en proceseconomie kiest de rechtbank ervoor om in het midden te laten of het bevoegdheidsgebrek dat aan de uitspraak op bezwaar kleeft, is geheeld door de schriftelijke mededeling van de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor. Eiseres heeft op de zitting namelijk uitdrukkelijk aangegeven een inhoudelijk oordeel van de rechtbank over de legesaanslag te willen, wat er in dit geval toe leidt dat de uitspraak op bezwaar om andere redenen niet in stand kan blijven. De rechtbank zal in het volgende onderdeel van deze uitspraak uitleggen waarom zij tot dat inhoudelijke oordeel komt. 7. Verder merkt de rechtbank op dat zij ook de directeur Stadsontwikkeling Ruimtelijk Beleid en Ontwerp (in zijn hoedanigheid van heffingsambtenaar van de gemeente Groningen) als verwerende partij aanmerkt bij dit beroep. De rechtbank zal namelijk, na vernietiging van de door de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor gedane uitspraak op bezwaar, zelf voorzien in de zaak door de door de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen opgelegde legesaanslag te verminderen. De rechtbank acht de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen in deze procedure rechtsgeldig vertegenwoordigd door mr. [naam 2] . De heffingsambtenaar van de gemeente Groningen heeft de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor gemandateerd om namens hem op te treden in beroepsprocedures over bouwleges (zie 3.), en de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor heeft mr. [naam 2] als gemachtigde naar de zitting gestuurd. Beoordeling door de rechtbank - inhoudelijk 8. De rechtbank beoordeelt of de bouwleges terecht en tot het juiste bedrag van eiseres zijn geheven. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. In dit geval komt het geschil neer op de vraag of de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen terecht de legesaanslag heeft berekend uitgaande van € 295.065,00 aan bouwkosten. 9. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen de legesaanslag te hoog heeft vastgesteld . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Juridisch kader 10. Op grond van artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet kunnen gemeenten rechten heffen voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Onder deze rechten vallen ook de leges. Voor de heffing van leges voor het jaar 2021 heeft de raad van de gemeente Groningen op 11 november 2020 de Legesverordening 2021 vastgesteld. 11. In artikel 5, onder lid 1 van de Legesverordening 2021 wordt vermeld dat de leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij de verordening behorende tarieventabel. Op aanvragen voor een omgevingsvergunning is hoofdstuk 2 van de tarieventabel van toepassing. In de tarieventabel is, voor zover hier relevant, het volgende opgenomen: “ 2.1.1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 2.1.1.1 bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de kosten die voortvloeien uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van de bouwwerken, de omzetbelasting niet inbegrepen en indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, de omzetbelasting daarin niet begrepen; (…) 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk. (…) 2.3.1 Bouwactiviteiten 2.3.1.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.1.1.1 indien de bouwkosten € 455.000,00 of minder bedragen: € 45,26 voor elk geheel bedrag van € 1.000,00 van de bouwkosten met een minimum van € 134,65” Standpunten partijen 12. Eiseres stelt – samengevat – het volgende. De heffingsambtenaar van de gemeente Groningen heeft de bouwkosten te hoog vastgesteld. Er is ten onrechte van een normberekening uitgegaan, waarbij ook vergunningsvrije delen zijn meegenomen bij de bepaling van de bouwkosten. De bij de vergunningsaanvraag opgegeven bouwkosten zien op de vergunningsplichtige delen. Dat zijn het plaatsen van 44 overzetschoorstenen en het vervangen van 120 meter windveren op de kopgevels. Bij vier eerdere aanvragen in hetzelfde renovatieproject is steeds de opgave van enkel de bouwkosten van de vergunningsplichtige delen gevolgd. 13. De heffingsambtenaar van de gemeente Groningen stelt – samengevat – het volgende. Op grond van beleidsregels worden opgegeven bouwkosten altijd getoetst aan kengetallen. Daarbij wordt op basis van de bouwtekeningen bepaald waar de vergunningsaanvraag op ziet. Bij een afwijking van meer dan 10% wordt een nadere onderbouwing gevraagd. De door eiseres verstrekte nadere onderbouwing maakt onvoldoende inzichtelijk dat daarin alle voor de aangevraagde vergunning relevante werkzaamheden zijn opgenomen. Daarom mocht uitgegaan worden van de normberekening. Daarbij is uitgegaan van de bouwwerkzaamheden zoals die volgen uit de aanvraag en de daarbij overgelegde bouwtekeningen. Het gaat om de vervanging van 3.326,40 m2 dak, het plaatsen van 44 aluminium schoorstenen, en het met 17 cm verhogen van 554,40 strekkende meters dakrand. Eiseres heeft daarbij niet voldoende duidelijk aangegeven wat van de uit te voeren werkzaamheden vergunningsvrij is. Daarom moet de legesaanslag berekend worden naar de totale bouwkosten. Het oordeel van de rechtbank 14. De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op de standpunten van partijen, komt het geschil neer op de vraag hoe de vergunningsaanvraag moet worden geduid. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen de vergunningsaanvraag te breed opgevat, en daardoor de bouwkosten te hoog vastgesteld. De rechtbank motiveert dat oordeel als volgt. 15. Om te bepalen waar de omgevingsvergunningaanvraag op ziet moet naar het oordeel van de rechtbank gekeken worden naar de aanvraag als geheel. De rechtbank ziet dan het volgende. Op pagina 1 van de aanvraag staat dat het om het upgraden van 44 woningen gaat, en dat de vergunningsaanvraag onderdeel is van grootschalig onderhoud en verduurzaming van het woningbezit van eiseres. Op pagina 7 van de aanvraag wordt een beknopte toelichting gegeven van de bouwwerkzaamheden. Daar staan als werkzaamheden: het plaatsen van een nieuw dak op bestaand dakbeschot, geïsoleerd gootrek aanbrengen, en windveren vervangen op de kopgevels. Op pagina 11 wordt een schatting van de bouwkosten van de werkzaamheden gegeven ter hoogte van € 122.125. Op twee van de bij de aanvraag overgelegde tekeningen zijn aluminium overzetschoorstenen te zien, en op één tekening zijn aanpassingen aan het dak en de goten te zien. 16. De aanvraag als geheel bezien, is de rechtbank van oordeel dat die zo moet worden opgevat als alleen betrekking hebbend op de delen waarvan eiseres meende dat die vergunningsplichtig waren. Uit de specificatie van de geschatte bouwkosten (zie 2.3) volgt dat de aanvraag dan ziet op: het leveren en aanbrengen van de 44 overzetschoorstenen; het aanbrengen van 44 geïsoleerde gootrekken; het vervangen van 120 meter windveren op de kopgevels. 17. De raming van de bouwkosten voor deze werkzaamheden is door de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen niet betwist. De rechtbank zal daarom de raming van eiseres (€ 122.125) aanhouden. De uitspraak op bezwaar moet van tafel. De legesaanslag wordt dan € 5.521,72 (122 × € 45,26, zie 11). 18. De heffingsambtenaar van de gemeente Groningen heeft ter zitting gesteld dat – anders dan eiseres meent – voor de isolatie van het dak een omgevingsvergunning aangevraagd moest worden. Dat komt omdat door deze werkzaamheden het volume van de woningen toeneemt, aldus de heffingsambtenaar. Of de isolatiewerkzaamheden in dit geval vergunningsplichtig zijn laat de rechtbank in het midden. Het doet namelijk niets af aan het hiervoor gegeven oordeel van de rechtbank dat de vergunningsaanvraag niet (ook) zag op het isoleren van het dak (en het vervangen van de dakpannen). Beroep op vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel 19. Eiseres heeft met haar verwijzing naar de vier legesheffingen voor eerdere vergunningsaanvragen een beroep gedaan op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Omdat de rechtbank reeds op de hiervoor vermelde gronden van oordeel is dat eiseres geheel in het gelijk gesteld moet worden, laat de rechtbank een inhoudelijke beoordeling van deze gronden van eiseres onbehandeld. 20. De rechtbank hecht er waarde aan hier op te merken dat het uitdrukkelijke beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel, waarbij eiseres wijst op de legesheffing bij eerdere vergunningsaanvragen, meebrengt dat de stukken rondom die eerdere legesheffingen in deze procedure op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42, eerste lid, van de Awb zijn. Anders dan de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor meent brengt het feit dat eiseres de bewijslast draagt ter zake van de feiten en omstandigheden waarop zij haar beroep op het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel baseert, niet met zich mee dat hij de op de verwerende partij rustende informatieverplichting richting de rechtbank mag verzaken. Gronden ten aanzien van de uitspraak op bezwaar 21. Eiseres heeft ook gronden aangevoerd die zien op de totstandkoming en motivering van de uitspraak op bezwaar. De rechtbank laat die gronden onbesproken omdat de uitspraak op bezwaar om andere redenen wordt vernietigd. Conclusie en gevolgen 22. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de legesaanslag tot € 5.521,72 (122 × € 45,26). Omdat het beroep gegrond is moet het griffierecht aan eiseres worden vergoed. Gelet op het feit dat de legesaanslag te hoog is vastgesteld, zal de rechtbank de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen hiertoe veroordelen. Eiseres heeft niet verzocht om een vergoeding voor proceskosten. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt de door de heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor gedane uitspraak op bezwaar; vermindert de door de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen aan eiseres opgelegde legesaanslag tot een bedrag van € 5.521,72; bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar; bepaalt dat de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen het griffierecht van € 385 aan eiseres moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Sanna, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Raateland, griffier. griffier rechter Uitgesproken op 25 augustus 2026. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist. Zie aanwijzingsbesluit belastingambtenaren gemeente Groningen, Gemeenteblad 2021 nr. 29735, Directiemandaat en aanwijzingsbesluit(en) Stadsontwikkeling Ruimtelijk Beleid en Ontwerp gemeente Groningen 2023, Gemeenteblad 2023, 299197, en Directiemandaat en aanwijzingsbesluit(en) Stadsontwikkeling Ruimtelijk Beleid en Ontwerp gemeente Groningen 2024, Gemeenteblad 2024, 415156. Mandaatbesluit belastingen Stadsontwikkeling Ruimtelijk Beleid en Ontwerp, Gemeenteblad 2024 nr. 45131. Hoge Raad 16 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8940 en ECLI:NL:HR:2012:BV8944. Artikel 10:10 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 3:40, eerste lid, van de Awb.