Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-08-07
ECLI:NL:RBNNE:2026:3306
Voorlopige voorziening hangende bezwaar. Bezwaar heeft redelijke kans van slagen, vovo toegewezen. Opvang Oekraïners. Permanent locatieverbod wegens meerdere incidenten. Artikel 7, eerste lid aanhef en onder c en d van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne reikt niet zo ver dat het college de gehele toegang tot de opvang in de gemeente permanent mag ontzeggen zonder in enig alternatief te voorzien, op het college rust een resultaatsverplichting. Zie ook het arrest Haqbin. College heeft niet in vervangende opvang voorzien. RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: LEE 26/2499 uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 augustus 2026 in de zaak tussen [naam], verzoeker (gemachtigde: mr. L.A. Fischer), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Achtkarspelen , het college, (gemachtigde: dhr. O. van der Meer). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van het college om verzoeker de toegang tot de gemeentelijke opvang voor ontheemden uit Oekraïne te ontzeggen. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker. 1.1. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop 2. Met het bestreden besluit van 28 juli 2026 heeft het college verzoeker, een ontheemde uit Oekraïne, een permanent locatieverbod voor de opvang in de gemeente Achtkarspelen gegeven . Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.1. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 2.2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Beoordeling door de voorzieningenrechter Is er spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening? 3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist. De voorzieningenrechter overweegt dat het college verzoeker een permanent locatieverbod voor alle opvangvoorzieningen voor ontheemden uit Oekraïne in de gemeente Achtkarspelen heeft opgelegd. Verzoeker heeft hierdoor geen opvang meer. Eiser heeft aangegeven momenteel in zijn auto te slapen. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij een beslissing op zijn verzoek. De voorzieningenrechter zal het verzoek daarom inhoudelijk beoordelen. Heeft het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen? 4. De voorzieningenrechter kan in afwachting van een beslissing op bezwaar een voorlopige voorziening treffen als het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. 4.1. Het permanente locatieverbod voor alle opvangvoorzieningen in de gemeente is aan verzoeker opgelegd, omdat er in de afgelopen maanden meerdere incidenten hebben voorgedaan waar verzoeker bij betrokken was. Dit heeft driemaal tot een tijdelijk locatieverbod geleid, waarna geen gedragsverbeteringen zijn opgetreden. Het gaat om het negeren van aanwijzingen van de beveiliging, dronkenschap, verbale agressie naar de begeleiding en verbaal en fysiek geweld naar de beveiliging en partner, in het bijzijn van een minderjarig kind. Het college mag op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder c en d van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (hierna: de Regeling) verstrekkingen, waaronder opvang, beperken of intrekken, indien een betrokkene zich niet houdt aan het huishoudelijk reglement of ernstig geweld pleegt tegen medebewoners. Het college heeft ter onderbouwing van het besluit de huisregels, de werkinstructie overlastgevend gedrag, de eerdere aan verzoeker opgelegde locatieverboden, de rapportages van de beveiliging van de opvanglocatie en de rapportages van de woonbegeleiding overgelegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college in deze stukken voldoende aanleiding kunnen zien een besluit op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Regeling te nemen. 4.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder c en d van de Regeling vermelde bevoegdheid niet zo ver reikt dat het college verzoeker de gehele toegang tot de opvang in de gemeente permanent mag ontzeggen zonder in enig alternatief te voorzien. In artikel 2, eerste lid, van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne is immers dwingendrechtelijk geformuleerd dat het college zorgdraagt voor de opvang van ontheemden. Op het college rust dus een resultaatsverplichting om aan verzoeker opvang te bieden. Verder blijkt uit de toelichting op artikel 7 van de Regeling dat bedoeld is om het mogelijk te maken om de verstrekkingen zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Regeling te beperken of te beëindigen, maar dat op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming , waaraan de Regeling moet voldoen, ontheemden ‘een fatsoenlijk onderkomen krijgen of, in voorkomend geval, middelen in hunner beschikking krijgen om huisvesting te vinden’. In de toelichting wordt verder vermeld dat het in aansluiting bij artikel 10 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen (Rva) mogelijk is om de verstrekkingen te beperken of beëindigen in een aantal gevallen, waarbij altijd in de basisvoorzieningen moet worden voorzien. Dit in de toelichting van artikel 7 van de Regeling beschreven uitgangspunt volgt ook uit de door de minister van Justitie en Veiligheid opgestelde handelingsperspectief en maatregelenpakket. Hierin wordt verwezen naar het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Haqbin waaruit volgt dat het niet is toegestaan om opvang aan overlastgevende asielzoekers volledig te onthouden, tenzij de lidstaat elders in de opvang voorziet. Aangegeven wordt dat het hierboven genoemde arrest onverkort geldt voor ontheemden uit Oekraïne en dat dit dus betekent dat ook een overlast gevende bewoner het recht op opvang behoudt, ook al hoeft dat niet per se op dezelfde locatie te zijn. 4.3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter volgt uit het voorgaande dat het college niet bevoegd was het besluit te nemen zoals is gedaan, omdat het college de opvang van verzoeker heeft beëindigd zonder dat in een vervangende opvang is voorzien. De stelling in het verweerschrift dat in vervangende opvang is voorzien doordat aan verzoeker en zijn gezin in het verleden onverschuldigd leefgeld is betaald, zodat verzoeker daarmee zelf zou kunnen voorzien in zijn huisvesting volgt de voorzieningenrechter niet. Immers, deze middelen zijn niet aan verzoeker in dit kader verstrekt. Bovendien is onduidelijk of verzoeker nog de beschikking heeft over deze middelen. Ook het feit dat het college andere gemeenten en provincies heeft benaderd om voor verzoeker opvang te vinden leidt niet tot een ander oordeel. Zoals uit het voorgaande blijkt is er sprake van een resultaatsverplichting en niet van een enkele inspanningsverplichting. Conclusie en gevolgen 5. De voorzieningenrechter concludeert dat het college niet bevoegd was het besluit te nemen. Dit betekent dat het bezwaar van verzoeker een redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter bepaalt dat het college voorziet in opvang als bedoeld in de Regeling aan verzoeker tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar. 6. De voorzieningenrechter ziet in de toewijzing van het verzoek aanleiding om de minister te veroordelen in de voor verzoeker gemaakte proceskosten.