Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-07-31
ECLI:NL:RBNNE:2026:3476
Varia. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvragen van eiser om een slachtofferuitkering. Eiser is het niet eens met de afwijzingen. De rechtbank oordeelt dat het Schadefonds eisers aanvragen op goede gronden heeft afgewezen en verklaart de beroepen ongegrond. Aanvraag 1: eiser heeft geen stukken ingediend die betrekking hebben op door hem opgelopen letsel. Aanvraag 2: er is onvoldoende informatie over de aanleiding en de toedracht van de geweldsincicenten. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummers: LEE 25/1368 en 25/1369 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en Schadefonds Geweldsmisdrijven, het Schadefonds (gemachtigde: mr. Y.B. Langerak). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvragen van eiser om een slachtofferuitkering. Eiser is het niet eens met de afwijzingen. Hij heeft hier een aantal redenen (beroepsgronden) voor gegeven. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank oordeelt dat het Schadefonds eisers aanvragen op goede gronden heeft afgewezen. Daarom zijn de beroepen ongegrond. Dat betekent dat de rechtbank vindt dat het Schadefonds geen slachtofferuitkering aan eiser hoeft te betalen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. 1.2. Eerst worden onder 2. de feiten en het verloop van de zaak genoemd. Onder 3. wordt uitgelegd wanneer iemand recht heeft op een slachtofferuitkering. Onder 4. staan de standpunten van eiser en het Schadefonds genoemd. Bij 5. staat wat de rechtbank van de zaak vindt en onder 6. staat de conclusie van de rechtbank en wat dit voor partijen betekent. Feiten en procesverloop 2. Eiser heeft twee aanvragen ingediend bij het Schadefonds. Het gaat om een mishandeling in Amsterdam op 1 januari 2016 (zaak 25/1368) en een mishandeling in Eindhoven op 18 en 19 augustus 2014 (zaak 25/1369). 2.1. Het Schadefonds heeft deze aanvragen met de besluiten van 23 oktober 2024 en 6 november 2024 afgewezen, omdat de aanvragen niet voldoen aan de voorwaarden. In de besluiten van 7 februari 2025 op het bezwaar van eiser (de bestreden besluiten) is het Schadefonds bij de afwijzing van de aanvragen gebleven en is een nadere motivering gegeven. 2.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Eiser is wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen. 2.3. Het Schadefonds heeft op beide beroepen gereageerd met een verweerschrift. 2.4. Op 23 juli 2026 was de zitting bij de rechtbank over het beroep. Hierbij was de gemachtigde van het Schadefonds aanwezig. 2.5. Eiser was bij de zitting niet aanwezig. Op 22 juli 2026 om 18.23 uur is namens hem verzocht om de zitting niet te laten doorgaan, omdat eiser niet tijdig om vervoer verzocht heeft vanuit de instelling waar hij gedetineerd is. 2.6. De rechtbank heeft dat verzoek afgewezen en daarbij het volgende overwogen. Eiser is per aangetekende brief van 1 juni 2026 uitgenodigd voor de zitting. Hij heeft dus voldoende tijd gehad om een vervoersverzoek in te dienen bij de rechtbank. Hij had dit ook via de instelling kunnen laten regelen. Verweerder en de rechtbank hebben zich op de zitting voorbereid. De gemachtigde van verweerder was al aanwezig op de rechtbank toen hij hoorde van het aanhoudingsverzoek. Het is belangrijk dat eiser bij de zitting aanwezig kan zijn, maar het aanhoudingsverzoek is zo laat ingediend dat het in strijd is met een goede procesorde. De rechtbank heeft daarom besloten om de zitting te laten doorgaan. Beoordeling door de rechtbank Wanneer kun je een slachtofferuitkering krijgen? 3. In artikel 3 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (Wsg) is bepaald dat aan ieder die als gevolg van een in Nederland gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft gekregen een uitkering kan worden gedaan. Verder zijn in de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven voorwaarden uitgewerkt om voor zo’n uitkering in aanmerking te komen. 3.1. Hieruit volgt dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat daadwerkelijk geweldsmisdrijven tegen hem gepleegd zijn en dat hij als gevolg van die geweldsmisdrijven ernstig letsel heeft opgelopen. Dat kan bijvoorbeeld door middel van een verklaring van een arts die het letsel beschrijft. Als het gaat om psychische problemen kan een verklaring van de behandelend psycholoog of psychiater worden ingediend. Waar gaat het geschil over? 4. Partijen zijn het er niet over eens of het Schadefonds de aanvragen van eiser mocht afwijzen. Het gaat vooral over de vraag of er wel voldoende informatie is om een slachtofferuitkering toe te kennen. Wat vinden partijen? 4.1. Eiser vindt dat hij door beide mishandelingen lichamelijk letsel heeft opgelopen en stelt dat hij daar nog steeds last van heeft. Ook schrijft hij dat hij psychische problemen heeft. Hij wil dat de rechter zijn zaken beoordeelt. 4.2. Het Schadefonds vindt dat de aanvragen van eiser niet voldoen aan de genoemde voorwaarden. Over de mishandeling in 2014 is niet voldoende objectieve informatie beschikbaar. Daarom vindt het Schadefonds het niet aannemelijk dat eiser slachtoffer is geweest van een geweldsmisdrijf met opzet, zoals in artikel 3 van de Wsg bedoeld. Over de mishandeling in 2016 schrijft het Schadefonds dat er over het lichamelijk letsel aan hoofd, neus en ogen geen medische informatie beschikbaar is waaruit blijkt dat sprake was van ernstig letsel. Ook over de psychische problemen is geen informatie beschikbaar. Bij gebrek aan die informatie wordt aan eiser geen slachtofferuitkering toegekend. Wat vindt de rechtbank? 5. De rechtbank vindt dat het Schadefonds in de bestreden besluiten van 7 februari 2025 goed heeft omschreven waarom eisers aanvragen zijn afgewezen. Het Schadefonds legt voldoende zorgvuldig uit waarom de aanvragen van eiser niet tot uitkering kunnen leiden. 5.1. De rechtbank heeft gezien dat er wel een aangifte is van de mishandeling in 2016. Maar er is geen medische informatie over het letsel dat eiser toen heeft opgelopen. Ook is er geen informatie over psychische problemen door die mishandeling. Het was aan eiser om die informatie op te sturen om zijn aanvraag te onderbouwen, maar dat heeft hij niet gedaan. Ook niet nadat hij daar in de bezwaarprocedure door het Schadefonds op gewezen is. In de beroepsprocedure bij de rechtbank heeft eiser geen stukken ingediend die betrekking hebben op door hem opgelopen letsel. 5.2. Voor wat betreft de mishandeling in 2014 heeft het Schadefonds in het bestreden besluit heel duidelijk uitgelegd waarom er onvoldoende informatie is over de aanleiding en de toedracht van de geweldsincidenten. Die uitleg houdt eigenlijk in: als we niet precies weten wat er gebeurd is en wat de gevolgen zijn geweest, dan kunnen we er niet van uitgaan dat sprake is van ernstig letsel als gevolg van een geweldsmisdrijf. Dat betekent dat niet is voldaan aan het criterium in de Wsg zoals dat hiervoor onder 3. beschreven is. De rechtbank is het eens met de uitleg en de beslissingen van het Schadefonds. Conclusie en gevolgen 6. De beroepen zijn ongegrond. De rechtbank vindt dat het Schadefonds eiser geen slachtofferuitkeringen hoeft te betalen. 6.1. Eiser krijgt zijn griffierecht niet terug en er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van K.D. Bosklopper, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.