Rechtspraak Rechtbank Noord-Nederland 2026-02-03
ECLI:NL:RBNNE:2026:269
RECHTBANK Noord-Nederland Civiel recht Zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer: C/17/203107 / KG ZA 25-245 Vonnis in kort geding van 3 februari 2026 in de zaak van NFP GROEP B.V. , te Heerenveen, eisende partij, hierna te noemen: NFP, advocaat: mr. J. de Rooij, tegen BEDRIJFSFITNESS NEDERLAND B.V. , te Heerenveen, gedaagde partij, hierna te noemen: BFNL, advocaten: mr. M.H.C. Sinninghe Damsté en mr. D.J. de Bock. De kern van de zaak NFP en BFNL hebben in het verleden afspraken gemaakt over hun samenwerking. Daarin is een exclusiviteitsbeding opgenomen. Partijen verschillen van mening over de uitleg van dit beding, specifiek over de vraag of het BFNL wel of niet is toegestaan om haar bedrijfsfitnessdiensten aan te bieden op een eigen multi-benefitplatform. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de samenwerkingsovereenkomsten geen dergelijk vergaand verbod inhouden. De vorderingen van NFP worden daarom afgewezen. Dit oordeel zal hieronder worden toegelicht. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de conclusie van antwoord - de nagezonden productie van NFP- de mondelinge behandeling van 20 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitnota van NFP- de pleitnota van BFNL. 2 De feiten 2.1. NFP is in 1995 opgericht als onderneming die zich richt op het aanbieden van fiscaal aantrekkelijke fietsregelingen voor werkgevers en werknemers. Het is een familiebedrijf dat in 2001 door de heer [bestuurder NFP] (hierna: [bestuurder NFP]) en zijn zus is overgenomen. 2.2. Per 1 januari 2007 werden de mogelijkheden ruimer voor het aanbieden van bedrijfsfitness met fiscaal voordeel. NFP wilde hierop inspelen en heeft daarom, samen met twee van haar werknemers, de heer [werknemer I] en de heer [werknemer II] (hierna: [werknemer I] en [werknemer II]), BFNL opgericht. 2.3. In de jaren daarna richtte NFP zich op het aanbieden van fietsplannen aan werkgevers en richtte BFNL zich op het aanbieden van bedrijfsfitness aan werkgevers. 2.4. Rond 2013 heeft NFP het FiscFree-platform opgericht. Dat is een digitaal platform waarmee werkgevers hun medewerkers fiscaal voordelig toegang kunnen geven tot diverse secundaire arbeidsvoorwaarden. Op het FiscFree-platform werden onder andere de bedrijfsfitnessdiensten van BFNL aangeboden. 2.5. In 2013 hebben partijen hun afspraken vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst (hierna: de samenwerkingsovereenkomst). In overweging D van deze overeenkomst staat: De samenwerking zal op exclusieve basis zijn gedurende de duur van de overeenkomst. Dit houdt in dat BFNL niet met een vergelijkbare dienstverlener als NFP GROEP (of aanbieder die hetzelfde doel heeft als NFP GROEP) gaat samenwerken en dat NFP GROEP niet structureel het aanbod van een vergelijkbare dienstverlener als BFNL gaat opnemen in haar propositie, maar eventueel slechts in uitzonderlijke gevallen waarbij de werkgever anders geen diensten van NFP GROEP zou afnemen; 2.6. Vooruitlopend op een overname van BFNL hebben partijen op 13 november 2019 een addendum toegevoegd aan de samenwerkingsovereenkomst (hierna: het addendum). In dit addendum staat, voor zover van belang: OVERWEGINGEN: (…)B. NFP Groep drijft een onderneming die zich bezig houdt met het aanbieden aan werkgevers van additionele secundaire arbeidsvoorwaarden waarop belastingvoordeel te behalen is. De diensten van NFP Groep bestaan op dit moment uit het aanbieden van fietsplannen, leasefietsen, laptops, iPads, mobiele telefonie, assortiment van Coolblue, bol.com en weekendjeweg (de “ FiscFree Diensten ”). (…) Artikel 6 Exclusiviteit 6.1 De samenwerking tussen NFP Groep en BFNL zal voor wat betreft het aanbieden van bedrijfsfitness diensten via het FiscFree platform op exclusieve basis plaatsvinden. (…) 6.3 BFNL verbindt zich jegens NFP Groep om tijdens de duur van deze Overeenkomst en voor een periode van twee (2) jaar nadat de Overeenkomst is geëindigd op initiatief van BFNL, zich te weerhouden om zonder voorafgaande sch het aanbieden of doen aanbieden van haar bedrijfsfitnessdiensten aan ondernemingen die op een concurrerende of vergelijkbare wijze als NFP via een portal diensten aanbieden die identiek of vergelijkbaar zijn met de FiscFree-diensten, waaronder, maar niet beperkt tot Alleo, te staken en gestaakt te houden, iii. iedere (vorm van) klantbenadering of communicatie door BFNL waarin wordt verwezen naar een samenwerking met Alleo die ertoe strekt dat de bedrijfsfitnessdiensten van BFNL (direct of indirect) via het portal van Alleo worden aangeboden of dat BFNL daarvan (mede) onderdeel vormt of zal gaan vormen, te staken en gestaakt te houden, 2. BFNL gebiedt om onverwijld, doch uiterlijk binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis: i. alle uitingen (waaronder op haar website, LinkedIn-pagina en overige communicatiemiddelen) die duiden op een samenwerking van BFNL met Alleo die ertoe strekt dat de bedrijfsfitnessdiensten van BFNL via het portal van Alleo worden of zullen worden aangeboden of daarin worden geïntegreerd, te verwijderen en verwijderd te houden, ii. een ondubbelzinnige rectificatie toe te zenden aan alle door BFNL benaderde (rechts)personen, waaronder klanten van BFNL en NFP, inhoudende dat BFNL geen bedrijfsfitnessdiensten via het platform van Alleo zal aanbieden of daarin zal integreren, en haar bedrijfsfitnessdiensten uitsluitend via het FiscFree-platform van NFP aanbiedt en zal blijven aanbieden, en iii. zich maximaal in te spannen om aan BFNL gelieerde entiteiten, waaronder Alleo, Epassi en personen gelieerd aan BFNL, Alleo en Epassi te bewegen uitingen als bedoeld onder 2(i) te verwijderen, 3. BFNL verbiedt om de bedrijfsfitnessdiensten van BFNL aan te bieden via, of te integreren in, een door BFNL, Alleo, Epassi en/of een andere aan een van deze partijen gelieerde vennootschap te exploiteren multi-benefitportal, althans een portal die diensten aanbiedt die identiek zijn aan of vergelijkbaar zijn met de diensten die worden aangeboden op het FiscFree portal, waaronder in ieder geval moet worden begrepen het huidige portal van Alleo, 4. BFNL op de voet van artikel 611a Rv veroordeelt tot betaling van een dwangsom voor het geval BFNL niet, niet geheel of niet tijdig aan de gevorderde hoofdveroordelingen onder 1, 1(i), 1(ii), 1 (iii), 2(i) en 2(ii) of 3 voldoet en waarbij de voorzieningenrechter de dwangsom bepaalt op € 200.000,00 per overtreding en € 100.000,00 voor iedere dag (dagdeel daaronder begrepen) dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 10.000.000,00, althans andere door de voorzieningenrechter te bepalen bedragen, 5. BFNL veroordeelt in de (na)kosten van dit geding, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, en voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten vanaf bedoelde termijn voor voldoening. 3.2. BFNL concludeert tot niet-ontvankelijkheid van NFP, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van NFP, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van NFP in de kosten van deze procedure. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling NFP heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen 4.1. NFP stelt dat BFNL de tussen hen geldende exclusiviteitsafspraken schendt en dat haar commerciële positie hierdoor wordt benadeeld. NFP heeft hiermee een voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen. De exclusiviteitsafspraken moeten worden uitgelegd 4.2. Tussen partijen is in geschil of het BFNL op grond van de exclusiviteitsafspraken in de samenwerkingsovereenkomst en het addendum wel of niet is toegestaan om haar bedrijfsfitnessdiensten aan te bieden op een eigen multi-benefitplatform. Niet in geschil is dat BFNL Alleo mocht overnemen en dat BFNL een eigen multi-benefitplatform mag exploiteren. Het gaat alleen over de vraag of zij haar bedrijfsfitnessdiensten op zo’n eigen multi-benefitplatform mag aanbied Die toevoeging ziet namelijk slechts op de wijze van het aanbieden van diensten aan een andere onderneming (rechtstreeks of via een derde). Uit de tekst volgt dus niet dat BFNL haar bedrijfsfitnessdiensten niet mag aanbieden op een eigen multi-benefitplatform. 4.7. De vraag is vervolgens wat de redelijke verwachtingen over en weer van partijen zijn. De voorzieningenrechter overweegt in dat kader dat [bestuurder NFP] in zijn schriftelijke verklaring heeft geschreven dat de intentie van partijen, zowel bij het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst als het addendum, was dat BFNL niet wilde dat NFP met BFNL-achtige partijen zou gaan samenwerken en dat NFP niet wilde dat BFNL met NFP-achtige partijen zou gaan samenwerken. Het gaat daarbij dus om samenwerking met andere partijen en niet om het starten van een eigen multi-benefitplatform door BFNL. Volgens [bestuurder NFP] is bij het sluiten van het addendum nooit gesproken over dit scenario. Dat onderwerp speelde simpelweg niet, aldus [bestuurder NFP]. Ook van de zijde van BFNL is verklaard dat partijen destijds niet voor ogen hadden dat BFNL op enig moment zelf een multi-benefitplatform zou gaan exploiteren en haar bedrijfsfitnessdiensten daarop zou willen aanbieden. 4.8. Hieruit volgt naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter dat partijen ten tijde van het maken van de exclusiviteitsafspraken niet hebben nagedacht over de mogelijkheid dat BFNL een eigen multi-benefitplatform zou willen starten. Zij hebben daarom ook geen afspraken gemaakt over de vraag of BFNL haar eigen bedrijfsfitnessdiensten daar dan op zou mogen aanbieden. Partijen hebben dus niet voorzien in de situatie die nu is ontstaan. BFNL mag haar diensten aanbieden op een eigen multi-benefitplatform 4.9. Nu partijen niet hebben voorzien in de mogelijkheid dat BFNL haar eigen bedrijfsfitnessdiensten zou aanbieden op een eigen multi-benefitplatform, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat BFNL redelijkerwijs mocht verwachten dat dit was toegestaan. Aan NFP kan worden toegegeven dat dit het voor BFNL mogelijk maakt om de exclusiviteitsafspraken te omzeilen. In plaats van haar diensten aan te bieden aan een derde partij met een multi-benefitplatform, kan BFNL die derde partij overnemen zodat het een multi-benefitplatform van haarzelf wordt en zij haar bedrijfsfitnessdiensten alsnog op dat platform mag aanbieden. Dat neemt echter niet weg dat de tekst van de exclusiviteitsafspraken en de bedoeling van partijen van destijds geen verbod inhouden zoals door NFP is gevorderd. Een dergelijk verbod is dusdanig vergaand dat NFP redelijkerwijs niet mag verwachten dat dit onder de exclusiviteitsafspraken valt. Dat zou BFNL namelijk fors beperken om zich verder te ontwikkelen in de markt, zonder dat partijen daar afspraken over hebben gemaakt. Als NFP had willen voorkomen dat BFNL in de toekomst een rechtstreekse concurrent van haar zou worden, dan had het op haar weg gelegen om daar vooraf heldere en eenduidige afspraken over te maken. Dat zij dat niet heeft gedaan, dient voor haar risico te komen. De vorderingen van NFP worden afgewezen 4.10. Nu de voorzieningenrechter voorshands van oordeel is dat het BFNL is toegestaan om haar bedrijfsfitnessdiensten aan te bieden op een eigen multi-benefitplatform, zullen de vorderingen van NFP worden afgewezen. 4.11. NFP is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BFNL worden begroot op: - griffierecht € 735,00 - salaris advocaat € 1.177,00 - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.101,00 4.12. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. wijst de vorderingen van NFP af, 5.2. veroordeelt NFP in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als NFP niet tijdig aa