Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-08-20
ECLI:NL:RBNNE:2026:3528
Veroordeling voor medeplegen van voorbereidingshandelingen voor het vervaardigen van MDMA, gevangenisstraf, maatregel kostenverhaal ex. art. 13d OW opgelegd, goederen verbeurd verklaard en teruggegeven. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18.041664.25 Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 augustus 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres [adres] , thans verblijvende op het adres [adres] . Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 augustus 2026. Verdachte is tijdens eerdere zittingen verschenen, maar is op de zitting van 6 augustus 2026 niet verschenen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. D.P. Menting. Tenlastelegging Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode tussen 7 december 2024 en 7 februari 2025 te Dokkum, althans in de gemeente Noardeast-Fryslan, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of het opzettelijk vervaardigen van MDMA (methyleendioxymethamfetamine), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door grote hoeveelheden precursoren en/of bewerkingsmiddelen voor het produceren van harddrugs voorhanden te hebben/te hebben gehad en/of grote hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen, die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse soorten drugs en/of precursoren, waaronder de chemicaliën caustic soda en/of fosforzuur voorhanden te hebben en/of grote hoeveelheden goederen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse soorten drugs en/of precursoren waaronder: boormachine met mixer, afzuiginstallatie, klemdekselvaten, speciekuipen, jerrycans, emmers, maatbekers, gasflessen, gasbranders, weegschaal, kookpannen, gripzakjes en/of wikkels voorhanden te hebben en/of grote hoeveelheden PMK te hebben geproduceerd. Beoordeling van het bewijs Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het ten laste gelegde. Oordeel van de rechtbank De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. 1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 februari 2025, opgenomen op pagina 1 e.v. het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2025034037 d.d. 24 maart 2025, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant] , [verbalisant] en [verbalisant] : Op 7 februari 2025 kregen wij de melding te gaan naar de [verbalisant] te Dokkum. Ik, [verbalisant] , ben samen met [verbalisant] naar binnen gegaan. In de trappenhal zagen wij een jongeman van boven van de trap naar beneden komen lopen. Vervolgens nam die jongeman ons mee naar de woonkamer/keuken, van genoemd perceel. Aldaar troffen wij nog een jongeman aan. Op ons verzoek legitimeerden beide jongemannen zich en hadden we te maken met: [medeverdachte] wonende te [woonplaats] , [verbalisant] en [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] /1990. Wij troffen in een kamer een drugslab aan. Wij zagen o.a. blauwe vaten, een afzuiginstallatie, een weegschaal, doorzichtige jerrycans, een rvs kookpan, speciekuipen, gasflessen. 2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 februari 2025, opgenomen op pagina 15 e.v. van voornoemd procesdossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] : Op 7 februari 2025 heb ik samen met mijn collega's een onderzoek uitgevoerd in een voormalig bedrijfspand gelegen aan de [verbalisant] te Dokkum. Wij betraden het drugslab. Wij zagen dat vrijwel de gehele ruimte in gebruik was genomen met goederen die wij herkennen als typerend voor de vervaardiging/bewerking van verdovende middelen. Wij zagen verspreid op de grond onder meer: jerrycans met fosforzuur, een open 25 kg zak met Caustic Soda, sterk met gelige vaste substantie vervuilde boormachine met mixer, een lucht-/damp-afzuiginstallatie met slangen. Diverse met vloeistof gevulde/vervuilde emballage zoals blauwe 60 liter klemdekselvaten, speciekuipen, jerrycans, emmers en maatbekers. Wij zagen er twee gasflessen met twee daarop aangesloten gasbranders stonden met daarnaast een stalen 50 liter pan met een restant bruine vloeistof met en geur die wij herkennen als van PMK. Wij zagen dat rechts van deze gasflessen een tafel stond met daarop onder meer een elektrische balans en enkele maatbekers met bruine vloeistof die wij herkennen als PMK. Wij zagen dat verder op de tafel een A4 papier lag met een handgeschreven recept met typerende afkortingen voor de omzetting van een vaste preprecursor zoals de Ethylester van PMK-glycidezuur met behulp van water, Caustic Soda en fosforzuur naar PMK. Vervolgens openden wij de deur in de achterwand. Wij zagen dat deze uitkwam in een veel grotere open ruimte. Wij zagen verspreid over deze ruimte meerdere dozen staan met hierin typerende buiten- en binnenzakken die wij herkennen als behorend bij preprecursoren. Bij nader onderzoek bleek dat er twee lege 25 kilo zakken waren aangetroffen die beide restanten van de Ethylester van PMK-glycidezuur bevatten. Verder zagen wij dat er nog zes lege 5 liter jerrycans met fosforzuur stonden en in een doos twee open verpakkingen stonden van de voornoemde gasbranders in de drugslab ruimte. Hierop hebben de medewerkers van de forensische opsporing diverse DNA/Dacty sporen veiliggesteld. Hieronder volgt in een tabel een opsomming van de goederen die werden aangetroffen. Wanneer een monster genomen is, staat het Spoor Identificatie Nummer (SIN) vermeld. AAQL1732NL Blauw 60 liter kunststof klemdekselvat geheel gevuld met gelige sterk zure vloeistof. AAQL1733NL RVS 50 liter pan met restant gele naar PMK ruikende olie. AAQL1731NL Houten tafel met hierop: een papier met recept, elektrische balans, stalen steelpan met restant naar PMK ruikende olie, kunststof maatbeker 1 liter vervuild met gele naar PMK ruikende olie en maatbeker 5 liter met gele naar PMK ruikende olie. Monster uit 5 liter maatbeker. AAQL1734NL Twee boodschappen tassen met vier 5 liter jerrycans fosforzuur waarvan twee leeg en twee geheel gevuld. Monster uit volle jerrycan fosforzuur. AAQL1730NL Typerende kartonnen doos voor preprecursorzakken inhoudende: 3 x plastic binnenzak met resten wit poeder en losse brokken poeder. Monster uit restant binnenzak. Interpretatie De voornoemde drugslabruimte was geheel ingericht en in gebruik voor het omzetten van een vaste preprecursor zoals de Ethylester van PMK-glycidezuur naar PMK met behulp van fosforzuur en Caustic Soda. De goederen uit de naastgelegen opslagruimte zijn zeer waarschijnlijk gebruikt in de voornoemde druglabsruimte. De twee lege preprecursor zakken hebben elk 25 kilo Ethylester van PMK-glycidezuur bevat. Uit deze 50 kg is vermoedelijk ter plaatse circa 30 liter PMK vervaardigd. PMK is de precursor/uitgangstof voor de vervaardiging van MDMA. Met behulp van 30 liter PMK kan circa 36 kg MDMA-HCL worden verkregen. Hiermee kunnen circa 360.000 MDMA-HCL bevattende pillen(Xtc-pillen) worden vervaardigd. 3. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, zaaknummer 2025.02.26.025 d.d. 11 april 2025, opgenomen als afzonderlijke bijlage bij voornoemd dossier, opgemaakt door ing. C.M.M. Diever-Heezen, op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring: Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en resultaat Kenmerk Omschrijving Resultaat AAQL1732NL / L6-A lichtgele vloeistof met wit bezinksel () bevat PMK in een zure waterige vloeistof AAQL1733NL / L11-A bruine olieachtige vloeistof () PMK AAQL1731NL / L14-A bruine olieachtige vloeistof () PMK AAQL1734NL / L17-A kleurloze vloeistof () fosforzuur, resultaat conform etiket AAQL1730NL / O2-A witte brokken () de ethylester van 'PMK- glycidezuur' In het onderzoeksmateriaal zijn PMK (piperonylmethylketon), de ethylester van 'PMK-glycidezuur' (ethyl 3-(l,3-benzodioxol-5-yl)-2-methyloxiraan-2-carboxylaat) en fosforzuur aangetoond. In relatie tot drugs is de ethylester van 'PMK-glycidezuur' een grondstof voor PMK (piperonylmethylketon). In relatie tot drugs is PMK een grondstof voor MDMA. Fosforzuur wordt in de chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kan deze stof worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs. 4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 8 februari 2025, opgenomen op pagina 197 e.v. bij voornoemd procesdossier, inhoudend als verklaring van verdachte [medeverdachte] : V: Wat werd er in het lab gemaakt? A: Een soort olie. Je moest twee dingen mixen en dan kwam er wat uit. V: Uit onderzoek ter plaatse blijkt dat het gaat om PMK. PMK (piperonylmethylketon) zijn bijvoorbeeld de belangrijkste grondstoffen voor amfetamine en MDMA (ecstacy). A: Dat zou best kunnen. V: Hoe is het gegaan met het opbouwen van het lab? A: Zij hebben het spul gewoon gebracht. Ze zetten gewoon een paar tonnetjes neer en klaar. V: Kun je (globaal) uitleggen hoe je te werk moet gaan? A: Je hebt een paar liter water, paar liter fosfor, een paar liter soda en dan komt er een reactie. Dan kook je het uit en dan is het klaar. Je gooit het in een pan. Wat er dan overblijft is olie. De olie werd dan weggebracht. V: Wat was jouw rol? A: Ik zou het maken. 5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 februari 2025, opgenomen op pagina 62 e.v. bij voornoemd procesdossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] : De mobiele telefoon uit dit onderzoek is aangetroffen in de woning waar [medeverdachte] op 7 februari 2025 is aangehouden. Door mij werd de veiliggestelde data bekekenen. Op de afbeeldingen is [medeverdachte] te zien in het drugslab te Dokkum. Daarbij is op de afbeelding te zien dat er op dat moment geproduceerd wordt. Dit is te zien aan de stoom die afkomstig is vanuit de blauwe vaten. In de videos is ook te zien dat er productie plaatsvindt. In de laatste video, die gemaakt is op 31 januari 2025, valt te zien dat er een bruine substantie gemaakt is en dat daar de tekst snoepjes in de maak bij staat. Op de video is te zien dat een hand aan het roeren is in de bruine substantie. Het proces-verbaal bevat ook twee beeldopnames als bedoeld in artikel 567 van het Wetboek van Strafvordering, te weten twee fotos, waarop telkens een jerrycan met etiket is te zien, met de vermelding: Modified: 15-1-2025. 6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 februari 2025, opgenomen op pagina 70 e.v. bij voornoemd procesdossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] : In de mobiele telefoon van [medeverdachte] is een whatsappgesprek aangetroffen tussen hem en een persoon die in Whatsapp de gebruikersnaam [gebruikersnaam] heeft. Dit contact is gekoppeld aan het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de veiliggestelde data afkomstig uit de mobiele telefoon van medeverdachte [verdachte] , blijkt dat het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] in gebruik is bij [verdachte] . Daarmee kan gesteld worden dat [gebruikersnaam] , [verdachte] is. Uit de chat tussen [medeverdachte] en [verdachte] blijkt dat [verdachte] als eerste via Whatsapp contact opneemt met [medeverdachte] . Daarbij vraagt [verdachte] op 17 januari 2025 of hij daar wel kan slapen. Waarop [medeverdachte] aangeeft dat hij wel een slaapbank heeft. [verdachte] vraagt op 20 januari 2025 om 20:38 uur aan [medeverdachte] of het mogelijk is dat iemand wat komt brengen. [medeverdachte] geeft aan dat hij het wel kan en hij 10 uur thuis is. Waarna [verdachte] vraagt wat het adres is, [medeverdachte] geeft daarbij de postcode van de [verbalisant] in Dokkum. Op 25 januari 2025 te 21:23:40 uur zegt [verdachte] dat het een lang nachtje gaat worden. 7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 februari 2025, opgenomen op pagina 21 e.v. bij voornoemd procesdossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] : Op 7 februari 2025 werd deze iPhone aangetroffen in een woning/pand gelegen aan de [verbalisant] te Dokkum. De iPhone is voorzien van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Aan deze telefoon is het Apple ID gekoppeld op naam van het emailadres [mailadres] . De telefoon heeft als naam: iPhone van [verdachte] . De iPhone was in gebruik bij [verdachte] . In de telefoon is een zoekslag gemaakt in de afbeeldingen. Hierbij is gelet op afbeeldingen welke op enigerlei te linken zijn aan de productie van synthetische drugs. Ik zag hierbij relevante afbeeldingen. Deze zijn genomen met de iPhone van [verdachte] . In het proces-verbaal zijn de bevindingen vastgelegd van de aangetroffen situatie in en rondom het drugslab gelegen aan de [verbalisant] te Dokkum. Bij deze bevindingen is een fotoblad als bijlage toegevoegd. Wat opvalt is dat de fotos van de telefoon van [verdachte] overeenkomen met de aangetroffen situatie in het drugslab gelegen aan de [verbalisant] te Dokkum. 8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 februari 2025, opgenomen op pagina 24 e.v. bij voornoemd procesdossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] : In het proces-verbaal zijn de bevindingen vastgelegd omtrent de iPhone van [verdachte] . Op een later tijdstip ontdekte ik notificatieberichten. Ik zag dat verschillende berichten gingen over de productie van MDMA en over het drugslab gelegen aan de [verbalisant] te Dokkum. Op 13 januari 2025 is het eerste contact te zien tussen [naam 1] en [verdachte] . Hierbij werd een gespreksverzoek verstuurd. Vervolgens ontstaat er dagelijks contact tussen [naam 1] en [verdachte] waarbij het vooral gaat over de productie van synthetische drugs (PMK). In totaal ontving [verdachte] 368 notificatieberichten van [naam 1] . Uit deze berichten valt op te maken dat [naam 1] een aansturende rol had met betrekking tot het drugslab in Dokkum. Zo geeft [naam 1] aan dat [verdachte] 'Caustic' op kan halen in 'De Wilpen dat hij dan wel geld van [naam 1] krijgt. Daarnaast zou [naam 1] de PMK (mogelijk de preprecursor PMK-Glycidaat) bij [verdachte] brengen. Op 15 januari 2025 om 16.31 uur, vraagt [naam 1] aan [verdachte] : Kan je niet eem spullen ophalen en wegbrengen' en Neeee ik blijf uit de buurt bij jou. Vervolgens stuurde [naam 1] op 15 januari 2025 om 17.05 uur meerdere berichten waaronder Jo Jo en Ze sturen nu we zijn er. Op 17 januari 2025 om 18.56 uur verstuurd [naam 1] de volgende berichten: Als je nou meteen ff caustic ophaalt in de wilp en Geef k je wel geld. Op 20 januari 2025 om 21.33 uur stuurde [naam 1] de postcode door [postcode] . Dit betreft de postcode van de locatie [adres] , de locatie waar later het drugslab werd aangetroffen. Diezelfde dag om 21.54 uur stuurde [naam 1] het bericht Ja ligt toch nog geen P of iets ja. Op 25 januari 2025 geeft [naam 1] aan dat de [bijnaam] wegrijdt en dat het lang duurt. Kort daarna geeft hij aan dat de [bijnaam] er is en dat hij een pan was vergeten. Ook werd er gesproken over kale en 'hij is er. Vervolgens geeft [naam 1] aan tegen [verdachte] dat hij het beste alles gewoon per 1 doet, komt er geen rook vrij en 'kan je water verwarmen op gasfornuis. Vervolgens geeft [naam 1] aan dat de PMK pas laat komt en dat hij f wel komt brengen nog. Vervolgens geeft [naam 1] aan dat hij dan ook meegaat en Smelten we alles gewoon meteen per 1 kg. Op 2 februari 2025 om 16.39 uur stuurde [naam 1] het volgende bericht: Is t al 30L olie en Als we 30L hadden, hadden we 36KG M. Op 1 februari 2025 was het eerste contact tussen [naam 2] en [verdachte] . De berichten gaan veelal over de productie van synthetische drugs. In totaal ontvangt [verdachte] 60 berichten van afzender [naam 2] . Uit onderstaande berichten werd duidelijk dat [naam 2] met [verdachte] afstemt wanneer de PMK-olie opgehaald kan worden. In totaal spreken [naam 2] en [verdachte] tweemaal met elkaar af. Het eerste gesprek vangt aan op 1 februari 2025 om 17.36 uur waarop werd gezegd: Heb jij chemische handschoenen?, 25L en Doorzichtig. Op 2 februari 2025 om 15.12 uur vraagt [naam 2] aan [verdachte] : En nog wat olie kunnen bouwen eruit?. Vervolgens vraagt [naam 2] aan [verdachte] : Kan die olie nu gehaald worden? Vervolgens werd er een tijdstip gesproken om de olie op te halen. Op 4 februari 2025 om 21.26 uur geeft [naam 2] aan dat hij er weer aankomt en dat hij er met 7 minuten is. [naam 2] vraagt aan [verdachte] of hij buiten kan komen met die zooi, zodat [naam 2] direct weer door kan. [naam 2] geeft aan dat hij met [verdachte] afspreekt op dezelfde plek als de vorige keer. Op 4 februari 2025 om 22.49 uur geeft [naam 2] aan dat hij Veilig terug is. 9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 februari 2025, opgenomen op pagina 59 e.v. bij voornoemd procesdossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant] : Uit de historische verkeersgegevens van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer] blijkt dat deze vanaf de periode 21 januari 2025 tot en met 7 februari 2025 op verschillende dagen veelvuldig de mastlocatie aan de Hogedyken te Dokkum heeft aangestraald. Hieruit rijst het vermoeden dat zowel de mobiele telefoon als [verdachte] op meerdere dagen aanwezig is in Dokkum. Aangezien de [verbalisant] te Dokkum binnen het gebied van de mastlocatie Hogedyken valt. Bewijsoverwegingen Verdachte heeft zich in zijn verklaring bij de politie beroepen op zijn zwijgrecht. Bij de rechter-commissaris heeft hij betrokkenheid bij het drugslaboratorium ontkend. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] in het drugslaboratorium in Dokkum heeft gewerkt aan de bereiding van een grondstof voor MDMA, te weten PMK. Daarnaast onderhield verdachte via social media contact met twee personen aangeduid als [naam 1] en [naam 2] , over de bereiding van PMK en de levering daarvan voor de vervaardiging van MDMA. Er was daarom sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en anderen. De rechtbank acht op grond van het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen, onder wie medeverdachte [medeverdachte] , voorbereidingshandelingen heeft verricht voor het vervaardigen van MDMA. Bewezenverklaring De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: hij in of omstreeks de periode tussen 15 januari 2025 en 7 februari 2025 te Dokkum, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden, te weten het opzettelijk vervaardigen van MDMA (methyleendioxymethamfetamine), voorwerpen, stoffen, voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders, wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door hoeveelheden precursoren en/of bewerkingsmiddelen voor het produceren van harddrugs voorhanden te hebben en hoeveelheden chemicaliën/grondstoffen, die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse soorten drugs en/of precursoren, waaronder de chemicaliën caustic soda en/of fosforzuur voorhanden te hebben en hoeveelheden goederen die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse soorten drugs en/of precursoren waaronder: boormachine met mixer, afzuiginstallatie, klemdekselvaten, speciekuipen, jerrycans, emmers, maatbekers, gasflessen, gasbranders, weegschaal, kookpannen, voorhanden te hebben en hoeveelheden PMK te hebben geproduceerd. Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op: Medeplegen van een feit als bedoeld in het vierde lid van artikel 10 voorbereiden door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. Strafbaarheid van verdachte De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. Strafmotivering Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van het voorarrest. Tevens heeft de officier opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis gevorderd, nu verdachte de aan de schorsing verbonden voorwaarden heeft overtreden. Oordeel van de rechtbank Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de adviesrapportages opgemaakt door het Leger des Heils, jeugdbescherming & reclassering op 17 april 2025 en 22 juli 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich in een periode van ruim drie weken schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de vervaardiging van MDMA. Hij heeft in een pand waarin een drugslaboratorium was ingericht samen met een ander PMK-olie, een grondstof voor MDMA geproduceerd. Deze PMK-olie werd vervolgens door anderen opgehaald, zodat het op een andere locatie kon worden gebruikt voor het proces om MDMA te vervaardigen. Verdachte onderhield de contacten met de personen over het produceren van de PMK-olie en het ophalen hiervan. Het uit elkaar halen van het proces om MDMA te vervaardigen op verschillende locaties duidt op een georganiseerde organisatie waarin diverse personen een verschillende rol hadden. De rol van verdachte was door het onderhouden van de contacten met de opdrachtgevers groter dan het enkel uitvoeren van een deel van het productieproces. Hij was in de organisatie daarom meer dan alleen een uitvoerder. De productie van MDMA is een zeer kwalijke zaak. Deze drugs zijn verslavend en schadelijk voor de volksgezondheid. Bovendien is het productieproces (brand)gevaarlijk en komen er afvalstoffen bij vrij die doorgaans in de natuur worden gedumpt en daar schade aan toebrengen. Door zijn handelen heeft verdachte hieraan bijgedragen. De rechtbank is van oordeel dat een op te leggen straf een voldoende afschrikwekkende werking moet hebben om recidive in de toekomst te voorkomen. De door de rechtbank gehanteerde landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting bevatten geen oriëntatiepunten voor het vervaardigen van synthetische drugs. Op basis van de bestudering van uitspraken in min of meer vergelijkbare gevallen heeft de rechtbank geconstateerd dat voor dergelijke feiten doorgaans forse onvoorwaardelijke gevangenisstraffen worden opgelegd en dat daarbij de omvang van de productieplaats zwaarder weegt dan de pleegperiode. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar de rol die de personen hebben vervuld. Nu de rechtbank bewezen heeft verklaard dat verdachte betrokken is geweest bij de voorfase van het daadwerkelijke productieproces en hij de contacten in het logistieke proces onderhield, zal dit in de strafmaat tot uitdrukking worden gebracht. Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij in een ver verleden een transactie heeft aanvaard voor een Opiumwetzaak. De voorlopige hechtenis van verdachte is met ingang van 22 oktober 2025 geschorst met voorwaarden onder meer inhoudende reclasseringstoezicht. Uit de rapportage van de reclassering blijkt dat verdachte zich heeft onttrokken aan het toezicht van de reclassering. Ook is verdachte niet ter zitting verschenen waarmee hij ook de schorsingsvoorwaarden heeft overtreden. De reclassering heeft gerapporteerd dat zij geen mogelijkheden meer ziet om met interventies of toezicht de risicos te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen. Alles afwegend vindt de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. De rechtbank zal verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden opleggen. De rechtbank heeft hierbij de rol van verdachte bij het strafbare feit in aanmerking genomen. Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Nu verdachte niet ter zitting is verschenen en daarom niet kan worden gehoord omtrent de vordering van de officier van justitie om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen zal de rechtbank de schorsing van de voorlopige hechtenis niet opheffen. Omdat de rechtbank einduitspraak doet zal de rechtbank het geschorste bevel voorlopige hechtenis opheffen. Inbeslaggenomen goederen Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de mobiele telefoon, iPhone 11, van verdachte wordt verbeurdverklaard. Voorts heeft hij gevorderd dat de twee Apple iPads aan verdachte worden teruggegeven. Oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de mobiele telefoon, iPhone 11, vatbaar voor verbeurdverklaring nu deze bij het plegen van het feit is gebruikt en deze toebehoort aan verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen Apple iPads moeten worden teruggegeven aan verdachte nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet. Maatregel kostenverhaal Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de maatregel op te leggen waarmee verdachte wordt verplicht tot het vergoeden van de kosten die ten laste van de Staat zijn gekomen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid, te weten een bedrag van 3.701,65. Oordeel van de rechtbank De maatregel kostenverhaal, opgenomen in artikel 13d van de Opiumwet, maakt het mogelijk dat de kosten die ten laste van de Staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of volksgezondheid, op vordering van het Openbaar Ministerie worden verhaald op degene die wordt veroordeeld ter zake van een in artikel 13d, lid 1, Opiumwet genoemd strafbaar feit dat in verband staat met het voorwerp. De rechtbank stelt vast dat aan voornoemde vereisten voor oplegging van de maatregel tot kostenverhaal is voldaan. In het drugslaboratorium in het pand waar verdachte aanwezig was en PMK-olie heeft geproduceerd waren namelijk stoffen aanwezig die een ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid. Daarnaast heeft de Staat kosten gemaakt voor de vernietiging daarvan. Bij de stukken bevindt zich een factuur van [bedrijf] B.V. met een kostenoverzicht van het ontmantelen van het drugslaboratorium, inclusief de afvoer van chemicaliën, restafval en hardware ter vernietiging. In totaal gaat het om een bedrag van 7.403,30. De rechtbank is van oordeel dat de kosten voldoende zijn onderbouwd en zijn aan te merken als kosten in de zin van artikel 13d van de Opiumwet. Uit het dossier blijkt tevens dat de factuur van [bedrijf] B.V. door de Staat is betaald. Gelet op het voornoemde zal de rechtbank aan verdachte de maatregel kostenverhaal opleggen. Daarbij ziet de rechtbank aanleiding rekening te houden met de medeverdachte en de rol die verdachte heeft gespeeld in het geheel. Verdachte heeft samen met deze medeverdachte in het laboratorium een grondstof voor MDMA vervaardigd. Derhalve legt de rechtbank aan verdachte de verplichting op de helft van het totaalbedrag, te weten 3.701,65, te betalen aan de Staat ter vergoeding van de hiervoor bedoelde kosten. Indien dit bedrag niet wordt voldaan, kunnen 37 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt. Toepassing van wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 10a en 13d van de Opiumwet. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden. Uitspraak De rechtbank Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. Veroordeelt verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden. Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht. Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Verklaart verbeurd de in beslag genomen mobiele telefoon, iPhone 11 (goednummer 1799794). Gelast de teruggave aan verdachte, voornoemd, van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven Apple iPads (goednummers 1799912 en 1799913). Legt op de maatregel tot vergoeding van het bedrag van 3.701,65 aan de Staat. Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd op 37 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. A. van den Oever, voorzitter, mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme en mr. H.C.L. Vreugdenhil, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 augustus 2026.