Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-02-18
ECLI:NL:RBNNE:2026:3180
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Zittingsplaats Leeuwarden Bestuursrecht beschikkingsnummer: 269228362 zaaknummer: 11621663 BU VERZ 25-697 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 18 februari 2026 in de zaak van Weidelco B.V. (hierna: betrokkene), gevestigd in Leeuwarden , gemachtigde: [gemachtigde] . Inleiding 1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘16 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom’, verricht op 10 september 2024, om 13:21 uur, op de N381 (Links Donkerbroek > Drachten) bij Wijnjewoude, met een aanhanger/oplegger (80 km/h) achter motorvoertuig), met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 228,00 (inclusief administratiekosten). 1.1. Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. 1.2. De kantonrechter heeft het beroep op 24 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: gemachtigde en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. R. van der Velde. De kantonrechter heeft het onderzoek op deze zitting geschorst, om betrokkene in de gelegenheid te stellen extra informatie aan de vertegenwoordigster toe te sturen. Die kreeg vervolgens de gelegenheid om aanvullende informatie aan te leveren. 1.3. De kantonrechter heeft het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich op 24 oktober 2025 bevond en heeft het beroep op 18 februari 2026 op de zitting verder behandeld. Daarbij waren aanwezig: gemachtigde en de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. M. van der Spek. Beoordeling door de kantonrechter Beslissing 2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom hij dat doet. Standpunten 3. Gemachtigde voert aan dat sprake is van een voertuig tot 3500 kg, dat ter plekke 100 km per uur mag rijden. Het is geen vrachtwagen die slechts 80 km per uur mag rijden. Gemachtigde stelt dat het voertuig bij de RDW staat genoteerd met een maximale toegestane massa voertuig van 3500 kg. Hij heeft bijlagen bijgevoegd om dit aan te tonen. Het is mogelijk dat de officier van justitie per abuis naar de technische massa van het voertuig heeft gekeken. Als aanvullende gronden heeft gemachtigde een verklaring overgelegd van zijn leverancier, [leverancier] . Hierin wordt gesteld dat bij de eerste kentekenopname van het voertuig bij de RDW sinds enige tijd een extra verplicht invulveld bestaat, waar de maximum ontwerpsnelheid van een voertuig ingevuld moet worden. Omdat het voertuig als N2-vrachtauto is “geboren” staat er op de stamkaart van het voertuig 90 km per uur vermeld. Dit is echter geen wettelijke snelheid. Omdat het kenteken bij de RDW is afgegeven op 3500 kg, mag er 130 km per uur mee worden gereden. Daarnaast staat op de fabrieksverklaring een maximum ontwerpsnelheid van 160 km per uur genoteerd. Die ontwerpsnelheid heeft dan ook niets te maken met de wettelijke maximumsnelheid. Deze fabrieksverklaring is ook bijgevoegd. Op de zitting van 24 oktober 2025 voert gemachtigde verder aan dat sprake is geweest van een trajectcontrole op een traject waar het voertuig dagelijks rijdt. [leverancier] doet de kentekenregistratie voor Weidelco . Daar is dus iets fout gegaan. Betrokkene heeft 26 voertuigen rijden en dit is het enige voertuig waarbij het fout gaat. 3.1. Gemachtigde heeft vervolgens gegevens van drie andere, identieke voertuigen aangeleverd. Op de zitting van 18 februari 2026 voert hij aan dat de uitleg van de RDW onvoldoende is. Ten eerste geeft de RDW zelf aan dat de boete is opgelegd op verkeerde gronden. Kennelijk zat er dus wel een fout in de registratie van de RDW. Daarnaast